Posts tonen met het label familie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label familie. Alle posts tonen

11 mei 2026

Moederdag…. Oftewel: een verhaaltje over gemis….

Gisteren was het weer zover: Moederdag. Een dag die voor mij en vele anderen best ingewikkeld is. En het maakt blijkbaar niet uit hoe oud ik ben, ik kan er maar moeilijk aan wennen en lijk er elk jaar zelfs iets meer 'last' van te hebben.

Eigenlijk voel ik me niet helemaal 'gerechtigd' om dit stukje te schrijven. Veel (en steeds meer, want hé ik word nu eenmaal ouder) mensen om me heen, moeten hun moeder missen. Hun moeder is er niet meer, weggenomen door de dood en daar zijn ze erg verdrietig over. Bij sommigen gebeurde dat al heel jong, bij anderen wat recenter. Maar dat is niet de reden waarom Moederdag voor mij persoonlijk ingewikkeld is. 

Ik heb een 'moeder' en ze leeft ook nog steeds. Dus daar zou ik eigenlijk heel erg dankbaar voor moeten zijn. Sowieso krijg ik (nog steeds) best vaak de opmerking naar mijn hoofd geslingerd dat je respect moet hebben voor je ouders, het oh zo befaamde 'eert uw vader en uw moeder'. Maar feit is dat ik het niet kan. Ik kan geen/erg weinig respect opbrengen voor mijn moeder en eren doe ik haar zeer zeker niet. Maakt me dat ondankbaar? Misschien, maar wellicht zijn de mensen die dit soort uitspraken doen zonder iemands verhaal of achtergrond te kennen wel erg kortzichtig?

Ooit kreeg ik weer eens een nieuwe Woonbegeleider, die me tijdens zijn allereerste bezoek (en tevens allereerste en allerlaatste ontmoeting) vertelde, dat ik respect moest hebben voor mijn ouders en dankbaar moest zijn dat zij me op de wereld gezet hadden. Die opmerking viel bij mij 'niet helemaal lekker' (understatement of the year) en vrij snel daarna kwam een vervanger een poging doen om dit 'lastige mens' te begeleiden.

Respect is in mijn ogen iets wat je in eerste instantie krijgt, maar om het te houden, moet je ook een beetje je best doen. Respect is in mijn ogen ook wederzijds, geef je het, dan krijg je het en andersom. Maar geef je het niet? Of doe je iets dat het (gevoel van) respect beschadigt, dan zul je het terug moeten verdienen. En in sommige gevallen, gebeurt dat zó vaak of zó heftig, dat het niet meer terug te verdienen valt. 

Voor mij valt mijn moeder onder de laatste categorie. En ja, ik zie dat ze momenteel haar best doet, maar er is te veel gebeurd, het is te laat en mijn hoofd kan dat niet zomaar vergeven en vergeten. Dus, tja, sorry moeder, van mij geen 'best mum of the year' kaart, ik sla deze dag over.

En dat overslaan, of er niet aan denken is nog best een klus. Het is net als al die gezellige gezinnetjes in de tv reclames rond Kerst: er is geen ontkomen aan! Overal zijn reclames voor Moederdag. Mijn mailbox loopt over van de Moederdag nieuwsbrieven. En hoe vaak ik me er ook voor afmeld, ze blijven maar binnenkomen! En dit jaar had ik daar oprecht last van!

Ooit liep ik stage in een kindertehuis, waar kinderen (tijdelijk, maar meestal veel te lang) woonden, omdat ze door allerlei omstandigheden niet meer thuis konden wonen. Deze kinderen werden 'moeilijk opvoedbaar' genoemd. Maar na een tijdje daar rondgelopen te hebben en naar de kinderen geluisterd te hebben en hun verhaal (nou ja, hun dossier) gelezen te hebben, vond ik eigenlijk dat in de meeste gevallen, het niet de kinderen waren die daar zouden moeten zitten. Maar ja, het is natuurlijk makkelijker om te zeggen dat je kind moeilijk opvoedbaar is, dan dat jijzelf een moeilijke opvoeder bent...

In dat tehuis liep er een jongen rond die, zodra het over zijn ouders, en specifiek zijn moeder ging, altijd riep: 'mijn moeder is een loeder!'. Hij was destijds 12 jaar oud en al zóveel meegemaakt. Inmiddels zal hij rond de 40 zijn, maar nog steeds moet ik regelmatig aan hem en zijn uitspraak denken. Hij was toen 12, maar zijn visie was glashelder (en niet onterecht).

Ik ben inmiddels oud en verstandig genoeg om (in theorie) te weten, dat ouders doen wat ze kunnen en dat als ze dingen zelf niet geleerd of meegekregen hebben, ze het ook niet door kunnen geven. Maar is het terecht dat een kind daar de dupe van wordt?
Is het terecht dat een kind maar dankbaar moet zijn dát het op de wereld is gezet en automatisch respect heeft voor degenen die daar verantwoordelijk voor zijn?

Ik vind dat ingewikkeld. Want als je een kind op de wereld zet (wat meestal een eigen keuze is) en je wilt of kunt er vervolgens niet voor zorgen en doet dat ook niet, of op een manier die (zowel lichamelijk als psychisch) schadelijk is voor het kind (dat daar vervolgens jarenlang weer op afgerekend wordt), waar moet het kind dan precies dankbaar voor zijn of respect voor hebben? 

Ik weet het oprecht niet en op een dag als Moederdag, verwart me dat nog net iets meer dan normaal. 
Dus sorry, voor mij(n moeder) geen Moederdag, al leeft ze nog steeds. Ik stel voor, in de naam van dat destijds 12 jarige jongetje uit het kindertehuis en al die andere (jonge en oude) kindertjes zoals hij, om het fenomeen Loederdag in te voeren. Een dag waarop je gewoon ongegeneerd boos en verdrietig mag zijn op degene die jou dingen had moeten geven en leren, die voor jou had moeten zorgen en je had moeten beschermen en dat nooit gedaan heeft. 

Loederdag, een dag waarop je geen dankbaarheid en respect hoeft te hebben, maar gewoon mag voelen hoe het voor jou was (en vaak nog steeds is)! 

Ik ben voor!


foto: gemaakt met ChatGPT



10 oktober 2025

De taken van ouders... oftewel verwend of verwaarloosd?

Als je me echt zou kennen, dan zou je weten dat ik nooit echt een veilige thuissituatie heb gehad. Naar de buitenwereld toe, leek alles koek en ei en leek er niks aan de hand en had ons gezin alles goed voor elkaar. Binnen die vier muren van het huis, achter de gordijnen, was dat toch net iets anders. (Althans, zo zie en ervaar ik dat als volwassen Mick). 

Aan materiële zaken heb ik nooit een gebrek gehad, sterker nog, als ik ook maar ergens (per ongeluk hardop) liet vallen dat ik iets mooi vond (zonder het te willen hebben overigens), dan kwam het er vaak ook. En zelfs nu het contact bestaat uit een handjevol appjes per jaar, moet ik enorm opletten wat ik schrijf, want als ik bij wijze van spreken als grapje schrijf dat mijn oven zo traag werkt (wat dan niet daadwerkelijk het geval is, maar een grapje, want ik heb gewoon niet zoveel geduld en wél honger), dan kan het zomaar gebeuren dat er twee dagen later ongevraagd een gloednieuwe oven bezorgd wordt via een pakketdienst, of dat er geld op mijn rekening gestort wordt met de mededeling ‘voor een nieuwe oven’. 

Veel mensen zullen misschien denken: waar zeur je over, ik wou dat ik zulke ouders had. Of: wat ben jij ondankbaar, dat je dat niet waardeert. En al die mensen zullen vanuit hun oogpunt vast gelijk hebben, Maar ik ben hier serieus écht niet blij mee. En ja, ik voel me met regelmaat een rete-ondankbaar en verwend kind. 

Maar elk verhaal heeft twee kanten, en mijn gevoel hierbij komt ook echt wel ergens vandaan. 

Ik heb al heel jong geleerd thuis, dat niks voor niks was. Als je iets kreeg, dan werd er iets voor terug verwacht. En dat klinkt heel logisch en wellicht zelfs heel redelijk, maar als iemand jou iets geeft waar je niet om gevraagd hebt, wat je niet nodig hebt en eigenlijk ook niet wil hebben en je moet daar verplicht dankbaar voor zijn, dan is dat best naar. Zeker als je dat bijna 40 jaar later nog steeds te horen krijgt. In de vorm van ‘wij hebben in 1986 het nieuwste en duurste merk sportschoenen voor jou gekocht en jij wil nu, in 2025, niet eens even iets voor mij halen, je mag wel wat dankbaarder zijn’.  En dit voorbeeld ziet er misschien belachelijk en ongeloofwaardig uit, maar het is een recente letterlijke tekst uit de paar appjes die er dus per jaar gestuurd worden. 

De conclusie: ik moet enorm dankbaar zijn, voor alles wat ik allemaal (ongevraagd) gekregen heb. Maar feit is: ik ben als volwassen Mick de laatste tijd, vooral heel boos om wat ik allemaal niet gekregen heb en waar ik veel meer aan gehad zou hebben dan al die spullen: namelijk: aandacht, liefde, geduld, vertrouwen en me voorbereiden op het leven als volwassen Mick. 

Mijn ouders hadden als ‘opvoed stijl’: kinderen moeten zelf vragen om wat ze nodig hebben. Als ze iets willen weten, of iets nodig hebben, dan weten ze dat ze bij ons terecht kunnen’.  Op zich een mooi streven, maar om dat te kunnen doen, moet het wél veilig voelen om je vragen te kunnen stellen.
 
Op het moment dat je als onzeker kind op de bank zit en naar een kennis quiz kijkt met je ouders en iedere keer als een deelnemer iets niet weet of het antwoord fout heeft, de deelnemer belachelijk wordt gemaakt en er steeds opnieuw geroepen wordt ‘Jezus, dat je dát niet weet! Hoe dom ben je dan?’ (Terwijl jij het antwoord ook niet wist), dan maak je de kans dat je kind met een vraag over iets dat het niet weet naar je toe zal komen, steeds kleiner. Want, tja, blijkbaar ben je dom als je dingen niet weet en blijkbaar is dat heel erg, dom zijn…
Als je dat je hele leven in allerlei vormen hoort, dan zit er al gauw in je systeem dat je niet ‘dom’ mag zijn en dat je ‘eigenlijk alles moet weten’. 

Toen ik als jong Mickje nog op de middelbare school zat, snapte ik soms mijn huiswerk niet, terwijl ik dat toch wel degelijk voor een proefwerk moest weten. Heel af en toe, moest ik dan wel om hulp vragen en omdat mijn moeder helemaal niet begreep wat ik moest doen (die mocht blijkbaar wel ‘dom’ zijn), werd helpen bij huiswerk de taak van mijn vader. Maar Mick is Mick, altijd al geweest. Mick wil dingen begrijpen en neemt niet zomaar, zonder uitleg of reden, iets aan.
Dus als ik de stelling van Pythagoras moest leren, dan kon ik best wel opdreunen dat A² + B² = C²  was, maar ik wilde weten, waaróm dat zo was, wat het precies betekende? 

Een Mick met een drang naar uitleg en duidelijkheid, een vader met erg weinig geduld en een standaard antwoord ‘omdat dat gewoon zo is’, gingen niet goed samen en dit heeft met hele grote regelmaat tot (hele heftige) ruzies geleid. En hoe verder ik kwam op school, hoe meer ik erachter kwam dat mijn vader ook niet zo slim was als hij dacht te zijn en kon hij me niet meer helpen met m’n huiswerk.

Toen ik het huis uit was en voor de eerste keer belastingaangifte moest doen, vroeg ik mijn vader nogmaals om hulp: wil je dat alsjeblieft SAMEN met me doen, zodat ik het leer en volgende keer zelf kan doen. Maar ook hier, begreep ik dingen niet (snel genoeg) en vroeg ik blijkbaar te vaak waarom dingen zo waren. Dat mijn vader op veel van mijn vragen onmogelijk een voor mij bevredigend antwoord kon geven, snap ik nu ook wel, maar wat er gebeurde was, dat mijn vader boos werd, geen geduld meer had en het dan VOOR mij ging doen, zonder enige uitleg. Met als gevolg dat het wél geregeld was, maar dat ik het jaar daarna, exact hetzelfde probleem had. En ik werd er steeds onzekerder van, ging me steeds dommer voelen, terwijl ik dat eigenlijk echt niet ben. 

En zo ging het met alles wat je als 18 jarige zelf moet gaan regelen: verzekeringen noem maar op: als ik vroeg kunnen we daar SAMEN naar kijken, dan duurde het hem te lang en deed hij het VOOR mij, want dat was sneller. “Het is nu toch geregeld, maak je niet druk.” Als ik vroeg om uitleg, kreeg ik te horen dat ik die nog wel een keer zou krijgen, maar die ‘keer’ is tot op heden nooit gekomen. 

Ik heb dus nooit geleerd om dit soort dingen zelf uit te zoeken of te doen. En ik merk dat de angst om dom te zijn, om dingen niet te weten, niet te snappen, me tot op de dag van vandaag compleet verlamt. Ik sla compleet dicht en neem niks op als een ander het probeert uit te leggen, of ik zelf dingen probeer uit te zoeken door informatie te lezen. Ik raak in paniek, klap dicht en het lukt me nog steeds niet. 

Afgelopen weekend gebeurde er weer iets waardoor ik weer eens met m’n neus op deze feiten werd gedrukt. Schade aan de auto, verzekeringskwestie, ‘gewoon even doorgeven aan je verzekering’. En bij het woordje ‘gewoon’ schiet mijn hoofd in paniek en klap ik dicht, want voor mij zijn deze dingen niet gewoon. Ik snap ze niet, ik begrijp ze niet, al leg je het 1000x uit, het komt niet binnen. En als ik de eerste stap al voor elkaar gekregen heb, dan volgen er nog een heleboel van die ‘gewone’ vervolgstappen, die ik OOK niet geregeld en verwerkt krijg, met als gevolg dat ik jankend op de bank zit te wachten tot ik dood ga, want dan hoef ik het niet meer te regelen.

En ja dat klinkt vast heel overdreven, maar ik word hier zo wanhopig van, van dat dom voelen, dat dit daadwerkelijk is wat er gebeurt. 

Volgens de Nederlandse wet is de taak van ouders dit: 
De taken van ouders zijn primair gericht op de verzorging, opvoeding, en het ondersteunen van de ontwikkeling van hun kind tot een zelfstandige volwassene. Dit omvat het bieden van een veilige, liefdevolle en gestructureerde omgeving, het voorzien in levensbehoeften zoals eten en onderdak, en het overdragen van kennis en waarden. Ouders zijn hierin wettelijk verantwoordelijk en moeten altijd het belang van het kind vooropstellen, waarbij ze rekening houden met de leeftijd en ontwikkeling van het kind. (bron: Kinderrechten.nl) 

En als ik dat dan zo lees, en ik denk aan wat sommige mensen over me zeggen: verwend en ondankbaar, dan doet dat best pijn…
Dan kan ik eigenlijk alleen maar concluderen, dat mijn ouders maar aan erg weinig punten van deze omschrijving voldaan hebben. Ja, ik had een dak boven m’n hoofd en meestal had ik eten. Ik had veel spullen, maar de rest uit die omschrijving? Nee, dat was er niet en dat had ik veel liever gehad dan al die spullen bij elkaar. 

Als iemand me weer eens verwend noemt, dan probeer ik me maar vast te houden aan de wijze woorden die een psychiater ooit sprak: “Verwend zijn is eigenlijk een vorm van verwaarlozing”.

En hoewel ik het hier inmiddels roerend mee eens ben, neemt het mijn rotgevoel en het gevoel om keer op keer te falen als volwassene in deze maatschappij niet weg.

bron: plaatje in een artikel in NRC Handelsblad




1 juli 2022

Genderdysforie deel 12: What's in a name....

Tijd voor een nieuwe naam dus. Het lijkt misschien iets heel simpels, maar dat was het voor mij zeker niet. Het idee dat een nieuwe naam 'voor altijd' is, vond ik best een beangstigende gedachte, want wat als je er na een tijdje achter komt dat de door jou uitgekozen naam toch niet bij je past?

Ik had tenslotte al een keer vrij ondoordacht en overhaast een keuze gemaakt (Mick) en kwam er na een tijdje achter, dat dat het toch niet helemaal was. En dus ging ik terug naar mijn geboortenaam, want tja, alhoewel het iedereen meteen aan 'vrouw' doet denken, is het wel wie ik al die jaren geweest ben. 

Een beetje als je lievelingstrui... Hij zit heerlijk, lekker comfortabel, zacht, vertrouwd en ook al zitten er hier en daar wat vlekken in die er niet meer uitgaan, en komen er hier en daar wat gaatjes in, toch doe je hem het liefst niet weg... Maar misschien ben ik gewoon een beetje vreemd dat ik dat heb met mijn lievelingstrui, t-shirt, broek enz...

Hoe dan ook, een naam kiezen vond ik ingewikkeld, want wat ik ook bedacht, het voelde toch niet zo lekker als die ene uitgelubberde 'lievelingstrui'. Maar ja, aan die lievelingstrui heb ik ook ooit moeten wennen en dat kon alleen door hem aan te trekken...

Ik had vrienden en kennissen om hulp gevraagd om een lijstje te maken van namen die ze bij mij en mijn initialen vonden passen en zo kwam ik tot een top vier. Maar eigenlijk wist ik in mijn hoofd wel al welke van de vier het zou gaan worden. 

Tot het tandartsbezoek waar ik laatst over schreef, bleef ik maar volhouden dat die nieuwe naam nog niet nodig was. En ach, wat is 'nodig'? Maar ik denk dat ik dat ook wel een beetje vol bleef houden omdat ik het kiezen van die naam heel spannend vond. Op het moment dat ik het hardop zou zeggen, dan was het 'echt' of zo en kon ik niet meer terug. (wat natuurlijk onzin is, want je kunt altijd terug!)

Toen ik Mick 'werd', kon ik dat voor mijn gevoel niet overal zijn, waardoor ik vooral 'part time Mick' werd en dat niet goed voelde. 

Mijn grootste struikelblok zat destijds bij (joh, je raadt het al...) mijn familie. Ik wist niet goed hoe ik ze moest vertellen dat ik transgender was en dan ook nog dat ik mijn naam ging veranderen. Ik wist niet hoe ik het moest brengen en ik wist ook niet of ik kon dealen met hun reactie en dus deed ik waar ik goed in ben: ik deed het gewoon niet! 

Dat was makkelijker, maar ik werd er zeker niet gelukkiger van!
Een les voor deze keer dus: óf je doet het helemaal, óf je begint er niet aan!

De zaterdag na het tandartsbezoek, besloot ik in een beeldbel gesprek met  Woonbegeleider dat het tijd was en na enige moeite (het bleef gewoon lastig, al stond mijn keuze voor een naam inmiddels echt wel vast) sprak ik uit welke naam ik gekozen had en dat ik voortaan zo genoemd wilde worden met gender neutrale voornaamwoorden. En vanaf dat moment werd ik S*!

Er kwam een klein groepje mensen om me heen die 'mijn grote geheim' alvast mochten weten, zodat ik ook een beetje kon wennen, terwijl ik op een plan broedde om het mijn familie te vertellen.

In april besloot ik eindelijk dat het tijd was om aan mijn ouders te vertellen dat ik non-binair was. En hoewel ik ervan overtuigd ben dat er meer dan genoeg aanwijzingen in mijn jeugd te vinden waren, hadden ze dit blijkbaar niet aan zien komen en sloeg mijn mededeling in als een bom. Pas een paar weken geldeden, twee maanden later dus, toen ik eindelijk mijn plannetje klaar had om ze over mijn nieuwe naam en voornaamwoorden te vertellen, kwam er voor het eerst een reactie van hun zijde op wat ik hen in april vertelde. En met die reactie zakte de moed voor deze volgende stap meteen weer in mijn schoenen en stelde ik het weer even uit. 

Uiteindelijk heb ik afgelopen week mijn plannetje uitgevoerd en heb ik mijn familie op de hoogte gebracht. Op mijn eigen manier uiteraard. 
Pas toen ik zeker wist dat de boodschap aangekomen was, heb ik (een groter deel van) 'de rest van de wereld' op de hoogte gebracht, en zo zal ik de komende tijd nog wel even bezig blijven gok ik. 

Mijn familie heeft tijd nodig, dat snap ik diep van binnen ook wel. Ik ben hier, met deze genderzooi, al dertig jaar bezig, maar voor hen is het nieuw en dus ligt mijn tempo voor hen heel erg hoog. Ik zit als het ware al in Parijs en zij staan nog thuis op het perron te wachten op de trein... zo iets... 

Het stomme is (of misschien is dat juist wel niet stom) dat ik de afgelopen weken moeite had om aan mijn nieuwe naam te wennen. Het voelde een beetje alsof je linkshandig bent en iets met je rechterhand moet doen... Een beetje een 'ieeeeuw' gevoel. Maar sinds ik mijn familie heb ingelicht en ik weet dat ze het ontvangen hebben (ook al heeft er (nog) nauwelijks iemand gereageerd), voelt het ineens minder 'ieeeeuw' en voel ik me ook meer S dan die dagen ervoor. 

Ik begin er dus langzaam aan te wennen.
En ik hoop dat de rest van de wereld (inclusief mijn familie) dat ook (ooit) gaat lukken.

foto: internet


* Aangezien ik hier gewoon als Mick blijf schrijven, vind ik het verder niet zo relevant om mijn nieuwe naam hier te delen. 



13 april 2022

In de kast, uit de kast.... rot op met die kast!

Het is alweer best lang geleden dat ik eindelijk de passende woorden vond voor hoe ik me al het grootste deel van mijn leven voelde. 

Ik deed destijds mee aan een workshop waarbij ik het zinnetje af mocht maken: "als je me echt zou kennen, dan zou je weten dat..."

Als je hier al wat langer mee leest, dan heb je dat zinnetje al behoorlijk vaak langs zien komen. Op zich een simpel zinnetje, maar het was voor mij levens veranderend.

In die workshop sprak ik uit dat als je me echt zou kennen, je al meer zou weten dan ik zelf wist. Dat ik geen idee had wie ik was, sterker nog, ik wist niet eens WAT ik was. Ik voelde me geen vrouw, maar ook geen man, ik voelde me eigenlijk gewoon niks. 

Die dag kwam ik erachter dat daar een bestaand woord voor was: transgender. En dat woord kende ik al wel, maar het werd steeds omschreven als 'geboren in het verkeerde lichaam' en daar was ik toch niet helemaal zeker van. Want tja, het was mijn lichaam, hoe kon dat dan op zich verkeerd zijn? Het lichaam was prima, niks mis mee, maar ik gaf meer de voorkeur aan een andere versie van een lichaam, met in dit geval wat minder opties. 

Anyway.... Die dag was levens veranderend want het zette een proces in werking, dat niet meer te stoppen was. Ik begon informatie te verzamelen, zocht steun bij lotgenoten en ik nam de naam aan waaronder ik hier schrijf. Maar niet overal, want dat kon in mijn ogen nog niet. Ik was dus een soort van part time Mick en dat maakte het leven er voor anderen, maar zeker ook voor mijzelf niet makkelijker op. 

Mijn allereerste 'coming out' was dus daar in die workshop, maar wat ik toen nog niet wist, was dat er nog velen zouden volgen. Uit de kast komen doe je schijnbaar keer op keer. Het leven lijkt te bestaan uit een aaneenschakeling van kasten of misschien zelfs wel één grote kast.

Zo wilde ik ook mijn (in de buurt) vriendengroepje op de hoogte stellen en dat vond ik doodeng. Ik was zó bang dat ze me niet zouden begrijpen en me zouden laten vallen. Dat ze zouden roepen: daar heb je haar weer, wéér iets anders, wil zeker weer bijzonder zijn. Een boel spoken in mijn hoofd, die het er zeker niet makkelijker op maakten. Ik zag er zó gigantisch tegenop, dat mijn timing misschien niet helemaal handig was, maar zoals ik inmiddels weet: er bestaat geen perfecte timing voor een boodschap als deze. 

Ik besloot het hen te vertellen tijdens een lunch in het buitenland. Vlak voordat een aantal van hen de trein terug zouden nemen en ik nog even zou blijven. Ik gooide het hoge woord (ik ben transgender) eruit en verwachtte eigenlijk dat mijn wereld daar in dat café tegenover het station in zou storten. Maar er gebeurde iets heel anders. De reactie was nogal lauw, iets in de trant van 'dat maakt voor ons niks uit, het verandert niks' en dat was het dan, de 'normale' gesprekken gingen verder. 

En hoewel ik iets heel anders, dramatischer, verwacht had, voelde dit ook verre van ok. Het is heel leuk dat er in hun ogen niks veranderde, maar mijn hele wereld stond op zijn kop, en met dat (vast goedbedoelde) zinnetje, werd voor mijn gevoel voorbijgegaan aan de inhoud (en zwaarte voor mij) van wat ik zojuist had proberen te delen. Het voelde een beetje alsof het van tafel geveegd werd, of genegeerd en dat voelde niet echt lekker. 

Het maakte me in de war. Voor mij was het zó belangrijk, maar was het dat wel? Er was niemand die me er iets over vroeg en het duurde nog best wel heel lang voordat het met sommige van hen een gespreksonderwerp werd. Tot op de dag van vandaag is het dat met de meesten van dit groepje nog steeds niet. Misschien ligt dat aan mij, misschien ben ik niet duidelijk genoeg, maar dat moment in het café heeft me heel onzeker gemaakt: juist terwijl ik zelf het gevoel had dat ik mezelf begon te vinden en er steeds meer stukjes op zijn plek vielen, voelde ik me een nog vreemdere eend in de bijt, dan ik (voor mijn gevoel) toch al was.

Daarna was dat 'uit de kast komen' voor mij ook wel een beetje klaar. Ik had geen zin om me steeds opnieuw onbegrepen te voelen en ook geen zin om steeds weer discussies aan te moeten gaan over het al dan niet bestaan van meer dan man of vrouw. Ik werd er verdrietig van. En hoewel ik heel graag niet meer aangesproken wilde worden met zij en haar en op dat moment liever Mick was, kroop ik weer terug in mijn kast en besloot dat het blijkbaar allemaal niet belangrijk was. maar dat was het stiekem wel.

Tot op de dag van vandaag heb ik ook mijn familie nog niet ingelicht. Nu is dat op zich makkelijk want we hebben geen/nauwelijks contact, maar het knaagt wel aan me. Al jaren. Ik heb continu het gevoel dat ik niet kan zijn wie ik eigenlijk ben. En dat ben ik zelf schuld, dat besef ik maar al te goed. 

Ik leef in het dagelijks leven niet als Mick. Ik voel me inmiddels ook niet meer Mick, maar ik voel me ook nog steeds geen vrouw, zij of haar. Ik vind het een strijd, een mindfuck!

Halverwege vorig jaar hakte ik de knoop door. Ik wil zijn wie ik ben en ik wil gelukkig worden met mijn lijf, of toch, gelukkiger dan dat ik nu ben. En daarvoor moeten er veranderingen komen. 

Eerder was ik niet klaar voor deze veranderingen en ik stopte mijn traject bij de genderpoli omdat ik niet wist hoe ik mijn wensen over wie ik was en moest zijn en de daarvoor noodzakelijke aanpassingen, aan de buitenwereld moest verkopen. Ik wilde hen geen ongemakkelijk gevoel bezorgen, ten koste van mijn eigen welzijn.

Maar nu, nu kan ik niet meer, ik moet mezelf worden, anders ga ik kapot en als de omgeving daar niet mee om kan gaan, dan is dat jammer. Ik ben opnieuw aangemeld bij de genderpoli en binnen een jaar gaat er hoe dan ook behandeling komen en gaan er veranderingen komen. 

Dat betekent dat het tijd is dat ik mijn familie ga inlichten. Dat is op zich normaal al een dingetje, maar omdat we verre van een goede band met elkaar hebben, maak ik me daar wederom erg druk over. Maar ik heb niks meer te verliezen en het zal dan ook op zeer korte termijn gaan gebeuren. 

Ik ben het in de kast, uit de kast beu. Die kast is te klein aan het worden, ik heb last van die kastdeuren....

Het wordt tijd voor een open inloopkast!

nou, zoiets dan toch... 
foto: pinterest


14 januari 2022

Over nachtmerries en flashbacks....

Als je me echt zou kennen, zou je weten dat ik in mijn leventje, en zeker als kind/puber behoorlijk wat heb meegemaakt. Vermoedelijk meer dingen dan sommige mensen in hun hele leven meemaken. En voor de duidelijkheid: ik heb het niet over leuke, luchtige dingen, maar over dingen die nooit hadden mogen gebeuren en die je samen kunt vatten onder de noemer ‘kindermishandeling’. 

En hoewel er een hoop mensen zijn die maar blijven roepen “je moet het verleden achter je laten, het ligt immers achter je en je leeft in het nu”, kan ik het niet helpen dat ik, hoe waar hun opmerking in theorie ook is, ik deze mensen het liefst op hun neus wil slaan. 

Nou doe ik dat doorgaans niet, want ik heb inmiddels wel geleerd dat je dat mag denken, voelen en willen, maar dat het uitvoeren daarvan nou eenmaal niet mag. Maar als slachtoffer/‘overlever’ (ik weet nog niet goed welk woord ik zelf het meest toepasselijk vind) van vroegkinderlijke traumatisering, weet ik wel heel goed dat zo’n opmerking niet méér is dan dat: een theoretisch riedeltje. 

Ja, het klopt, ik leef in het nu. 
Ja, het klopt, het verleden is meestal een tijd die achter je ligt en afgerond is. 
Maar, als het verleden je nog (bijna) dagelijks achtervolgt in het heden, is het dan verleden of heden? 

Daar kun je over discussiëren. Maar mijn standpunt: niet alles wat eerder gebeurd is, is automatisch verleden. 

Van tijd tot tijd word ik ingehaald door dat zogenaamde verleden, in verschillende vormen. 

Afgelopen week kwam er weer zoiets op m’n pad: een horror nacht. Dat hield in dit geval in, dat ik een combinatie van een nachtmerrie en flashbacks had, daar (in theorie) wakker uit werd, maar geen idee meer had, wie ik was, waar ik was, hoe oud ik was, welk jaar het was en überhaupt wat er hiervan waar was. En waar ik dus ook niet meer uit kon komen, omdat er te veel ‘wie wat waar’ was. Volgt u het nog?

Het probleem is, dat ik sommige gebeurtenissen in deze (ik noem het maar even) ‘droom’, heel duidelijk herkende als situaties die zich al eerder in mijn jonge leven hadden voorgedaan. Verschillende herkenbare situaties, uit verschillende tijdsperiodes uit mijn leven, gemixt in één ‘droom’. 

En dat zou nog niet zo verwarrend zijn geweest, als er niet ook een aantal dingen in zaten die niet (kunnen) kloppen, of die totaal onbekend zijn. Zo klopte het huis waar mijn ‘droom’ zich afspeelde, qua inrichting, niet met het huis waar die daadwerkelijke situaties zich hadden afgespeeld en kwamen er een paar personen in voor die ik echt nog nooit gezien heb en niet eens ken. 
En daar begon voor mij de grote mindfuck. 

Als ik iets van jongs af aan veel en vaak te horen heb gekregen, dan is het wel dat ik ‘een grote fantasie’ had, dat wat ik zei niet waar was en dat ik een leugenaar was. En als dat maar vaak genoeg, door de belangrijkste personen in je leven tegen je gezegd wordt, dan ga je dat vanzelf wel geloven. Je wordt als het ware iemand met een grote fantasie, je zegt dingen die niet waar zijn, je bent een leugenaar. Zelfs als dat allemaal niet zo is, kruipt het langzaam je systeem in en neemt het je gezonde verstand over. 

Het nam mijn gezonde verstand zodanig over dat ik enorm aan mezelf ging twijfelen. Ik twijfelde over alles wat ik dacht, zei, me herinnerde, zeker wist, maar ook over wie of wat ik dan zelf was en óf ik er wel was. 
Ik ging twijfelen aan de dingen die er met me gebeurden, waren die wel echt gebeurd? Of had ik ze verzonnen? Had ik die blauwe plekken dan zelf gemaakt? Had ik zelfs maar verzonnen dat ik blauwe plekken had? Ik had geen flauw idee meer. 
Was er überhaupt wel zoiets als een ‘waar’? Of was dat ook een verzinsel van mijn brein, of een leugen? 

Hier heb ik mijn hele leven mee geworsteld, en hoewel het soms even wat minder kan zijn, kan het door iets relatief kleins, ook zó ineens weer volop boven komen drijven zoals nu. 

Ik appte mijn psycholoog met de vraag: hoe weet je zeker dat iets een nachtmerrie is of een flashback. Hoe weet je zeker dat iets waargebeurd is? 
Haar antwoord was iets in de trant van: een nachtmerrie heb je doorgaans als je slaapt en een herbeleving (flashback) komt meestal overdag naar aanleiding van een trigger. 

Maar in plaats van dat dit antwoord me hielp, raakte ik alleen nog maar verder in de war, want mijn herbelevingen komen juist vaak ‘s nachts, als ik slaap en de trigger is niet altijd even goed te achterhalen. 

En ook rondom deze ‘droom’, kon ik de trigger maar moeilijk vinden. Ja, ik herkende een onderdeel/thema (alcoholisme) en ja daar had ik eerder op de dag wel een (luchtig/grappig) gesprekje over gehad met m’n Woonbegeleider, maar dat woord/thema hoor, zie en ervaar ik wel vaker en dat leidt (gelukkig) echt niet altijd tot dit soort nachten.... Eigenlijk nooit. 

Ik kwam er maar niet uit. En omdat sommige stukken zo overduidelijk niet uit het verhaal komen dat ik als waargebeurd zie, maar mijn brein het blijkbaar verzonnen had, was de conclusie voor mij dan ook dat ik dus een leugenaar ben en dat ik misschien toch mijn hele leven wel aan elkaar verzonnen heb (zoals mijn familie nog steeds vindt en me dit ook nog steeds met regelmaat wijs probeert te maken). 

Me erbij neerleggen, dat ik nooit zal weten hoe het brein precies werkt en dat ik misschien wel nooit zeker zal weten wat ‘waar’ is en of er überhaupt een ‘waar’ is, en waarom het brein dan zelf maar de gaten dicht gaat metselen in het stukje film dat zich in mijn hoofd afspeelt, gaat me niet lukken. 
Ik wil graag alles kunnen verklaren, de wereld (of toch die van mij), moet duidelijk zijn en kloppen. En dat gaat nu eenmaal niet (altijd). 

Maar ik kwam vanavond ineens tot een (soort van) inzicht. 
Ik had het er met Woonbegeleider ook over gehad dat een boel spannende, moeilijke en onduidelijke dingen in mijn huidige leven, nu op hun plek begonnen te vallen of zelfs opgelost lijken te zijn. En dat dit me een soort van rust gaf: ik voelde me wat rustiger, meer ontspannen, minder op mijn hoede misschien wel.

Mijn leven is van jongs af aan een opeenstapeling van stress op stress op stress. 
Ik denk zelfs dat ik niet eens weet hoe een leven zonder ellendige dingen en stress eruit ziet of hoe dat voelt. 

En nee dat zeg ik niet om zielig gevonden te worden, maar stress en ellende zijn voor mij (onbewust) een overlevingsnoodzaak geworden, zoals ademen dat ook is. 

En als er dan dus even rust in mijn leven en brein lijkt te komen, dan krijgt mijn brein acuut een soort van paniekaanval/kortsluiting. Het heeft geen idee wat het daar nou toch mee moet, of hoe het daarmee om moet gaan en dus doet het wat het het beste kent: stress ellende en chaos creëren, in dit geval (en volgens mij ook al vaker in het verleden) in de vorm van een nachtmerrie/flashback die me dan meteen weer ontregelt en op scherp doet staan.... 

Maar misschien is dat allemaal ook wel onzin en lieg ik mezelf maar weer wat voor. En is het toch gewoon wel (of niet) waar.... 
Of zelfs dat niet eens.... 
Wie het weet mag het zeggen....


foto: tekening van Rik (lang geleden)


29 december 2021

Een ezel stoot zich geen twee maal aan dezelfde steen... iets over familie patronen...

Afgelopen week overleed mijn tante. En voordat iedereen meteen 'gecondoleerd' en 'sterkte' gaat roepen, wat doorgaans heel gepast zou zijn, moet ik er misschien even bij vertellen dat die mededeling vrij weinig met me deed. 

Ik kan me niet eens herinneren wanneer ik haar (of de rest van de familie) voor het laatst in het echt gezien heb, maar dat moet toch zeker al een jaar of 15 geleden zijn. 

Ik heb dus niet zoveel met mijn tante (of de rest) en de mededeling van haar overlijden deed me dan ook niet echt overlopen van verdriet. Naast de gedachte: ach, wat sneu, was het enige andere dat ik kon denken: 'oh jee, dat betekent dus een 'familie bijeenkomst'. En dat zorgde voor heel veel stress en paniek in mijn hoofd.

Ik hou niet van familie aangelegenheden, nooit gedaan ook. Als kind kon je mij op de oh zo gezellige familiefeestjes in het verste hoekje van de gang, op een rustig plekje met een boek, of met mijn eigen gedachten vinden. Ik vond die bijeenkomsten vreselijk! Er werd heel veel gerookt (niet handig als je astma hebt), heel veel gedronken en naar mate er meer alcohol in ging werd het luider en luider en werd het bullshit gehalte hoger en hoger. En tegen al die dingen (en vooral de combinatie), kon ik niet zo goed tegen en dus probeerde ik steeds opnieuw weg te vluchten naar een rustig plekje in het huis waar ik me veilig, ongestoord en mezelf kon voelen. 

Toen ik wat ouder werd kreeg ik letterlijk van ze te horen dat ik 'niet één van hen' was (hen= de familie). De reden? Ik rookte niet, ik dronk niet en ik was ongezellig. En dat klopte allemaal en stiekem was ik blij dat ik niet één van hen was, maar het maakte ook dat ik me er nooit bij voelde horen (wat ik uiteraard ook voor een heel groot deel zelf deed) en dat zorgde weer voor veel verdriet.

En tot op de dag van vandaag voel ik me er niet bij horen, alleen heb ik nu, als volwassene, in tegenstelling tot vroeger, zelf de keuze of ik er wel of niet bij WIL horen.

Maar goed. Mijn tante is dus dood. En dus gaat er een soort van afscheid plaatsvinden. Naar het schijnt is het heel erg druk in de lokale crematoria en omdat de eerstvolgende optie (met publiek) pas over drie weken kon plaatsvinden, werd er gekozen voor een dienst in een kleine kerk en daarna niks. Geen koffietafel, geen bijeenkomst, gewoon, naar de kerk en naar huis. 

Mijn ouders, die best op leeftijd zijn, en hier een flink eind voor moeten reizen, lieten weten dat ze niet aanwezig konden zijn. Voorzichtig polste ik eens bij mijn broer of hij misschien zou gaan, maar ook hij zag het heen en weer rijden voor een kerkdienst niet zitten. En ik.... tja, ik wil het liefst ook niet gaan, maar ik vind ergens ook dat ik 'de eer van ons gezin (waar ik me overigens ook geen onderdeel van voel) moet hooghouden' en dus moet gaan. Ik woon in de buurt, dus die 'smoes' heb ik niet en dus zat ik maar te piekeren over wat ik zou gaan doen. 

Vanavond kwam er weer een berichtje van mijn vader en ik hakte de knoop door: ik zou namens ons gaan. Maar ik besloot ook om heel eerlijk en open tegen hem te zijn en voegde eraan toe: "maar dat vind ik ook doodeng, want ik heb ze al zeker 15 jaar niet gezien en heb geen idee wat ik moet zeggen of doen, want handen schudden mag ook al niet."

En dat klinkt misschien raar, maar dit levert me echt stress op, ik weet écht niet wat ik moet zeggen, wat ik moet doen of hoe ik me moet gedragen en daar lig ik dus serieus wakker van en niet gaan voelt voor mij dan voor de fijnste en veiligste optie.

De reactie van mijn vader was simpel: "Je hoeft niks te doen, je hoeft er alleen maar te zijn. En misschien vraagt iemand wel aan je hoe het met je gaat. Dát kun je toch zeker wel handelen?"

En hij had me net zo goed een vuistslag in mijn gezicht kunnen geven. Want wat als het antwoord nou eens nee is? En spontaan zat ik jankend op de bank, me weer de puber voelend die in de kinderpsychiatrie zat en het verwijt kreeg van zijn ouders dat hij zo moeilijk te lezen was, dat ze nooit wisten wat er in hem omging en dat hij nooit eens iets deelde...

En dit is dus waarom. Ook in die kinderpsychiatrie tijd deed ik ontzettend mijn best om tijdens de gezinstherapie in de (relatief veilige) aanwezigheid van de therapeuten uit te spreken hoe ik me over bepaalde dingen voelde. Over wat dingen of uitspraken met me deden. Ik stelde me kwetsbaar op, liet verdriet zien, liet boosheid zien, maar al mijn emotie/gevoel, werd, net als nu, met één klap/opmerking van tafel geveegd, teniet gedaan. Ik denk dat ik vanaf dat moment definitief mijn mond ben gaan houden over hoe het werkelijk met me ging of wat ik voelde. Want zwijgen en erover liegen was makkelijker en veel minder pijnlijk dan keer op keer de deksel op mijn neus krijgen.

En ja, ik ken het spreekwoord van die ezel en die steen. En misschien was ik als puber een stuk verstandiger dan nu. Hoe kon ik denken of hopen dat er ook maar iets veranderd zou zijn in onze familie dynamiek? Naïef toch? Ik zou beter moeten weten en ik wéét het ook. Mijn ouders gaan niet meer veranderen, ze kunnen het stomweg niet. Ik moet mijn gedrag veranderen, mijn houding naar hen toe. Doe ik dat niet, dan zal ik keer op keer teleurgesteld worden en die oude (?) pijn voelen. 

Vooral niet open zijn over hoe het écht met me gaat, wat ik denk of wat ik voel. Maar gewoon lekker blijven liegen, want dan....

Pas dan, pas ik in het familiesysteem en hoor ik erbij.

Wel enigszins ironisch dat juist dát gedrag ervoor zorgde dat ik destijds in de psychiatrie terecht kwam... maar dat is een ander verhaal.

foto: gevonden op internet


22 december 2021

Kerst: de mooiste tijd van het jaar of toch niet echt....

Als je me echt zou kennen, dan zou je inmiddels kunnen weten dat ik niet zo'n grote fan ben van Kerst. Misschien komt dat omdat het in het einde van het jaar zit, in de winterse maanden en ik dan meestal (qua stemming en mentale gezondheid) onderuit ga. Maar misschien ga ik juist ook wel in die periode onderuit omdat in die laatste maand van het jaar die oh zo gezellige feestdagen zitten. Wie zal het zeggen, voor mij is het een kip of het ei kwestie, kortom: ik weet het antwoord niet.

Heel veel jaren belandde ik rondom de Kerst in de psychiatrische inrichting. En dat vond ik ergens wel heel prettig, want als er ergens weinig Kerstsfeer te vinden is, eender welke dag van het jaar, dan is het daar wel. 

Maar met het veranderen van de GGZ is het steeds moeilijker geworden om een (time out) plek te kunnen krijgen. En dus moest ik op zoek naar een manier van met Kerst omgaan, waar ik de minste last van zou hebben. 

Ik koos er toen voor om Kerst te benaderen als twee heel gewone zondagen achter elkaar. Zoals u ziet is deze keuze al best wel oud, want dit was gebaseerd op het feit dat op zondag de winkels nog dicht waren en ik kan me niet eens meer herinneren sinds wanneer dit niet meer het geval is. Ik zou zelf geen big deal meer maken van Kerst, gewoon iets simpels eten wat ik heel lekker vind en de hele dag films en series kijken waarbij ik de ogen uit mijn kop mocht janken, want vreemd genoeg voelt dat best lekker.

Die keuze om er zo tegenaan te kijken, dus als twee dagen waarop de winkel gewoon niet open is (wat nu dus nóg minder normaal is als destijds...), zorgde er overigens niet voor dat ik het minder moeilijk had. Het bleef gewoon moeilijk. 

Ik probeer er achter te komen waarom ik zo'n hekel aan Kerst heb, en klopt het eigenlijk wel dat ik een hekel heb aan Kerst? Of heb ik gewoon een hekel aan alles wat (in mijn hoofd) verbonden is aan Kerst? En ook dat is best een ingewikkeld vraagstuk. 

De afgelopen dagen betrapte ik mezelf erop dat ik, als ik in een winkel was geweest, in de auto had gezeten, of tijdens het afwassen of koken de radio aan had gehad, ik ook daarna nog de zojuist gehoorde kerstliedjes van de radio mee bleef zingen of neuriën. En ik heb vanmiddag zowaar vrijwillig het stof van een kerst cd afgeveegd en deze zelf aan gezet (en daar ook nog van genoten).

De lichtjes die momenteel de binnenstad of de huizen in de buurt 'versieren' (al is dat woord in sommige gevallen best discutabel) vind ik eigenlijk heel mooi en sfeervol, ik ben gek op lichtjes! Dus dat is het ook niet. 

Een boom in huis zetten, die moeten versieren om het daarna weer af te moeten breken, tja... dat blijf ik onzinnig vinden, dus daar doe ik ook niet aan mee. Als ik dennengeur in huis wil, koop ik wel een geurkaars (of een wc verfrisser), dat is een hoop minder gedoe. 

Kaarten schrijven doe ik het hele jaar, maar een kerstkaart met een persoonlijke boodschap erop en de moeite die een ander heeft gedaan om die kaart bij jou te krijgen, kan ik (eigenlijk het hele jaar door wel) waarderen, dus dat is het ook niet helemaal. Hoewel ik als kind kerstkaarten niet zo'n feest vond, want aangezien ik ook rond deze tijd van het jaar jarig ben, kreeg ik nooit/zelden een aparte verjaardagskaart, maar werd alles op één hoop geveegd: kerst, oud en nieuw, en de verjaardagen van zowel mij als mijn familieleden. Dus je verjaardagswensen stonden al op een kerstkaart en die moest je vervolgens ook nog eens delen met de rest. Dát vond ik destijds vreselijk, ik voelde me dan nóg minder speciaal dan ik me sowieso al voelde. 

Ik snap dat het voor de verzender lekker makkelijk en goedkoop was, één kaart voor de prijs van vier, maar leuk vond ik dat als kind echt niet (en laten we het er maar op houden dat ik heel lang kind gebleven ben in dat opzicht). Tegenwoordig krijg ik van ooms/tantes nog steeds een kerstkaart gecombineerd met verjaardagswensen, maar tegenwoordig moet ik er om glimlachen en ben ik blij dat ik überhaupt nog een kaart van ze krijg.

Wat is het dan wel dat ik Kerst zo vreselijk vind?

En ik denk inmiddels dat het niet zo heel veel met Kerst zelf te maken heeft, maar wel met het plaatje dat er door de media (en de maatschappij) van Kerst gecreëerd is. De nadruk wordt zó ontzettend gelegd op het 'samen zijn', het 'samen vieren' en op het feit dat niemand tijdens deze dagen 'eenzaam mag zijn' (waardoor je eenzaamheid eigenlijk nóg meer benadrukt en dus groter maakt). 

Maar feit is dat er mensen wel degelijk alleen zijn met Kerst. Er zijn mensen die geen familie hebben of (al dan niet zelf gekozen) om welke reden dan ook niet met familie kunnen of willen vieren. Er zijn gewoon mensen die (net als alle andere dagen van het jaar ook op deze dagen) gewoon alleen en/of eenzaam zijn. En van al die reclame beelden en films, krijg ik persoonlijk altijd het gevoel dat je zielig bent als je met Kerst alleen zit. 

Ok, ik kies ervoor om niet naar mijn familie te gaan, want dat maakt dit soort dagen voor mij nóg vreselijker. Ik heb/voel nou eenmaal nauwelijks een band met deze mensen. Ik word ook wel eens uitgenodigd door vrienden om deze dagen bij hen (en hun gezin) door te brengen en ook daar zeg ik doorgaans nee tegen, want het geeft me altijd het gevoel dat ik het vijfde wiel aan de wagen ben, ook al is dat vijfde wiel meer dan welkom. Mijn hoofd (en hart) krijgt dat niet voor elkaar, het voelt niet zo en dus kun je zeggen dat ik er zelf voor kies om alleen te zijn. En daarmee ook 'het recht op me eenzaam voelen' verlies, want ik doe het immers zelf. En dat klopt, ik doe het ook zelf.

Ik ben nou eenmaal iemand die graag alleen is. Ik heb het vaak ook nodig om alleen te zijn, want in gezelschap verlies ik heel snel mijn energie, óók als ik het hartstikke gezellig vind met anderen om me heen. Ik moet alleen zijn om bij te kunnen tanken. En hoewel ik dus graag alleen ben, voel ik me echt niet altijd eenzaam. 

Maar zo rondom de Kerstdagen, kijkend naar al die reclame filmpjes en films, waarin 'samenzijn' erg gepromoot wordt, en er enorm de nadruk gelegd wordt op dat je niet alleen mág zijn in die tijd, maakt dat ik me op die momenten zó ongelooflijk eenzaam voel, dat het soms niet meer te dragen is. 

En dat is denk ik het antwoord op mijn zoektocht: ik heb geen hekel aan Kerst, maar ik heb een hekel aan het feit dat ik in deze periode extra met mijn neus op de feiten word gedrukt dat ik alleen ben en daardoor een enorme gevoel van eenzaamheid dubbel en dwars ervaar. 

Maar goed, ook dit jaar zal ik er wel weer doorheen komen. Misschien iets minder lastig dan de voorgaande jaren, wetend dat door de maatregelen rondom Corona ook dit jaar er weer vele mensen zijn die Kerst eenzamer (of toch met minder mensen om zich heen) moeten vieren dan dat zij normaal zouden doen. Een schrale troost!

Ik wens iedereen een zo fijn mogelijke periode toe. Maak er jouw feestje van, dan doe ik dat ook. Op mijn manier.

foto: Ontvangen kerstkaart van vorig jaar


26 september 2021

De macht van het (familie) systeem...

Als je me echt zou kennen, dan zou je weten dat ik niet zo'n goede band heb met mijn familie. En als je me nog beter zou kennen, dan zou je weten dat wat ik net schrijf nogal een understatement is.

Als je mijn boek gelezen hebt, dan begrijp je misschien wel waarom dat zo is, maar voor degenen die mijn boek (nog?) niet gelezen hebben, zal ik het zo kort mogelijk proberen uit te leggen.

Ik kom uit een heel perfect gezin, waar op het eerste zicht niks mis mee is. Vooral aan de buitenkant, want binnen de vier muren van ons huis speelden zich een hoop dingen af die het daglicht niet konden (en kunnen) verdragen. Maar ja, dat zag dus niemand, omdat het hele gezin er enorm in getraind was om aan de buitenwereld vooral niks te laten merken, behalve dan hoe keurig, netjes, perfect en normaal we waren.

Als kind had ik allemaal niet zo goed door, dat het niet klopte. Ik zag heus wel dat dingen bij ons thuis (heel) anders gingen dan bij andere gezinnen, maar ja, als wij visite hadden gingen dingen er ook ineens heel anders aan toe. Dus waarom zouden andere gezinnen, de boel ook niet een beetje (veel) opleuken als er iemand mee kon kijken? Voor mij was dat de normaalste zaak van de wereld: wat er bij mij thuis gebeurde, was mijn realiteit en ook al was die heel anders dan wat ik bij anderen zag, dat deed niks af aan het feit dat ik het moest doen met hoe het er bij ons aan toe ging.

Voor veel mensen klinkt dit onbegrijpelijk als ik dat zo zeg. Er was namelijk sprake van mishandeling en verwaarlozing, dus hoe kun je, zeker als je wat ouder wordt, stug vol blijven houden dat je het niet doorhad?

En toch was dat zo. Ik was niet dom, integendeel, ik kon heel goed nadenken. Maar ik ben opgegroeid in dit zieke systeem, waardoor deze zieke realiteit, mijn dagelijkse realiteit was. Een realiteit waarvan ik ergens wel wist dat het niet helemaal klopte, maar waarvan ik het ook niet in mijn hoofd haalde om er iets mee te doen of om het bespreekbaar te maken met anderen, juist omdát ik heel goed wist wat er dan zou gebeuren.

Ons gezin hing eigenlijk van geheimen aan elkaar. Op het verklappen van die geheimen stond straf. Dus eigenlijk werd ik van kleins af aan opgeleid tot een soort van topacteur: Altijd en overal mooi weer spelen, het gaat altijd goed, en ook als het niet goed gaat, dan lieg je alles bij elkaar zodat de buitenwereld maar blijft denken dat het goed gaat.

Toch ben ik de enige die door deze familiedynamiek in de problemen raakte. Ik kon mijn echte wereld niet aan mensen uitleggen, dus verzon ik een compleet andere wereld die ik wél kon vertellen. En op die manier probeerde ik (zeer onhandig, ik geef het toe) duidelijk te maken dat er iets goed mis was, zonder mijn ouders (en ook mezelf) in de problemen te brengen.

Maar goed, dat ging mis, en ik kwam wel degelijk in de problemen, zodanig dat ik in de psychiatrie belandde. Maar ook daar hing altijd de dreiging van thuis boven mijn hoofd, waardoor ik loyaal bleef aan mijn familiesysteem en nooit kon zeggen wat er daadwerkelijk thuis gebeurde.

Toen ik klaar was met mijn middelbare school, wist ik niet hoe snel ik thuis weg moest komen en ging ik op kamers. Maar loyaal als ik was, bleef ik ieder weekend braaf naar huis gaan en zo bleef het familiesysteem zijn macht over mij houden. 

Doordeweeks deed ik mijn best om aan mezelf te werken en iets positiefs op te bouwen, maar na een weekendje thuis, konden mijn hulpverleners en ik eigenlijk samen weer van voor af aan beginnen. Ik wist wel dat die bezoekjes aan huis me verre van goed deden, maar ik kon het contact ook niet helemaal verbreken. Hoe kut en moeilijk het thuis ook was, die loyaliteit zat er (letterlijk) zó in geramd, dat ik die stap (verbreken van contact) niet kon zetten, ook al werd me dat van alle kanten aangeraden.

Een aantal jaar heb ik nauwelijks contact gehad en heb ik mijn ouders ook niet gezien. Er was heel af en toe een keer een smsje, maar dat was het dan ook wel. En in die periode groeiden we (voor zover dat mogelijk was) nóg verder uit elkaar, tot het punt waarbij ik het gevoel kreeg dat ik geen familie meer had, ook al was dit mijn eigen keuze.

In die jaren dat het contact minimaal was, bloeide ik redelijk op. Ik zal nooit gaan blaken van het zelfvertrouwen of gaan overlopen van positiviteit, maar het werd in die periode in ieder geval stukken beter dan het ooit geweest was. Maar het stuk loyaliteit bleef toch altijd aan me knagen. Het zijn nu eenmaal toch mijn ouders.

En dus besloot ik dat ik toch zo af en toe eens langs moest gaan. Tenslotte worden zij ook ouder, hebben niet het eeuwige leven en het zou voor mij pas écht heel ongemakkelijk worden als hun begrafenis de eerstvolgende gelegenheid zou zijn dat ik ze (nou ja, degene die niet dood is dan) weer zou zien. En dus besloot ik dat ik 1x per jaar op bezoek moest gaan, al was het maar voor een kopje koffie. 

Zodra ik ook maar één teen over de drempel van mijn ouderlijk huis zette, merkte ik dat ik meteen terug in het systeem zat. Onmiddellijk werd ik weer meegezogen in de negativiteit, het klagen, het zeuren, het afkraken van alles en iedereen, het 'wij zijn beter dan de rest'. Kortom: alles waar ik mijn hele leven zo'n grote hekel aan had. Binnen drie seconden, zat ik er weer tussen en in, met als grote verschil dat ik het nu herkende, ervoor kon kiezen om er (redelijk) uit te blijven en om te vertrekken als ik er geen zin meer in had. Dus tja, het is niet heel veel, maar het is wel een beetje winst.

Corona zorgde ervoor dat ik een heel goed excuus had om  niet bij ze op bezoek kon gaan. Maar wat ik steeds meer merk, is dat zelfs op zoveel afstand, mijn ouders nog steeds heel veel macht over me hebben. En daar baal ik enorm van....

Hoe ze dat dan doen? Eén van de straffen van bijvoorbeeld mijn moeder vroeger, was om me dood te zwijgen. Op die manier merkte je héél goed dat je iets misdaan had, maar je had geen idee wat het was. En geloof me, dat vond ik erger dan een goed pak slaag krijgen. 

Ook nu maakt mijn moeder nog gebruik van deze tactieken. We hebben sporadisch een app contact, maar als ik iets terug schrijf wat mijn moeder niet bevalt, dan gaat ze me weer doodzwijgen, door niks terug te sturen. En meestal kan ik nu denken: prima, jij je zin, lekker rustig. Maar op dit moment is er weer zo'n zwijg offensief bezig, waarbij ik merk dat ik dat allemaal wel heel stoer kan denken, maar dat ik aan alles in mijn lijf voel dat ik er tóch heel veel last van heb. Dat ik me bijna weer dat kleine kind (of de puber) voel van vroeger, die aan alles voelt dat ik iets misdaan heb, maar geen idee heb wat dat dan moet zijn.

Ik merk dat ik er op dit moment veel wakker van lig (letterlijk) en als ik al een keer slaap, dat ik dan droom over wat het is wat ik dan fout heb gedaan en waarbij alle mogelijke scenario's de revue passeren. De nachtmerries en flashbacks nemen weer in volle hevigheid toe. En dat is op z'n zachtst gezegd kut. Want wat ga ik nu doen? Hou ik vol om er niet op te reageren (en hou ik dat daadwerkelijk lichamelijk en geestelijk nog lang vol?) of stap ik weer terug in het systeem en trek ik het boetekleed alvast aan en ga vragen wat ik misdaan heb? 

Ik wil heel graag kiezen voor het eerste, er gewoon schijt aan hebben, mijn leven leven en me niet laten beïnvloeden door de nukken van mijn moeder. Maar tegelijkertijd trekt de loyaliteit me ook aan mijn t-shirt en vindt dat ik de eerste stap dan maar weer moet gaan zetten... 

En zo zit ik, zonder dat ik het wil, zonder dat ik er ook maar iets voor hoef te doen, terug in het oude familiesysteem. 

Eén ding is heel duidelijk: mijn familie hoeft niet bij me in de buurt te zijn, om nog steeds heel veel macht over me te hebben: Loyaliteit sucks....

foto: gevonden op internet



5 juni 2021

Kleine jongetjes worden groot...

Vandaag viel er een verhuiskaartje in mijn bus. Iemand wilde me laten weten dat die persoon een nieuwe woning had. Helaas stond er geen afzender op het kaartje, dus werd het een soort van raadspelletje. Gelukkig kon ik door de woonplaats wel vermoeden in welke hoek ik het moest gaan zoeken en dus haalde ik diep adem, greep m’n gsm en appte m’n ouders om te vragen of mijn vermoeden klopte. 

Als je me een beetje kent, dan weet je dat ik niet de meest soepele relatie met mijn familie heb. Laat ik het zo samenvatten: het werkt voor mij het allerbeste als we geen contact hebben, maar omdat het helemaal afkappen van contact niet echt in mijn aard ligt, heb ik zo min mogelijk contact. 

Maar goed, nood breekt soms wetten en dit appje leverde me, naast de gebruikelijke hoeveelheid frustratie over de app stroom die onmiddellijk op gang kwam, ook het antwoord op mijn mysterie op. Het was inderdaad mijn neefje die op zichzelf is gaan wonen.

En dat kaartje, en het gegeven dat hij nu op zichzelf woont, doet best een hoop met me.

Ik heb mijn neefje niet meer gezien sinds zijn zusje af moest zwemmen voor haar A diploma. Dat is inmiddels toch al gauw een jaar of 12 geleden. De meest recente foto die ik van hem (en haar) heb, dateert nog van daarvoor, dus eerlijk gezegd denk ik dat als ik een van hen nu op straat tegen zou komen, ik ze straal voorbij zou lopen omdat ik ze niet (her)ken.

Mijn neefje heeft echter altijd een heel speciaal plekje in mijn hart gehad. Hij is mijn petekindje, ook al heeft dat op dit moment (en dus al heel lang) niet echt veel waarde. 
Ik hou zielsveel van dit jochie, maar eerlijk is eerlijk, ik hou van het jochie dat ik me herinner. Het jochie jonger dan 11, want daarna heb ik hem dus niet meer gezien.

Toen hij klein was hadden we best een speciale band. Hij kwam altijd bij me zitten, met me knuffelen, met me spelen. Als hij overstuur was, kreeg ik hem binnen no time rustig. We zongen samen liedjes, maakten samen grapjes en als er familiefeestjes waren, waar het druk en chaotisch was, kroop hij altijd bij mij (op de grond) op mijn schoot. Ik was op dat soort momenten een soort van rustpunt voor hem. En eerlijkheid gebiedt me te zeggen: hij ook voor mij. 

In die periode ging het verre van goed met me. Ik had destijds heel veel last van mijn stemmen, nog geen idee hoe ik daar mee om kon gaan en om met het leven te kunnen dealen, beschadigde ik mezelf met behoorlijke regelmaat. 

Nu heeft mijn familie nog nooit echt hun best gedaan om ook maar een beetje te snappen wat er in mij omging of wat er met me aan de hand was, maar zeker die zelfbeschadiging werd (en wordt tot op de dag van vandaag) niet begrepen. Het zorgde ervoor dat ik niet alleen met mijn neefje of nichtje mocht zijn want 'ik was gevaarlijk'. 

Dat heb ik zelf nooit zo goed begrepen, want hé ik was dol op dat ventje, hij was alles voor me, en het heet niet voor niks ZELFbeschadiging, als ik een ander iets aan zou willen doen, dan heette het wel ANDERbeschadiging (of nog iets anders), maar toch bleef die opvatting (dat ik blijkbaar gevaarlijk was) nog heel lang bij me en ging ik daar zelf in geloven. 

In de laatste twee jaar van het contact, werd voor mij, via de kinderen, heel duidelijk hoe er over me gedacht (en gesproken) werd als ik er niet bij was. Ik was gekke ome Mick en niet omdat ik lekker gezellig maf deed, maar nee, omdat ik gek was.

In die periode kwam ik steeds minder thuis. Ik zette het contact met mijn ouders stil en daardoor verwaterde het contact met mijn broer en zijn gezin ook. Maar trouw als ik ben, bleef ik altijd kaartjes en smsjes sturen als er iemand jarig was, een trouwdag, een behaald examen of wat dan ook. Niet wetend of mijn kaartjes aan kwamen of dat ze überhaupt gewaardeerd werden. Ik hoorde in ieder geval nooit iets terug, maar dat heeft me er niet van weerhouden om daar, tot onlangs,  altijd mee door te gaan.

De manier waarop er over mij gedacht werd, hoe er over me gesproken werd en hoe ik behandeld werd, deden (en doen nog) heel veel pijn. Ik zou dolgraag contact gehouden hebben met mijn neefje, maar hij was toen nog zo jong. Hij was nog niet in staat om los van zijn ouders te denken, of dat te uiten. En dus liet ik los.... Hopend dat er ooit een dag zou komen waarop hij oud genoeg was om zelf na te denken. Een dag waarop hij misschien de leuke en gezellige dingen die hij met me deed nog zou kunnen herinneren. En dat als die dag ooit zou komen, hij me zou weten te vinden. 

Vandaag is hij jarig.... Hij is 23 geworden en zoals elk jaar, had ik hem ook dit jaar weer een kaart gestuurd. En aangezien ik de kaart naar het huis van zijn ouders had gestuurd, is hem (drie maanden na zijn verhuizing) ingefluisterd door opa en oma dat hij ome Mick misschien even zijn nieuwe adres door moest geven. 

En zo geschiedde...
Mijn lieve kleine neefje, met wie ik ooit uit volle borst 'er zit een toe-toe-toeter op mijn waterscooter' zong en die ik anderhalf uur lang in de auto keer op keer 'het molletje dat wilde weten wie er op zijn kop gepoept heeft' voorlas waarop hij niet meer bij kwam van het lachen, is volwassen. Hij woont op zichzelf, gaat zijn eigen boontjes doppen. 

Ik gun hem echt het allerbeste. Ik hoop dat hij veel plezier gaat hebben en dat hij niet al te vaak op zijn bek gaat. Ik heb me erbij neergelegd dat we alleen op papier nog familie zijn en dat is ok.

Ik weet meer van/over de kinderen van vrienden en bekenden, dan over hem. 
Ik weet eigenlijk niet eens meer wie 'hij' is, maar voor mij blijft hij altijd het lieve jochie van die ene foto die ik van hem en zijn zusje heb en die ik zó ontzettend koester. Mijn kleine neefje dat mijn wereld even mooier en leuker maakte als hij in mijn buurt was... Mijn kleine neefje, die zonder het te weten, me in leven heeft gehouden. 

Happy Birthday Kerel! 




foto: shutterstock