Posts tonen met het label emoties suck!. Alle posts tonen
Posts tonen met het label emoties suck!. Alle posts tonen

4 september 2026

Lezen met een hoofd vol stemmen.... oftewel: een verhaal over de helende en verbindende kracht van boeken lezen

Een tijdje geleden viel er een envelop van de gemeente in de bus. Vol goede moed maakten we deze open en er zat een brief in met de mededeling dat we, aangezien we qua inkomen bij de minima horen, gebruik mochten maken van een gratis bibliotheek abonnement. 

Nu ben ik zelf een fan van audio boeken, omdat ik dan een aantal dingen kan combineren. Zo ben ik dol op borduren terwijl ik lees, puzzelen terwijl ik lees, en zelfs het huishouden wordt draaglijker terwijl ik lees. Heel soms lukt het me ook om (heel langzaam, want weinig concentratie) een e-book te lezen, maar een 'echt' ouderwets papieren boek, dat lukt me maar heel zelden. 

Maar goed, iets met een gegeven paard en een bek en daar niet in mogen kijken of zo. En dus ging ik op weg naar de bibliotheek om zo'n abonnement af te sluiten. 

Ik kwam tot de conclusie dat ik echt al een eeuwigheid niet meer in de bibliotheek geweest was, een plek waar ik vroeger heel graag kwam. Ik denk dat het zeker al 20 jaar geleden is, dat ik er (anders dan voor koffie of de wc) binnen ben gestapt. In die tijd is er dus veel veranderd. Er zijn vooral een hoop minder (papieren) boeken (voor mijn gevoel).

Ik kreeg een pasje, ik kreeg uitleg en ik ging op pad om wat boeken uit te zoeken. Al snel kwam ik er achter dat er dan misschien wel minder boeken waren, maar dat het er nog steeds meer dan genoeg waren om compleet overprikkeld te raken. Maar uiteindelijk kwam ik thuis met 4 papieren boeken (gekozen door Jongste Puber) en ik had ook nog 2 e-books geleend (uitgekozen door Oudste Puber).

De beide heren in mijn hoofd houden niet van lezen, tenminste dat dacht ik....
Eenmaal thuis, wist ik niet goed wat me overkwam: er brak een soort strijd los wie van hen er als eerste mocht gaan lezen. Zoals meestal 'won' Jongste Puber deze strijd, gewoon omdat hij vaak 'het sterkst is' en beter is in mij overnemen en alle anderen in mijn hoofd naar de achtergrond dringen. En dus begon hij (met mij op de achtergrond, maar wel een soort van aanwezig) aan zijn eerste zelf uitgekozen boek. Hij las maar liefst 197 pagina's achter elkaar en toen moest hij stoppen omdat er niet genoeg licht meer was en we toch ook nog iets moesten eten die dag. 
De dag erna, las hij het boek uit. Hij was helemaal enthousiast! Het liefst wilde hij meteen door met zijn volgende boek, maar het lukte om daar een 'stokje voor te steken', zodat Oudste Puber ook weer eens de kans kreeg om iets te doen. In dit geval dus zijn boek lezen. 

Oudste Puber had een wat moeilijker boek, dus dat ging minder snel dan dat van Jongste Puber en dus ontstond er al gauw weer een soort van strijd: schiet nou op, ik ben, heb je het nou nog niet uit? enz.
Oudste Puber wordt daar (heel terecht) opstandig van en gaat dan extra langzaam doen, maar uiteindelijk 'wint' Jongste Puber het dan toch, want dan neemt hij de boel gewoon weer over en doet waar hij zin in heeft: zijn boek gaan lezen. En zo waren Jongste en Oudste Puber beiden in een ander boek bezig.

Maar of dat nog niet genoeg was, was ik zelf ook nog in een audio boek bezig en voor de momenten dat ik niet kan luisteren heb ik ook nog een (ander) e-book waar ik mee bezig ben én er ligt ook nog (weer een ander) papieren boek naast mijn bed, waar ik ook af en toe in lees. 
Kortom: mijn brein moest vijf verschillende verhalen uit elkaar zien te houden, naast alles wat er normaal gesproken in het dagelijks leven al op mijn brein afkomt. Het gevolg: ik was hartstikke overprikkeld en knal kapot! Dit was géén goed idee!

En dus bedachten de volwassen stemmen en ik tijdens het (stemmen) spreekuur een nieuw, aangepaste strategie voor het lezen. Bij het volgende bezoek aan de bibliotheek, mochten allebei de heren één boek kiezen, ik mocht er zoveel ik wou (niet eerlijk!!! jammer dan) en er zou één boek tegelijk gelezen worden. Dus als ik in een boek bezig was, dan moesten zij maar wachten, was Oudste Puber bezig, dan kreeg hij alle tijd en hetzelfde voor Jongste Puber. Zou Jongste Puber zich daar niet aan houden, dan zou daar de bekende Jongste Puber sanctie op volgen: zakgeld inleveren of minder/geen gametijd. De volgorde wie mocht beginnen met lezen zou bepaald worden door een dobbelsteen. Ik was benieuwd, maar ja, je moet toch iets proberen!

Vol goede moed vertrok ik dan ook naar de bieb om de boeken (gelezen en wel) in te leveren en waagde me aan de klus om nieuwe boeken te zoeken. Na een uurtje op de ipad boektitels verzamelen, verscheen er een heus lijstje met boeken die we/ze zouden willen lezen. Ik nam er twee voor mezelf mee (en een kookboek, maar dat telt niet) En de beide heren kozen ieder voor een boek dat ze eigenlijk allebei wel graag wilden lezen. Ik was benieuwd....

Eenmaal thuis begon het gekibbel opnieuw: wie leest welk boek. En op het moment dat ik de dobbelsteen tevoorschijn wilde halen, besloten ze dat ze samen zouden gaan lezen. Ze begonnen vol goede moed met het boek 'Harde Handen', van Carry Slee. En dat boek is blijkbaar een schot in de roos, want ze lezen echt samen en zijn momenteel heel lief voor elkaar. Vraag me niet precies hoe het werkt, want ik kan het niet uitleggen, net zo goed als ik ook niet kan uitleggen hoe ik ademhaal, maar blijkbaar kan het en functioneert het prima. 

Ze hebben gisteren de hele namiddag samen zitten lezen en ik heb ze echt uit het boek moeten rukken om eten te kunnen maken en dat ook (zonder boek) op te kunnen eten, om na het eten meteen weer terug te duiken in hun boek. 

Dit boek gaat over een meisje dat thuis mishandeld wordt. Dat het boek hen dus aanspreekt snap ik dan ook wel, ze vinden er veel herkenning in. Zij zijn immers 'ontstaan' in dezelfde omstandigheden en hebben veel van de dingen die mij werden aangedaan (voor mij) opgevangen. 
Het boek raakt hen en ze lezen niet alleen samen, ze troosten elkaar en voeren ook gesprekken erover. Over hoe het met het meisje gaat, maar ook herinneringen over hoe het vroeger bij mij thuis was en hoe het voor mij en voor hen was. 

Blijkbaar hebben ze niet de noodzaak om deze gesprekken van mij af te schermen, dus ik ben zelf ook aanwezig als ze met elkaar praten en ik hoor dus waar het over gaat en dat vind ik best moeilijk, maar ook best leerzaam. 

Hoewel zij vroeger allebei aanwezig waren, hebben ze toch allebei andere situaties voor mij opgevangen en hebben ze soms verschillende herinneringen over dezelfde situaties. Soms herinnert de een zich iets wel en de ander helemaal niet. En ik hoor ook een hele hoop dingen die ik, als Mick, me helemaal niet kan herinneren, terwijl ik 99,9% zeker ben dat ze echt wel (zo) gebeurd zijn. 

De conclusie is denk ik, dat er nog veel meer gebeurd is vroeger dan (M)i(c)k me kan herinneren en dat het misschien maar goed ook is dat ik me dat niet allemaal kan herinneren. 

Ze hebben dit boek bijna uit en heel eerlijk, ik hoop dat alle andere boeken ook op deze manier gelezen gaan worden. De inhoud (en bijbehorende herinneringen) geven dan misschien wel een hoop onrust in mijn hoofd, maar ze zo samen serieus bezig 'zien' en dat ze zo lief voor elkaar zijn, daar kan ik wel aan wennen. 


gemaakt met ChatGPT


23 augustus 2026

What's in a name? .... oftewel een verhaaltje over dead names en vergissen.

Een tijdje geleden ging ik samen met mijn Sportmaatje naar de gym. Dat doen we wel vaker, dus dat is op zich niks nieuws. Wat wel nieuw was, was dat ík voor de verandering eens een bekende tegenkwam. Terwijl ik stond te bedenken waar ik mee wilde gaan beginnen, stond er een dame me heel intens aan te kijken, terwijl ze vriendelijk naar me lachte. Ik wist dat ik haar kende, maar kon alleen even niet bedenken wáár ik haar precies van kende (of wie het was).

Op dat moment kwam ze naar me toe gelopen en vroeg me, in het bijzijn van Sportmaatje: "was jij niet Sandra*?" Op dat moment herinnerde ik me precies wie deze dame was en ja ze had gelijk... Ik was ooit Sandra.

Eén van mijn 'grootste angsten' werd op dit moment even werkelijkheid: mijn vorige en huidige leven kruisten elkaars pad. En dat vond ik enorm vervelend.
Mocht je het gemist hebben, of nieuw zijn hier: ik ben niet altijd Mick geweest. Ik ben 'als Sandra geboren', ben transgender en ben in transitie. Daar ben ik nogal laat in mijn leven mee begonnen, dus er is een vrij groot tijdperk Sandra en een vrij klein tijdperk Mick. En deze dame stamde dus uit het Sandra tijdperk. 

Deze dame was tijdens mijn studie een goede vriendin van me, maar zoals dat wel vaker gaat na verloop van tijd: we zijn elkaar uit het oog verloren en hadden geen contact meer. Op zich vond ik het best leuk om haar weer te zien en hebben we even bij gekletst, maar tegelijkertijd heeft deze situatie heel veel in mij losgemaakt waar ik stiekem best wel last van heb, omdat ik niet weet hoe ik er mee om moet gaan.

Veel trans personen die hun naam wijzigen, verwijzen naar hun oude naam als hun 'dead name'. Die persoon bestaat voor hen niet meer en die naam hoeft dus niet meer genoemd te worden als het over hen gaat. Velen van hen worden ook heel verdrietig als die naam wel gebruikt wordt. En dat hoef je verder niet te snappen, maar als je gender dysforie hebt, dan gaat de vlieger 'het is maar een naam' niet echt op. Het gebruik van die oude naam, doet dan intens veel pijn en zorgt voor veel verdriet en andere nare gevoelens. 
Ikzelf heb geen hekel aan mijn oude naam. Ik heb er ruim 40 jaar naar geluisterd (of niet) en het is deel van wie ik was en dus ben. Maar ik stel het wel heel erg op prijs als mensen me gewoon bij de naam noemen die ik momenteel gebruik en die officieel op mijn paspoort staat. Vergist iemand zich (per ongeluk of expres, want ja, je hebt ook gewoon jerks die dat expres blijven doen), dan doet dat toch pijn, niet zozeer vanwege de naam, maar om andere redenen.

Deze situatie in de gym was ongemakkelijk. 
Nu ben ik vrij open over eigenlijk alles en Sportbuddy weet van mijn trans zijn. Maar stel dat hij dat niet geweten had? Dan had deze dame me onbewust en onbedoeld ge-out en in een heel gevaarlijke situatie kunnen brengen. Niet iedereen vindt het namelijk even tof om erachter te komen dat iemand niet is wie of wat hij zegt te zijn. En als mensen zich belazerd voelen, dan kan dat wel eens heel naar (met geweld) uit pakken. 

Als je me nu zou vragen hoe ze het dan anders had kunnen aanpakken, dan denk ik dat mijn antwoord zou zijn dat ze de vraag anders had kunnen formuleren. We kenden elkaar van een studie, dus dan zou de vraag 'goh, ken ik jou toevallig van die en die studie in die en die stad? In mijn ogen beter zijn geweest'. Dat is neutraler en dan geef je me de ruimte om wel of niet te delen wat ik kwijt wil of kan op dat moment. Maar ja, dat gebeurde niet en deze situatie houdt mijn brein nog steeds bezig.

_________________________________________________________

Ik ben zelf heel blij met de naam die ik voor mezelf heb uitgekozen. Ik houd het hier voor het gemak even op de naam Mick. Ik vind de naam bij me passen, het voelt als een soort van lekker zittende jas. Ik voel me er comfortabel bij en ik ben er inmiddels aan gewend. Waar ik in het begin nog wel eens vergat te reageren als iemand Mick riep, heb ik dat nu niet meer. Ik heb me de naam als het ware eigen gemaakt en dat voelt goed. Ik heb mezelf ook nooit meer echt vergist. Alleen als ik over een situatie van vroeger vertelde, dan wist ik niet zo goed of ik (bij mensen die het wisten) Sandra moest zeggen of Mick. Het is namelijk niet zo dat Sandra niet meer bestaat, Sandra is nu gewoon onderdeel van Mick en zal dat ook altijd blijven. Dus ook in die situaties praat ik nu over Mick ipv Sandra.

Maar na deze gym situatie, gebeurde er ineens iets vreemds. Zo stuurde ik iemand een berichtje en zag ik nog net op tijd, voor ik het verzonden had, dat ik met Sandra had ondertekend. En weer even later moest ik me aan iemand voorstellen en flapte ik er Sandra uit en wist daar nog net op tijd Mick van te maken. En hier raakte ik heel erg van in de war!

Ik ging aan mezelf twijfelen: had ik dan toch de verkeerde beslissing gemaakt? Stond ik tóch niet achter mijn veranderingen? Twijfelde ik aan mijn beslissing? Had ik er spijt van? Waarom zou ik me anders ineens vergissen? Ik kwam er niet goed uit en daar werd ik echt heel somber van!

Ik weet diep van binnen dat ik nergens spijt van heb en dat ik ábsoluut de juiste beslissing heb genomen! Maar toch vreten dit soort 'foutjes' aan me. Waarom maak ik die nu ineens en voorheen niet? Het laat me niet los en ik kan er niet echt met iemand over praten die begrijpt waarom het me zo bezig houdt en waarom het zo belangrijk voor me is. 'Het is maar een naam', ja, dat klopt, maar blijkbaar toch niet, het is veel meer dan dat!

Zoals het met alles in mijn leven gaat, kan ik niet stoppen met hier over na te denken. 

Ik heb geen spijt, maar waarom gebeurt het dan toch? En hoe meer ik hier over na denk, hoe vaker mensen om me heen (die me goed kennen) zich ineens vergissen (in naam, in voornaamwoorden, in mevrouw/meneer). Hoe dan?

Ik heb eigenlijk juist het gevoel dat ik lekker in mijn vel zit en heel comfortabel ben met wie en wat ik nu ben. Ik ben gewoon ik en dat is helemaal oké. Ik voel juist niet meer zo de noodzaak om overal uit te leggen hoe het zit. Ik ben Mick, ik ben ik en meer hoef je niet te weten. En ik vraag me nu serieus af, of het zo zou kunnen zijn dat ik zó comfortabel met mezelf geworden ben, dat Sandra of Mick niet meer uitmaakt? Tenslotte ben ik ze allebei. Sandra is niet verdwenen. Mick is geen compleet nieuwe persoon, we zijn dezelfde persoon. Alleen is Mick de veel vrolijkere, zelfverzekerdere versie van Sandra. Een soort van Sandra 2.0 met de naam Mick?

Zou dat het zijn? Ik weet het niet en ik pieker me suf, want toen gisteren iemand die me erg goed kent en me heel dierbaar is zich vergiste en per ongeluk toch 'hallo Sandra' schreef, voelde elke vezel in mijn lijf zich ouderwets verdrietig. En ik weet dat deze persoon het niet expres deed, maar dat weten verandert helaas niks aan mijn gevoel.

Zou er ooit een dag komen waarop ik hier niet meer tegenaan ga lopen?
Ik weet het niet, maar ik hoop het wel.

afbeelding gemaakt met ChatGPT


*omdat ik zoveel mogelijk anoniem probeer te blijven hier, is Sandra (net als Mick overigens) niet mijn echte naam.

29 juli 2026

In de naam van God/Allah…. Oftewel ik begrijp er niks van….

Op zaterdagavond 25 Juli 2026 vond er in Berlijn, de jaarlijkse Pride Parade plaats, net zoals dat ieder jaar ook hier in Amsterdam plaatsvindt. 

Ik denk niet dat ik iemand hoef uit te leggen wat een Pride Parade is, want zo ongeveer iedereen heeft er wel een beeld van en een mening over. Ik vond hier (ok, een ietwat ongewone site voor deze info, dat geef ik toe) een beschrijving die ik wel kon waarderen en die volgens mij ook wel duidelijk is, voor het geval dat er toch nog iemand onder een steen geleefd heeft en uitleg nodig heeft:

De Pride Parade is een doorlopende manifestatie die zichzelf niet uitsluitend beschouwt als een evenement, maar als een krachtig statement voor inclusie en gelijke behandeling. In de basis is het een grote optocht door straten, vergezeld door muziek, dans en creatieve uitingen. Maar achter de vlaggen en kostuums schuilt een bredere boodschap: iedereen verdient veiligheid, waardigheid en de vrijheid om jezelf te zijn. Hoewel de term Pride parade vaak wordt gebruikt, zien veel steden de parade als een onderdeel van een groter Pride-festival en een teken van solidariteit binnen de LGBTQ+-gemeenschap.

Het is dus veel meer dan feestende, extravagant uitgedoste, uitgelaten, losgelagen, LGBTQIA+ mensen (op boten en) in de straten, het is ook een protest om te strijden voor gelijke rechten, behandeling en om te mogen zijn wie je bent, lief te hebben wie je liefhebt en om stil te staan bij wie er allemaal gestreden hebben om dit tot nu toe al voor elkaar te krijgen.

Er is van alle kanten veel kritiek op dit soort evenementen. Eigenlijk op alles wat met LGBTQIA+ te maken heeft. 'Waarom moeten ze het ons zo opdringen?', 'Iedereen mag van mij zijn wie ze zijn, maar.....',  'Waarom is zo'n dag, week of event überhaupt nodig? Daarmee maak je jezelf juist een uitzondering terwijl je zo graag gelijk wil zijn' enz. Ik kan er zo nog een aantal opnoemen, maar ik kan er de energie even niet voor opbrengen.

Goed... terug naar Berlijn. Daar was dus zo'n Pride Parade en een 21 jarige jongeman, genaamd Abdul Ballout besloot om met een bestelbus op een groep feestende mensen in te rijden en later (of daarvoor, dat wordt me niet helemaal duidelijk ook nog wat mensen te steken). Hij richtte in ieder geval een ravage aan. Er viel zeker één dode en minstens 29 gewonden.

De politie sprak van een islamistische terreurdaad. Ik dacht dat het een typefout was en dat men islamitisch bedoelde, maar er is klaarblijkelijk een enorm verschil tussen deze twee, dat werd hier goed uitgelegd: 

"Islamitisch is een term die duidt op alles wat te maken heeft met de beleving van de islam. Daarnaast is er islamistisch, wat verwijst naar een heel conservatieve en fundamentalistische visie op de islam, waarin de islam alle aspecten van het leven en de samenleving omvat." 

Abdul was (want hij is zondagavond door de politie doodgeschoten) een jonge Moslim. Hij was bekend bij het gerecht, omdat hij zich al eerder geprobeerd had aan te sluiten bij de Islamitische Staat (IS) en kwam net uit een jeugdinrichting.  

Ik was in shock toen ik erover hoorde en behoorlijk in de war en dat ben ik eigenlijk nog steeds. Ik snap sowieso niet zo goed hoe mensen zoveel haat kunnen voelen voor iets waar ze feitelijk geen last van hebben, maar goed.

Ik vind dit heel ingewikkeld. Als het een islamistische terreurdaad wordt genoemd, dan betekent dat dus dat de aanslag heeft plaatsgevonden vanuit religieus oogpunt. Dus dat deze actie waarschijnlijk in de ogen van deze Abdul een goed plan was in de ogen van zijn God, die we Allah noemen. En daar krijgt mijn brein dus absolute error van. 

Ik ben geen theoloog, ik heb me niet verdiept in de islam of in de Koran, maar ik ben eens op internet gaan zoeken wat de islam of hun heilige boek, de Koran, nu eigenlijk over homoseksualiteit zegt/vindt. En voor de eenvoud heb ik de andere letters van de regenboog maar even niet meegenomen, daarvoor zal ongetwijfeld hetzelfde gelden. Ik heb mijn informatie dus via Google, en ik weet dat daar fouten in staan. Maar dit is nu eenmaal waar mijn brein het even mee moet doen.

Wat ik vond, is dat de traditionele islam homoseksuele handelingen beschouwt als niet toegestaan, maar dat de meningen en praktijken verschillen per stroming en per cultuur.

Als je dan gaat kijken naar hoe de Koran kijkt naar homoseksualiteit dan keuren de heilige teksten homoseksuele handelingen af en wordt de daad volgens de religieuze (traditionele) wet, de Sharia, gezien als een zonde of een overtreding. De Koran zelf schrijft geen strafmaat voor, maar (ingewikkeld verhaal) volgens de Sharia zouden de straffen variëren van geseling en gevangenisstraf, tot de doodstraf.
Kanttekening: het gaat hier om homoseksuele handelingen, dus niet over het gevoel op zich.

Niet mals dus en eigenlijk best wel heftig.

Vervolgens ben ik eens gaan zoeken naar wat de Koran en de Sharia te zeggen hebben over het opzettelijk doden (wat een aanslag is) van een medemens. Daarover kunnen we kort zijn: het wordt gezien als een van de allergrootste zonden die men kan begaan en de dader wacht de hel en de toorn van Allah. Kortom, samengevat: als je iemand dood maakt vindt Allah dat niet goed en is hij voor altijd boos op je.

En hier raakt mijn hoofd dus volledig in de war. Hoe kun je denken dat je je God blij maakt door op een groepje feestende homo's (enz) in te rijden, waarvan jij denkt dat God vindt dat ze zondig zijn, maar daar zelf een doodzonde voor begaan? Wat is de logica? Ik snap het niet? Echt niet!

En voordat iedereen/veel mensen weer gaan vallen over het feit dat 'alleen moslims dit soort dingen doen', dat is natuurlijk bullshit, want ook in het christendom, in ons eigen kikkerlandje en boerenstamppot geloof, is men vaak fel tegen LGBTQIA+ en alles wat daarmee te maken heeft. Dus dit is echt niet islam eigen. 
In elk geloof/religie zijn er tolerante mensen en intolerante mensen, extreme mensen en minder extreme mensen. Dus mocht je het gevoel hebben dat ik hier de islam probeer zwart te maken, dan begrijp je me verkeerd. 

Ik probeer alleen maar in mijn hoofd te verklaren hoe iemand kan denken dat als je 'zondaars' straft met een zonde (los van welke religie dan ook), dat je denkt dat je dan maar een haar beter bent dan de zondaars die je 'gestraft' hebt en kan denken dat God/Allah of welke God dan ook trots op je gaat zijn? Hoe dan? 

Ik merk dat ik erg in de war ben van dit alles en dat het me niet los laat. Dat ik me er druk om maak, er verdrietig van word. En als ik dat probeer te delen met mensen om me heen, dan krijg ik te horen dat ik me niet zo druk moet maken, 'ik was immers niet in Berlijn' en 'dit heeft niks met mij te maken'. 

Maar sorry, nee ik was niet in Berlijn, en dit heeft in theorie niet met mij persoonlijk te maken, maar ik val ook onder die LGBTQIA+ groep, dus het heeft wel degelijk met mij te maken!

Dat is zo'n opmerking als 'al die transgenders zijn ziek in hun hoofd, nee maar jij niet, jij bent ok'. Het feit dat je mij persoonlijk kent en me dus niet over één kam scheert met 'al die' transgenders die gek zouden zijn, maakt jou hypocriet! Als je mij normaal vindt, puur omdat je denkt dat je me kent, maar die anderen niet, omdat je hen niet kent, dat is raar! Ik ben niet anders dan die anderen, we blijven dezelfde groep.

Nou ja, ik merk dat ik niet zo goed duidelijk kan maken wat ik bedoel, maar mocht iemand zich nog steeds afvragen waarom zo'n Pride Parade/ Pride Event nodig is in onze oh zo tolerante maatschappij, dan denk ik dat deze aanslag (en al het andere geweld tegen LGBTQIA+ mensen) een goed beeld geeft van het waarom...


foto: gevonden en opgeslagen via Facebook
 (bron voor mij verder onbekend)




11 mei 2026

Moederdag…. Oftewel: een verhaaltje over gemis….

Gisteren was het weer zover: Moederdag. Een dag die voor mij en vele anderen best ingewikkeld is. En het maakt blijkbaar niet uit hoe oud ik ben, ik kan er maar moeilijk aan wennen en lijk er elk jaar zelfs iets meer 'last' van te hebben.

Eigenlijk voel ik me niet helemaal 'gerechtigd' om dit stukje te schrijven. Veel (en steeds meer, want hé ik word nu eenmaal ouder) mensen om me heen, moeten hun moeder missen. Hun moeder is er niet meer, weggenomen door de dood en daar zijn ze erg verdrietig over. Bij sommigen gebeurde dat al heel jong, bij anderen wat recenter. Maar dat is niet de reden waarom Moederdag voor mij persoonlijk ingewikkeld is. 

Ik heb een 'moeder' en ze leeft ook nog steeds. Dus daar zou ik eigenlijk heel erg dankbaar voor moeten zijn. Sowieso krijg ik (nog steeds) best vaak de opmerking naar mijn hoofd geslingerd dat je respect moet hebben voor je ouders, het oh zo befaamde 'eert uw vader en uw moeder'. Maar feit is dat ik het niet kan. Ik kan geen/erg weinig respect opbrengen voor mijn moeder en eren doe ik haar zeer zeker niet. Maakt me dat ondankbaar? Misschien, maar wellicht zijn de mensen die dit soort uitspraken doen zonder iemands verhaal of achtergrond te kennen wel erg kortzichtig?

Ooit kreeg ik weer eens een nieuwe Woonbegeleider, die me tijdens zijn allereerste bezoek (en tevens allereerste en allerlaatste ontmoeting) vertelde, dat ik respect moest hebben voor mijn ouders en dankbaar moest zijn dat zij me op de wereld gezet hadden. Die opmerking viel bij mij 'niet helemaal lekker' (understatement of the year) en vrij snel daarna kwam een vervanger een poging doen om dit 'lastige mens' te begeleiden.

Respect is in mijn ogen iets wat je in eerste instantie krijgt, maar om het te houden, moet je ook een beetje je best doen. Respect is in mijn ogen ook wederzijds, geef je het, dan krijg je het en andersom. Maar geef je het niet? Of doe je iets dat het (gevoel van) respect beschadigt, dan zul je het terug moeten verdienen. En in sommige gevallen, gebeurt dat zó vaak of zó heftig, dat het niet meer terug te verdienen valt. 

Voor mij valt mijn moeder onder de laatste categorie. En ja, ik zie dat ze momenteel haar best doet, maar er is te veel gebeurd, het is te laat en mijn hoofd kan dat niet zomaar vergeven en vergeten. Dus, tja, sorry moeder, van mij geen 'best mum of the year' kaart, ik sla deze dag over.

En dat overslaan, of er niet aan denken is nog best een klus. Het is net als al die gezellige gezinnetjes in de tv reclames rond Kerst: er is geen ontkomen aan! Overal zijn reclames voor Moederdag. Mijn mailbox loopt over van de Moederdag nieuwsbrieven. En hoe vaak ik me er ook voor afmeld, ze blijven maar binnenkomen! En dit jaar had ik daar oprecht last van!

Ooit liep ik stage in een kindertehuis, waar kinderen (tijdelijk, maar meestal veel te lang) woonden, omdat ze door allerlei omstandigheden niet meer thuis konden wonen. Deze kinderen werden 'moeilijk opvoedbaar' genoemd. Maar na een tijdje daar rondgelopen te hebben en naar de kinderen geluisterd te hebben en hun verhaal (nou ja, hun dossier) gelezen te hebben, vond ik eigenlijk dat in de meeste gevallen, het niet de kinderen waren die daar zouden moeten zitten. Maar ja, het is natuurlijk makkelijker om te zeggen dat je kind moeilijk opvoedbaar is, dan dat jijzelf een moeilijke opvoeder bent...

In dat tehuis liep er een jongen rond die, zodra het over zijn ouders, en specifiek zijn moeder ging, altijd riep: 'mijn moeder is een loeder!'. Hij was destijds 12 jaar oud en al zóveel meegemaakt. Inmiddels zal hij rond de 40 zijn, maar nog steeds moet ik regelmatig aan hem en zijn uitspraak denken. Hij was toen 12, maar zijn visie was glashelder (en niet onterecht).

Ik ben inmiddels oud en verstandig genoeg om (in theorie) te weten, dat ouders doen wat ze kunnen en dat als ze dingen zelf niet geleerd of meegekregen hebben, ze het ook niet door kunnen geven. Maar is het terecht dat een kind daar de dupe van wordt?
Is het terecht dat een kind maar dankbaar moet zijn dát het op de wereld is gezet en automatisch respect heeft voor degenen die daar verantwoordelijk voor zijn?

Ik vind dat ingewikkeld. Want als je een kind op de wereld zet (wat meestal een eigen keuze is) en je wilt of kunt er vervolgens niet voor zorgen en doet dat ook niet, of op een manier die (zowel lichamelijk als psychisch) schadelijk is voor het kind (dat daar vervolgens jarenlang weer op afgerekend wordt), waar moet het kind dan precies dankbaar voor zijn of respect voor hebben? 

Ik weet het oprecht niet en op een dag als Moederdag, verwart me dat nog net iets meer dan normaal. 
Dus sorry, voor mij(n moeder) geen Moederdag, al leeft ze nog steeds. Ik stel voor, in de naam van dat destijds 12 jarige jongetje uit het kindertehuis en al die andere (jonge en oude) kindertjes zoals hij, om het fenomeen Loederdag in te voeren. Een dag waarop je gewoon ongegeneerd boos en verdrietig mag zijn op degene die jou dingen had moeten geven en leren, die voor jou had moeten zorgen en je had moeten beschermen en dat nooit gedaan heeft. 

Loederdag, een dag waarop je geen dankbaarheid en respect hoeft te hebben, maar gewoon mag voelen hoe het voor jou was (en vaak nog steeds is)! 

Ik ben voor!


foto: gemaakt met ChatGPT



13 februari 2026

'Het is maar een auto'..... oftewel: niks is wat het lijkt....

Er zijn zo van die dingen in het leven, waar ik niet zo goed mee om kan gaan. Verandering is er daar één van. Het is echt niet zo dat ik het liefst zou willen dat er nooit wat verandert, maar eerlijk is eerlijk, sommige dingen zouden het liefst gewoon voor altijd moeten zijn en blijven. 

Maar helaas, pindakaas, dit is het echte leven en dus ontkom ik er niet aan en word ik af en toe flink geconfronteerd met dat wat ik zo moeilijk vind.

Als je me echt zou kennen, dan zou je weten dat ik het al ingewikkeld vind om elke dag te bedenken wat ik wil eten. En als ik in de supermarkt sta en de huidige prijzen van bepaalde (eigenlijk bijna alle) producten zie, dan laat ik heel veel dingen liggen, omdat ik het gewoonweg te duur vind.

Misschien kun je je dan voorstellen dat, nog los van al het uitzoekwerk en geregel, het aanschaffen van een nieuwe(re) auto en het daarbij behorende kostenplaatje nou niet bepaald iets is waar mijn hoofd goed op gaat....

En ja ik besef dat dit een enorm luxe probleem is en dat het hebben van een auto überhaupt al een voorrecht is en dat ik me enorm gelukkig mag prijzen dat ik dat kan en mag ervaren. Maar los daarvan vind ik een auto uitzoeken een enorme opgave. Een beetje een obstakel van Himalaya formaat.

Toch heb ik me er de afgelopen weken, met een klein duwtje in de rug en wat hulp van anderen, aan gewaagd. En als ik er aan begin, dan ben ik ook niet te stoppen. Zo begon ik op dinsdagnacht (want hé ik kon toch niet slapen) mijn zoektocht op internet, maakte ik op donderdagmiddag een proefrit en was de koop op donderdagavond een feit. Ik kan het dus wel....

En hoe blij ik er ook mee ben en hoe mooi ik mijn nieuwe autootje ook vind, ik voelde me de afgelopen week enorm kut! Waarom dan?

Nou, dat ga ik vertellen.... (maar dat had je vast al verwacht...)

In 2010 had ik eindelijk genoeg geld gespaard om voor het eerst in mijn leven (en waarschijnlijk ook voor het laatst) een gloednieuwe auto aan te schaffen. Mijn oog en hart waren gevallen op een knalgeel klein racemonstertje. En met wat hulp van een lieve vriend die heel goed kon onderhandelen werd ik al snel de eigenaar van mijn eigen kleine gele racemonstertje.

Het aanschaffen van een nieuwe auto, voelt voor mij als verraad aan mijn gele racemonster. Ik voelde me serieus schuldig! Hij heeft me overal gebracht waar ik heen wilde (en durfde), hij heeft me nog nooit écht in de steek gelaten (behalve dan toen ik de deuren niet meer open kreeg omdat ze vastgevroren waren), hij heeft nog nooit grote mankementen vertoond. Alleen wat kleine oppervlakkige dingetjes. Kortom, mijn monstertje zorgde goed voor mij, terwijl ik echt niet altijd goed voor mijn monstertje was. En nu, nu besloot ik om mijn monstertje zomaar weg te doen! Hoe ondankbaar ben je dan? Kortom, ik was echt heel erg aan hem gehecht en voelde me oprecht verdrietig en schuldig bij de gedachte dat ik hem in ging ruilen. En de mensen om me heen moesten daar een beetje om lachen, het is tenslotte 'maar een auto'. (au!!!!)

En ja, ik snap zelf ook wel dat dat best een beetje overdreven en raar is, maar ja, ik ben nou eenmaal iemand met een favoriete mok, een favoriete borduurnaald en ook een favoriete pen. En als een van die favoriete objecten kwijt is, of stuk gaat, dan ben ik oprecht in tranen! Waarom geen idee? Dit is vast niet wat de DSM onder hechtingsproblematiek verstaat, maar ik vind mijn gehechtheid aan voorwerpen soms best problematisch!

Toch kan ik het niet helpen om te denken dat er meer onder mijn schuldgevoel naar mijn monstertje toe zit. En zoals het een goede Mick betaamt, heb ik daar natuurlijk heel veel over nagedacht tijdens de nachten dat ik toch niet kon slapen van de spanning.

Vanaf het moment dat ik kon autorijden wilde ik heel graag een klein en kleurrijk autootje. Mijn eerste autoliefde was de (eerste) Renault Twingo, gewoon omdat hij 'van die schattige oogjes had' (tja, dit zei ik inderdaad hardop, ik bedoel maar...een echte vent!). Omdat ik toen nog niet zo goed wist welke kleur ik precies wilde hebben en ook gewoon niet kon kiezen, droomde ik over een versie die van smurfenblauw overging in felgroen om dan aan de voorkant uit te komen bij kanariegeel. Zie je het voor je? Nou ja, ik dus wel. Maar dat die versie er nooit gekomen is, is een feit.

Mijn vader lachte me altijd uit om zowel mijn auto, als mijn kleur keuze. Hij drukte me op het hart om toch vooral geen 'rare' kleur te kopen, want als je hem zou willen verkopen, dan raakte je hem aan de straatstenen niet kwijt'. Nu was dat uiteraard ook niet mijn bedoeling, ik zou met mijn auto hetzelfde doen als wat ik met al mijn spullen doe: opmaken tot het helemaal stuk is en echt niks meer kan.

Die woorden van mijn vader hadden al die jaren mijn aankopen bepaald: aanschaffen wat zijn goedkeuring weg kon dragen: het lieve, brave kind zijn, ergens in de hoop dat papa mij dan wél lief zou vinden.  Maar echt geholpen heeft dat niet.

In 2010 kon mijn vader me niks meer maken, ik betaalde die nieuwe auto van MIJN geld, hij kwam op MIJN naam en doordat ik hem zelf financierde, hoefde ik ook geen verantwoording af te leggen. En dus koos ik voor de kleur die mijn vader misschien nog wel het meeste haatte (en wat mijn lievelingskleur is): kanarie geel!

Die auto, mijn lieve gele racemonstertje was veel meer dan 'gewoon een auto', het was mijn eerste (min of meer) openlijke daad van verzet ten opzichte van mijn vader. De eerste keer dat ik écht voor mezelf koos, zonder rekening met hem te houden, zonder me schuldig te voelen en op zijn goedkeuring te zitten wachten. Die keuze, dit specifieke autootje, was voor mij de eerste stap naar vrijheid, in heel veel opzichten. 

Vandaag reed ik als een volleerd sentimenteel zacht gekookt ei met een steen in mijn maag naar de dealer. De laatste rit in mijn gele racemonster. Ik heb hem onderweg braaf hardop bedankt voor alle veilige kilometers en dat ik hoopte dat hij iemand zou treffen die meer met hem zou rijden en beter voor hem zou zorgen dan ik, want dat verdient hij..... En als het bedrijf niet aan een drukke weg had gelegen, had ik hem vast ook nog een kusje op zijn vuile gele snoet gegeven, Maar hé ik ben een volwassen vent tegenwoordig, dus dat heb ik dan maar niet gedaan.

En met een laatste blik over mijn schouder, liet ik hem achter. Ik stapte in mijn nieuwe racemonster, waar ik vast ook heel veel van ga houden.... 

Maar vandaag nog even niet...


afbeelding gemaakt met ChatGPT



14 mei 2025

Over Heksen, Detectives en het hebben van filters..... of juist het gebrek daaraan...

De afgelopen weken (en nog steeds eigenlijk) waren nogal intensief in mijn hoofd. Dat heeft voor behoorlijk wat 'narigheid' gezorgd, maar gelukkig zitten er soms ook wel grappige momentjes tussen. 

Ik ga proberen zo kort (voor mijn maatstaven) en zo simpel mogelijk de situatie te schetsen, zodat je een idee kunt krijgen van wat er hier gebeurt. 

Ik hoor stemmen, dat mag inmiddels bekend zijn en sommige van die stemmen kunnen het 'overnemen' en kunnen dan op een glijdende schaal zelfstandig functioneren (dus simpel gezegd: van samen aan het roer staan, tot ik die niks meer meekrijg en als het ware niet meer aanwezig ben). 

Sommige mensen noemen het 'delen' of 'alters', maar voor mij zijn dit stemmen, aangezien ik ze ken en met ze kan communiceren. Stemmen zijn (voor mij, niet voor iedereen) (onder)deel van mij. 

Er is echter ook al best een hele lange tijd een deel, waarmee ik dat niet kan, vandaar dat ik hiervoor ook het woord 'deel' gebruik en niet het woord stem. Ik hoor haar niet, ik zie haar niet, ik ken haar niet. Voor mij is zij dus geen stem, geen (onder)deel van mij en dus noem ik het een 'deel'.* 

Maar laten we haar voor het gemak even 'De Heks' noemen, dan heeft het beestje maar een naam, dat praat makkelijker. Ik hoor haar niet, maar mijn Jongste Stemmetje en Jongste Puber horen en zien haar wel. En dat is vrij lastig want De Heks heeft het echt op deze twee gemunt. Ze maakt hen doodsbang en er is, voor mijn gevoel, weinig wat ik kan doen tot nu toe, om hen tegen haar te beschermen, want tja, wat ik niet zie en hoor, daar kan ik ook niet tegen optreden. 

Ik sprak een tijd geleden met m'n oud behandelaar hierover omdat ik geen idee had hoe ik het aan moest pakken, maar de noodzaak om meer over De Heks te weten te komen wel steeds urgenter werd. 

Op dat moment was vooral Jongste Stemmetje het doelwit en zij is té jong en te bang om verbaal informatie te geven. Ze heeft er simpelweg de taal nog niet voor. We bedachten dat het dan op een creatieve manier moest, en aangezien knuffels nogal geliefd zijn bij haar, leek dat me een goed plan: situaties uitspelen met knuffels. 

Leuk bedacht, maar niet echt goed over nagedacht. Op het moment dat één van die geliefde knuffels dus de rol van De Heks zou krijgen, zou die knuffel niet meer 'veilig' zijn en dus leende ik van iemand een knuffel, die dan daarna gewoon weer weg zou kunnen. Maar zodra ik ook maar probeerde om met Jongste Stemmetje en de knuffels aan de gang te gaan, sloeg de angst al om in hysterisch huilen en dat kon ik zelf gewoon niet aan. Dit ging het dus niet worden. 

Inmiddels was ook Jongste Puber getuige van de aanwezigheid van De Heks en hij heeft wél de taalvaardigheden om me te helpen. En als er één ding is wat hij graag doet, dan is het mij blij maken, dus hij wilde maar wat graag helpen. 

Ik printte een foto uit van een heks, hing die in de kamer op, met daarnaast een aantal vragen waar ik graag een antwoord op zou willen (wie ben je, wat wil je, waarom ben je er enz). Het idee was, dat ze wellicht zelf zou gaan communiceren via papier met mij (waar ik best een hard hoofd in had, want dan had ze dat al veel eerder kunnen doen). Maar tegelijkertijd gaf ik Jongste Puber de rol van detective: aan hem de taak om zoveel mogelijk informatie te verzamelen. Als dat zou lukken, prachtig, zo niet: geen probleem, goed je best gedaan. Maar dat liep dus uit de hand. 

Ineens waren alle pijlen van De Heks op Jongste Puber gericht. En waar eerst het gedrag, de daden en woorden van Oudste Puber het onderwerp van gesprek/dreigement waren, werd dat nu dus het hele 'zijn' van Jongste Puber. 

Ze terroriseerde hem compleet en ik had dat niet door, want hé ik hoor haar niet en Jongste Puber nam zijn taak héél serieus en durfde niks tegen mij te zeggen omdat hij mijn vragen (nog) niet kon beantwoorden. 

Heel lang verhaal een beetje korter: Jongste Puber draaide door, nam het over en ik miste een aantal complete dagen uit m'n geheugen. Uiteindelijk werd hij zó moe en over z'n toeren dat hij een deel van wat er gezegd werd over Woonbegeleider uitstortte. 

Toen ik weer 'terug' was en een beetje te horen kreeg wat er gezegd en gebeurd was, voelde ik me nogal schuldig: ik heb Jongste Puber dit aangedaan, want ik heb hem die opdracht gegeven. En dus besloot ik dat het genoeg geweest was, hij had het super goed gedaan, maar hij hoefde geen detective meer te zijn. Hij mocht uitrusten. 

Ondertussen bedacht ik dat als ik De Heks zelf een beetje zou uitdagen, dat ze zich dan misschien wél tegen mij zou keren. En dus zei ik tegen Woonbegeleider: "De Heks is gewoon een laffe pussy. Tegen kleine kinderen durft ze wel, maar als ze echt ballen had, dan zou ze het wel gewoon opnemen tegen mij, maar zo laf als ze is, dat durft ze dus niet... Dus eigenlijk is ze niks meer dan een zielig hoopje sh**."

Woonbegeleider (WB), die jong en spontaan is en niet altijd beschikt over een childproof filter, riep enthousiast: "Ja, De Heks is gewoon een stoephoer."
En ik moest er om lachen, wetend dat die uitspraak niet helemaal handig was.... 

En ja hoor, die nacht vond er een gesprek plaats tussen één van de volwassen stemmen (PB) en Jongste Stemmetje (JS): 

JS: wat is stoepoer?  
PB: zeg dat maar gewoon niet. 
JS: maar WB zegde het ook dus JS wil dat ook zeggen. Wat is stoepoer? 
PB: dat is een stout woord voor als iemand niet zo lief is of doet. 
JS: dus Mick vindt **** (iemand met wie Mick een aanvaring had eerder die dag) een stoepoer? 
PB: (probeert zijn lach in te houden) Mick vindt die inderdaad nu even niet zo aardig. Zullen we dat zo zeggen, want stoute woorden mag niet hè? 
JS: nee mag niet 
-----stilte----- 
JS: waarom doet WB wel stoute stoepoer zeggen? 
PB: (moet lachen) omdat WB pas over een (paar) jaar ongeveer gaat ontdekken dat kindjes als jij net een kopieerapparaat zijn en hij dan pas een filter ontwikkelt 
JS: (begrijpt hier ongetwijfeld niks van maar denkt blijkbaar na)..... waarom? 
PB: WB was even heel stout, maar ik denk dat hij van z'n vriendin straks z'n zakgeld in moet leveren als ze dat hoort. 
JS: oh... dan kan WB niet stickers kopen (haar favoriete aankoop op het moment).
PB: nee dat denk ik ook niet. En jij ook niet meer doen want dat is ook stout (ze heeft een 'sticker koop verbod' en nee dat is echt niet zielig!). 
JS: (diepe zucht) is mijn geld mag ik zelf weten zegt Jongste Puber. 
PB: en Mick zegt nee en Mick is de baas, dus stickers kopen is stout. 
JS: (Nóg diepere zucht). Mick is soms een stoepoer. 

Nou, dan weten jullie dat ook weer! 

foto: De Heks (eigen fabricaat)


* ik sluit niet uit dat dit ooit zal gaan veranderen, ik haar wel degelijk ga horen en zien en leer kennen, en haar dan als stem zal gaan benoemen, maar zo ver zijn we voorlopig nog (lang) niet.

9 mei 2024

Wat deel je wel en wat deel je niet? Oftewel: de impact van woorden…

Goed, ik had dus mijn operatie gehad en had het resultaat die eerste avond mogen bewonderen. We legden dit life event (want hé, dat was het voor mij echt wel!) vast in een filmpje, zodat ik het later zelf ook nog eens zou kunnen bekijken.

Ik ben iemand die eigenlijk altijd erg open over dingen is. Ik leef onder het motto dat als ik wil dat mensen dingen begrijpen, het misschien deels mijn taak is om dingen uit te leggen. Mede om die reden ben ik open en deel ik veel op sociale media, volgens sommigen te veel. 

Toch heb ik heel lang heb nagedacht of ik het filmpje van de 'onthulling' wel of niet op mijn sociale media zou zetten. Ik heb een privé account en laat daar alleen mensen toe die ik in het dagelijks leven ken, of die ik via via ken en waar ik iets van een band mee heb. Er zitten in ieder geval geen wildvreemden op. Maar toch wist ik niet zo goed wat ik hiermee wilde doen.

Uiteindelijk besloot ik om niet de video te plaatsen, maar om een screenshot te maken en te plaatsen uit de video waarop je mijn blije reactie kon zien (zie foto bij m’n vorige blog), maar je ziet dus ook hoe het er die eerste keer toen ik mocht kijken uit zag. En ik geef toe, voor mij is die foto misschien heel normaal, omdat ik al vaker (verse) resultaten van een mastectomie heb gezien. Maar ik kan me best voorstellen dat het voor sommige mensen wel wat heftiger was om te zien. Ik hoopte vooral dat ze mijn blije koppie zouden zien.

In de paar uur daarna kwamen er best wel wat reacties binnen op die foto en de meeste reacties waren positief. Een paar van mijn 'vrienden' schreef dat het 'horrific' was, ‘dat God dit niet zo bedoeld had’ en 'dat ik mezelf verminkt had'. Dat vond ik echt heel heftig om te lezen en het deed me ook vreselijk veel pijn. Deze mensen zag ik als vrienden, ze kennen me al heel lang en weten dan dus ook hoe lang ik hier al mee bezig ben en hoe hard ik hier naar uitkeek, hoe blij ik was dat het eindelijk ging gebeuren. 

Begrijp me niet verkeerd: iedereen heeft recht op diens mening. Je mag dat vinden, maar dat betekent niet dat je het ook op moet schrijven. Soms mag je je mening best voor jezelf houden. Zoals Stampertje in de Disney film al van zijn moeder geleerd kreeg: "als je niks aardigs te zeggen hebt, zeg dan niks niemendal". 

Die reacties hebben er vreselijk ingehakt. Uiteraard heb ik de reacties inclusief deze 'vrienden' verwijderd, maar daarmee waren de opmerkingen niet uit mijn hoofd en brein verdwenen. 

Het maakte dat ik niet meer naar mezelf wilde en durfde te kijken. Ik wilde en durfde niet te douchen want dan moest ik naar mezelf kijken. Ik durfde niet zelf de gaasjes te vervangen op mijn lijf en liet dat iemand anders doen, want dan hoefde ik het niet te zien en ik durfde pas bijna een week later tegen Woonbegeleider te vertellen waarom ik niet durfde te douchen en mezelf niet wilde zien. 

Ik geloof niet dat ik hem eerder ooit boos had gezien, maar dit leek er wel op (door die opmerkingen) en onder ‘lichte dwang’, zette hij me toch steeds weer voor de spiegel.

Achteraf voel ik me dom. Ik weet heus wel dat het social media is en dat iedereen op social media kan roeptoeteren wat men wil. Lekker veilig, anoniem achter een toetsenbord of telefoon. Maar juist omdat ik alleen maar bekenden op mijn account heb en het privé staat, was ik hier niet op voorbereid. 

Mensen zeggen tegen me dat het me niet uit zou moeten maken wat anderen hiervan vinden of zeggen, “je doet het toch voor jezelf?” En ja, natuurlijk heb ik dit gedaan voor mezelf, omdat ik er zelf meer dan helemaal achter stond (en sta), maar dat neemt niet weg dat dit soort opmerkingen me enorm raken! Ik ben niet van steen! 

Waarschijnlijk hebben  deze mensen niet eens door wat hun woorden met me deden. Misschien interesseert ze dat ook niets. Misschien waren ze er zelfs wel op uit om me pijn te doen, wie weet.

Wat ik wel weet, is dat ik dit een nare, harde les vond, die ik liever niet had gehad, want het heeft een behoorlijke domper op m’n gevoel gezet en dat had niet zo moeten/hoeven zijn. 

Na die foto, heb ik (in eerste instantie) geen enkele foto meer met wie dan ook gedeeld, ook niet met de mensen die het dichtst bij me staan. En dat terwijl ik blij ben met m’n operatie, zelfs als het resultaat niet ‘perfect’ is. Het gevoel hebben dat ik die blijheid niet kon delen met anderen, maakte dat ik me nóg eenzamer voelde, in een toch al best eenzaam proces. En dat is kut!

Dus, beste mensen, als ik uit deze hele lap tekst één ding mag meegeven: als je ooit iemand iets hoort of ziet vertellen, op sociale media of in het echte leven, waar jij iets anders van vindt, denk dan drie seconden na voordat je je mond of vingers activeert en vraag jezelf af: is mijn mening relevant? Wordt die ander hier blij van? Gaat mijn mening de wereld mooier maken?  En als het antwoord op één van die vragen ook maar ‘nee’ zou kunnen zijn…..wees dan een Stampertje…..


foto: internet

24 mei 2023

Pubermeisjes! Oftewel: een verhaal over jaloezie.

Twee keer in de week sport ik onder begeleiding in een groepje op een sportpark hier in de stad. Weer of geen weer, schoolvakantie of niet, op wat landelijke feestdagen na, gaat het sporten altijd door en dat vind ik een fijne gedachte. 

Onlangs was het hier meivakantie en dus hadden zowel de basis- als middelbare scholieren vakantie. Dat heeft, zoals alles in het leven, zowel voor- als nadelen. Uiteraard vind ik het super leuk voor de plaatselijke jeugd dat ze lekker vrij hebben van school. Ik ben immers ook ooit lang geleden jong geweest en ik kan me nog heel goed herinneren hoe speciaal vakanties voelden. Dus het is fijn om te zien en merken dat dat voor de schoolgaande jeugd nog steeds niet veranderd is. 

Wat ik zelf niet zo fijn vind aan die schoolvakanties, is dat er dan allerlei sportactiviteiten (toernooien, kampen enz) voor de kids georganiseerd worden en het dan dus best wel druk is op het sportpark. Op zich geen probleem, maar ik (en nog een aantal uit mijn groepje) ben niet zo fit en lenig als die kids. En ik merk dat ik me dan best een beetje schaam als ik hijgend als een paard bijna dood neerval na een keer het veld over joggen. En de (meestal goed bedoelde) aanmoedig kreten van de kids, die in hun pauze langs ons veld komen hangen, hebben op mij eigenlijk een averechts effect: ik voel me niet aangemoedigd, maar voor lul staan... maar goed dat zegt meer over mij dan over de kinderen (hoop ik). 

Ik dwaal weer eens af.... Sporten, meivakantie, kids...

Vóór mijn sportuurtje kies ik er soms voor, om een half uur tot een uur rondjes te wandelen over de atletiekbaan, die om ons veld ligt. Lekker met mijn favoriete muziek in mijn oren stevig door wandelen, zodat ik aan mijn kilometers kom en op een relaxte en prettige manier aan mijn conditie kan werken. 

Tijdens die meivakantie, besloot ik dit ook te doen. Het was heerlijk weer: het was voor de verandering eens droog, de zon scheen en het was behoorlijk warm. En terwijl ik mijn rondjes liep, zag ik op het veldje naast ons een aantal pubers voetballen. Het groepje bestond vooral uit jongens, maar er stonden ook een paar (duidelijk geen voetbal ambities hebbende) meiden tussen.

Bij een volgend rondje, was het groepje uitgedund tot twee jongens en twee meiden. De jongens lagen met ontbloot bovenlijf, op hun rug in het kunstgras, terwijl de meiden in hun strakke, korte topjes, al giechelend, de jongens goed aan het uitdagen waren. Met hun gedrag overigens, ik bedoel niet met hun kleding (dat kan en mag immers NOOIT een uitdaging voor wat dan ook zijn!) Kortom: heel normaal puber gedrag. 

Ik observeerde dit gedrag een paar rondjes lang en keek daarbij vooral naar het gedrag en de houding van de meiden. En terwijl ik zo naar ze keek, moest ik ineens huilen. Ik begreep niet zo goed waarom dat zo was, en waar dit nou ineens vandaan kwam. Maar gelukkig kon ik nog genoeg rondjes wandelen om daar over na te denken. 

Ik kwam tot de conclusie dat ik stinkend jaloers was op deze twee jonge meiden. Daar zaten ze dan, in hun strakke topjes, fier rechtop in het gras. Vrolijk, lachend, zelfverzekerd, uitdagend plagen. Het zag er zo zorgeloos uit! En ik weet heus wel dat dit echt niet het geval hoeft te zijn, en dat ieder puberbrein een hoop zorgen kent, maar ik kon het niet helpen dat ik me jaloers voelde om het tafereel dat ik hier zag. 

Hoe anders was dat ooit voor mij? En eigenlijk nog steeds? 
Toen ik de leeftijd van die meiden had, verging mijn wereld juist!  
Waar deze meiden (ogenschijnlijk) vol trots en zelfverzekerd hun jonge meisjesvormen durfden te showen, en zich daar absoluut niet voor schaamden, en er zelfs plezier in leken te hebben, ging ik mijn stinkende best doen om onzichtbaar te worden. Ik ging steeds krommer lopen. Ik leerde mezelf aan om mijn schouders steeds verder naar voren te doen, kocht kledingstukken die minstens 4 maten te groot waren. Alles om maar mijn best te doen, om die opkomende borsten onzichtbaar te maken en het liefst in die hoop kleding te verdwijnen. 

Ik werd een verdrietige, boze, onzekere (nog erger dan het al was) puber, wiens lijf meer en meer haat opleverde.

Dus daar liep ik dan, al huilend mijn rondjes over de atletiek baan te wandelen. Jaloers op twee tienermeisjes, die daar heerlijk zorgeloos zichzelf stonden te zijn. 
Jaloers op twee tienermeisjes wiens grootste zorg op dat moment leek te zijn of de desbetreffende jongens hen wel op zouden merken en leuk (genoeg) zouden vinden.
Jaloers op twee tienermeisjes, voor wie dit alles zo vanzelfsprekend leek te zijn. 

Jaloers op de zorgeloosheid  en de zelfverzekerdheid. 
Gewone, alledaagse dingen die genderdysforie (voor mijn gevoel) van mij heeft afgepakt.

foto: gevonden op internet

22 september 2022

Je kunt zeker weten dat je iets heel graag wil…En tegelijkertijd doodsbang zijn.

Ik ben al een tijdje stil hier en dat is niet omdat er niets gebeurt in mijn leven, integendeel: er gebeurt heel veel, voornamelijk in mijn hoofd. Maar om die dingen te delen vind ik nogal een dingetje. Ten eerste is het een onderwerp (genderdysforie/transitie) waar veel mensen al bij beginnen te zuchten zonder dat ze eigenlijk snappen waar het over gaat, ten tweede is het ontzettend persoonlijk en ten derde ben ik ook een beetje bang dat ik mijn eigen ruiten in gooi. En dat is wel het laatste wat ik wil. 

Maar schrijven is mijn uitlaatklep en het zorgt ervoor dat m’n hoofd iets minder overvol raakt. En door de angst om mijn ruiten in te gooien merk ik dat door het niet van me afschrijven de ramen zo ongeveer uit hun sponningen springen van de stress en dat is ook niet zo gezond…. 
Dus…. Daar gaan we dan. 

Mijn (huidige) gendertraject dus. Hoewel ik daar volgens mij nog niet echt specifiek iets over geschreven heb, loopt het alweer een tijdje. 

Als je me echt zou kennen, dan zou je weten dat ik bij de genderpoli binnen kwam (dit keer) met twee wensen. Namelijk: haal die (voor mij) nutteloze en afschuwelijke borsten eraf en de vraag om testosteron te gaan proberen in de hoop dat ik me dan wat meer ik zou kunnen gaan voelen. 

In het eerste gesprek werd me al gevraagd welke van die twee er op nummer één stond. Daar kon en wilde ik niet echt een antwoord op geven, want ik wil het allebei en het liefst gisteren nog. 

In het derde gesprek kwam de vraag terug. Ik moest een keuze gaan maken. Niet omdat het een het ander uitsluit, maar omdat het als het ware twee verschillende routes zijn. 

Simpel en kort door de bocht uitgelegd: Als je voor de hormoonroute kiest, dan moet je eerst zes maanden aan de testosteron zijn voor de operatie route op kan gaan starten. 

Start je met de operatie route, dan moet je lijf eerst voldoende hersteld zijn voor je aan de hormoonroute kunt beginnen. 

Waarom dat is? Ik kan me het antwoord van de psychologen niet meer precies herinneren, maar in mijn hoofd komt het erop neer, dat wat je ook kiest, een enorme impact op je hoofd en lijf heeft en dat als je dat tegelijk zou doen, het gewoon teveel wordt. 
Of dat de werkelijke reden is weet ik dus niet, maar het is een verklaring waar ik zelf vrede mee kan hebben. 

Er was voor mij echter een ietwat klein, doch immens groot addertje onder het gras. Want waar mijn hart neigt naar de operatie route op nummer één (dat wil ik namelijk al vanaf mijn puberteit), zit daar een (maximale) BMI eis aan vast, waar ik op dit moment (en misschien wel nooit) aan kan voldoen. 

Zou ik voor die route kiezen, dan zou ik (in mijn ogen) dus kiezen voor iets waarvan ik niet weet of en wanneer het zou gaan komen en in die tussentijd zou er niks veranderen en zou ik me net zo kut blijven voelen als ik me nu al voel. Misschien zelfs nog wel een tikkeltje erger, omdat die eis voor mij voelt als een uitzichtloze, niet overheen te komen horde. 

En dus besloot ik dat ik voor de hormoonroute zou gaan. Daar is die eis er niet en als het team groen licht zou geven, dan had ik zeker nog (minstens) zes maanden de tijd om aan die fucking BMI eis te werken. En tegelijkertijd zou ik hopelijk wel al iets van veranderingen gaan merken en voelen van de testosteron. Ik hoop dat dat maakt dat het wachten op de operatie dan wat draaglijker wordt, omdat er in ieder geval IETS in mijn lijf gebeurt. 

Dus dat werd mijn keuze, de hormoonroute zou mijn voorlopige behandelplan worden. En daar sta ik ook 100% achter, ik weet waarom ik dit kies. 

Nu mijn keuze duidelijk is, kan mijn keuze in het team besproken gaan worden en bij ‘groen licht’ (wat er waarschijnlijk dan wel dus is, anders wordt het niet ingebracht), kan het behandelplan gaan starten. Prima. Duidelijk. Ik houd van duidelijk. 

In het vorige gesprek gingen we wat dieper in op de (bij)werkingen van de testosteron. Ik heb er zelf veel over opgezocht en gelezen. Ik weet wat er in theorie kan gaan gebeuren, maar ik weet ook dat je in de praktijk geen flauw idee hebt hoe het voor jou als individu gaat uitpakken. Ieder mens is nou eenmaal anders, reageert anders, heeft andere genen enz. 
Dus waar de een bijvoorbeeld kaal wordt, is dat bij een ander geen issue. En zo kan het dus alle kanten op. 

Ik ken het lijstje, ik heb het gelezen, ik heb dingen opgezocht, mijn gedachten erover laten gaan. En van sommige dingen word ik super blij (bijvoorbeeld een lagere stem) maar van andere dingen (zoals bijvoorbeeld dat kaal worden) daar ben ik (op dit moment) niet zo happig op. En weer andere dingen houden me gewoon niet zo bezig (bijvoorbeeld een dunner wordende en drogere vagina slijmwand)…, tja, het is wat het is. 

En zo werden al die (bij)werkingen afgegaan en werd er steeds gevraagd wat ik ervan vond. Of ik er naar uitkeek of juist er tegenop zag. En ik merkte dat ik dat heel ingewikkelde vragen vond waar ik eigenlijk geen antwoorden op had. 

Het is niet zo dat ik er niet over nagedacht heb, integendeel, ik heb de neiging om alles te overdenken. Maar als niets met zekerheid te zeggen is, hoe moet ik dan weten wat ik daar over denk of voel? En hoe kan ik nu, op dit moment terwijl het nog geen realiteit is, en ik ook niet weet of het ooit een realiteit gaat worden, nou zeggen hoe ik me daarbij voel? Ik heb inmiddels wel geleerd dat je pas een (gefundeerde) mening over iets kan hebben als je écht (uit ervaring) weet waar je het over hebt. 

Dus sorry, ik weet het even allemaal niet. 
Het voelt op dit moment een beetje als glazen bol kijken. Ik weet het nu niet en ik zie het wel als het zover is. Maar tegelijkertijd weet ik op de een of andere onverklaarbare manier wel héél zeker, dat al die wel of niet te gebeuren dingen me niet ongelukkiger kunnen maken dan ik nu op dit moment met mijn lijf ben. 

Ik merk dat ik sinds dat laatste gesprek een beetje (veel) in de war ben. Ik sta achter mijn keuze, ik ben zeker van mijn zaak, maar doordat ik geen concrete antwoorden kon geven op die vragen (behalve wat ik hierboven net schreef) begin ik ineens te ‘twijfelen’. Als ik die antwoorden allemaal niet weet, ben ik dan wel echt zeker van m’n zaak? Is dit dan echt wel wat ik wil? Of hou ik mezelf voor de gek? 

En mijn hart weet dat dat niet zo is, ik hou mezelf niet voor de gek, maar mijn hoofd maakt me helemaal gek met die gedachten, onzekerheden, vragen en twijfels! 

Ik weet inmiddels dat ik in november in het team besproken ga worden. En ik ben doodsbang dat als ik het bovenstaande hardop zou zeggen of zoals nu hier neer schrijf, dat er dan een kink in de kabel komt en ze zeggen: ‘oh wacht even, Mick is toch niet zo zeker van zijn/diens zaak, misschien moeten we het uitstellen’. 

En zeker als ik er ook nog aan toe voeg dat ik van en door die twijfels, gedachten, gevoelens in combinatie met niet slapen en de Daily Shit as usual in mijn leven, (bijna) onderuit ga… Vooral ook omdat ik mijn uitlaatklep (van me afschrijven) in deze mis. 

De angst om me uit te spreken hierover en daarmee mijn ruiten in te gooien (in de vorm van vertraging omdat ik nu misschien even niet zo stabiel ben), zorgt voor nog meer stress en druk op de ketel. En dat maakt de cirkel rond. En ik wil dat die cirkel niet nog verder naar beneden beweegt. 

Ja, mijn hoofd weet even niet de antwoorden en daardoor word ik onzeker. 
Ja, daardoor gaat het even niet zo lekker met me. 
Maar nee, het verandert niks aan mijn keuze en hoe ik erin sta. Ik sta nog steeds 99,9% achter m’n keuze, die 0.1% is stress over het onbekende. Want onbekend is onduidelijk en onduidelijk en ik zijn geen vriendjes en gaan dat ook nooit worden. 

Want weet je? 
Je kunt zeker weten dat je iets héél graag wil en tegelijkertijd doodsbang zijn. 

En daar is niks mis mee.



25 juni 2022

Genderdysforie deel 11: Hoe een bezoek aan de tandarts mijn ogen opende....

Een tijdje terug las ik ergens in een Facebook groep, dat je bij mijn tandartsenpraktijk de mogelijkheid had om je in het computersysteem te laten registreren als 'non-binair'. Dit vond ik zó gaaf, dat ik op een dag samen met Woonbegeleider op pad ging om daar aan de balie te gaan vragen, of ze mij zo in het systeem konden zetten. 

Vol zelfvertrouwen, ik was immers een persoon met een missie, liep ik de praktijk binnen. Ik wachtte keurig tot de dame aan de andere kant van de (veel te hoge) balie, achter het glimmende spatscherm (waar ook nog eens de zon in scheen) uitgebeld was en stelde haar toen mijn vraag: "Ik heb gehoord dat jullie in jullie systeem mensen als non-binair in kunnen schrijven en dat zou ik heel graag willen." 

Er kwam een vrij chagrijnige, kortaffe snauw mijn kant op, waaruit ik opmaakte dat ze me niet had verstaan, niet heel vreemd, want ik kom niet boven die balie uit en ik vind ook niet dat de hele wachtkamer mijn vraag hoeft te horen, dus ik vertik het om (door haar scherm en over haar radio heen) te schreeuwen. 

Door haar reactie was ik echter wel een beetje (veel) uit het veld geslagen en durfde ik mijn vraag eigenlijk amper nog te herhalen. Van de persoon met een missie, bleef na die blaf niet zoveel over... Maar goed, ik herhaalde mijn vraag (met alweer tranen in mijn ogen, ze zitten nogal hoog momenteel) en de vrouw voerde het in het computersysteem in. En min of meer opgelucht verliet ik het pand, op naar mijn volgende missie (die voor dit verhaal wat minder belangrijk is, maar voor de stroom aan tranen niet voor de eerste missie onderdeed), om vervolgens weer naar huis toe te gaan.

Op donderdag moest ik dan daadwerkelijk voor een afspraak naar de tandarts en ik was heel erg benieuwd. Ik kwam bij de aanmeldzuil en zag inderdaad in het scherm de derde toegevoegde optie naast man en vrouw, non-binair. En met een huppeltje in mijn hart klikte ik het aan en ging breed glimlachend in de wachtkamer zitten... Mission completed!

Na een tijdje kwam de mondhygiëniste me uit de wachtkamer halen: "mevrouw Deschrijver". Mission aborted! Mijn glimlach verdween acuut en het huppeltje in mijn hart maakte plaats voor een dolkstoot. Geen goed begin.... En waarom? Ik stond nu toch als non binair in het systeem? Wat voor nep bedoening was dit dan? Als je er niks mee doet, hoef je het natuurlijk ook niet te noteren, dan is het puur voor de schijn! 

Ik vroeg het aan de mondhygiëniste, een Duitse die ik nog nooit gezien had (en nooit meer hoop te zien, maar dat terzijde). Misschien was het de taalbarrière (ik mocht geen Duits praten, ze moest Nederlands leren....zucht), maar ze begreep mijn vraag niet en was vooral geïrriteerd dat ik een afspraak in haar overvolle agenda had, terwijl dat volgens haar totaal niet nodig was... Anyway... Ik kon me, ondanks mijn tranen, ervan weerhouden om haar tegen haar poten te schoppen en  weg te rennen, noch beet ik in haar vingers. Ik zat mijn tijd met haar uit en mocht terug naar de wachtkamer, wachtend op de tandarts die me zou komen halen....

En wederom; "Mevrouw Deschrijver" en de moed zakte in mijn schoenen en de tranen knalden uit mijn ogen. 

Ik vroeg aan de tandarts wat het voor zin had om iemand in het systeem als non-binair te noteren, als er vervolgens niks mee gedaan werd. De tandarts keek alsof ze het in Keulen hoorde donderen. Ik probeerde het zo rustig mogelijk uit te leggen en ze liet mij zien wat zij in het systeem zagen..... 

En daar was dus helemaal niks te zien van man/vrouw/non-binair. Alleen een voor en achternaam en op grond daarvan haalden ze mensen uit de wachtkamer. Mijn (geboorte) naam wordt door 99% van de bevolking acuut gelinkt aan mevrouw en dus werd ik ook zo uit de wachtkamer gehaald...

Ok, dat was dus duidelijk. Maar het maakte het voor mij niet minder pijnlijk en ik liep weer jankend naar huis. Ik was er zó vreselijk klaar mee! Ik wilde dood! En ik weet wel dat dat voor heel veel mensen heel erg overdreven klinkt, maar op dit soort momenten, als ik toch al niet zo lekker in mijn vel zit en alle tranen al heel hoog zitten, is dit wat 'mis-genderen' met me doet: ik wil dood, echt dood...

De hele 'non-binair' optie bij de tandarts blijft voor mij dan ook voelen als een 'kijk eens hoe goed en inclusief wij bezig zijn' momentje, maar het was tegelijkertijd ook een enorme eye opener. 

Al vrij lang heb ik met Woonbegeleider gesprekken over het veranderen van mijn geboortenaam, naar een naam die wat neutraler of zelfs mannelijker is, puur om het steeds mis-genderen te voorkomen (of toch zeker minder frequent te maken). En voor mij is het heel duidelijk dat de naam Mick (waaronder ik overigens wél zal blijven schrijven) het niet zal gaan worden. Puur omdat het niet de naam is die bij mij past en ook omdat deze naam gewoon niet zo praktisch is.

En steeds bleef ik maar tegen Woonbegeleider, Psycholoog, anderen en vooral mezelf zeggen dat het nog geen tijd was om mijn naam te veranderen. Pas als ik straks aan de testosteron zou zijn en de veranderingen die daarmee gepaard gaan er voor zorgen dat mijn oh zo vrouwelijke geboortenaam écht niet meer zou kunnen met mijn uiterlijk, pas dán was het tijd om mijn naam te veranderen. Blablabla.

Dat hield ik al best een tijdje vol, maar 'voor de grap' had ik wel al eens rondgevraagd welke naam met de juiste initialen mijn vrienden en kennissen bij me zouden vinden passen. Zo ontstond er een lijstje waarvan ik een groot deel al meteen weg kon strepen, maar waarvan er ook een klein groepje overbleef waar ik steeds maar naar bleef kijken.

Dit bezoekje aan de tandarts en mijn reactie daarop, maakten het voor mij heel erg duidelijk. Ik kon wel blijven roepen dat het nog geen tijd was, maar alles in mij schreeuwt dat de tijd toch echt gekomen is, dat deze versleten, gebroken en uiterst pijnlijke kies (mijn geboortenaam) niet langer voldoet en vervangen dient te worden. 

Het is tijd om een keuze te maken voor een nieuwe naam, een nieuwe ik....

foto: internet



13 maart 2022

De vlieg op de muur... oftewel een sterk staaltje dissociatie...

Een tijdje terug mocht ik mee kijken en doen bij de cursus 'veilig werken met trauma' van Marengo coaching en training. Ik schreef er hier al een klein beetje over, maar ik merk dat het voor mijn hoofd nog niet genoeg is. Al die tijd merk ik dat er nog iets is dat ik graag van me af wil schrijven, maar ik merk ook dat ik er niet echt de juiste woorden of de juiste volgorde voor kan vinden. Dus wie weet wordt dit een heel warrig verhaal, daarvoor alvast mijn excuses, maar het moet geschreven worden.

Ik heb in mijn leven behoorlijk veel meegemaakt aan trauma. Eigenlijk vanaf het moment dat ik geboren werd, ging het meteen mis. Daar zijn vast allerlei redenen voor te bedenken of te vinden, maar dat verandert natuurlijk niet echt heel veel aan het resultaat. 

Een menselijk brein is eigenlijk een heel mooi ding: het leert je razendsnel om je aan de omstandigheden aan te passen. Zijn die omstandigheden niet veilig, dan leer je al vrij snel een hoop manieren die het ietsje veiliger voor je maken. Die manieren, helpen je (soms letterlijk) te overleven. 

Aan de ene kant is dat dus heel fijn en nuttig, maar als je situatie later in je leven tot rust gekomen is en het weer (relatief) veilig is, dan kan het zomaar gebeuren dat je lijf/brein zo aan die overlevingsstrategieën is gewend, dat het die niet zomaar op kan geven. En datgene dat ooit heel erg behulpzaam was om te overleven, zorgen er dan voor dat dat ook het enige is dat je blijft doen: overleven in plaats van echt leven. 

Mijn grootste overlevingsstrategie was (en is) dissociatie. Ik leerde al heel snel in mijn leven om 'uit te schakelen' en dat kan (en deed ik) op heel veel verschillende manieren. Ik leerde om geen pijn te voelen, om helemaal niks meer te voelen en om 'uit mijn lichaam' te gaan. En zo werd ik een soort van 'vlieg op de muur', toekijkend in mijn eigen leven, naar alle dingen die me aangedaan werden. Ook de stemmen die ik ging horen kun je zien als een vorm van dissociatie, met als uiterste variant, de stemmen die me over kunnen nemen, waardoor ik tijd kwijt kan zijn. 

Door al die dingen die ik meemaakte en mijn 'oplossingen' daarvoor, lukte het me niet om in de maatschappij mee te draaien zoals bijvoorbeeld mijn vrienden dat doen. Ik heb geen baan, geen gezin, en als ik met sommige dingen geen begeleiding zou krijgen, zou ik er best een behoorlijk zootje van maken. En hoewel ik dan misschien niet functioneer in de zin van hoe de maatschappij voor ogen heeft hoe dat hoort, denk ik dat ik op mijn manier toch best redelijk mijn draai in het leven heb gevonden. Nuttig ben ik niet echt, maar ach, dat geldt ook voor een aantal mensen die wel voorzien zijn van het huisje, boompje beestje leven.

Een heleboel jaar geleden werd ik gevraagd om cursus te gaan geven in het buitenland, over een 'andere manier van omgaan met stemmen horen' (anders dan de reguliere psychiatrie dat doet). Dit vond ik heerlijk om te doen: ik hou van reizen, ik hou van andere talen en ik vind het ook leuk om mensen iets te kunnen leren, dus dit was de ideale combinatie. 

Mijn stemmen, ervaringen en verhaal, waren het uitgangspunt van de cursus en dus vertelde ik iedere keer weer mijn verhaal en gingen we steeds weer op die (negatieve) gebeurtenissen in, jaar na jaar. 

Ik had er geen problemen mee, ik kon mijn verhaal (als het moest ook) in detail vertellen, zonder daar ook maar iets bij te voelen. Ik leefde als het ware in een soort van permanent gedissocieerde staat. En voor mij was dat ideaal want op die manier kon ik die cursus met gemak blijven doen en ook nog eens genieten van al die mooie plaatsen waar dit werk me bracht. 

Maar een paar jaar geleden kwam er een soort van 'kink in de kabel' en begon ik dingen te voelen terwijl ik vertelde. En hoewel de hulpverlening altijd zei dat het leven zoveel mooier zou zijn als ik kon voelen, vond ik het alles behalve mooi en verstoorde het mijn 'rust'. Waar ik eerst mijn verhaal vertelde en twee of drie dagen bevraagd werd op mijn ervaringen om daarna ook nog eens lekker de stad in te gaan of te 'netwerken' zonder ook maar een greintje last te hebben, was ik nu vaak al halverwege mijn verhaal compleet uitgeput, kreeg ik nachtmerries/flashbacks bij de vleet, switchte ik continu en haalde ik vaak het einde van die cursus niet. 

De hulpverlening noemde dat 'vooruitgang' maar het leidde er voor mij mede toe dat ik stopte met het geven van die cursussen omdat het me meer kostte dan het me nog opleverde. 

Kortom... Ik dacht dus dat ik de fase van voortdurende dissociatie wel achter de rug had. 

En toen kwam dus die cursus 'veilig werken met trauma' waar ik werd uitgenodigd om iets te vertellen over mijn ervaringen. En dat deed ik dan ook. En terwijl ik aan het vertellen was, keek ik ineens op mezelf neer en zag me vertellen, van een afstandje, alsof ik weer de vlieg op de muur van vroeger was. Ik kon niet bij mijn gevoel komen, zat te vertellen op een soort van automatische piloot. 

Ik heb geen idee wat ik allemaal verteld heb, ik weet alleen dat het zonder emotie was. Er was één moment waarop er wel emotie tevoorschijn kwam. En hoewel ik geen idee meer heb waar het precies over ging, weet ik wel nog dat het om iets in het heden ging. Maar wat dat was... ik weet het niet meer. 

Ooit lang geleden begon ik met snelle schetsen te maken van de filmpjes in mijn hoofd, omdat praten niet lukte. En aan de hand van die tekeningen begon ik een beetje te vertellen over een paar dingen die er gebeurd waren. En in die tekeningen staat steeds ook een 'vlieg' afgebeeld.

Goed... Ik dacht dus dat ik best een eind op de goede weg was en dat de fase van het continu gedissocieerd zijn echt wel voorbij was, maar blijkbaar ben ik ook nog steeds gewoon de vlieg op de muur. Zelfs als dat niet meer nodig is.

foto: 'mijn eigen trauma therapie'


27 februari 2022

Emoties… een vak apart.

Afgelopen week mocht ik aansluiten bij de cursus ‘veilig werken met trauma’ van Marengo Training en Coaching. Nu is coaching niet helemaal mijn specialiteit, aangezien ik niet overloop van het geduld, en al helemaal niet met paarden, maar over het thema trauma kan ik uit eigen ervaring best wel een beetje meepraten. 

Normaal gesproken hou ik me maar zelden met ‘de theoretische’ kant van trauma bezig. Ik gok dat ik tegen de praktische uitwerking ervan iets te veel en te vaak in mijn dagelijks leven aanloop, waardoor ik meestal nogal kriegel word, van wat de zogenaamde deskundigen erover schrijven. 

Ik heb altijd wat moeite met boeken die vertellen hoe de mens op bepaalde zaken ‘moet reageren’. Mensen zijn nou eenmaal allemaal verschillend en dus zijn er zoveel reacties als er mensen zijn, en dus doen dat soort boeken voor mij de mensen die met trauma leven vaak tekort. Gewoon omdat het soms voelt alsof een menselijke ervaring wordt afgepakt en in een soort van protocol gegoten wordt. 

Nou ja, ik kan het niet goed uitleggen, maar het komt er denk ik op neer dat er in mijn ogen een nogal groot verschil is tussen enerzijds de theorie en anderzijds de praktijk. Maar goed, het leek me heel interessant om eens te horen wat er hier in deze cursus over trauma gezegd en gedacht werd. En als de cursus dan ook nog eens in de deskundige (doch menselijke) handen van Marie Thérèse Corbeij is, dan weet ik dat het op zo’n manier gebracht gaat worden, dat ik er ook nog eens naar kan luisteren, zonder acuut in de gordijnen te klimmen of op de kast te gaan zitten. 

De inhoud van de cursus ga ik niet verklappen, ik zou je gewoon aanraden om hem zelf eens te gaan doen, het is het absoluut waard. Ik kreeg er in ieder geval door de vele herkenning, (en soms ook juist het gebrek aan herkenning) heel veel stof tot nadenken door. 

Een van de onderwerpen waarin ik mezelf herkende was een stukje over voelen en emoties. Bij ons thuis was (en is eigenlijk nog steeds) er maar één iemand die gevoelens mocht hebben en uiten en dat was mijn moeder. Van jongs af aan werden alle gevoelens die ik had en liet zien, ofwel genegeerd, ofwel afgestraft. Ik leerde geen woorden voor wat ik voelde, en het uiten ervan leerde ik ook vrij snel af. Maar het feit dat iets er niet mag zijn, betekent niet dat het er ook niet meer is. Ik had zóveel gevoel in me dat ik niet goed wist wat ik ermee moest of hoe ik het moest laten zien. 

Heel lang had ik eigenlijk maar twee antwoorden op de vraag ‘hoe voel je je?’ 
Nog steeds weet ik me niet zo goed raad met deze vraag, maar heel lang was mijn standaard antwoord oftewel ‘gaat wel’ oftewel ‘kut’. Veel meer variatie was er niet. Niet omdat er niks anders in mij woelde, maar puur omdat ik er geen taal voor had. 

Pas ergens halverwege mijn twintiger jaren, kwam er een hulpverleenster op mijn pad, die me probeerde te helpen met het herkennen van wat ik voelde en het vinden van de juiste woorden hiervoor. En voor mij was dat een hele stap! 

Ze vroeg me steeds: “waar zit het in je lijf en hoe zou je het omschrijven?” En ook deze vraag was nogal een opgave, want ook dat lijf en alles wat daar aan en in zat, kon ik maar moeilijk voelen, laat staan benoemen. En als ik het antwoord op een vraag niet weet, dan raak ik al gauw gefrustreerd. (Waar ik dan weer geen woorden voor had enz...) 

Dat lijf voelen, dat was ook al een dingetje. Ik kan me nog herinneren dat ik ergens tijdens een stemmencongres in het snikhete Australië (2008), op een stoepje zat en (mentaal) de weg kwijt was. Ik was mezelf pijn aan het doen (om in ieder geval iets te kunnen voelen) en dat er twee lieve mensen die ik vertrouwde aan weerskanten naast me kwamen zitten en één van hen zijn hand op mijn arm/hand legde en vroeg: ‘wat voel je nou?’ En dat ik helemaal verward /versuft naar die hand zat te staren en alleen maar verbaasd kon zeggen ‘is warm’. Dat was een kleine, maar grote stap, op weg naar het weer kunnen voelen van mijn lijf. Dus tja, dit maakt misschien wel duidelijk dat de vraag ‘waar zit het in je lijf en hoe zou je het omschrijven?’ Ook nog niet zo simpel was! 

Toch lukte het me op een gegeven moment om een aantal ‘gevoelens’ te omschrijven. Zo herkende ik ‘vleermuizen in mijn buik’, ‘een wurgslang om mijn nek’, ‘pepperspray in mijn ogen’, ‘monsters in mijn lijf’, en ‘een olifant in een gloeilamp’. Allemaal manieren om te omschrijven wat ik van binnen voelde, maar het juiste emotie woord hierbij vinden, viel ook nog niet mee, want hoe voelt verdriet? Hoe voelt bang? Enz. 

Iedereen heeft zijn eigen beleving bij emoties en voelt en ervaart dat op een andere manier. Ik weet nog dat ik wanhopig op zoek was naar de bijbehorende woorden en dat ik de mensen om me heen steeds vroeg: “maar hoe voelt verdrietig, boos, blij enz dan?” En als ik dan verschillende omschrijvingen kreeg van verschillende mensen, dan raakte ik weer helemaal opnieuw gefrustreerd, want dan wist ik het nog niet! Als al die mensen om me heen al allemaal iets anders zeiden bij één woord, hoe moest ik dan leren herkennen wat wat was? Uiteindelijk ben ik maar een poging gaan doen om van al die frustratie nog iets leuks te maken.... Ik ben een paar van mijn ‘emoties’ gaan tekenen en voor sommige vond ik later toch nog een woord, voor anderen niet. 

Tegenwoordig ben ik iets beter in het beschrijven van wat ik voel dan in die tijd. En hoewel ik mijn hulpverleners van destijds heel dankbaar ben voor hun pogingen (en geduld), heb ik toch het meeste over emoties geleerd door mensen te bestuderen (hun gedrag kopiëren)  en door het leren van de Nederlandse gebarentaal! In gebarentaal hoef je namelijk niet met woorden uit te leggen hoe iets voelt, je kunt het laten zien en dat was voor mij echt verhelderend! 

Emoties..... 
De meeste mensen krijgen ze met de paplepel in gegoten en lijken ze automatisch te herkennen. Voor mij blijft het een soort van hogere wiskunde... een vak apart.