Posts tonen met het label stemmenhoren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label stemmenhoren. Alle posts tonen

4 september 2026

Lezen met een hoofd vol stemmen.... oftewel: een verhaal over de helende en verbindende kracht van boeken lezen

Een tijdje geleden viel er een envelop van de gemeente in de bus. Vol goede moed maakten we deze open en er zat een brief in met de mededeling dat we, aangezien we qua inkomen bij de minima horen, gebruik mochten maken van een gratis bibliotheek abonnement. 

Nu ben ik zelf een fan van audio boeken, omdat ik dan een aantal dingen kan combineren. Zo ben ik dol op borduren terwijl ik lees, puzzelen terwijl ik lees, en zelfs het huishouden wordt draaglijker terwijl ik lees. Heel soms lukt het me ook om (heel langzaam, want weinig concentratie) een e-book te lezen, maar een 'echt' ouderwets papieren boek, dat lukt me maar heel zelden. 

Maar goed, iets met een gegeven paard en een bek en daar niet in mogen kijken of zo. En dus ging ik op weg naar de bibliotheek om zo'n abonnement af te sluiten. 

Ik kwam tot de conclusie dat ik echt al een eeuwigheid niet meer in de bibliotheek geweest was, een plek waar ik vroeger heel graag kwam. Ik denk dat het zeker al 20 jaar geleden is, dat ik er (anders dan voor koffie of de wc) binnen ben gestapt. In die tijd is er dus veel veranderd. Er zijn vooral een hoop minder (papieren) boeken (voor mijn gevoel).

Ik kreeg een pasje, ik kreeg uitleg en ik ging op pad om wat boeken uit te zoeken. Al snel kwam ik er achter dat er dan misschien wel minder boeken waren, maar dat het er nog steeds meer dan genoeg waren om compleet overprikkeld te raken. Maar uiteindelijk kwam ik thuis met 4 papieren boeken (gekozen door Jongste Puber) en ik had ook nog 2 e-books geleend (uitgekozen door Oudste Puber).

De beide heren in mijn hoofd houden niet van lezen, tenminste dat dacht ik....
Eenmaal thuis, wist ik niet goed wat me overkwam: er brak een soort strijd los wie van hen er als eerste mocht gaan lezen. Zoals meestal 'won' Jongste Puber deze strijd, gewoon omdat hij vaak 'het sterkst is' en beter is in mij overnemen en alle anderen in mijn hoofd naar de achtergrond dringen. En dus begon hij (met mij op de achtergrond, maar wel een soort van aanwezig) aan zijn eerste zelf uitgekozen boek. Hij las maar liefst 197 pagina's achter elkaar en toen moest hij stoppen omdat er niet genoeg licht meer was en we toch ook nog iets moesten eten die dag. 
De dag erna, las hij het boek uit. Hij was helemaal enthousiast! Het liefst wilde hij meteen door met zijn volgende boek, maar het lukte om daar een 'stokje voor te steken', zodat Oudste Puber ook weer eens de kans kreeg om iets te doen. In dit geval dus zijn boek lezen. 

Oudste Puber had een wat moeilijker boek, dus dat ging minder snel dan dat van Jongste Puber en dus ontstond er al gauw weer een soort van strijd: schiet nou op, ik ben, heb je het nou nog niet uit? enz.
Oudste Puber wordt daar (heel terecht) opstandig van en gaat dan extra langzaam doen, maar uiteindelijk 'wint' Jongste Puber het dan toch, want dan neemt hij de boel gewoon weer over en doet waar hij zin in heeft: zijn boek gaan lezen. En zo waren Jongste en Oudste Puber beiden in een ander boek bezig.

Maar of dat nog niet genoeg was, was ik zelf ook nog in een audio boek bezig en voor de momenten dat ik niet kan luisteren heb ik ook nog een (ander) e-book waar ik mee bezig ben én er ligt ook nog (weer een ander) papieren boek naast mijn bed, waar ik ook af en toe in lees. 
Kortom: mijn brein moest vijf verschillende verhalen uit elkaar zien te houden, naast alles wat er normaal gesproken in het dagelijks leven al op mijn brein afkomt. Het gevolg: ik was hartstikke overprikkeld en knal kapot! Dit was géén goed idee!

En dus bedachten de volwassen stemmen en ik tijdens het (stemmen) spreekuur een nieuw, aangepaste strategie voor het lezen. Bij het volgende bezoek aan de bibliotheek, mochten allebei de heren één boek kiezen, ik mocht er zoveel ik wou (niet eerlijk!!! jammer dan) en er zou één boek tegelijk gelezen worden. Dus als ik in een boek bezig was, dan moesten zij maar wachten, was Oudste Puber bezig, dan kreeg hij alle tijd en hetzelfde voor Jongste Puber. Zou Jongste Puber zich daar niet aan houden, dan zou daar de bekende Jongste Puber sanctie op volgen: zakgeld inleveren of minder/geen gametijd. De volgorde wie mocht beginnen met lezen zou bepaald worden door een dobbelsteen. Ik was benieuwd, maar ja, je moet toch iets proberen!

Vol goede moed vertrok ik dan ook naar de bieb om de boeken (gelezen en wel) in te leveren en waagde me aan de klus om nieuwe boeken te zoeken. Na een uurtje op de ipad boektitels verzamelen, verscheen er een heus lijstje met boeken die we/ze zouden willen lezen. Ik nam er twee voor mezelf mee (en een kookboek, maar dat telt niet) En de beide heren kozen ieder voor een boek dat ze eigenlijk allebei wel graag wilden lezen. Ik was benieuwd....

Eenmaal thuis begon het gekibbel opnieuw: wie leest welk boek. En op het moment dat ik de dobbelsteen tevoorschijn wilde halen, besloten ze dat ze samen zouden gaan lezen. Ze begonnen vol goede moed met het boek 'Harde Handen', van Carry Slee. En dat boek is blijkbaar een schot in de roos, want ze lezen echt samen en zijn momenteel heel lief voor elkaar. Vraag me niet precies hoe het werkt, want ik kan het niet uitleggen, net zo goed als ik ook niet kan uitleggen hoe ik ademhaal, maar blijkbaar kan het en functioneert het prima. 

Ze hebben gisteren de hele namiddag samen zitten lezen en ik heb ze echt uit het boek moeten rukken om eten te kunnen maken en dat ook (zonder boek) op te kunnen eten, om na het eten meteen weer terug te duiken in hun boek. 

Dit boek gaat over een meisje dat thuis mishandeld wordt. Dat het boek hen dus aanspreekt snap ik dan ook wel, ze vinden er veel herkenning in. Zij zijn immers 'ontstaan' in dezelfde omstandigheden en hebben veel van de dingen die mij werden aangedaan (voor mij) opgevangen. 
Het boek raakt hen en ze lezen niet alleen samen, ze troosten elkaar en voeren ook gesprekken erover. Over hoe het met het meisje gaat, maar ook herinneringen over hoe het vroeger bij mij thuis was en hoe het voor mij en voor hen was. 

Blijkbaar hebben ze niet de noodzaak om deze gesprekken van mij af te schermen, dus ik ben zelf ook aanwezig als ze met elkaar praten en ik hoor dus waar het over gaat en dat vind ik best moeilijk, maar ook best leerzaam. 

Hoewel zij vroeger allebei aanwezig waren, hebben ze toch allebei andere situaties voor mij opgevangen en hebben ze soms verschillende herinneringen over dezelfde situaties. Soms herinnert de een zich iets wel en de ander helemaal niet. En ik hoor ook een hele hoop dingen die ik, als Mick, me helemaal niet kan herinneren, terwijl ik 99,9% zeker ben dat ze echt wel (zo) gebeurd zijn. 

De conclusie is denk ik, dat er nog veel meer gebeurd is vroeger dan (M)i(c)k me kan herinneren en dat het misschien maar goed ook is dat ik me dat niet allemaal kan herinneren. 

Ze hebben dit boek bijna uit en heel eerlijk, ik hoop dat alle andere boeken ook op deze manier gelezen gaan worden. De inhoud (en bijbehorende herinneringen) geven dan misschien wel een hoop onrust in mijn hoofd, maar ze zo samen serieus bezig 'zien' en dat ze zo lief voor elkaar zijn, daar kan ik wel aan wennen. 


gemaakt met ChatGPT


15 juli 2026

Je hebt van die dagen..... oftewel een minder leuke dag in het hoofd van deze stemmenhoorder.

Vandaag is een ultieme ROTdag. En eigenlijk bedoel ik een ander drie letterige krachtterm, maar om nóg meer drama in mijn hoofd te voorkomen, hou ik het even op 'rot'.

Vandaag is zo'n dag waarvan ik liever niet hardop toe geef dat ik dit soort dagen nog wel eens heb. Het gaat immers goed met me en dat betekent voor de meeste mensen in de wereld om me heen, dat ik nergens meer last van zou moeten hebben en dat het altijd maar goed gaat, anders ben je niet 'hersteld' (voor zover je dat ooit kunt zijn, maar dat is een andere discussie) en gewoon nog 'ziek'. Maar feit is dat ik het vandaag zwaar heb. Heel Zwaar.

Hoe dat komt? Nou, dat zal ik eens vertellen, maar dat had u denk ik ook wel al verwacht....

Afgelopen nacht was het in mijn gezellige volksbuurt wijkje weer eens raak en om iets na 1u vannacht werd ik abrupt gewekt door een heuse explosie, waarvan je eigenlijk meteen weet: hier is iets flink mis. 
Ik sprong uit m'n bed (want hé trauma modus geactiveerd), zocht m'n bril en een broek en ging het balkon op om te kijken, luisteren en ruiken. 

Al gauw was duidelijk dat ik niet de enige was die wakker was geworden en ik vroeg aan een buurman op straat wat die explosie was. Hij wist het niet maar zei dat het wel leek op een gasexplosie. Op dat moment hoorde ik geschreeuw en besloot ik om zelf ook maar even naar beneden te gaan. Oké, misschien een beetje ramptoerist spelen, maar vooral ook zodat mijn hoofd het plaatje duidelijker krijgt van wat er gebeurd is, waardoor de stress en de angst wat omlaag gaan, althans, dat is altijd de hoop. Als ik weet wat er aan de hand is, kan ik het beter plaatsen en word ik doorgaans rustiger. 

Ik rook brand, dat was overduidelijk, maar het bleek geen huis te zijn (gelukkig!) maar 'gewoon' een auto. Nu gebeurt dat hier een paar keer per jaar, dus daar ben ik op zich aan gewend (voor zover je daaraan kúnt wennen) maar deze knal klonk echt niet zoals een 'normale' auto die in de fik vliegt (en ik vind het ernstig dat ik moet toegeven dat ik inmiddels weet hoe dat klinkt). 

Maar goed, ik liep een stukje verder en zag met eigen ogen wat er aan de hand was en op veilige afstand bleef ik even kijken. Terug naar binnen gaan, om rustig verder te slapen zou immers tóch geen optie zijn, want iedereen in mij was wakker, alert en op ieders eigen wijze van streek. 
Uiteindelijk kwam de brandweer en ben ik naar binnen gegaan. 

Slapen lukte niet, dus heb ik op het balkon gezeten, scrollend op m'n telefoon terwijl ik een soort van zittend buffet was voor de muggen. 

Rond een uur of vier ben ik terug in slaap gevallen, maar mijn brein stond (nog meer dan anders) op standje alert. Dus toen een van mijn gezellige flatgenoten om 4.21u bedacht dat het wel weer eens tijd was om met luid gerinkel nog wat extra glas toe te voegen aan de (door deze persoon) reeds rijkelijk van glas voorziene straat, zat ik wederom rechtop in m'n bed en werd al snel duidelijk dat slapen er niet meer in zat: Jongste Stemmetje was zo vreselijk  over de zeik en in paniek dat ik die echt niet meer rustig ging krijgen. En dus haalde ik m'n tablet tevoorschijn en luisterde een boek terwijl ik spelletjes deed.

Toen het eindelijk 7u was, mocht ik van mezelf mijn bed uit en deed ik mijn best om de dag op te starten. Maar Jongste Stemmetje was nog steeds compleet over de zeik en er was geen land met haar te bezeilen. Jongste Puber was vooral boos omdat hij normaal niet van mij op straat mag gaan kijken als er iets gebeurt, maar zelf deed ik dat dus wel en dat is niet eerlijk. En daar had hij gelijk in, dat is in zijn ogen ook niet eerlijk. Ikzelf, die ook lichtelijk geïrriteerd was door het gebrek aan slaap, teveel adrenaline en zoveel intern gezeik op de vroege ochtend probeerde hem nog duidelijk te maken dat hij eigenlijk niet moest zeuren (ook met die woorden, niet handig dat geef ik toe) omdat hij het nu wél van dichterbij had kunnen zien. Maar hij besloot dat hij BOOS was en dat vooral ook ging blijven. En ook hij werd al gauw onmogelijk en de combinatie van deze twee is als olie op het vuur gooien, om maar bij het brand thema te blijven, het werd er dus niet gezelliger of rustiger op. 
Hoe langer dit duurde, hoe geïrriteerder en bozer ook Oudste Puber werd en mijn energie was vóór 9u minstens voor de komende week opgebruikt.

En dan volgt er dus een moeilijke dag waarin ik echt niet meer weet hoe ik het op kan lossen.
Waarin ik mijn hoofd weer tegen de muur wil slaan om rust te krijgen.
Een dag waarop ik absoluut niet de de controle heb en compleet wanhopig ben en de stemmen de overhand hebben.
Waar het minste of geringste om me heen mijn overprikkelde brein me in huilen uit doet barsten.
Waar ik me nergens op kan concentreren.
Waar ik op de bank hang en voor me uitstaar, omdat meer dan hangen en staren niet mogelijk meer is. 
Waar ik niks leuk vind.
Waar geluid en licht pijn doen aan mijn hersenen. 
Waar ik continu sirenes hoor, maar niet weet of dat in of buiten mijn hoofd is en ik dat niet gecheckt krijg.
Waar alles, maar dan ook alles me de stuipen op het lijf jaagt (geluid, licht, geur, gevoel).
Maar rustig worden of slapen nog steeds niet lukt.

Een 'ziekenhuis' afspraak hebben (waar je lang op hebt moeten wachten dus die je niet wil afzeggen) waar je met een onbekende man in het donker moet zitten, terwijl hij (ook na drie keer corrigeren) maar het lokale dialect tegen je blijft wauwelen, wat je normaal prima verstaat, maar nu als Swahili in je oren klinkt. Je geen idee hebt wat hij met je gaat doen en hij dat ook niet echt vertelt (of misschien wel?) waardoor de angst nog verder stijgt, je koppijn krijgt en hij vervolgens 8x met een flits in je ogen flitst waardoor je denkt dat je hersenen open splijten. 

Ondertussen kreeg ik nog meer koppijn en moest ik alle zeilen bij zetten en vechten tegen het wegraken, omdat ik aan alle kanten zwaar overprikkeld was. Maar niemand die dat aan de buitenkant ziet en ik die niet meer in staat ben om nog iets te zeggen en dus ging ik door (het is niet dat ik echt een keuze had).

Met bonkend en zwaar jankend hoofd naar huis slenteren, je vergissen in het portaal, vervolgens in verdieping, maar toch je woning bereiken en daar letterlijk in de gang instorten en op de grond blijven liggen. Na een tijdje op handen en knieën naar m'n slaapkamer gekropen, daar mijn  Knuffel Nijlpaard van het bed getrokken en met hem in de kleerkast gekropen, wat (ook na 45 jaar) nog steeds mijn veilige plek blijkt te zijn, waar ik wacht tot er iets gebeurt zodat ik deze dag kan afronden. 

Dat gebeurde, ik viel een uurtje in slaap. Niet dat het nu veel rustiger is in mijn hoofd. De kids zijn nog steeds van streek en dat zal ook nog wel een tijdje duren, maar de hoofdpijn is iets minder waardoor ik weer een beetje (zelf) kan nadenken.

Dus tja.... Zo'n dag dus.
Ze zijn er nog steeds, al is het steeds minder en weet ik heel goed dat ze ook weer over gaan.
Maar dat maakt het niet makkelijker of aangenamer.

Morgen nieuwe ronde, nieuwe kansen.
Fingers crossed dat het vannacht rustig blijft, want ik weet momenteel écht niet of ik nóg zo'n dag aan kan.


foto: gemaakt met ChatGPT


9 juli 2026

Let’s talk about…. Ja, wat eigenlijk? Oftewel in transitie met een hoofd vol stemmen.

Ik heb lang nagedacht of ik dit blogje wil schrijven of niet. Of nou ja, niet zozeer schrijven, want dat wil ik zeker, maar of ik het ook met de wereld wil delen aangezien het over iets heel erg persoonlijk gaat, namelijk seksualiteit. Dus als je dat niet wilt weten, dan is dit het moment om weg te klikken.    

Als je me echt zou kennen, dan zou je weten dat ik stemmen hoor, en in transitie ben. En dat is best een interessante, maar soms ook een ingewikkelde combinatie. Vandaag wil ik jullie een kijkje geven, in de complexiteit van het hebben van verschillende leeftijdscategorieën in je hoofd en een van de (bij) werkingen van de testosteron. 

Een van de dingen die (in ieder geval bij mij) het meest is veranderd sinds het begin van de testosteron, is het feit dat ik ineens een libido kreeg. Ik hoor het mezelf nog zeggen tijdens het gesprek met de psycholoog waarin ze je voorbereiden op wat er allemaal zou kunnen gaan gebeuren als je aan de hormonen gaat en wat je daarvan vindt: “oh, dat libido daar maak ik me niet zo'n zorgen om. Ik ben namelijk zo aseksueel als de pest.” 
Maar goed, ongeveer een week na de start van de hormonen moest ik erg lachen om die opmerking van mezelf.… 

Ik kreeg een libido, en als je geen partner hebt, dan zul je andere manieren moeten bedenken om daar iets mee te doen. Want dit niet doen, dat is écht geen optie met de testosteron die door je lijf giert. En dus werd solo seks, oftewel masturberen, een vrij regelmatige bezigheid hier in huis. 

Ik heb twee pubers in mijn hoofd, Jongste Puber van 12 (maar emotioneel veel jonger) en Oudste Puber van 16 (ook emotioneel veel jonger) die mij beiden over kunnen nemen en zelfstandig kunnen functioneren. (Sommige mensen noemen dit alters, of persoonlijkheden). 

Beide heren moesten voorafgaand aan de transitie in het algemeen en de testosteron in het bijzonder helemaal niks hebben van alles wat ook maar een beetje naar romantiek of seks neigde. Als er op tv gezoend werd, dan begonnen de heren in mijn hoofd te giechelen als pubermeisje en kots geluiden te maken. Ze vonden het echt helemaal niks. 

Maar toen de hormonen hun werk gingen doen, veranderde de zestienjarige in een echte puber. Ineens veranderde IEWWW BAH in heel veel nieuwsgierigheid. Hij kreeg interesse in porno, en ging zelf uitproberen wat er nou zo bijzonder of lekker was aan masturberen. 

De twaalfjarige, had niet zo goed door wat er allemaal gebeurde, maar wilde niet onderdoen voor Oudste Puber en sprak heel stoer met hem mee over dingen die hij eigenlijk niet begreep. Oudste Puber was nieuwsgierig en ging op onderzoek uit en dat is schijnbaar heel erg gezond en normaal. Maar hoe normaal seks, masturberen en alles daaromheen ook is, of zou moeten zijn, het beestje bij de naam noemen is tot op heden een groot probleem. 

Beide heren (en dus met name Oudste Puber) ontwikkelden hun eigen taal. Zo heet masturberen ‘spareribs doen’, een orgasme ‘spareribs hebben/krijgen’, geil zijn heet ‘lekkere kriebels hebben’ en lichamelijk opgewonden zijn heet ‘nat en plak’* en in die bewoordingen, wordt er in mijn hoofd en met de beide Woonbegeleiders af en toe (of wat regelmatiger) over gecommuniceerd. 

In het begin was met name Oudste Puber erg in de war van alles wat er wel niet gebeurde in en aan ons lijf. Maar inmiddels heeft hij z’n draai gevonden en lijkt hij het wat beter te snappen. Meestal dan, want net op het moment dat je denkt, hij begrijpt het, volgt er de volgende dag een vraag of opmerking dat je denkt misschien toch niet helemaal. 

Maar dan is er ook nog Jongste Puber. Ook hij is nieuwsgierig, maar niet zozeer naar seks, maar meer naar wat Oudste Puber (en ik zelf) uitspoken. Al gauw werd duidelijk, dat ook hij last heeft van de hormonen, maar op een heel andere manier dan Oudste Puber en ik. 

Jongste Puber heeft af en toe naar eigen zeggen ‘een lekker gevoel in zijn buik’. Als we hem vragen waar zit dat lekkere gevoel dan, dan wijst hij op een plekje boven onze navel. Terwijl als we diezelfde vraag aan Oudste Puber zouden stellen, dan wijst die onmiddellijk naar ons kruis. 

Jongste Puber heeft per ongeluk ontdekt, dat als hij dat lekkere gevoel in zijn buik heeft en hij gaat liggen ‘wiebelen’, dat dat heel lekker aanvoelt en dat zijn buik op een gegeven moment dan op een heel fijne manier ontploft. Ook hier is op zich niks vreemds aan, want ook hele jonge kinderen masturberen zonder dat ze weten dat dit masturberen is, gewoon omdat het een lekker gevoel geeft los van het seksuele. En dit is waarschijnlijk (denk ik) ook bij Jongste Puber het geval. 

Waar Oudste Puber, wel degelijk nat wordt (want hé we hebben biologisch gezien een vrouwenlijf), wordt Jongste Puber dit helemaal niet, zelfs niet als ‘zijn buik ontploft’ (wat dus eigenlijk een orgasme is). Dit vond ik op zich best raar, omdat artsen altijd tegen mij zeiden ‘ jullie hebben één lijf, dus dat reageert gewoon op alles hetzelfde’. Maar die opmerking, die losstaat van deze situatie overigens, bracht mij heel erg aan het twijfelen. Want als dat zo is, zou het lijf van Jongste Puber tijdens het wiebelen toch hetzelfde moeten reageren als dat van Oudste Puber of mijzelf tijdens het masturberen? 

We legden die vraag voor aan de psychologen van de Genderpoli van het Vumc en zij legden die vraag weer voor aan een zogenaamde deskundige op het gebied van DIS** 
Het kwam er op neer dat ons gedeelde lijf wel degelijk op verschillende manieren kon reageren en dat in dit geval de ontwikkelingsfase van Jongste Puber een rol speelde en hij nog niet zover was dat hij/zijn brein/lijf echt gericht was op seksualiteit. Met andere woorden, hij wiebelt erop los omdat het lekker voelt, maar dat heeft bij hem geen enkele seksuele lading/betekenis. 

We hebben besloten om hem niet al te veel te vertellen over wat hij doet en wat hij voelt , maar ‘gewoon’ te reageren op wat hij vraagt. Aansluiten bij waar hij is. 

Afgelopen week kwam er ineens een vraag van Jongste Puber naar Woonbegeleidster. Hij wilde graag weten wat er in zijn buik zat dat kon ontploffen en waarom zijn hoofd dan rustig werd. Woonbegeleidster antwoordde hem: “Het voelt alsof er iets ontploft, maar er ontploft niets. Het zijn hormonen die dat gevoel geven en die hormonen zorgen er ook voor dat je hoofd rustiger wordt.” 

Voor Jongste Puber was dat op dat moment op zich duidelijk genoeg, maar ik merkte dat hij er toch nog erg mee bezig was. En dus besloot ik er zelf nog een stukje aan toe te voegen: Op het moment van de ontploffing in zijn buik komen er dus heel veel hormonen, kleine stofjes (of monstertjes), in zijn buik die héél hard gaan lopen feesten, waardoor hij een lekker gevoel heeft in zijn buik. Maar doordat ze zo klein zijn zijn ze heel snel uitgeput van het feesten en worden ze moe en vallen ze in slaap. Daardoor duurt dat lekkere gevoel maar kort en is hij daarna rustig/moe. 

We probeerden nog even uit of we de ‘grote mensen termen’ of de termen van Oudste Puber erin konden gooien, maar daarvoor is het klaarblijkelijk nog te vroeg. Stapje voor stapje dus, rustig aan.

Maar voorlopig zijn zijn vragen weer even beantwoord, terwijl het bij Oudste Puber juist weer een nieuwe golf van onrust en vragen oproept. Zo zie je maar weer, met een hoofd vol stemmen in transitie gaan/zijn is nóg minder saai dan dat het normaal al is. 

*hoe deze woorden zijn ontstaan is weer een verhaal apart. 

** DIS Dissociatieve Identiteits Stoornis, oftewel wat men vroeger een meervoudige persoonlijkheid noemde

***Diep respect voor mijn Woonbegeleiding die steeds opnieuw de tijd moeten/willen nemen om al hun vragen te beantwoorden, ook al hebben ze dat al 100x gedaan.


foto: gemaakt met Gemini



1 juni 2026

Grote bromweer…. Oftewel een verhaal over de schaduwkant van stemmen horen….

Heel veel jaren geleden, toen ik met grote regelmaat opgenomen werd in het (psychiatrisch) crisis centrum in de buurt, was er een verpleegkundige die me, toen ik terug kwam op de afdeling na een ‘interview’ in een comedy programma op tv, verweet dat ik altijd deed alsof stemmen horen één groot en grappig feest was. Dat bijna alle ‘serieuze’ stukjes, inclusief bijna het gehele verhaal van de (ook geïnterviewde) psychiater eruit ‘geknipt’ waren, deed haar mening over mij en mijn verhaal daar niet veranderen. Tja, misschien kwam het voor haar zo over, maar feit is dat in een comedy show, grapjes en luchtige opmerkingen een stuk ‘beter scoren’, dan alle drama en heftige dingen. Toch is die opmerking me al die tijd bij gebleven en niet altijd in positieve zin.

Ik weet dat ik (ook hier) meestal vertel over de grappige en lieve momenten met mijn stemmen. Maar dat wil niet zeggen dat de lastige, nare en ellendige momenten er niet zijn. Ik kies er alleen voor om me te focussen op de leuke momenten. Daar ga ik me zelf namelijk beter van voelen en ellende en drama is er immers al genoeg in de wereld.

Toch ga ik vandaag iets schrijven over één van de moeilijke momenten/situaties met m’n stemmen, die me tot op de dag van vandaag knettergek kunnen maken, zelfs al komt het, al die jaren, steeds opnieuw terug.

Het is namelijk weer zomer aan het worden en dat betekent periodes met zonnig, warm en benauwd weer. Nu ben ik persoonlijk meer een soort van ijsbeer type, ik hou vooral van kou en alles boven de 20° vind ik (en vooral mijn lijf) al snel te warm, maar helaas pindakaas, ik heb het niet altijd voor het zeggen. Warm, benauwd weer dus, gevolgd door de nodige onweersbuien. En dát zorgt dus iedere keer opnieuw voor de nodige onrust en drama in mijn hoofd.

Als je hier al wat langer mee leest, dan weet je dat ik diverse stemmen hoor, met allemaal verschillende leeftijden en 'ontwikkelingsniveaus'. Over het algemeen zijn we hier in Huize Mick allemaal emotioneel gezien een stuk(je) jonger dan onze kalenderleeftijd. En die verschillen kunnen nogal ingewikkeld zijn, omdat ze niet altijd overeenkomen.

Zo heb ik Jongste Stemmetje, een meisje van 6, maar emotioneel veel jonger. Jongste Puber van 12 en Oudste Puber van 16, beiden ook emotioneel een stuk jonger. En dan zijn er nog een aantal volwassen stemmen. En ik zelf natuurlijk... Soms zou ik dat bijna vergeten.

Jongste Stemmetje is doodsbang van, zoals zij het noemt: "Grote Bromweer!", door de meeste mensen ook wel gekend als 'onweer'. De flitsen zouden eventueel nog wel oké kunnen zijn, maar ze houdt écht niet van al dat harde gebrom. Hoe harder het gebrom, hoe groter de paniek. Begint het in de verte wat te rommelen, rijdt er een zware motor door de straat of staat de wind 'verkeerd' en stijgt er op het vliegveld een zwaar vliegtuig op, bereid je dan maar voor, want gegarandeerd raakt Jongste Stemmetje in paniek.

Paniek bij Jongste Stemmetje ziet er vooral uit als héél hard en veel hysterisch huilen, ontroostbaar zijn, onhandelbaar worden (niet meer kunnen en willen luisteren of meewerken). 
En op zich is dat allemaal logisch want ze heeft niet de taal en woorden om heel goed uit te drukken hoe (of wat) ze zich voelt, maar vervelend is het wel .

De twee Pubers en ikzelf daarentegen, zijn dol op onweer en dan vooral het bliksem gedeelte. Het is een soort van gratis vuurwerkshow van Moeder Natuur en vuurwerk is nou eenmaal iets wat ik (en de twee Pubers dus ook) heel gaaf vinden! 

En hier heb je dus een situatie waarbij verschillen niet met elkaar overeenkomen en waar het knap lastig wordt en waar ik echt regelmatig worstel met een dilemma. Bescherm ik Jongste Stemmetje en doen we er alles aan om het onweer te negeren: gordijnen dicht (wat je niet ziet bestaat immers niet), muziek hard aan, tv kijken enz, en verbied ik de Pubers om naar het bliksem spektakel te kijken?

De ervaring heeft me geleerd dat het laatste, de Pubers iets verbieden, averechts werkt. Dan nemen ze het van mij over en heb ik geen enkele controle meer op hoe het met Jongste Stemmetje gaat. Pubers zijn namelijk over het algemeen best 'egocentrische wezens' en houden niet zo veel rekening met anderen als dat botst met wat zij graag op dat moment willen. Daarin verschillen mijn interne pubers niet zo veel van lijfelijke pubers, denk ik.

Dus de laatste jaren probeer ik Jongste Stemmetje zo goed mogelijk voor te bereiden op de komst van haar gehate 'Grote Bromweer'. Ik leg uit dat er onweer gaat komen, dat ze niet bang hoeft te zijn, dat ze veilig is. Maar dat helpt niet echt heel veel. En dus hebben we in de loop der tijd wat andere voorzorgsmaatregelen genomen. 
Tegenwoordig, mogen er vier knuffels verzameld worden, die bij ons komen zitten om ons te beschermen (mijn bed is niet groot genoeg voor al haar knuffels), ze draagt een zonnebril tegen de flitsen en een noise cancelling headphone tegen het brommen en in het ergste geval gaan er ook nog 'monster sokken' aan onze voeten. 

Op deze manier kunnen de Pubers en ik gewoon naar buiten blijven kijken en houden we het voor Jongste Stemmetje ook zo veilig mogelijk (wat niet wegneemt dat ze tóch heel hard gaat huilen). 

Maar hoeveel maatregelen ik ook neem. De hysterie is en blijft rete-vermoeiend. Ik word er zelf héél moe van, maar ook de Pubers krijgen er al gauw genoeg van. Slapen is namelijk nauwelijks mogelijk en daar wordt echt niemand in mij vrolijker of vriendelijker van (ook Jongste Stemmetje zelf niet). En als je dan, zoals afgelopen week een aantal dagen en nachten achter elkaar hebt met onweer, dan kom ik wel op een punt waarop ik Jongste Stemmetje (en soms ook één of meerder Pubers) uit het raam zou willen gooien. 

Soms drijft het me echt tot waanzin en voel ik me wanhopig, hoe lang ik ook al met dit bijltje hak.

Dus tja, doe ik altijd alsof stemmen horen één groot, grappig feestje is? 
Kom dan vooral eens tijdens een onweersbui of de dag erna bij me langs, dan kun je zien dat het ook voor mij écht niet altijd is wat het lijkt.

Maar als je dat gezien zou hebben, dan snap je misschien wel beter waarom ik me vooral probeer te focussen op de grappige en leuke momenten.

foto: gemaakt met ChatGPT

 

7 april 2026

Meten met twee maten.... oftewel een verhaal over iets wat je niet hardop mag denken...

Sinds begin maart heb ik dankzij het Volwassenenfonds een abonnement op de (goedkoopste oranje) sportschool van Nederland. Hier ben ik erg blij mee, aangezien dit zonder deze financiële bijdrage niet mogelijk was geweest. Maar goed, de sportschool dus.

Ik ben niet zo'n fan van nieuwe en onbekende dingen en eigenlijk ook niet zo van mensen. Dus een sportschool binnen lopen, waar alles nieuw is (de regels, de mensen, de martelwerktuigen) vind ik best een dingetje. En bij deze sportschool is dat misschien nog wel net iets meer een dingetje dan bij een andere sportschool, aangezien deze vooral zo goedkoop kan zijn, omdat je er nauwelijks/geen begeleiding krijgt en alles zelf moet uitzoeken. En dus was mijn eerste bezoek best een uitdaging.

Ik besloot de drempel voor mezelf wat te verlagen. Het kwam er op neer dat mijn doel voor die eerste keer werd: naar binnen gaan. En zo gezegd zo gedaan. Ik braaf een poging doen om mijn pasje te scannen, maar of dat hele bezoek niet al spannend genoeg was, bleek je voor dat scannen van dat pasje ook al een hogere wiskunde opleiding te moeten hebben gevolgd. Gelukkig kwam iemand me helpen (en las ik achteraf dat ik niet de enige was die gezakt was voor dit examen) en stond ik ineens aan de andere kant van het draaihek.... Holy Shit, I did it, ik was binnen.... wat nu...
Ik besloot een rondje te wandelen om te kijken wat er allemaal was en waar. Ik kwam al snel tot de conclusie dat er in dit filiaal een iets te hoog testosterongehalte rondliep, waardoor sommige delen voor mij als een no-go area voelden, maar uiteindelijk eindigde ik tóch op de loopband (die ik ook nog eens aanzette) en heb ik ruim een uur bewogen. En niet te vergeten: ik was reuze trots op mezelf, deze horde had ik genomen.

Omdat ik me in deze club niet zo thuis voelde, besloot ik dat ik meerdere filialen in de omgeving zou gaan uitproberen en zo stond ik op een dag in het filiaal dat het dichtst bij mijn huis ligt. Ik kwam net van het sportveld af en dus bestond mijn training voor die dag vooral uit het checken van dit filiaal en braaf op de loopband mijn ding doen. Zo gezegd zo gedaan. 

Ik kijk altijd mijn ogen uit. Ik probeer vooral 'dingen af te kijken'. Hoe werkt zo'n apparaat nou eigenlijk, hoe doen anderen dat en dat kon in dit filiaal heel erg goed!

Mijn loopband stond naast de spiegel (oeps, iets dat ik dus niet zo fijn vind, maar ach, het was ook het dichtst bij de uitgang, dus de spiegel nam ik voor lief). Een jonge gast op het apparaat voor mij, trok zijn shirt uit en ging in zijn blote bast voor de spiegel staan flexen (oftewel zijn spieren aanspannen). En hoewel ik bij deze keten eigenlijk maar zelden kan zien of er überhaupt personeel aanwezig is en wie dat dan zou moeten zijn, stond er binnen no time een medewerker naast de jongen die hem vriendelijk, doch dringend verzocht zijn shirt weer terug aan te doen, want, zo sprak hij: "De zwembad look bewaar je maar voor het strand!" De jongen trok zonder morren zijn shirt netjes weer aan en het leven ging weer verder.

Nou train ik zelden alleen. Ik hoor stemmen en mijn stemmen gaan ook (al dan niet) gezellig mee trainen en zijn dus ook aanwezig. En ineens zegt mijn Jongste Puber: "vet, is er hier een zwembad?". Nou was ik een poging aan het doen om al rennend uit de handen van de zombies te blijven (run, zombie run app) en rennen is niet mijn sterkste kant, dus ik negeerde de opmerking van Jongste Puber vakkundig. 

Maar toen ik mijn Oudste Puber lichtelijk paniekerig hoorde zeggen "Mick, we moeten hier NU weg." gevolgd door Jongste Puber "is er hier nou een zwembad of niet?" besloot ik dat ik misschien toch maar even moest luisteren, want als Oudste Puber zich meldt, dan is er iets aan de hand. Ik vroeg hem waarom we weg moesten en hij zei, nog paniekeriger: "Kijk maar in de spiegel achter je, dan zie je het wel en als jij niet gaat, dan ga IK weg!" (en geloof me, lang verhaal, maar die macht heeft hij, aangezien hij me kan overnemen).

Op dat moment kon ik even niet in de spiegel kijken, want er kwamen zes pubers wat lacherig op een drafje voorbij gelopen, hun ogen gericht op iets dat zich duidelijk achter mij bevond. Toen ik eindelijk een blik in de spiegel kon werpen, zag ik een prachtige jonge dame, met lang donker haar, een strakke legging en een behoorlijk paar grote borsten in een veel te klein bikinitopje gepropt, die zich (onder het toeziend oog van die zes, nog net niet kwijlende puber jongens) diep bukte om een gewicht van de grond te pakken, waarbij die twee grote lichaamsdelen bijna besloten om een eigen leven buiten het bikinitopje te gaan leiden. Het was geen kort sporttopje/sportbeha, maar serieus een bikinitopje van twee driehoekjes stof, met een touwtje in haar nek en een op haar rug, dat geen enkele ondersteuning bood.

Bij deze dame stond er niet binnen no time een medewerker naast haar met de opmerking dat ze haar zwembad look maar moest bewaren voor op het strand. En dat is volgens mij meten met twee maten...

En ineens snapte ik de paniek van Oudste Puber. Sinds ik aan de hormonen zit (testosteron, ik ben namelijk trans) begrijp ik wat testosteron met een (mannen)brein doet en hoe de rest van je lijf daarop reageert. En als er iemand in mijn lijf/hoofd daar de gevolgen het meest van ondervindt, dan is het Oudste Puber wel. Sinds de start van de testosteron raakt hij bij wijze van spreken al opgewonden van een blote meisjes enkel en kan dan echt niet meer normaal denken. Hij zegt zelf wel eens dat zijn hersens dan niet meer kunnen denken, maar dat zijn 'meisjespiemel' het dan overneemt.... Dus tja... Tijd om weg te gaan, want Oudste Puber nog meer op de proef stellen, terwijl het al zó knap is dat hij weet en begrijpt dat hij niks kan en mag doen op publieke plaatsen, dat vind ik echt sneu. 

Maar eenmaal op weg naar huis, merkte ik dat ik hier toch écht wel wat van vind. En wat ik nu ga schrijven is vast niet aardig en on populair, maar dat is dan maar even zo.

In onze maatschappij mag je niet hardop zeggen dat iemand (doorgaans vrouwen) dingen uitlokken door de kleding die men draagt. Iedereen, mannen en vrouwen moeten kunnen dragen wat ze willen. En mannen moeten te allen tijde hun handen (en piemel) thuishouden (en hun commentaar voor zich houden). Daar ben ik het op zich ook wel mee  eens. Maar sinds ik aan de hormonen zit en mijn Oudste Puber in een échte hormoon gedreven puber is veranderd, wil ik daar toch ook wel enige nuance in aanbrengen.

Ja, jongens en mannen moeten aangeleerd krijgen dat ze met hun handen en andere delen van meiden en vrouwen af moeten blijven, absoluut. Kleding (of eigenlijk wat dan ook) rechtvaardigt NOOIT dat je iemand ongevraagd en ongewild aan mag raken, of dingen naar het hoofd mag slingeren. Maar als we dit van onze (jonge) mannen verwachten, mogen we dan ook van onze (jonge) vrouwen verwachten dat ze leren nadenken over wat (en welke kleding) in welke situatie passend is? Niet zozeer vanwege het feit dat het andere geslacht zich niet kan beheersen, maar gewoon omdat bepaalde kleding niet op bepaalde plekken thuis hoort. Je gaat niet in je badkleding in de klas of in de kerk zitten, badkleding is gemaakt voor het zwembad of het strand (iets met functionele kleding), dat geldt voor mannen en vrouwen. 

Mannen en vrouwen mogen best geleerd krijgen dat ze ook na mogen denken over welke kleding waar geschikt voor is en vooral ook waar niet. Als iedereen deze dingen geleerd krijgt, dan wordt het voor beide zijden misschien wat makkelijker. 

foto gemaakt met ChatGPT




17 december 2025

De positieve kant van ziek zijn….. oftewel hoe krachten ineens succesvol gebundeld kunnen worden…

De afgelopen weken was het weer eens zo ver: ik was ziek. 
Ik ben wel vaker ‘niet lekker’, maar echt ‘ziek’, dat ben ik geloof ik niet zo heel vaak. Gelukkig maar, want ik ben er ook erg slecht in! 

Afgelopen week had ik griep, tenminste dat gok ik, want naar de huisarts gaan om vervolgens te horen dat ik ‘voldoende moet drinken’ en ‘paracetamol in moet nemen’ en ‘terugkomen als het niet over gaat of erger wordt’, vind ik persoonlijk een beetje zonde van ieders tijd, dat kan ik immers zelf ook nog wel bedenken. 

En hoewel ik dat prima ook zelf kan bedenken, is de uitvoering van die adviezen nog niet zo heel simpel hier. Ik ben nooit alleen, dus ik ben ook nooit alleen ziek. De hoofdbewoners doen ook hierin net zo goed mee als in al het andere in mijn leven. En ook hiervoor geldt dat iedereen er op zijn of haar eigen manier mee omgaat. 

De jongste telg wil vooral veel knuffelbeesten om zich heen, de oudste puber wil vooral met rust gelaten worden, de jongste puber ziet het als een prachtig moment om ‘de baas te spelen’ en zoveel mogelijk te gamen. En ikzelf? Nou…. Ik weet het zelf niet zo heel goed, want ik raak op dit soort momenten nog eens extra tijd kwijt. Meer dan normaal al het geval is dus. 

Ik denk dat dit voor een deel komt omdat iedereen dus anders met de situatie omgaat en daar tijd en ruimte voor nodig heeft, maar ook omdat ik niet op m’n best ben, me ellendig voel en dan nog minder in staat ben om me te verzetten tegen het ‘switchen’. Dat geeft de anderen dan natuurlijk een grotere en makkelijkere kans om over te nemen en hun ding te doen. 

Op zich vind ik dat allemaal niet zo erg. We hebben immers regels over het overnemen en ik weet dat er minstens één volwassene meekijkt en zich met dingen bemoeit als dat nodig is en ik het even niet kan. Ik vertrouw erop dat het systeem, dat al zó lang gevochten heeft om (soms tegen wil en dank) me in leven te houden, nu geen rare acties uit gaat voeren om al die moeite (en mij daarmee) ineens om zeep te helpen. Ik blijf erop vertrouwen dat ze alles doen vanuit hun wil (en drang) om te ‘helpen’. Maar omdat ik heel veel tijd kwijt ben en vaak niet weet wie, wanneer en hoe lang aan de macht is geweest en wat er in die tussentijd gedaan is, vind ik dat bij ziek zijn best een beetje spannend. 

In Nederland wordt er in de medische wereld best veel en vaak gestrooid met het toverwoord ‘paracetamol’. Alsof het heel onschuldige snoepjes zijn die geen enkel kwaad kunnen. Maar dat vind ik dus best wel een dingetje, want paracetamol is helemaal niet zo onschuldig. (Sterker nog, ik kreeg ooit de onbedoelde tip van een hulpverlener dat als je zeker wilde zijn dat je dood ging, (langzaam en pijnlijk, dat dan weer wel), dat je dan een overdosis paracetamol moest slikken). En sinds die verspreking ben ik best een beetje huiverig voor de combinatie van ‘switchen’ en medicatie innemen, waarbij paracetamol dus in het bijzonder. 

En dus was het een geruststellende gedachte dat ik, toen ik weer wat minder koortsig was en meer tijd zelf in mijn lijf doorbracht, ik in de keuken op m’n maaltijdplanner een overzichtje vond, met in plaats van de maaltijden van de afgelopen tijd, de tijdstippen en medicijnen die ingenomen waren. Toen ik hiernaar vroeg kreeg ik te horen dat dit samen bedacht was door de twee pubers. Op die manier konden ze allemaal los van elkaar tijd pakken, medicijnen nemen als ze dat nodig vonden, zonder dat er teveel of te snel ingenomen werd. En dat stemt me dan toch wel heel gelukkig: ze kunnen elkaar het leven heel zuur maken, maar soms werken ze ook verdomd goed samen en lijken ze gewoon bijna volwassen en verstandig. 

M’n koorts is inmiddels echt wel verdwenen, maar we zijn nog steeds niet helemaal lekker, maar langzaamaan begint er weer wat leven terug te komen. En dat vinden de heren in mijn hoofd dan ergens ook wel weer een beetje jammer, want zoveel tijd voor zichzelf….. daar hebben ze weinig problemen mee. Zelfs als ze zich niet zo lekker voelen….

bron: eigen creatie




1 december 2025

Time flies…. Oftewel, happy T-day to me!

Vandaag zit ik exact 3 jaar aan de testosteron, dus eigenlijk vier ik een soort van feestje vandaag. Waar ik drie jaar geleden nog een beetje verdrietig was, dat ik niet meteen de injecteerbare testosteron versie kreeg en het moest doen met de mysterieuze ‘gel pompjesvariant’, weet ik nu dat, ook al snap ik niet goed hoe het kan, er blijkbaar ook genoeg werkzame stof zit in ongelijkmatige pomp bewegingen. 
Hoe het werkt, geen idee, maar het werkt prima want er is een hoop veranderd sinds dat eerste pompje. Ik schreef er hier, bij mijn eerste T-day feestje al wat over, maar omdat we nu weer twee jaar verder zijn, ga ik het nog een keer doen.

De eerste verandering die ik merkte, was de rust in mijn hoofd. Gelukkig zijn mijn stemmen er nog steeds, dus helemaal rustig is het niet (en zal het hopelijk ook nooit worden). Maar ik bedoel dat de onrust enorm gekalmeerd is. Ik hoef niet over alles meer te piekeren en te overdenken. Dat doe ik nog steeds wel hoor, het is immers geen wondermiddel en Mick blijft natuurlijk gewoon Mick: overdenken en piekeren is ook een beetje de aard van het beestje, maar het is echt zóveel beter geworden. 

Mijn ex-woonbegeleider noemde het ‘beter kunnen relativeren’, maar ik weet niet zeker of dat het is. Want vaak IS er simpelweg niets om te relativeren. Waar ik eerst 1000 scenario’s kon bedenken en bekritiseren, is er nu simpelweg ‘het script’. Ik hoef vaak niet zelf van alles te verzinnen, het is gewoon zoals het is. En geloof me: dat is lekker!?!

Doordat ik minder hoef te (over)denken, kan ik dingen makkelijker los laten en is er ruimte om te kiezen waar ik mijn energie in wil steken: wil ik deze discussie aangaan, of zal ik het lekker laten gaan? En steeds vaker laat ik dingen gaan. En dat geeft veel rust en ruimte en dat komt mijn geestelijke gezondheid ten goede!

Het andere wat meteen merkbaar was, was de haargroei. Ik wist niet dat overal, maar dan ook echt overal haar kon groeien. En dat doet het dan ook heel enthousiast. De enige plek waar dat haar dan weer niet zo hard groeit, is op/uit mijn hoofd. Mijn baard wordt maar niet echt vol, mijn snor ook niet. Ik ben er ook nog niet over uit of ik dat zou willen, maar om dat te kunnen beslissen, moet ik het denk ik eerst eens gezien hebben. Tot die tijd, loop ik dus rond met een ‘net niet baard’, maar een mens moet ergens beginnen toch? 
En ja, na drie jaar testosteron geloof ik dat die ‘receding hairline’ toch ook wel echt een dingetje is. Of ik daar blij mee ben, dat weet ik niet, maar ook hiervoor geldt: het is wat het is, ik kan het niet veranderen, dus maak ik me er maar gewoon niet druk om.

Libido werd ook een dingetje. Voor iemand die zichzelf als a-seksueel zag en de psychologen van het VU zo ongeveer uitlachte toen ze me erop wezen dat dat wel eens zou kunnen veranderen en het goed zou zijn als ik daar een uitlaatklep voor zou hebben, begrijp ik nu maar wat goed, wat ze destijds probeerden te zeggen. Het feit dat ik ook nog eens anderhalve puber in mijn hoofd heb die óók op seksuele ontdekkingstocht zijn (gegaan) , tja, daar zou ik een heel boekwerk over kunnen schrijven. Maar als ik één ding ook wel geleerd heb in die afgelopen drie jaar, dan is het wel dat seksualiteit (in welke vorm dan  ook) volgens iedereen dan wel geen taboe zou moeten zijn, maar dat het dat stiekem tóch wel gewoon is. Daarover praten (en ook schrijven) vind ik dan ook lastig. Niet omdat ik het niet wil, maar meer omdat ik denk dat de ander het niet wil. 
Maar goed…. Laat ik het zo zeggen: Het Duracell konijn in mij begint zijn plek te vinden, maar de batterijen zijn nog lang niet op….

Mijn stem… ja, die is een stuk lager geworden. Een stuk ‘vaster’ ook, dus ik begin langzaam weer te snappen hoe ik een liedje mee kan zingen op de radio, maar nog steeds krijg ik van te hard of teveel praten (en dus ook zingen) snel keelpijn. 

Het fijne aan deze lage stem en de ‘net niet baard’ is, dat mensen nu echt wel gestopt zijn met mevrouw zeggen en dat vind ik echt heel fijn. Hoewel ik me ook niet echt een man voel (ik voel me gewoon Mick) is het een verademing om niet meer voor vrouw uitgemaakt te worden, want dat was ik ZEKER niet. Het misgenderen is veel minder geworden, maar als het dan toch nog eens gebeurt (het meest  bij vrienden en bekenden) dan raakt dat misschien nóg wel dieper dan voorheen. Juist vooral omdat het het vaakst bij vrienden en bekenden gebeurt. Ik doe mijn best om daar niet te veel van te laten merken, maar die kleine ‘slip ups’ kunnen me echt onderuithalen en weer even terugbrengen waar ik vandaan kwam. (Het trekt alleen sneller bij)

Kortom, ik ben heel blij met al deze veranderingen en er zijn er nog veel meer. Ook daar kan ik een boek over schrijven. Vooral ook hoe al deze veranderingen niet alleen door mij ondergaan werden, maar ook door mijn hoofdbewoners. En het is best fascinerend om te zien en merken, hoe zij hier allemaal op hun eigen manier mee omgaan en op reageren.

Toch is niet alles koek en ei. Mijn bloedwaarden waren de afgelopen drie jaar een puinhoop, en dat zijn ze nog steeds. Ik ben natuurlijk ook gewoon te dik en dat heeft daar ook veel invloed op, maar afvallen lukt me nauwelijks (en geloof me: ik doe mijn best en werk hard). In je bloed zit het stofje ‘hematocriet’, dit bepaalt (oa) de dikte van je bloed. Toen ik begon met de testosteron zat ik al best hoog, maar door het gebruik van de testosteron, steeg dat ook nog eens. Dat kan gevaarlijk zijn/worden, en een manier om dat een beetje in de hand te houden is ‘aderlaten’. Klinkt middeleeuws, maar om het wat moderner aan te pakken ben ik bloeddonor geworden. Zo wordt er met regelmaat een halve liter bloed afgetapt en kan ik die waarde enigszins in toom houden. Maar….
Als je dat dus te vaak doet (en omdat ik van lettertje in mijn paspoort wisselde, mocht ik ineens wat vaker komen), dan krijgt je lijf niet genoeg tijd om die voorraad weer aan te vullen. Lang verhaal iets minder lang: ik kreeg een ijzertekort, maar zonder bloedarmoede. Dat ijzertekort moest behandeld worden met ijzertabletten waardoor het ijzergehalte in mijn bloed omhoog ging. Maar ja, de andere twee waarden die de dikte van je bloed bepalen (hemaglobine en dus de hematocriet) gingen ook omhoog, en dat mocht dus niet! Kortom: een lastig dilemma! Want zowel het ijzertekort als het te dikke bloed, kunnen voor problemen zorgen. 

Ik heb behoorlijk wat behandelingen en onderzoeken ondergaan om te kijken wat er voor zorgt dat mijn ijzergehalte zo laag is (en blijft) maar daar kwam niet zoveel uit. Voorlopig is het nog een beetje een mysterie hoe het kan, maar ook hoe het aangepakt kan worden. Want, story of my life, ik heb weer eens een combinatie die niet vaak voorkomt en waarvan de artsen ook even niet weten wat ze ermee moeten. 
In mijn laatste afspraak met de endocrinoloog (de hormonen dokter) viel dan ook het zinnetje waar ik zó vreselijk bang voor ben : ‘als we het niet onder controle krijgen, dan is stoppen met de testosteron een reeële optie’. En dat betekent dat een aantal dingen terug zullen veranderen, en dat gaat mijn geestelijke gezondheid niet bevorderen.

Maar als ik één ding van deze drie jaar geleerd heb en héél zeker weet, dan is het dat ‘terug naar waar ik vandaan kom’ geen optie meer is. Dat kan en wil ik niet meer.

Fingers crossed dan maar, dat we het onder controle gaan krijgen….want aan het alternatief wil ik niet denken.

bron: gevonden op internet



24 mei 2025

“Vuile pedo!” …… Oftewel iets over ongeschreven regels voor mannen….

Afgelopen week was ik op vakantie. Daar was ik ook echt wel aan toe, want mijn brein heeft de afgelopen tijd nogal wat overuren gedraaid. In mijn vorige blog schreef ik al over ‘het deel’ in mij (De Heks) dat het voorzien heeft op mijn jongste twee stemmen en ik kan je verzekeren dat het dealen daarmee nogal vermoeiend was (en is). En dus was ik toe aan een korte break en ging ik een midweek naar het noorden van het land. Het is natuurlijk niet zo dat ik mijn stemmen of problemen dan thuis achterlaat, die gaan ook met me mee. Zoals men wel eens zegt: verandering van spijs, doet eten…. Dat geldt meestal ook voor mijn hoofd: een andere omgeving wil nog wel eens wat rust geven.

Ook op vakantie is het verstandig om overleg te hebben met mijn hoofdbewoners over wat we allemaal gaan doen. Wat zou iedereen willen doen, willen zien, of vooral ook NIET willen doen en zien. Overleggen, luisteren en compromissen sluiten. En het is soms nog wel eens een puzzel om in al deze wensen een balans te kunnen vinden. 

Ik was al eens eerder in de omgeving waar ik heen ging en toen had ik een leuk uitje gezien, waar vooral Jongste Stemmetje het erg naar haar zin zou hebben, namelijk een heus Kabouterpark! Maar tot haar grote verdriet was dat beperkt open en niet op de dagen dat wij toen daar waren. Dus één uitje stond voor deze week al vast: een bezoekje aan dit Kabouterpark.

Als je hier al wat langer mee leest dan is het geen nieuws dat ik naast het feit dat ik stemmen hoor, ook trans ben. Sinds twee jaar staat er een M op mijn paspoort en ga ik dan ook ‘als man’ door het leven, maar ik voel me vooral gewoon Mick. 

Misschien vraag je je af waarom deze info belangrijk is om te vermelden. Dat ga ik proberen uit te leggen in dit blogje, want sinds die M op mijn paspoort staat en mensen me ook meer en meer waarnemen als man, loop ik tegen een aantal (in mijn ogen) rare dingen en situaties aan. Misschien dat het voorbeeld in dit blog dat een beetje duidelijk kan maken.

Een bezoekje aan het Kabouterpark dus… En je mag best weten dat ik daar  nogal tegenop zag. Wat heeft een volwassene zonder kinderen in zijn eentje nou in een (duidelijk voor kinderen bedoeld) Kabouterpark te maken? Dat roept blijkbaar op zich al vraagtekens op, nog los van geslacht. Maar als je als volwassen man in je eentje zonder kinderen naar zo’n plek gaat…. Dat is blijkbaar weer een geheel ander level van vraagtekens…

Maar goed, ik overwon mijn angst, kocht een kaartje en ging het park in. Naast Kabouters hebben ze er ook diverse dieren en één daarvan is mijn meest favoriete vogel op aarde: de Kookaburra! Hij wordt ook wel de lachende Kookaburra genoemd, omdat hij een geluid maakt dat op lachen lijkt. En (bijna) niks op aarde maakt mij blijer dan dat geluid. Nu weet ik dat ik dat geluid een beetje kan uitlokken, door het geluid van een andere Kookaburra te laten horen, dus zocht ik een YouTube filmpje op, en speelde dat heel zacht in de buurt van de kooi af en binnen een paar seconden kwam er inderdaad een reactie van het dier: hij begon te ‘lachen’. 

Tussen de ingang en deze kooi liep ik tegen een pril gezin aan: Papa, hoogzwangere Mama en een Kleuter die voor geen meter luisterde en in die paar meters al verscheidene keren tot de orde geroepen was (lees: als je nu niet luistert gaan we naar huis…. En dat dus 20 keer). 

De Mama sprak me bij de kooi vermanend toe: “je weet dat dat beest dadelijk compleet uit zijn plaat gaat hè?” Ik had niet helemaal door wat ze precies bedoelde, ik dacht dat ze bedoelde dat het beest herrie zou gaan maken, dus ik zei: “ja, dat weet ik.” En ik ging door met wat ik aan het doen was. Mama werd woedend. Ik was het beest opzettelijk aan het uitlokken en het was broedtijd en paartijd en ik was hem opzettelijk de stress in aan het jagen. Ik was asociaal en het was sowieso raar dat een volwassen man in zijn eentje zonder kinderen naar een Kabouterpark kwam, wat was ik wel niet voor een viezerik. En op dat moment riep ze haar man erbij. *

Man komt aanlopen, vrouw herhaalt haar tirade en manlief zegt tegen me: “zie je niet dat mijn vrouw zwanger is, je moet haar met rust laten, je geeft haar onnodige stress, jij vuile pedo!” En zo ging het nog even door. Ik bedacht van alles wat ik terug had kunnen zeggen, maar dat deed ik voor de zekerheid maar niet, want hé, (de meeste) mannen leren alleen dat ze vrouwen (en niet zozeer 'hun medemens') niet mogen slaan, en klaarblijkelijk viel ik niet in de categorie 'vrouw' voor deze personen (wat op zich een compliment is, dank je wel). Dus hield ik m’n mond maar dicht en keek langs hun heen naar hun Kleuter. Papa en Mama waren zo druk bezig met boos zijn op mij, dat ze niet zagen dat hij bezig was over het hekje naar de vijver te klimmen. 

Nu konden Papa en Mama me niet zoveel schelen, maar kleuterlief….die kon hier niks aan doen en dus deed ik m’n mond open en zei: “Als ik jullie was, zou ik je omdraaien en je bezighouden met jullie eigen Kleuter in plaats van met mij, want hij stapt nu het hekje van de vijver over.” Op dat moment draaiden ze zich allebei om, sprong papa over de omheining om zijn Kleuter te grijpen en Mama stond te gillen als een speenvarken, wat ik een prachtig moment vond om een ander steegje in te slaan, weg van deze ouders. Ik had niet de illusie dat ik ze dan niet meer tegen zou komen, zo groot was het park niet, maar misschien kregen ze zo de kans om wat af te koelen.

Hier gebeurde dus precies datgene waar ik bang voor ben tegenwoordig: een volwassen man die zich zonder kinderen in een ‘kinderomgeving’ beweegt, is per definitie ‘verdacht’ en in dit geval onmiddellijk ‘een pedo’. En dat maakt me best boos en verdrietig en ook een beetje in de war.

Toen ik nog niet in transitie was en als vrouw gezien werd, was er nooit een probleem als ik oogcontact zocht met een kindje, een knipoog gaf of een opmerking maakte. Moeders lachten dan vriendelijk en vaak trots terug, begonnen een praatje, of werden in ieder geval niet kwaad. Maar nu ik dus als man gezien word, weet ik niet meer hoe ik me soms moet gedragen in de buurt van (onder andere) kinderen.

Het gedrag wat ik hierboven beschrijf (oogcontact, een knipoog, een gesprekje of opmerking naar een klein kind maken), zit in mij als persoon. Ik ben dol op kinderen (van een ander), ik vind het grappig om ze aan het lachen te maken, of om op ze te reageren als ze contact zoeken. En dat was nooit een probleem! Maar als ik dat, als man, nu nog steeds doe, gewoon omdat dat nu eenmaal in me zit, bega ik zo ongeveer een doodzonde! 

Er is niks aan mij als persoon veranderd, ik ben nog steeds ik. Mijn karakter is nog steeds hetzelfde en ook mijn intenties zijn echt niet veranderd! Het enige dat er veranderd is, is dat er een andere letter op/in mijn paspoort staat, dat mijn lijf in een iets ander jasje zit en dat ik véél gelukkiger in mijn hoofd, lijf en vel zit. 

Al die ongeschreven wetten over hoe een man en/of een vrouw zich behoort te gedragen, die heb ik nooit zo goed begrepen. Misschien omdat ik zelf niet zoveel met die labels kan. Maar ik vind het ook niet eerlijk! Waarom zou een vrouw per definitie ongevaarlijk zijn richting kinderen en wordt een man in de buurt van kinderen altijd/vaak met argwaan bekeken? 

Waarom komt er in een buurtapp vaker een berichtje langs over een man in zijn eentje op het bankje in de speeltuin, die naar de kinderen zit te kijken, vaak compleet met signalement (‘dus pas maar op!’), maar nooit van een vrouw die in haar eentje hetzelfde zit te doen als die man? Waarom is dat? Dat is toch eigenlijk raar?

Misschien ben ik de enige die dat raar vind, dat kan. Als ik het hierover heb met vrienden, of m’n hulpverleners, dan krijg ik vaak de vraag ‘is dat ook écht zo, of is dat hoe jij het ervaart?’. Een vraag waaruit eigenlijk al blijkt wat men denkt: ik haal het in mijn hoofd. Maar dat IS niet zo! 

De wereld hééft ongeschreven wetten over wat mannen en vrouwen wel of niet mogen of hoe ze zich dienen te gedragen. Misschien ga je dat pas ervaren, als je je, zoals ik, aan de andere kant gaat bevinden en je aan de andere kant van die regeltjes je weg moet gaan zoeken en afgerekend wordt op de foutjes die je in die zoektocht maakt. Ik weet het niet. Ik weet wel dat dit niet het enige voorbeeld is dat ik kan geven, er zijn er heel veel.

Ik begrijp die ongeschreven regels niet zo goed. Dat deed ik als kind al niet en ook al niet toen ik als vrouw door het leven ging en dat doe ik nu als man nog steeds niet. Het enige dat ik weet, is dat ik op dit moment niet goed meer weet hoe ik me soms moet gedragen. En daar word ik verdrietig en onzeker van.

foto: website bol. com

* En misschien had Mama wel gelijk en was het heel onhandig/dom van mij om dit te doen, dat kan. Daar mag ze me ook best op aanspreken, maar dan wel graag op een normale manier. Dat maakt mijn (en ik denk een ieders) vermogen en wil om te luisteren een stuk groter.


14 mei 2025

Over Heksen, Detectives en het hebben van filters..... of juist het gebrek daaraan...

De afgelopen weken (en nog steeds eigenlijk) waren nogal intensief in mijn hoofd. Dat heeft voor behoorlijk wat 'narigheid' gezorgd, maar gelukkig zitten er soms ook wel grappige momentjes tussen. 

Ik ga proberen zo kort (voor mijn maatstaven) en zo simpel mogelijk de situatie te schetsen, zodat je een idee kunt krijgen van wat er hier gebeurt. 

Ik hoor stemmen, dat mag inmiddels bekend zijn en sommige van die stemmen kunnen het 'overnemen' en kunnen dan op een glijdende schaal zelfstandig functioneren (dus simpel gezegd: van samen aan het roer staan, tot ik die niks meer meekrijg en als het ware niet meer aanwezig ben). 

Sommige mensen noemen het 'delen' of 'alters', maar voor mij zijn dit stemmen, aangezien ik ze ken en met ze kan communiceren. Stemmen zijn (voor mij, niet voor iedereen) (onder)deel van mij. 

Er is echter ook al best een hele lange tijd een deel, waarmee ik dat niet kan, vandaar dat ik hiervoor ook het woord 'deel' gebruik en niet het woord stem. Ik hoor haar niet, ik zie haar niet, ik ken haar niet. Voor mij is zij dus geen stem, geen (onder)deel van mij en dus noem ik het een 'deel'.* 

Maar laten we haar voor het gemak even 'De Heks' noemen, dan heeft het beestje maar een naam, dat praat makkelijker. Ik hoor haar niet, maar mijn Jongste Stemmetje en Jongste Puber horen en zien haar wel. En dat is vrij lastig want De Heks heeft het echt op deze twee gemunt. Ze maakt hen doodsbang en er is, voor mijn gevoel, weinig wat ik kan doen tot nu toe, om hen tegen haar te beschermen, want tja, wat ik niet zie en hoor, daar kan ik ook niet tegen optreden. 

Ik sprak een tijd geleden met m'n oud behandelaar hierover omdat ik geen idee had hoe ik het aan moest pakken, maar de noodzaak om meer over De Heks te weten te komen wel steeds urgenter werd. 

Op dat moment was vooral Jongste Stemmetje het doelwit en zij is té jong en te bang om verbaal informatie te geven. Ze heeft er simpelweg de taal nog niet voor. We bedachten dat het dan op een creatieve manier moest, en aangezien knuffels nogal geliefd zijn bij haar, leek dat me een goed plan: situaties uitspelen met knuffels. 

Leuk bedacht, maar niet echt goed over nagedacht. Op het moment dat één van die geliefde knuffels dus de rol van De Heks zou krijgen, zou die knuffel niet meer 'veilig' zijn en dus leende ik van iemand een knuffel, die dan daarna gewoon weer weg zou kunnen. Maar zodra ik ook maar probeerde om met Jongste Stemmetje en de knuffels aan de gang te gaan, sloeg de angst al om in hysterisch huilen en dat kon ik zelf gewoon niet aan. Dit ging het dus niet worden. 

Inmiddels was ook Jongste Puber getuige van de aanwezigheid van De Heks en hij heeft wél de taalvaardigheden om me te helpen. En als er één ding is wat hij graag doet, dan is het mij blij maken, dus hij wilde maar wat graag helpen. 

Ik printte een foto uit van een heks, hing die in de kamer op, met daarnaast een aantal vragen waar ik graag een antwoord op zou willen (wie ben je, wat wil je, waarom ben je er enz). Het idee was, dat ze wellicht zelf zou gaan communiceren via papier met mij (waar ik best een hard hoofd in had, want dan had ze dat al veel eerder kunnen doen). Maar tegelijkertijd gaf ik Jongste Puber de rol van detective: aan hem de taak om zoveel mogelijk informatie te verzamelen. Als dat zou lukken, prachtig, zo niet: geen probleem, goed je best gedaan. Maar dat liep dus uit de hand. 

Ineens waren alle pijlen van De Heks op Jongste Puber gericht. En waar eerst het gedrag, de daden en woorden van Oudste Puber het onderwerp van gesprek/dreigement waren, werd dat nu dus het hele 'zijn' van Jongste Puber. 

Ze terroriseerde hem compleet en ik had dat niet door, want hé ik hoor haar niet en Jongste Puber nam zijn taak héél serieus en durfde niks tegen mij te zeggen omdat hij mijn vragen (nog) niet kon beantwoorden. 

Heel lang verhaal een beetje korter: Jongste Puber draaide door, nam het over en ik miste een aantal complete dagen uit m'n geheugen. Uiteindelijk werd hij zó moe en over z'n toeren dat hij een deel van wat er gezegd werd over Woonbegeleider uitstortte. 

Toen ik weer 'terug' was en een beetje te horen kreeg wat er gezegd en gebeurd was, voelde ik me nogal schuldig: ik heb Jongste Puber dit aangedaan, want ik heb hem die opdracht gegeven. En dus besloot ik dat het genoeg geweest was, hij had het super goed gedaan, maar hij hoefde geen detective meer te zijn. Hij mocht uitrusten. 

Ondertussen bedacht ik dat als ik De Heks zelf een beetje zou uitdagen, dat ze zich dan misschien wél tegen mij zou keren. En dus zei ik tegen Woonbegeleider: "De Heks is gewoon een laffe pussy. Tegen kleine kinderen durft ze wel, maar als ze echt ballen had, dan zou ze het wel gewoon opnemen tegen mij, maar zo laf als ze is, dat durft ze dus niet... Dus eigenlijk is ze niks meer dan een zielig hoopje sh**."

Woonbegeleider (WB), die jong en spontaan is en niet altijd beschikt over een childproof filter, riep enthousiast: "Ja, De Heks is gewoon een stoephoer."
En ik moest er om lachen, wetend dat die uitspraak niet helemaal handig was.... 

En ja hoor, die nacht vond er een gesprek plaats tussen één van de volwassen stemmen (PB) en Jongste Stemmetje (JS): 

JS: wat is stoepoer?  
PB: zeg dat maar gewoon niet. 
JS: maar WB zegde het ook dus JS wil dat ook zeggen. Wat is stoepoer? 
PB: dat is een stout woord voor als iemand niet zo lief is of doet. 
JS: dus Mick vindt **** (iemand met wie Mick een aanvaring had eerder die dag) een stoepoer? 
PB: (probeert zijn lach in te houden) Mick vindt die inderdaad nu even niet zo aardig. Zullen we dat zo zeggen, want stoute woorden mag niet hè? 
JS: nee mag niet 
-----stilte----- 
JS: waarom doet WB wel stoute stoepoer zeggen? 
PB: (moet lachen) omdat WB pas over een (paar) jaar ongeveer gaat ontdekken dat kindjes als jij net een kopieerapparaat zijn en hij dan pas een filter ontwikkelt 
JS: (begrijpt hier ongetwijfeld niks van maar denkt blijkbaar na)..... waarom? 
PB: WB was even heel stout, maar ik denk dat hij van z'n vriendin straks z'n zakgeld in moet leveren als ze dat hoort. 
JS: oh... dan kan WB niet stickers kopen (haar favoriete aankoop op het moment).
PB: nee dat denk ik ook niet. En jij ook niet meer doen want dat is ook stout (ze heeft een 'sticker koop verbod' en nee dat is echt niet zielig!). 
JS: (diepe zucht) is mijn geld mag ik zelf weten zegt Jongste Puber. 
PB: en Mick zegt nee en Mick is de baas, dus stickers kopen is stout. 
JS: (Nóg diepere zucht). Mick is soms een stoepoer. 

Nou, dan weten jullie dat ook weer! 

foto: De Heks (eigen fabricaat)


* ik sluit niet uit dat dit ooit zal gaan veranderen, ik haar wel degelijk ga horen en zien en leer kennen, en haar dan als stem zal gaan benoemen, maar zo ver zijn we voorlopig nog (lang) niet.

12 februari 2024

Gemeen, gemeen, gemeen!.... oftewel, wat een pech om Lesley te zijn....

Als je me echt zou kennen, dan zou je weten dat ik geen fan ben van carnaval en dat dat een understatement is. Vroeger als kind vond ik het nog wel leuk, dacht ik, totdat ik in een gesprek met een familielid laatst te horen kreeg: "als we jou kwijt waren, dan zat je in de garderobe in een hoekje met een berg jassen over je heen, met je handen over je oren.', dus tja.... vond ik het leuk?

Ik denk van wel. Ik heb in ieder geval wel leuke herinneringen aan carnavals optochten kijken. Het helpt waarschijnlijk ook een hoop dat wij carnaval in Zuid-Limburg gingen vieren en daar bij de optochten van allerlei lekkers en leuks uit de wagens werd gegooid, dus het was ook een soort van sport om zoveel mogelijk snoep te verzamelen (wat dan achteraf niet te eten, zo vies, was). 

Ook heb ik leuke herinneringen aan feesten in zaaltjes met mijn ooms, tantes, neefjes en nichtjes. Maar wat mijn familielid zei zal ongetwijfeld toch wel kloppen, want ook toen al was ik niet zo heel goed in drukte en veel prikkels. 

Wat ik wel nog heel goed weet, is dat ik rond de pubertijd het irritant vond dat ik geen carnaval kon vieren met mijn vrienden en klasgenoten, omdat we in een ander deel van het land woonden en we traditiegetrouw nu eenmaal elk jaar naar Limburg gingen. Mijn zus en ik zeurden mijn ouders uren aan hun kop of we dit keer eens gewoon lekker thuis konden blijven, zodat we er ook eens bij hoorden. En jawel, we bleven thuis. 

Eén optocht en één limonadebal verder, smeekten we of we de volgende dag alsjeblieft een échte optocht konden gaan kijken en zo vertrokken we die avond weer terug naar Limburg. 

Maar toen mijn neefjes en nichtjes wat ouder werden en carnaval meer en meer met hun vriendengroepen gingen vieren, die ons uitlachten omdat we nu eenmaal geen dialect spraken, werd het minder leuk en uiteindelijk kreeg ik een hekel aan carnaval, snapte niet wat ik daar ooit leuk aan had gevonden en ben ik er nooit meer heen gegaan. 

De Jongste Puber in mijn hoofd heeft ooit van lieve vrienden een Pikachu pak gekregen (nou ja, eigenlijk ik, maar dat is al gauw door hem geconfisqueerd) en dat wil hij dolgraag ook buiten aan, maar dat mag van Oudste Puber (en mij!!!) natuurlijk niet, want "hé, hallo, voor schut, je wéét toch, dahah!"

Maar één keer per jaar wordt Jongste Puber gelukkig, want met carnaval loopt iedereen 'voor schut' buiten en dan mag hij dat dus ook! Dus als Woonbegeleider komt (die ernstig besmet is met het carnavalsvirus), dan wordt er braaf een rondje gewandeld in Pikachu of Minion pak en is Jongste Puber gelukkig.

Dit jaar had Woonbegeleider ons 'warm' gemaakt voor een zogeheten 'lampjes optocht'. We houden dan nog steeds wel niet van drukte en carnaval, maar lampjes..... dat is toch wel té aantrekkelijk. En dus besloten we om het te gaan proberen. 

Ruzie in mijn hoofd, tussen Jongste Puber en Oudste Puber over of we nou wel of niet het pak aan mochten, of dat we dan alsnog 'voor schut' gingen en dus werd Woonbegeleider geappt om de ruzie op te lossen. Toen die niet online leek te zijn, werd de vraag aan Carnaval vierend Wandelmaatje voorgelegd. En gelukkig belde Woonbegeleider later nog even om te bevestigen wat Wandelmaatje ook al gezegd had: Jongste Puber kon rustig zijn Pikachu pak aan doen, maar het hoefde niet persé het was allebei prima, met of zonder. 

En dus gingen we in ons Pikachu Pak in de auto, in de regen, in het donker, naar een dorpje waar we de weg niet echt kenden. Maar dat ging allemaal goed. We liepen braaf achter andere verklede mensen aan en stelden ons op langs de route...

Jongste Puber gelukkig als Pikachu, Oudste Puber mokkend omdat hij zich voor lul voelde staan, ikzelf mijn best aan het doen om niet al vóór het begin overprikkeld te raken (en dus hardop steeds hetzelfde deuntje neuriënd...) en Lesley..... die keek haar ogen uit. 

Naast ons stond een hond met een berenpak, dus Lesley waande zich in de zevende hemel!

We verplaatsten ons naar een iets strategischere plek en stonden naast een schattig (niet verkleed) meisje, dat ongeveer even groot en oud was als Lesley zelf....

De optocht begon, meer mensen, meer bewegende lampjes, meer (harde) muziek. Iedereen keek zijn (mijn) ogen uit en ik moest alle zeilen bij zetten om niet in paniek te raken en weg te rennen. 

Al gauw kwam er een groep langs die snoepjes uitdeelden. En uiteraard kreeg het schattige meisje naast ons haar handen volgestopt. Lesley keek ernaar zei niks, zei (intern) heel blij: "hond is beer!" en het feest ging verder. De groep en wagen van Woonbegeleider kwam langs. Hij zag ons, kwam even hoi zeggen, met een 'lampjesstok' (Lesley vond hem maar eng met een bril en een biertje, maar die stok.... die was toch wel heel leuk!). Jongste Puber en Oudste Puber vonden het cool dat Woonbegeleider ze gezien had en ik kreeg op de vraag 'Enne?' (wat je kunt vertalen als: hoe is het, wat vind je ervan, joh, het is je gelukt enz.) er alleen maar uitgepiept 'druk hier'.

Anyway, Woonbegeleider moest weer door, en daar kwam wederom een groep met snoepjes voor het schattige meisje naast ons. Lesley keek en zei (intern) iets minder blij: "hond is beer!". Toen de volgende wagen ook nog zo'n zelfde lampjes stok als Woonbegeleider had uitdeelde en deze voor de ogen van Lesley in de handen van het schattige meisje duwde, kwam er alleen nog maar (intern) "hond" uit.

Gelukkig (voor mij) was het niet veel later afgelopen en zocht ik mijn weg terug naar de auto, waar ik eerst even een kwartiertje moest ontprikkelen (lees: keihard janken) voor ik veilig op weg naar huis kon. Jongste Puber en Oudste Puber hadden het hoogste woord en waren laaiend enthousiast, Lesley was stil.... 

Eenmaal thuis viel ik doodmoe in slaap. Maar na een paar uur werd ik wakker van een hysterisch huilende Lesley. Alle knuffels in bed gehaald om de hysterie wat te temperen en een gesprek mogelijk te maken in een poging erachter te komen wat er aan de hand was. Het antwoord was: "ik wil niet meer Lesley zijn!"

Oh jee, die hadden we nog niet gehad, dus met een slaaphoofd even schakelen en de juiste vragen zoeken/bedenken. 

Waarom niet?
L:"Lesley zijn is niet leuk!"
Waarom is Lesley zijn niet leuk dan?
L: "gemeen, gemeen gemeen!"
Wat is er precies gemeen?
L: "Lesley wil ook!"
Ehm, wát wil jij ook?
L: "zwaard met lampjes en snoepjes en beerhond. Maar Lesley krijgt NI-HIKS! Gemeen, gemeen, gemeen!"

Ja... en daar kan ik weinig op zeggen, want het is ook gemeen als niemand je kan zien en niemand weet dat jij er ook bent en ook graag net zo'n mooie lampjes stok als Woonbegeleider had, had willen hebben en dat jij snoepjes óók lekker vindt.

Life is unfair.
Wat een pech om Lesley te zijn!

foto: eigen maaksel, leukste wagen
in de lampjesoptocht 😉




1 december 2023

Hiep hiep hoera! ….. oftewel: een klein feestje.

Vandaag vier ik een klein feestje. Ik zit vandaag namelijk precies één jaar aan de testosteron. 

Ik zie me nog zitten daar in het restaurant van het VUMC na mijn afspraak met de endocrinoloog. Ik was zó teleurgesteld! Ik wilde namelijk heel graag de injecteerbare vorm van de hormonen hebben, maar om medische redenen mocht dat op dat moment niet, daarvoor moest ik eerst nog wat onderzoeken ondergaan. Maar ik mocht wel starten, met smeerbare testosteron. En dat was stiekem toch een beetje een teleurstelling en in plaats van superblij, was ik een beetje verdrietig. En dus zat ik daar met mijn flesje troostcola, mijn flesje androgel (=testosteron) en goed en lief gezelschap.

De reden dat ik toen niet blij kon zijn met de androgel kwam, naast het feit dat ik doodmoe was, doordat het begrip ‘gel smeren’ in mijn hoofd volledig onlogisch was. Als je een pil neemt, dan zit daar een bepaalde kant en klare, afgepaste hoeveelheid werkzame stof in. Als je een spuit zet, dan zit daar (mits je het goed doet) ook een afgepaste, hoeveelheid werkzame stof in, maar in gel???
Mijn brein kon dat niet bevatten: hoe dan??? Die gel zat in een pompje, zoals een zeeppompje en ik weet niet hoe andere mensen omgaan met zeeppompjes, maar bij mij kwam daar toch echt maar zelden dezelfde hoeveelheid zeep uit. 

Maar goed, dit was wat het was, ik zou het voorlopig met de gelversie moeten doen, en het goede nieuws was dat ik toch gewoon mocht/kon starten. Dus tegen de tijd dat ik terug thuis aan kwam, was m’n teleurstelling al wat gezakt en was ik vooral moe en blij. Soms heeft het blijkbaar dus ook een voordeel als je 3,5u in het openbaar vervoer moet zitten voor een (enkele reis) ziekenhuisbezoekje.

Maar goed, ik mocht beginnen en dat deed ik dus ook.
Al gauw (na een paar dagen) begon ik een aantal dingen op te merken. En het kan natuurlijk zijn dat dat gewoon tussen mijn oren zat, maar ik merkte dat mijn brein rustiger was. Het constante piekeren/nadenken wat ik al mijn hele leven deed, verdween naar de achtergrond en dingen leken minder belangrijk te worden. Nou ja, minder belangrijk om me druk om te maken. Soms hoorde ik vrienden en bekenden vertellen en discussiëren over dingen, waar ik me voorheen vast ook druk om had gemaakt, maar ik merkte dat ik hen niet meer begreep. Het kwam niet eens in me op, dat ik me hierover druk had kunnen maken! En dat was echt een heerlijk gevoel.

Al gauw kwamen er ook andere veranderingen: overal (maar dan bedoel ik ook echt overal) begon haar te groeien. Mijn stem ging vrij snel omlaag, mijn libido en eetlust juist omhoog en er veranderde vanalles aan en in mijn lichaam.

Op een gegeven moment veranderden mijn spieren iets te snel, waardoor ik in de problemen raakte. Ik kon een tijdje niet meer lopen omdat mijn spieren te strak stonden en dat ontzettend pijnlijk was, maar ook dat ging weer over.

Wat ik heel sterk merk, is dat het veranderen en groeien, in een soort van golven gaat, die elkaar afwisselen. De eerste weken veranderde alles tegelijk, maar na een tijdje merkte ik echt dat dan mijn stem weer een ‘groeispurt’ had, dan mijn spieren, dan weer de haargroei en zo nog wat dingetjes. 

Ik vond (en vind) het ook fascinerend om te zien in welke volgorde op je lijf je haar bijvoorbeeld gaat groeien. Tijdens je eerste puberteit ben je je daar volgens mij allemaal niet zo bewust van. Ik was dat in ieder geval niet. Toen ging het allemaal ook veel langzamer. Maar nu valt me dat dus wel op. En ik merk dat ik daar ook heel enthousiast van kan worden, maar dat mijn omgeving meestal niet zo op mijn gedetailleerde verslaglegging van dit fenomeen zit te wachten. 

Toen mijn onderlijf ging veranderen (zoek dat zelf maar even op) en mijn libido toenam, kwam ik erachter dat ik misschien toch helemaal niet zo aseksueel was als ik altijd gedacht had. Er ging in ieder geval een geheel nieuwe wereld voor me open. Maar met dat gegeven kwam mijn hoofd een beetje in de knoei. 

Waar beide pubers in mijn hoofd altijd in de fase ‘ieuw bah, seks is vies’ hadden gezeten, werd de oudste puber ineens nieuwsgierig en ging op ontdekkingstocht, waardoor hij compleet de kluts kwijtraakte. Het feit dat hij de kluts kwijtraakte vond ik lastig om mee om te gaan, maar ook het feit dat mijn stemmen al die jaren dezelfde leeftijd waren gebleven en zich ‘niet verder ontwikkelden’, maar dat één van hen nu ineens het een en ander versneld in ging halen, was een nieuwe ervaring voor mij, die ik best ingewikkeld vond.

En dan ineens ben ik een jaar verder. Het jaar is omgevlogen en het was psychisch en emotioneel gezien misschien wel het rustigste jaar van mijn leven. Natuurlijk is de testosteron geen oplossing voor al mijn psychische kwetsbaarheden, maar ik weet absoluut zeker dat het wél degelijk een grote rol speelt in mijn verbeterde mentale gezondheid van het afgelopen jaar. Ik ben rustiger, kan beter relativeren, maak me niet meer om alles en iedereen druk. Ik denk dat ik met enige zekerheid kan beweren dat testosteron ervoor zorgt dat je op een andere manier denkt. Uit opgedane ervaring durf ik te beweren dat een testosteronbrein veel simpeler werkt en denkt dan een niet testosteronbrein.

Een jaar waarin er dus heel veel veranderd is. *
Die grootste veranderingen zijn niet de dingen die het meest in het oog springen: een mannelijker lijf, een lagere stem, de baardgroei enzovoort. De grootste verandering voor mij zit hem in het feit dat ik me nog nooit zo goed gevoeld heb in en met mijn lijf. Ik heb een rust die ik nooit eerder (voor langere tijd)  had. Ik voel me een stuk gelukkiger dan ik me ooit gevoeld heb en voor het eerst sinds de basisschool ben ik blij dat ik leef en wil ik niet meer dood. 

Natuurlijk moet er nog één ding gebeuren om me nóg fijner te gaan voelen. Hetgeen waar ik al ruim 30 jaar op wacht: die ‘krengen’ (lees: borsten) moeten eraf, maar ook die stap komt er eindelijk (bijna) aan. 

Vandaag zit ik dus één jaar aan de testosteron.
Ik kwam voor het eerst thuis bij mezelf.
Geluk zit blijkbaar in een klein pompje gel….

* en dan laat ik het feit dat ik nu officieel, juridisch gezien ‘Mick’ heet en ‘man’ ben voor het gemak maar even buiten beschouwing…






16 oktober 2023

Leven op de rand van een mijnenveld...oftewel: een verhaal over ptss

Als je me echt zou kennen, dan zou je weten dat ik in mijn leven best wel wat dingen heb meegemaakt. Dingen die ik beter niet had kunnen meemaken. En als je me nog beter kent, dan weet je dat ik daar in mijn huidige volwassen leven, nog steeds best wat last van heb.

Dat ik stemmen hoor die anderen (schijnbaar) niet kunnen horen, zou inmiddels echt geen geheim meer moeten zijn. En als je mijn boek gelezen hebt, of gewoon hier al langere tijd mee leest, dan zou het ook geen nieuws moeten zijn, dat die stemmen veel te maken hebben met de dingen die ik mee maakte, mijn trauma's. Maar dat is niet het enige waar ik vandaag de dag nog last van heb. 

Waar ik het niet zo vaak over heb, zijn de nachtmerries, de flashbacks en de herbelevingen. Ik heb het er niet over, niet omdat dat geheim moet blijven, maar vooral omdat het niet de leukste verhaaltjes oplevert (niet dat dat moet, maar toch, ik ben er ook niet op uit om anderen te traumatiseren met mijn schrijfsels). En zelfs als ik heel goed en hard nadenk over hoe ik zoiets inhoudelijk nou in een blog-proof jasje zou kunnen gieten, dan weet ik daar niet zo één, twee, drie een antwoord op. En dus heb ik dat nog nooit/zelden gedaan. En ook vandaag zal ik dat niet doen. 

De laatste weken/maanden heb ik extreem veel last van nachtmerries en flashbacks. Ik noem dit overigens doorgaans 'filmpjes'.  Normaal gesproken zijn ze er ook wel, maar dan is het 'redelijk hanteerbaar', dan voelt het alsof ik er op de een of andere manier een soort van controle over heb (wat een illusie is, maar toch). Iets met (letterlijk) ademhalen en doorgaan. Maar er zijn periodes waarin dat niet meer zo makkelijk gaat als dat ik het zojuist opschreef. En dit is dus zo'n periode.

Het vreemde is dat het begon met één specifieke trigger, oftewel iets wat de herinnering uitlokt. Zo'n trigger kan van alles zijn: een beeld, een geur, een geluid, een gevoel, een voorwerp, een persoon noem maar op. In mijn geval was het dit keer de combinatie van een vlieg en een spin. De details van het filmpje zal ik jullie besparen, die zijn ook niet zo belangrijk voor wat ik wil vertellen. 

Deze twee beestjes zorgden er in een nano seconde voor dat ik niet meer de volwassen Mick was, maar dat ik ongeveer zes jaar oud was. Op dat moment bestaat de volwassen Mick niet meer, de huidige omgeving waarin ik leef niet meer, maar alles wat ik zie, hoor, ruik en proef is de wereld waarin die zes jarige Mick die dit voorval meemaakte toen leefde. En voor het eerst in hele lange tijd bevroor ik en kon ik hier niet meer uit mezelf uitkomen, wat (voor mij) betekent dat ik een boel tijd kwijt raakte (een paar dagen). 

Die triggers zijn irritante dingen, ze zijn namelijk overal en altijd. Je hebt er die heel duidelijk aanwezig zijn en die min of meer voorspelbaar zijn. Deze vind ik persoonlijk het 'fijnst' omdat je je op deze enigszins kunt voorbereiden en ze zelfs soms kunt vermijden. Maar uiteraard is dat echt niet altijd mogelijk en werkt het ook écht niet altijd zo simpel en perfect als ik het net schreef, want het nare van dat hele ptss gebeuren is het onvoorspelbare karakter.

Er zijn echter ook triggers die verborgen zijn, die je niet kunt zien aankomen, die je niet kunt voorspellen en waarvan je misschien niet eens weet dat ze een trigger zijn. En ik merk dus de laatste tijd dat dat er stiekem een heleboel zijn. Overal in mijn leven duiken ineens onverwacht allerlei triggers op, ook als die er voorheen in dezelfde plaats en situatie nog niet waren. En dat is erg naar (understatement of the year).

Ik vroeg me af hoe ik aan mijn hulpverleners of andere mensen in mijn omgeving kon uitleggen hoe het momenteel voor mij voelt en werkt. En ik geloof dat de volgende vergelijking wel redelijk in de buurt komt. 

Voor mij (en dit is dus puur persoonlijk en niet voor iedereen met ptss geldend) voelt het hebben van ptss een beetje als leven op de rand van een mijnenveld. Je balanceert in je dagelijkse leven op die rand en dat gaat meestal goed. Maar soms gebeurt er iets, bijvoorbeeld slaapgebrek, of een zuchtje wind (tegenslag), waardoor dat balanceren niet meer zo soepel gaat, je je evenwicht verliest en je over de rand kukelt het mijnenveld in. 

Terwijl je het veld in kukelt land je op een mijn, die onmiddellijk ontploft (flashback), maar die jou zelf niet vernietigt. Maar de scherven van de mijn, komen elders in het veld terecht en landen op een andere mijn, die ook ontploft (volgende flashback), weer scherven de lucht in blaast die weer landen... enzovoorts. 

En terwijl jij in dat veld beland bent en ziet hoe al die mijnen één voor één ontploffen durf je je niet goed meer te bewegen omdat je bang bent dat je weer op een volgende voor het oog onzichtbare mijn trapt. Misschien beweeg je ook wel niet in de hoop dat als je maar lang genoeg stil blijft zitten/staan, dat alle rondvliegende scherven ervoor zorgen dat er uiteindelijk geen mijn meer over is die nog kan ontploffen en je met een gerust hart veilig het veld uit kunt stappen omdat er geen 'ontploffingsgevaar' meer is. 

Ik denk dat dit beeld, van een mijnenveld, wel redelijk goed weergeeft hoe ik mijn ptss in dit soort periodes beleef. Nogmaals, dit is MIJN ervaring en hoeft niet voor iedereen met ptss zo te zijn. Geen mens is immers hetzelfde en iedereen beleeft dingen op diens eigen manier.
Maar ja, ik weet gelukkig natuurlijk niet precies hoe een écht mijnenveld eruit ziet en hoe dat werkt....

Wat ik wel zeker weet is dat ik hoop dat dit heel snel minder wordt, want ik vind het uiterst vermoeiend. 

foto: gevonden op internet


31 augustus 2023

In transitie met een hoofd vol stemmen... alsof het nog niet ingewikkeld genoeg was.

Waarschuwing: dit stuk bevat TOO MUCH INFO... dan weet je dat alvast, je kunt nu nog wegklikken.

Als je hier al een tijdje mee leest, dan zou je kunnen weten, dat ik transgender ben en bezig ben met mijn transitie. Het woord transitie zegt het eigenlijk al: een overgang van het een naar het ander. Dat klinkt op zich heel simpel, maar dat is het allerminst. 

Ik gok dat in transitie gaan/zijn, voor niemand echt heel simpel is, maar met een hoofd vol stemmen van verschillende leeftijden en genders, kan ik je inmiddels uit ervaring vertellen dat dit helemaal een hele kluif is....

Er gebeuren een hoop dingen, waar al mijn hoofdbewoners op hun eigen manier mee omgaan. En de een heeft met dingen wat meer moeite dan een ander. 

De jongste telg in mijn hoofd, een meisje van 6, maar emotioneel een heel stuk jonger, begrijpt er allemaal niet zo heel veel van. Ze vindt het niet zo leuk dat we nu 'brommen' (oftewel een lagere stem hebben), maar de rest van de veranderingen gaat eigenlijk langs haar heen en ze lijken haar niet te interesseren. 

De Jongste Puber in mijn hoofd (die eigenlijk symbool staat voor mijn trans stuk) is 12 (emotioneel echter ook een stuk jonger) is in zijn nopjes. In zijn ogen worden we een 'echte jongen' en dat vindt hij 'kei vet'. Inmiddels weet hij dat we nooit helemaal een 'echte jongen' zullen worden zoals een geboren jongen dat is, maar hoewel ik heel veel teleurstelling, gesputter en verzet van hem had verwacht, is hij hier allemaal heel gelaten onder. Tot nu toe vindt hij het bijna allemaal wel best. Hij is blij met onze bromstem. Staat te springen bij élk nieuw haartje (en dat zijn er nogal wat kan ik je zeggen), zelfs de acné vindt hij grappig. Alleen dat libido gedoe..... nee, dat is en blijft een 'ieeeeeeeuw' afdeling voor hem. 

Dan is er nog de Oudste Puber, 16 jaar oud en je raadt het vast al: ook hij is emotioneel een stuk jonger. Van hem had ik eigenlijk de minste weerstand verwacht. Gewoon omdat hij doorgaans toch al een stuk volwassener reageert dan Jongste Puber en al veel meer dingen begrijpt.

Maar tot mijn grote verbazing heeft juist Oudste Puber er de meeste problemen mee. Hij is compleet in de war van alles wat er wel en niet gebeurt. Misschien was het ook wel naïef van mij om te denken dat Jongste Puber in de knel zou komen, hij is immers een 'doener zonder te denken', terwijl Oudste Puber dingen juist door en door probeert te analyseren en doordenken. En hoewel dat in alledaagse situaties juist een verademing is, is dat in het geval van een transitie dus niet zo handig.

Al gauw na de start met testosteron en de eerste veranderingen in en aan mijn lijf, merkte ik dat hij in de knoei kwam. Ik kwam erachter hoe weinig hij eigenlijk weet van anatomie van zowel mannen als vrouwen, van de veranderingen in de puberteit, van seks enzovoort. En door dat gebrek aan kennis, ontstonden er al gauw behoorlijke problemen en kreeg ik gaandeweg een depressieve puber in mijn hoofd.

Mijn lijf veranderde al heel snel na de start met de testosteron. En al gauw kwamen er heel veel vragen:

  • doet het pijn als de baard in je keel groeit? 
  • doet zo'n appel in je keel pijn en kan je dan nog wel slikken?
  • en hoe weten je stembanden dat ze moeten stoppen met groeien? En wat als ze er dan niet meer inpassen? Waar blijven ze dan?
  • hoe weet je gezicht nou waar hij wel en geen haar moet laten groeien?
Oudste Puber kreeg ineens 'lekkere kriebels', hij kreeg interesse in seks en in porno. Zag daar een boel nieuwe dingen en kreeg een 'droom': hij wilde dat onze inie-mini meisjes piemel (jawel, je clitoris gaat namelijk ook groeien) net zo zou gaan doen als een jongens piemel aan het einde van seks wanneer het 'het aller aller lekkerst is' (oftewel ejaculeren). En hoewel ik hem probeerde uit te leggen dat dat nooit zou gaan gebeuren omdat het simpelweg niet op die manier zou kunnen, besloot hij dat ik niks wist van ZIJN jongenslijf en legde hij zijn vragen bij Woonbegeleider neer want 'hé hij is een man en hij wéét dingen, je weet toch'. 
Woonbegeleider beantwoordde zijn vragen eerlijk en open en met (super) veel geduld. Maar het antwoord van hem kwam overeen met dat van mij: wat jij graag wil, gaat niet gebeuren, want dat kan lichamelijk niet. 

Maar Oudste Puber was niet van zijn droom af te brengen, wat wist Woonbegeleider nou helemaal van ONS eigenlijk meisjeslijf af? En dus wendde hij zich tot ExWoonbegeleider en legde zijn vraag wederom ook bij hem neer. 
Ook ExWoonbegeleider vertelde hem eerlijk, open en met veel geduld dat wat hij wilde niet zou gaan gebeuren. En Oudste Puber was ontroostbaar. Hij geloofde het allemaal nog steeds niet en bleef maar nieuwe theorieën bedenken, hoe en wanneer het dan wel zou kunnen: 
  • onze inie-minie meisjespiemel was gewoon nog niet groot genoeg en zou eerst nog een beetje moeten groeien en dan zou hij dat vanzelf wel gaan doen. 
  • we hadden gewoon nog niet genoeg testosteron in ons lijf.
  • ze konden toch gewoon een gaatje boren in onze inie-mini meisjes piemel zodat het er wel uit kon komen?
Goedbedoeld kochten we een 'puber boek' voor hem, waarin de veranderingen van de puberteit beschreven stonden in taal en met plaatjes die hij zou kunnen begrijpen. Dat was waarschijnlijk de grootste denkfout van mijn kant tot nu toe. Want in een voorlichtingsboek voor pubers wordt natuurlijk een 'normale' puberteit beschreven, dus van jongen naar man en van meisje naar vrouw. En ook al doorlopen wij momenteel een soort van puberteit, dit is geen normale puberteit, dus dit boek (en geen enkel boek!) beschrijft onze situatie. 
En dus werd de verwarring van Oudste Puber na het lezen van dit boek zo mogelijk nóg groter en kwam hij tot niks meer, behalve verdrietig in bed liggen. Zijn kriebels negerend (want een andere stem had hem ingefluisterd dat hij naar de hel zou gaan als hij er iets mee zou doen) en wanhopig (en tevergeefs) proberend ons lijf in de plaatjes en theorie van zijn boek in te passen.

Woonbegeleider en ik besloten dat we hem meer moesten gaan uitleggen over anatomie en waarom dat wat hij zo graag wilde niet kon. We kwamen erachter dat hij ervan overtuigd was dat er plas uit die piemel kwam en 'iedereen heeft plas, dus kon het wel!'
Toen hij uitgelegd kreeg dat het geen plas was maar zaadjes, was hij ervan overtuigd dat er dan gewoon plas zonder zaadjes uit zou komen. En toen we alle school tv filmpjes/animaties over anatomie, klaarkomen en voortplanting gehad hadden, begon eindelijk heel langzaam het kwartje te vallen dat het nooit zou gaan gebeuren. En daar werd hij nóg verdrietiger en bozer van. 

De ene dag lijkt het alsof het kwartje gevallen is, tot de volgende overtuiging de kop op steekt (ik zou er inmiddels een heel boek over kunnen schrijven). 

Vandaag hebben we bijvoorbeeld het douche dilemma ontrafeld, want sinds een aantal weken wil hij niet meer douchen en wordt helemaal panisch van dat idee. Dat is overigens geen probleem, want Jongste Puber neemt die taak (in ruil voor wat extra game tijd) graag op zich, maar het bleef een mysterie waar zijn plotselinge angst vandaan kwam. 

Dit soort dingen uitzoeken is een soort van 'ja/nee' vraagspelletje. Gelukkig houdt Woonbegeleider van raadsels oplossen en heeft hij meer energie en geduld dan ik (nog over) heb. Oudste Puber had wel losgelaten 'dat hij geen baby wilde en dan was het straks zijn schuld als er een baby kwam'. Maar meer kwam er niet uit. 

Vanmiddag ontdekten we dat het aan ons relatief nieuwe douchespul lag: Sanex... 
Oudste Puber heeft iets te veel klaarkomende mannen op internet gezien en Sanex lijkt op de zaadjes uit een piemel! En dus werd het douche dilemma vandaag gekraakt en werd er een oplossing bedacht: Oudste Puber mag andere (paars kleurige) douchegel gebruiken.... (want 'je weet niet zeker of er toch zaadjes in sanex zitten, dus je kunt het niet weten!') En zo brengt elke dag wel weer een nieuwe verrassing, dilemma of theorie met zich mee.

In transitie zijn is een zoektocht naar jezelf. Maar met zoveel zelven in één zelf is het af en toe een bijna onmogelijke zoektocht. Eentje die ik overigens niet zou willen missen (en Oudste Puber ook niet!)

Een ding is zeker: saai is het nooit!

foto: anatomie les....