Posts tonen met het label training. Alle posts tonen
Posts tonen met het label training. Alle posts tonen

7 april 2026

Meten met twee maten.... oftewel een verhaal over iets wat je niet hardop mag denken...

Sinds begin maart heb ik dankzij het Volwassenenfonds een abonnement op de (goedkoopste oranje) sportschool van Nederland. Hier ben ik erg blij mee, aangezien dit zonder deze financiële bijdrage niet mogelijk was geweest. Maar goed, de sportschool dus.

Ik ben niet zo'n fan van nieuwe en onbekende dingen en eigenlijk ook niet zo van mensen. Dus een sportschool binnen lopen, waar alles nieuw is (de regels, de mensen, de martelwerktuigen) vind ik best een dingetje. En bij deze sportschool is dat misschien nog wel net iets meer een dingetje dan bij een andere sportschool, aangezien deze vooral zo goedkoop kan zijn, omdat je er nauwelijks/geen begeleiding krijgt en alles zelf moet uitzoeken. En dus was mijn eerste bezoek best een uitdaging.

Ik besloot de drempel voor mezelf wat te verlagen. Het kwam er op neer dat mijn doel voor die eerste keer werd: naar binnen gaan. En zo gezegd zo gedaan. Ik braaf een poging doen om mijn pasje te scannen, maar of dat hele bezoek niet al spannend genoeg was, bleek je voor dat scannen van dat pasje ook al een hogere wiskunde opleiding te moeten hebben gevolgd. Gelukkig kwam iemand me helpen (en las ik achteraf dat ik niet de enige was die gezakt was voor dit examen) en stond ik ineens aan de andere kant van het draaihek.... Holy Shit, I did it, ik was binnen.... wat nu...
Ik besloot een rondje te wandelen om te kijken wat er allemaal was en waar. Ik kwam al snel tot de conclusie dat er in dit filiaal een iets te hoog testosterongehalte rondliep, waardoor sommige delen voor mij als een no-go area voelden, maar uiteindelijk eindigde ik tóch op de loopband (die ik ook nog eens aanzette) en heb ik ruim een uur bewogen. En niet te vergeten: ik was reuze trots op mezelf, deze horde had ik genomen.

Omdat ik me in deze club niet zo thuis voelde, besloot ik dat ik meerdere filialen in de omgeving zou gaan uitproberen en zo stond ik op een dag in het filiaal dat het dichtst bij mijn huis ligt. Ik kwam net van het sportveld af en dus bestond mijn training voor die dag vooral uit het checken van dit filiaal en braaf op de loopband mijn ding doen. Zo gezegd zo gedaan. 

Ik kijk altijd mijn ogen uit. Ik probeer vooral 'dingen af te kijken'. Hoe werkt zo'n apparaat nou eigenlijk, hoe doen anderen dat en dat kon in dit filiaal heel erg goed!

Mijn loopband stond naast de spiegel (oeps, iets dat ik dus niet zo fijn vind, maar ach, het was ook het dichtst bij de uitgang, dus de spiegel nam ik voor lief). Een jonge gast op het apparaat voor mij, trok zijn shirt uit en ging in zijn blote bast voor de spiegel staan flexen (oftewel zijn spieren aanspannen). En hoewel ik bij deze keten eigenlijk maar zelden kan zien of er überhaupt personeel aanwezig is en wie dat dan zou moeten zijn, stond er binnen no time een medewerker naast de jongen die hem vriendelijk, doch dringend verzocht zijn shirt weer terug aan te doen, want, zo sprak hij: "De zwembad look bewaar je maar voor het strand!" De jongen trok zonder morren zijn shirt netjes weer aan en het leven ging weer verder.

Nou train ik zelden alleen. Ik hoor stemmen en mijn stemmen gaan ook (al dan niet) gezellig mee trainen en zijn dus ook aanwezig. En ineens zegt mijn Jongste Puber: "vet, is er hier een zwembad?". Nou was ik een poging aan het doen om al rennend uit de handen van de zombies te blijven (run, zombie run app) en rennen is niet mijn sterkste kant, dus ik negeerde de opmerking van Jongste Puber vakkundig. 

Maar toen ik mijn Oudste Puber lichtelijk paniekerig hoorde zeggen "Mick, we moeten hier NU weg." gevolgd door Jongste Puber "is er hier nou een zwembad of niet?" besloot ik dat ik misschien toch maar even moest luisteren, want als Oudste Puber zich meldt, dan is er iets aan de hand. Ik vroeg hem waarom we weg moesten en hij zei, nog paniekeriger: "Kijk maar in de spiegel achter je, dan zie je het wel en als jij niet gaat, dan ga IK weg!" (en geloof me, lang verhaal, maar die macht heeft hij, aangezien hij me kan overnemen).

Op dat moment kon ik even niet in de spiegel kijken, want er kwamen zes pubers wat lacherig op een drafje voorbij gelopen, hun ogen gericht op iets dat zich duidelijk achter mij bevond. Toen ik eindelijk een blik in de spiegel kon werpen, zag ik een prachtige jonge dame, met lang donker haar, een strakke legging en een behoorlijk paar grote borsten in een veel te klein bikinitopje gepropt, die zich (onder het toeziend oog van die zes, nog net niet kwijlende puber jongens) diep bukte om een gewicht van de grond te pakken, waarbij die twee grote lichaamsdelen bijna besloten om een eigen leven buiten het bikinitopje te gaan leiden. Het was geen kort sporttopje/sportbeha, maar serieus een bikinitopje van twee driehoekjes stof, met een touwtje in haar nek en een op haar rug, dat geen enkele ondersteuning bood.

Bij deze dame stond er niet binnen no time een medewerker naast haar met de opmerking dat ze haar zwembad look maar moest bewaren voor op het strand. En dat is volgens mij meten met twee maten...

En ineens snapte ik de paniek van Oudste Puber. Sinds ik aan de hormonen zit (testosteron, ik ben namelijk trans) begrijp ik wat testosteron met een (mannen)brein doet en hoe de rest van je lijf daarop reageert. En als er iemand in mijn lijf/hoofd daar de gevolgen het meest van ondervindt, dan is het Oudste Puber wel. Sinds de start van de testosteron raakt hij bij wijze van spreken al opgewonden van een blote meisjes enkel en kan dan echt niet meer normaal denken. Hij zegt zelf wel eens dat zijn hersens dan niet meer kunnen denken, maar dat zijn 'meisjespiemel' het dan overneemt.... Dus tja... Tijd om weg te gaan, want Oudste Puber nog meer op de proef stellen, terwijl het al zó knap is dat hij weet en begrijpt dat hij niks kan en mag doen op publieke plaatsen, dat vind ik echt sneu. 

Maar eenmaal op weg naar huis, merkte ik dat ik hier toch écht wel wat van vind. En wat ik nu ga schrijven is vast niet aardig en on populair, maar dat is dan maar even zo.

In onze maatschappij mag je niet hardop zeggen dat iemand (doorgaans vrouwen) dingen uitlokken door de kleding die men draagt. Iedereen, mannen en vrouwen moeten kunnen dragen wat ze willen. En mannen moeten te allen tijde hun handen (en piemel) thuishouden (en hun commentaar voor zich houden). Daar ben ik het op zich ook wel mee  eens. Maar sinds ik aan de hormonen zit en mijn Oudste Puber in een échte hormoon gedreven puber is veranderd, wil ik daar toch ook wel enige nuance in aanbrengen.

Ja, jongens en mannen moeten aangeleerd krijgen dat ze met hun handen en andere delen van meiden en vrouwen af moeten blijven, absoluut. Kleding (of eigenlijk wat dan ook) rechtvaardigt NOOIT dat je iemand ongevraagd en ongewild aan mag raken, of dingen naar het hoofd mag slingeren. Maar als we dit van onze (jonge) mannen verwachten, mogen we dan ook van onze (jonge) vrouwen verwachten dat ze leren nadenken over wat (en welke kleding) in welke situatie passend is? Niet zozeer vanwege het feit dat het andere geslacht zich niet kan beheersen, maar gewoon omdat bepaalde kleding niet op bepaalde plekken thuis hoort. Je gaat niet in je badkleding in de klas of in de kerk zitten, badkleding is gemaakt voor het zwembad of het strand (iets met functionele kleding), dat geldt voor mannen en vrouwen. 

Mannen en vrouwen mogen best geleerd krijgen dat ze ook na mogen denken over welke kleding waar geschikt voor is en vooral ook waar niet. Als iedereen deze dingen geleerd krijgt, dan wordt het voor beide zijden misschien wat makkelijker. 

foto gemaakt met ChatGPT




24 mei 2023

Pubermeisjes! Oftewel: een verhaal over jaloezie.

Twee keer in de week sport ik onder begeleiding in een groepje op een sportpark hier in de stad. Weer of geen weer, schoolvakantie of niet, op wat landelijke feestdagen na, gaat het sporten altijd door en dat vind ik een fijne gedachte. 

Onlangs was het hier meivakantie en dus hadden zowel de basis- als middelbare scholieren vakantie. Dat heeft, zoals alles in het leven, zowel voor- als nadelen. Uiteraard vind ik het super leuk voor de plaatselijke jeugd dat ze lekker vrij hebben van school. Ik ben immers ook ooit lang geleden jong geweest en ik kan me nog heel goed herinneren hoe speciaal vakanties voelden. Dus het is fijn om te zien en merken dat dat voor de schoolgaande jeugd nog steeds niet veranderd is. 

Wat ik zelf niet zo fijn vind aan die schoolvakanties, is dat er dan allerlei sportactiviteiten (toernooien, kampen enz) voor de kids georganiseerd worden en het dan dus best wel druk is op het sportpark. Op zich geen probleem, maar ik (en nog een aantal uit mijn groepje) ben niet zo fit en lenig als die kids. En ik merk dat ik me dan best een beetje schaam als ik hijgend als een paard bijna dood neerval na een keer het veld over joggen. En de (meestal goed bedoelde) aanmoedig kreten van de kids, die in hun pauze langs ons veld komen hangen, hebben op mij eigenlijk een averechts effect: ik voel me niet aangemoedigd, maar voor lul staan... maar goed dat zegt meer over mij dan over de kinderen (hoop ik). 

Ik dwaal weer eens af.... Sporten, meivakantie, kids...

Vóór mijn sportuurtje kies ik er soms voor, om een half uur tot een uur rondjes te wandelen over de atletiekbaan, die om ons veld ligt. Lekker met mijn favoriete muziek in mijn oren stevig door wandelen, zodat ik aan mijn kilometers kom en op een relaxte en prettige manier aan mijn conditie kan werken. 

Tijdens die meivakantie, besloot ik dit ook te doen. Het was heerlijk weer: het was voor de verandering eens droog, de zon scheen en het was behoorlijk warm. En terwijl ik mijn rondjes liep, zag ik op het veldje naast ons een aantal pubers voetballen. Het groepje bestond vooral uit jongens, maar er stonden ook een paar (duidelijk geen voetbal ambities hebbende) meiden tussen.

Bij een volgend rondje, was het groepje uitgedund tot twee jongens en twee meiden. De jongens lagen met ontbloot bovenlijf, op hun rug in het kunstgras, terwijl de meiden in hun strakke, korte topjes, al giechelend, de jongens goed aan het uitdagen waren. Met hun gedrag overigens, ik bedoel niet met hun kleding (dat kan en mag immers NOOIT een uitdaging voor wat dan ook zijn!) Kortom: heel normaal puber gedrag. 

Ik observeerde dit gedrag een paar rondjes lang en keek daarbij vooral naar het gedrag en de houding van de meiden. En terwijl ik zo naar ze keek, moest ik ineens huilen. Ik begreep niet zo goed waarom dat zo was, en waar dit nou ineens vandaan kwam. Maar gelukkig kon ik nog genoeg rondjes wandelen om daar over na te denken. 

Ik kwam tot de conclusie dat ik stinkend jaloers was op deze twee jonge meiden. Daar zaten ze dan, in hun strakke topjes, fier rechtop in het gras. Vrolijk, lachend, zelfverzekerd, uitdagend plagen. Het zag er zo zorgeloos uit! En ik weet heus wel dat dit echt niet het geval hoeft te zijn, en dat ieder puberbrein een hoop zorgen kent, maar ik kon het niet helpen dat ik me jaloers voelde om het tafereel dat ik hier zag. 

Hoe anders was dat ooit voor mij? En eigenlijk nog steeds? 
Toen ik de leeftijd van die meiden had, verging mijn wereld juist!  
Waar deze meiden (ogenschijnlijk) vol trots en zelfverzekerd hun jonge meisjesvormen durfden te showen, en zich daar absoluut niet voor schaamden, en er zelfs plezier in leken te hebben, ging ik mijn stinkende best doen om onzichtbaar te worden. Ik ging steeds krommer lopen. Ik leerde mezelf aan om mijn schouders steeds verder naar voren te doen, kocht kledingstukken die minstens 4 maten te groot waren. Alles om maar mijn best te doen, om die opkomende borsten onzichtbaar te maken en het liefst in die hoop kleding te verdwijnen. 

Ik werd een verdrietige, boze, onzekere (nog erger dan het al was) puber, wiens lijf meer en meer haat opleverde.

Dus daar liep ik dan, al huilend mijn rondjes over de atletiek baan te wandelen. Jaloers op twee tienermeisjes, die daar heerlijk zorgeloos zichzelf stonden te zijn. 
Jaloers op twee tienermeisjes wiens grootste zorg op dat moment leek te zijn of de desbetreffende jongens hen wel op zouden merken en leuk (genoeg) zouden vinden.
Jaloers op twee tienermeisjes, voor wie dit alles zo vanzelfsprekend leek te zijn. 

Jaloers op de zorgeloosheid  en de zelfverzekerdheid. 
Gewone, alledaagse dingen die genderdysforie (voor mijn gevoel) van mij heeft afgepakt.

foto: gevonden op internet

27 februari 2022

Emoties… een vak apart.

Afgelopen week mocht ik aansluiten bij de cursus ‘veilig werken met trauma’ van Marengo Training en Coaching. Nu is coaching niet helemaal mijn specialiteit, aangezien ik niet overloop van het geduld, en al helemaal niet met paarden, maar over het thema trauma kan ik uit eigen ervaring best wel een beetje meepraten. 

Normaal gesproken hou ik me maar zelden met ‘de theoretische’ kant van trauma bezig. Ik gok dat ik tegen de praktische uitwerking ervan iets te veel en te vaak in mijn dagelijks leven aanloop, waardoor ik meestal nogal kriegel word, van wat de zogenaamde deskundigen erover schrijven. 

Ik heb altijd wat moeite met boeken die vertellen hoe de mens op bepaalde zaken ‘moet reageren’. Mensen zijn nou eenmaal allemaal verschillend en dus zijn er zoveel reacties als er mensen zijn, en dus doen dat soort boeken voor mij de mensen die met trauma leven vaak tekort. Gewoon omdat het soms voelt alsof een menselijke ervaring wordt afgepakt en in een soort van protocol gegoten wordt. 

Nou ja, ik kan het niet goed uitleggen, maar het komt er denk ik op neer dat er in mijn ogen een nogal groot verschil is tussen enerzijds de theorie en anderzijds de praktijk. Maar goed, het leek me heel interessant om eens te horen wat er hier in deze cursus over trauma gezegd en gedacht werd. En als de cursus dan ook nog eens in de deskundige (doch menselijke) handen van Marie Thérèse Corbeij is, dan weet ik dat het op zo’n manier gebracht gaat worden, dat ik er ook nog eens naar kan luisteren, zonder acuut in de gordijnen te klimmen of op de kast te gaan zitten. 

De inhoud van de cursus ga ik niet verklappen, ik zou je gewoon aanraden om hem zelf eens te gaan doen, het is het absoluut waard. Ik kreeg er in ieder geval door de vele herkenning, (en soms ook juist het gebrek aan herkenning) heel veel stof tot nadenken door. 

Een van de onderwerpen waarin ik mezelf herkende was een stukje over voelen en emoties. Bij ons thuis was (en is eigenlijk nog steeds) er maar één iemand die gevoelens mocht hebben en uiten en dat was mijn moeder. Van jongs af aan werden alle gevoelens die ik had en liet zien, ofwel genegeerd, ofwel afgestraft. Ik leerde geen woorden voor wat ik voelde, en het uiten ervan leerde ik ook vrij snel af. Maar het feit dat iets er niet mag zijn, betekent niet dat het er ook niet meer is. Ik had zóveel gevoel in me dat ik niet goed wist wat ik ermee moest of hoe ik het moest laten zien. 

Heel lang had ik eigenlijk maar twee antwoorden op de vraag ‘hoe voel je je?’ 
Nog steeds weet ik me niet zo goed raad met deze vraag, maar heel lang was mijn standaard antwoord oftewel ‘gaat wel’ oftewel ‘kut’. Veel meer variatie was er niet. Niet omdat er niks anders in mij woelde, maar puur omdat ik er geen taal voor had. 

Pas ergens halverwege mijn twintiger jaren, kwam er een hulpverleenster op mijn pad, die me probeerde te helpen met het herkennen van wat ik voelde en het vinden van de juiste woorden hiervoor. En voor mij was dat een hele stap! 

Ze vroeg me steeds: “waar zit het in je lijf en hoe zou je het omschrijven?” En ook deze vraag was nogal een opgave, want ook dat lijf en alles wat daar aan en in zat, kon ik maar moeilijk voelen, laat staan benoemen. En als ik het antwoord op een vraag niet weet, dan raak ik al gauw gefrustreerd. (Waar ik dan weer geen woorden voor had enz...) 

Dat lijf voelen, dat was ook al een dingetje. Ik kan me nog herinneren dat ik ergens tijdens een stemmencongres in het snikhete Australië (2008), op een stoepje zat en (mentaal) de weg kwijt was. Ik was mezelf pijn aan het doen (om in ieder geval iets te kunnen voelen) en dat er twee lieve mensen die ik vertrouwde aan weerskanten naast me kwamen zitten en één van hen zijn hand op mijn arm/hand legde en vroeg: ‘wat voel je nou?’ En dat ik helemaal verward /versuft naar die hand zat te staren en alleen maar verbaasd kon zeggen ‘is warm’. Dat was een kleine, maar grote stap, op weg naar het weer kunnen voelen van mijn lijf. Dus tja, dit maakt misschien wel duidelijk dat de vraag ‘waar zit het in je lijf en hoe zou je het omschrijven?’ Ook nog niet zo simpel was! 

Toch lukte het me op een gegeven moment om een aantal ‘gevoelens’ te omschrijven. Zo herkende ik ‘vleermuizen in mijn buik’, ‘een wurgslang om mijn nek’, ‘pepperspray in mijn ogen’, ‘monsters in mijn lijf’, en ‘een olifant in een gloeilamp’. Allemaal manieren om te omschrijven wat ik van binnen voelde, maar het juiste emotie woord hierbij vinden, viel ook nog niet mee, want hoe voelt verdriet? Hoe voelt bang? Enz. 

Iedereen heeft zijn eigen beleving bij emoties en voelt en ervaart dat op een andere manier. Ik weet nog dat ik wanhopig op zoek was naar de bijbehorende woorden en dat ik de mensen om me heen steeds vroeg: “maar hoe voelt verdrietig, boos, blij enz dan?” En als ik dan verschillende omschrijvingen kreeg van verschillende mensen, dan raakte ik weer helemaal opnieuw gefrustreerd, want dan wist ik het nog niet! Als al die mensen om me heen al allemaal iets anders zeiden bij één woord, hoe moest ik dan leren herkennen wat wat was? Uiteindelijk ben ik maar een poging gaan doen om van al die frustratie nog iets leuks te maken.... Ik ben een paar van mijn ‘emoties’ gaan tekenen en voor sommige vond ik later toch nog een woord, voor anderen niet. 

Tegenwoordig ben ik iets beter in het beschrijven van wat ik voel dan in die tijd. En hoewel ik mijn hulpverleners van destijds heel dankbaar ben voor hun pogingen (en geduld), heb ik toch het meeste over emoties geleerd door mensen te bestuderen (hun gedrag kopiëren)  en door het leren van de Nederlandse gebarentaal! In gebarentaal hoef je namelijk niet met woorden uit te leggen hoe iets voelt, je kunt het laten zien en dat was voor mij echt verhelderend! 

Emoties..... 
De meeste mensen krijgen ze met de paplepel in gegoten en lijken ze automatisch te herkennen. Voor mij blijft het een soort van hogere wiskunde... een vak apart.