17 december 2025

De positieve kant van ziek zijn….. oftewel hoe krachten ineens succesvol gebundeld kunnen worden…

De afgelopen weken was het weer eens zo ver: ik was ziek. 
Ik ben wel vaker ‘niet lekker’, maar echt ‘ziek’, dat ben ik geloof ik niet zo heel vaak. Gelukkig maar, want ik ben er ook erg slecht in! 

Afgelopen week had ik griep, tenminste dat gok ik, want naar de huisarts gaan om vervolgens te horen dat ik ‘voldoende moet drinken’ en ‘paracetamol in moet nemen’ en ‘terugkomen als het niet over gaat of erger wordt’, vind ik persoonlijk een beetje zonde van ieders tijd, dat kan ik immers zelf ook nog wel bedenken. 

En hoewel ik dat prima ook zelf kan bedenken, is de uitvoering van die adviezen nog niet zo heel simpel hier. Ik ben nooit alleen, dus ik ben ook nooit alleen ziek. De hoofdbewoners doen ook hierin net zo goed mee als in al het andere in mijn leven. En ook hiervoor geldt dat iedereen er op zijn of haar eigen manier mee omgaat. 

De jongste telg wil vooral veel knuffelbeesten om zich heen, de oudste puber wil vooral met rust gelaten worden, de jongste puber ziet het als een prachtig moment om ‘de baas te spelen’ en zoveel mogelijk te gamen. En ikzelf? Nou…. Ik weet het zelf niet zo heel goed, want ik raak op dit soort momenten nog eens extra tijd kwijt. Meer dan normaal al het geval is dus. 

Ik denk dat dit voor een deel komt omdat iedereen dus anders met de situatie omgaat en daar tijd en ruimte voor nodig heeft, maar ook omdat ik niet op m’n best ben, me ellendig voel en dan nog minder in staat ben om me te verzetten tegen het ‘switchen’. Dat geeft de anderen dan natuurlijk een grotere en makkelijkere kans om over te nemen en hun ding te doen. 

Op zich vind ik dat allemaal niet zo erg. We hebben immers regels over het overnemen en ik weet dat er minstens één volwassene meekijkt en zich met dingen bemoeit als dat nodig is en ik het even niet kan. Ik vertrouw erop dat het systeem, dat al zó lang gevochten heeft om (soms tegen wil en dank) me in leven te houden, nu geen rare acties uit gaat voeren om al die moeite (en mij daarmee) ineens om zeep te helpen. Ik blijf erop vertrouwen dat ze alles doen vanuit hun wil (en drang) om te ‘helpen’. Maar omdat ik heel veel tijd kwijt ben en vaak niet weet wie, wanneer en hoe lang aan de macht is geweest en wat er in die tussentijd gedaan is, vind ik dat bij ziek zijn best een beetje spannend. 

In Nederland wordt er in de medische wereld best veel en vaak gestrooid met het toverwoord ‘paracetamol’. Alsof het heel onschuldige snoepjes zijn die geen enkel kwaad kunnen. Maar dat vind ik dus best wel een dingetje, want paracetamol is helemaal niet zo onschuldig. (Sterker nog, ik kreeg ooit de onbedoelde tip van een hulpverlener dat als je zeker wilde zijn dat je dood ging, (langzaam en pijnlijk, dat dan weer wel), dat je dan een overdosis paracetamol moest slikken). En sinds die verspreking ben ik best een beetje huiverig voor de combinatie van ‘switchen’ en medicatie innemen, waarbij paracetamol dus in het bijzonder. 

En dus was het een geruststellende gedachte dat ik, toen ik weer wat minder koortsig was en meer tijd zelf in mijn lijf doorbracht, ik in de keuken op m’n maaltijdplanner een overzichtje vond, met in plaats van de maaltijden van de afgelopen tijd, de tijdstippen en medicijnen die ingenomen waren. Toen ik hiernaar vroeg kreeg ik te horen dat dit samen bedacht was door de twee pubers. Op die manier konden ze allemaal los van elkaar tijd pakken, medicijnen nemen als ze dat nodig vonden, zonder dat er teveel of te snel ingenomen werd. En dat stemt me dan toch wel heel gelukkig: ze kunnen elkaar het leven heel zuur maken, maar soms werken ze ook verdomd goed samen en lijken ze gewoon bijna volwassen en verstandig. 

M’n koorts is inmiddels echt wel verdwenen, maar we zijn nog steeds niet helemaal lekker, maar langzaamaan begint er weer wat leven terug te komen. En dat vinden de heren in mijn hoofd dan ergens ook wel weer een beetje jammer, want zoveel tijd voor zichzelf….. daar hebben ze weinig problemen mee. Zelfs als ze zich niet zo lekker voelen….

bron: eigen creatie




1 december 2025

Time flies…. Oftewel, happy T-day to me!

Vandaag zit ik exact 3 jaar aan de testosteron, dus eigenlijk vier ik een soort van feestje vandaag. Waar ik drie jaar geleden nog een beetje verdrietig was, dat ik niet meteen de injecteerbare testosteron versie kreeg en het moest doen met de mysterieuze ‘gel pompjesvariant’, weet ik nu dat, ook al snap ik niet goed hoe het kan, er blijkbaar ook genoeg werkzame stof zit in ongelijkmatige pomp bewegingen. 
Hoe het werkt, geen idee, maar het werkt prima want er is een hoop veranderd sinds dat eerste pompje. Ik schreef er hier, bij mijn eerste T-day feestje al wat over, maar omdat we nu weer twee jaar verder zijn, ga ik het nog een keer doen.

De eerste verandering die ik merkte, was de rust in mijn hoofd. Gelukkig zijn mijn stemmen er nog steeds, dus helemaal rustig is het niet (en zal het hopelijk ook nooit worden). Maar ik bedoel dat de onrust enorm gekalmeerd is. Ik hoef niet over alles meer te piekeren en te overdenken. Dat doe ik nog steeds wel hoor, het is immers geen wondermiddel en Mick blijft natuurlijk gewoon Mick: overdenken en piekeren is ook een beetje de aard van het beestje, maar het is echt zóveel beter geworden. 

Mijn ex-woonbegeleider noemde het ‘beter kunnen relativeren’, maar ik weet niet zeker of dat het is. Want vaak IS er simpelweg niets om te relativeren. Waar ik eerst 1000 scenario’s kon bedenken en bekritiseren, is er nu simpelweg ‘het script’. Ik hoef vaak niet zelf van alles te verzinnen, het is gewoon zoals het is. En geloof me: dat is lekker!?!

Doordat ik minder hoef te (over)denken, kan ik dingen makkelijker los laten en is er ruimte om te kiezen waar ik mijn energie in wil steken: wil ik deze discussie aangaan, of zal ik het lekker laten gaan? En steeds vaker laat ik dingen gaan. En dat geeft veel rust en ruimte en dat komt mijn geestelijke gezondheid ten goede!

Het andere wat meteen merkbaar was, was de haargroei. Ik wist niet dat overal, maar dan ook echt overal haar kon groeien. En dat doet het dan ook heel enthousiast. De enige plek waar dat haar dan weer niet zo hard groeit, is op/uit mijn hoofd. Mijn baard wordt maar niet echt vol, mijn snor ook niet. Ik ben er ook nog niet over uit of ik dat zou willen, maar om dat te kunnen beslissen, moet ik het denk ik eerst eens gezien hebben. Tot die tijd, loop ik dus rond met een ‘net niet baard’, maar een mens moet ergens beginnen toch? 
En ja, na drie jaar testosteron geloof ik dat die ‘receding hairline’ toch ook wel echt een dingetje is. Of ik daar blij mee ben, dat weet ik niet, maar ook hiervoor geldt: het is wat het is, ik kan het niet veranderen, dus maak ik me er maar gewoon niet druk om.

Libido werd ook een dingetje. Voor iemand die zichzelf als a-seksueel zag en de psychologen van het VU zo ongeveer uitlachte toen ze me erop wezen dat dat wel eens zou kunnen veranderen en het goed zou zijn als ik daar een uitlaatklep voor zou hebben, begrijp ik nu maar wat goed, wat ze destijds probeerden te zeggen. Het feit dat ik ook nog eens anderhalve puber in mijn hoofd heb die óók op seksuele ontdekkingstocht zijn (gegaan) , tja, daar zou ik een heel boekwerk over kunnen schrijven. Maar als ik één ding ook wel geleerd heb in die afgelopen drie jaar, dan is het wel dat seksualiteit (in welke vorm dan  ook) volgens iedereen dan wel geen taboe zou moeten zijn, maar dat het dat stiekem tóch wel gewoon is. Daarover praten (en ook schrijven) vind ik dan ook lastig. Niet omdat ik het niet wil, maar meer omdat ik denk dat de ander het niet wil. 
Maar goed…. Laat ik het zo zeggen: Het Duracell konijn in mij begint zijn plek te vinden, maar de batterijen zijn nog lang niet op….

Mijn stem… ja, die is een stuk lager geworden. Een stuk ‘vaster’ ook, dus ik begin langzaam weer te snappen hoe ik een liedje mee kan zingen op de radio, maar nog steeds krijg ik van te hard of teveel praten (en dus ook zingen) snel keelpijn. 

Het fijne aan deze lage stem en de ‘net niet baard’ is, dat mensen nu echt wel gestopt zijn met mevrouw zeggen en dat vind ik echt heel fijn. Hoewel ik me ook niet echt een man voel (ik voel me gewoon Mick) is het een verademing om niet meer voor vrouw uitgemaakt te worden, want dat was ik ZEKER niet. Het misgenderen is veel minder geworden, maar als het dan toch nog eens gebeurt (het meest  bij vrienden en bekenden) dan raakt dat misschien nóg wel dieper dan voorheen. Juist vooral omdat het het vaakst bij vrienden en bekenden gebeurt. Ik doe mijn best om daar niet te veel van te laten merken, maar die kleine ‘slip ups’ kunnen me echt onderuithalen en weer even terugbrengen waar ik vandaan kwam. (Het trekt alleen sneller bij)

Kortom, ik ben heel blij met al deze veranderingen en er zijn er nog veel meer. Ook daar kan ik een boek over schrijven. Vooral ook hoe al deze veranderingen niet alleen door mij ondergaan werden, maar ook door mijn hoofdbewoners. En het is best fascinerend om te zien en merken, hoe zij hier allemaal op hun eigen manier mee omgaan en op reageren.

Toch is niet alles koek en ei. Mijn bloedwaarden waren de afgelopen drie jaar een puinhoop, en dat zijn ze nog steeds. Ik ben natuurlijk ook gewoon te dik en dat heeft daar ook veel invloed op, maar afvallen lukt me nauwelijks (en geloof me: ik doe mijn best en werk hard). In je bloed zit het stofje ‘hematocriet’, dit bepaalt (oa) de dikte van je bloed. Toen ik begon met de testosteron zat ik al best hoog, maar door het gebruik van de testosteron, steeg dat ook nog eens. Dat kan gevaarlijk zijn/worden, en een manier om dat een beetje in de hand te houden is ‘aderlaten’. Klinkt middeleeuws, maar om het wat moderner aan te pakken ben ik bloeddonor geworden. Zo wordt er met regelmaat een halve liter bloed afgetapt en kan ik die waarde enigszins in toom houden. Maar….
Als je dat dus te vaak doet (en omdat ik van lettertje in mijn paspoort wisselde, mocht ik ineens wat vaker komen), dan krijgt je lijf niet genoeg tijd om die voorraad weer aan te vullen. Lang verhaal iets minder lang: ik kreeg een ijzertekort, maar zonder bloedarmoede. Dat ijzertekort moest behandeld worden met ijzertabletten waardoor het ijzergehalte in mijn bloed omhoog ging. Maar ja, de andere twee waarden die de dikte van je bloed bepalen (hemaglobine en dus de hematocriet) gingen ook omhoog, en dat mocht dus niet! Kortom: een lastig dilemma! Want zowel het ijzertekort als het te dikke bloed, kunnen voor problemen zorgen. 

Ik heb behoorlijk wat behandelingen en onderzoeken ondergaan om te kijken wat er voor zorgt dat mijn ijzergehalte zo laag is (en blijft) maar daar kwam niet zoveel uit. Voorlopig is het nog een beetje een mysterie hoe het kan, maar ook hoe het aangepakt kan worden. Want, story of my life, ik heb weer eens een combinatie die niet vaak voorkomt en waarvan de artsen ook even niet weten wat ze ermee moeten. 
In mijn laatste afspraak met de endocrinoloog (de hormonen dokter) viel dan ook het zinnetje waar ik zó vreselijk bang voor ben : ‘als we het niet onder controle krijgen, dan is stoppen met de testosteron een reeële optie’. En dat betekent dat een aantal dingen terug zullen veranderen, en dat gaat mijn geestelijke gezondheid niet bevorderen.

Maar als ik één ding van deze drie jaar geleerd heb en héél zeker weet, dan is het dat ‘terug naar waar ik vandaan kom’ geen optie meer is. Dat kan en wil ik niet meer.

Fingers crossed dan maar, dat we het onder controle gaan krijgen….want aan het alternatief wil ik niet denken.

bron: gevonden op internet