Posts tonen met het label trauma. Alle posts tonen
Posts tonen met het label trauma. Alle posts tonen

4 september 2026

Lezen met een hoofd vol stemmen.... oftewel: een verhaal over de helende en verbindende kracht van boeken lezen

Een tijdje geleden viel er een envelop van de gemeente in de bus. Vol goede moed maakten we deze open en er zat een brief in met de mededeling dat we, aangezien we qua inkomen bij de minima horen, gebruik mochten maken van een gratis bibliotheek abonnement. 

Nu ben ik zelf een fan van audio boeken, omdat ik dan een aantal dingen kan combineren. Zo ben ik dol op borduren terwijl ik lees, puzzelen terwijl ik lees, en zelfs het huishouden wordt draaglijker terwijl ik lees. Heel soms lukt het me ook om (heel langzaam, want weinig concentratie) een e-book te lezen, maar een 'echt' ouderwets papieren boek, dat lukt me maar heel zelden. 

Maar goed, iets met een gegeven paard en een bek en daar niet in mogen kijken of zo. En dus ging ik op weg naar de bibliotheek om zo'n abonnement af te sluiten. 

Ik kwam tot de conclusie dat ik echt al een eeuwigheid niet meer in de bibliotheek geweest was, een plek waar ik vroeger heel graag kwam. Ik denk dat het zeker al 20 jaar geleden is, dat ik er (anders dan voor koffie of de wc) binnen ben gestapt. In die tijd is er dus veel veranderd. Er zijn vooral een hoop minder (papieren) boeken (voor mijn gevoel).

Ik kreeg een pasje, ik kreeg uitleg en ik ging op pad om wat boeken uit te zoeken. Al snel kwam ik er achter dat er dan misschien wel minder boeken waren, maar dat het er nog steeds meer dan genoeg waren om compleet overprikkeld te raken. Maar uiteindelijk kwam ik thuis met 4 papieren boeken (gekozen door Jongste Puber) en ik had ook nog 2 e-books geleend (uitgekozen door Oudste Puber).

De beide heren in mijn hoofd houden niet van lezen, tenminste dat dacht ik....
Eenmaal thuis, wist ik niet goed wat me overkwam: er brak een soort strijd los wie van hen er als eerste mocht gaan lezen. Zoals meestal 'won' Jongste Puber deze strijd, gewoon omdat hij vaak 'het sterkst is' en beter is in mij overnemen en alle anderen in mijn hoofd naar de achtergrond dringen. En dus begon hij (met mij op de achtergrond, maar wel een soort van aanwezig) aan zijn eerste zelf uitgekozen boek. Hij las maar liefst 197 pagina's achter elkaar en toen moest hij stoppen omdat er niet genoeg licht meer was en we toch ook nog iets moesten eten die dag. 
De dag erna, las hij het boek uit. Hij was helemaal enthousiast! Het liefst wilde hij meteen door met zijn volgende boek, maar het lukte om daar een 'stokje voor te steken', zodat Oudste Puber ook weer eens de kans kreeg om iets te doen. In dit geval dus zijn boek lezen. 

Oudste Puber had een wat moeilijker boek, dus dat ging minder snel dan dat van Jongste Puber en dus ontstond er al gauw weer een soort van strijd: schiet nou op, ik ben, heb je het nou nog niet uit? enz.
Oudste Puber wordt daar (heel terecht) opstandig van en gaat dan extra langzaam doen, maar uiteindelijk 'wint' Jongste Puber het dan toch, want dan neemt hij de boel gewoon weer over en doet waar hij zin in heeft: zijn boek gaan lezen. En zo waren Jongste en Oudste Puber beiden in een ander boek bezig.

Maar of dat nog niet genoeg was, was ik zelf ook nog in een audio boek bezig en voor de momenten dat ik niet kan luisteren heb ik ook nog een (ander) e-book waar ik mee bezig ben én er ligt ook nog (weer een ander) papieren boek naast mijn bed, waar ik ook af en toe in lees. 
Kortom: mijn brein moest vijf verschillende verhalen uit elkaar zien te houden, naast alles wat er normaal gesproken in het dagelijks leven al op mijn brein afkomt. Het gevolg: ik was hartstikke overprikkeld en knal kapot! Dit was géén goed idee!

En dus bedachten de volwassen stemmen en ik tijdens het (stemmen) spreekuur een nieuw, aangepaste strategie voor het lezen. Bij het volgende bezoek aan de bibliotheek, mochten allebei de heren één boek kiezen, ik mocht er zoveel ik wou (niet eerlijk!!! jammer dan) en er zou één boek tegelijk gelezen worden. Dus als ik in een boek bezig was, dan moesten zij maar wachten, was Oudste Puber bezig, dan kreeg hij alle tijd en hetzelfde voor Jongste Puber. Zou Jongste Puber zich daar niet aan houden, dan zou daar de bekende Jongste Puber sanctie op volgen: zakgeld inleveren of minder/geen gametijd. De volgorde wie mocht beginnen met lezen zou bepaald worden door een dobbelsteen. Ik was benieuwd, maar ja, je moet toch iets proberen!

Vol goede moed vertrok ik dan ook naar de bieb om de boeken (gelezen en wel) in te leveren en waagde me aan de klus om nieuwe boeken te zoeken. Na een uurtje op de ipad boektitels verzamelen, verscheen er een heus lijstje met boeken die we/ze zouden willen lezen. Ik nam er twee voor mezelf mee (en een kookboek, maar dat telt niet) En de beide heren kozen ieder voor een boek dat ze eigenlijk allebei wel graag wilden lezen. Ik was benieuwd....

Eenmaal thuis begon het gekibbel opnieuw: wie leest welk boek. En op het moment dat ik de dobbelsteen tevoorschijn wilde halen, besloten ze dat ze samen zouden gaan lezen. Ze begonnen vol goede moed met het boek 'Harde Handen', van Carry Slee. En dat boek is blijkbaar een schot in de roos, want ze lezen echt samen en zijn momenteel heel lief voor elkaar. Vraag me niet precies hoe het werkt, want ik kan het niet uitleggen, net zo goed als ik ook niet kan uitleggen hoe ik ademhaal, maar blijkbaar kan het en functioneert het prima. 

Ze hebben gisteren de hele namiddag samen zitten lezen en ik heb ze echt uit het boek moeten rukken om eten te kunnen maken en dat ook (zonder boek) op te kunnen eten, om na het eten meteen weer terug te duiken in hun boek. 

Dit boek gaat over een meisje dat thuis mishandeld wordt. Dat het boek hen dus aanspreekt snap ik dan ook wel, ze vinden er veel herkenning in. Zij zijn immers 'ontstaan' in dezelfde omstandigheden en hebben veel van de dingen die mij werden aangedaan (voor mij) opgevangen. 
Het boek raakt hen en ze lezen niet alleen samen, ze troosten elkaar en voeren ook gesprekken erover. Over hoe het met het meisje gaat, maar ook herinneringen over hoe het vroeger bij mij thuis was en hoe het voor mij en voor hen was. 

Blijkbaar hebben ze niet de noodzaak om deze gesprekken van mij af te schermen, dus ik ben zelf ook aanwezig als ze met elkaar praten en ik hoor dus waar het over gaat en dat vind ik best moeilijk, maar ook best leerzaam. 

Hoewel zij vroeger allebei aanwezig waren, hebben ze toch allebei andere situaties voor mij opgevangen en hebben ze soms verschillende herinneringen over dezelfde situaties. Soms herinnert de een zich iets wel en de ander helemaal niet. En ik hoor ook een hele hoop dingen die ik, als Mick, me helemaal niet kan herinneren, terwijl ik 99,9% zeker ben dat ze echt wel (zo) gebeurd zijn. 

De conclusie is denk ik, dat er nog veel meer gebeurd is vroeger dan (M)i(c)k me kan herinneren en dat het misschien maar goed ook is dat ik me dat niet allemaal kan herinneren. 

Ze hebben dit boek bijna uit en heel eerlijk, ik hoop dat alle andere boeken ook op deze manier gelezen gaan worden. De inhoud (en bijbehorende herinneringen) geven dan misschien wel een hoop onrust in mijn hoofd, maar ze zo samen serieus bezig 'zien' en dat ze zo lief voor elkaar zijn, daar kan ik wel aan wennen. 


gemaakt met ChatGPT


15 juli 2026

Je hebt van die dagen..... oftewel een minder leuke dag in het hoofd van deze stemmenhoorder.

Vandaag is een ultieme ROTdag. En eigenlijk bedoel ik een ander drie letterige krachtterm, maar om nóg meer drama in mijn hoofd te voorkomen, hou ik het even op 'rot'.

Vandaag is zo'n dag waarvan ik liever niet hardop toe geef dat ik dit soort dagen nog wel eens heb. Het gaat immers goed met me en dat betekent voor de meeste mensen in de wereld om me heen, dat ik nergens meer last van zou moeten hebben en dat het altijd maar goed gaat, anders ben je niet 'hersteld' (voor zover je dat ooit kunt zijn, maar dat is een andere discussie) en gewoon nog 'ziek'. Maar feit is dat ik het vandaag zwaar heb. Heel Zwaar.

Hoe dat komt? Nou, dat zal ik eens vertellen, maar dat had u denk ik ook wel al verwacht....

Afgelopen nacht was het in mijn gezellige volksbuurt wijkje weer eens raak en om iets na 1u vannacht werd ik abrupt gewekt door een heuse explosie, waarvan je eigenlijk meteen weet: hier is iets flink mis. 
Ik sprong uit m'n bed (want hé trauma modus geactiveerd), zocht m'n bril en een broek en ging het balkon op om te kijken, luisteren en ruiken. 

Al gauw was duidelijk dat ik niet de enige was die wakker was geworden en ik vroeg aan een buurman op straat wat die explosie was. Hij wist het niet maar zei dat het wel leek op een gasexplosie. Op dat moment hoorde ik geschreeuw en besloot ik om zelf ook maar even naar beneden te gaan. Oké, misschien een beetje ramptoerist spelen, maar vooral ook zodat mijn hoofd het plaatje duidelijker krijgt van wat er gebeurd is, waardoor de stress en de angst wat omlaag gaan, althans, dat is altijd de hoop. Als ik weet wat er aan de hand is, kan ik het beter plaatsen en word ik doorgaans rustiger. 

Ik rook brand, dat was overduidelijk, maar het bleek geen huis te zijn (gelukkig!) maar 'gewoon' een auto. Nu gebeurt dat hier een paar keer per jaar, dus daar ben ik op zich aan gewend (voor zover je daaraan kúnt wennen) maar deze knal klonk echt niet zoals een 'normale' auto die in de fik vliegt (en ik vind het ernstig dat ik moet toegeven dat ik inmiddels weet hoe dat klinkt). 

Maar goed, ik liep een stukje verder en zag met eigen ogen wat er aan de hand was en op veilige afstand bleef ik even kijken. Terug naar binnen gaan, om rustig verder te slapen zou immers tóch geen optie zijn, want iedereen in mij was wakker, alert en op ieders eigen wijze van streek. 
Uiteindelijk kwam de brandweer en ben ik naar binnen gegaan. 

Slapen lukte niet, dus heb ik op het balkon gezeten, scrollend op m'n telefoon terwijl ik een soort van zittend buffet was voor de muggen. 

Rond een uur of vier ben ik terug in slaap gevallen, maar mijn brein stond (nog meer dan anders) op standje alert. Dus toen een van mijn gezellige flatgenoten om 4.21u bedacht dat het wel weer eens tijd was om met luid gerinkel nog wat extra glas toe te voegen aan de (door deze persoon) reeds rijkelijk van glas voorziene straat, zat ik wederom rechtop in m'n bed en werd al snel duidelijk dat slapen er niet meer in zat: Jongste Stemmetje was zo vreselijk  over de zeik en in paniek dat ik die echt niet meer rustig ging krijgen. En dus haalde ik m'n tablet tevoorschijn en luisterde een boek terwijl ik spelletjes deed.

Toen het eindelijk 7u was, mocht ik van mezelf mijn bed uit en deed ik mijn best om de dag op te starten. Maar Jongste Stemmetje was nog steeds compleet over de zeik en er was geen land met haar te bezeilen. Jongste Puber was vooral boos omdat hij normaal niet van mij op straat mag gaan kijken als er iets gebeurt, maar zelf deed ik dat dus wel en dat is niet eerlijk. En daar had hij gelijk in, dat is in zijn ogen ook niet eerlijk. Ikzelf, die ook lichtelijk geïrriteerd was door het gebrek aan slaap, teveel adrenaline en zoveel intern gezeik op de vroege ochtend probeerde hem nog duidelijk te maken dat hij eigenlijk niet moest zeuren (ook met die woorden, niet handig dat geef ik toe) omdat hij het nu wél van dichterbij had kunnen zien. Maar hij besloot dat hij BOOS was en dat vooral ook ging blijven. En ook hij werd al gauw onmogelijk en de combinatie van deze twee is als olie op het vuur gooien, om maar bij het brand thema te blijven, het werd er dus niet gezelliger of rustiger op. 
Hoe langer dit duurde, hoe geïrriteerder en bozer ook Oudste Puber werd en mijn energie was vóór 9u minstens voor de komende week opgebruikt.

En dan volgt er dus een moeilijke dag waarin ik echt niet meer weet hoe ik het op kan lossen.
Waarin ik mijn hoofd weer tegen de muur wil slaan om rust te krijgen.
Een dag waarop ik absoluut niet de de controle heb en compleet wanhopig ben en de stemmen de overhand hebben.
Waar het minste of geringste om me heen mijn overprikkelde brein me in huilen uit doet barsten.
Waar ik me nergens op kan concentreren.
Waar ik op de bank hang en voor me uitstaar, omdat meer dan hangen en staren niet mogelijk meer is. 
Waar ik niks leuk vind.
Waar geluid en licht pijn doen aan mijn hersenen. 
Waar ik continu sirenes hoor, maar niet weet of dat in of buiten mijn hoofd is en ik dat niet gecheckt krijg.
Waar alles, maar dan ook alles me de stuipen op het lijf jaagt (geluid, licht, geur, gevoel).
Maar rustig worden of slapen nog steeds niet lukt.

Een 'ziekenhuis' afspraak hebben (waar je lang op hebt moeten wachten dus die je niet wil afzeggen) waar je met een onbekende man in het donker moet zitten, terwijl hij (ook na drie keer corrigeren) maar het lokale dialect tegen je blijft wauwelen, wat je normaal prima verstaat, maar nu als Swahili in je oren klinkt. Je geen idee hebt wat hij met je gaat doen en hij dat ook niet echt vertelt (of misschien wel?) waardoor de angst nog verder stijgt, je koppijn krijgt en hij vervolgens 8x met een flits in je ogen flitst waardoor je denkt dat je hersenen open splijten. 

Ondertussen kreeg ik nog meer koppijn en moest ik alle zeilen bij zetten en vechten tegen het wegraken, omdat ik aan alle kanten zwaar overprikkeld was. Maar niemand die dat aan de buitenkant ziet en ik die niet meer in staat ben om nog iets te zeggen en dus ging ik door (het is niet dat ik echt een keuze had).

Met bonkend en zwaar jankend hoofd naar huis slenteren, je vergissen in het portaal, vervolgens in verdieping, maar toch je woning bereiken en daar letterlijk in de gang instorten en op de grond blijven liggen. Na een tijdje op handen en knieën naar m'n slaapkamer gekropen, daar mijn  Knuffel Nijlpaard van het bed getrokken en met hem in de kleerkast gekropen, wat (ook na 45 jaar) nog steeds mijn veilige plek blijkt te zijn, waar ik wacht tot er iets gebeurt zodat ik deze dag kan afronden. 

Dat gebeurde, ik viel een uurtje in slaap. Niet dat het nu veel rustiger is in mijn hoofd. De kids zijn nog steeds van streek en dat zal ook nog wel een tijdje duren, maar de hoofdpijn is iets minder waardoor ik weer een beetje (zelf) kan nadenken.

Dus tja.... Zo'n dag dus.
Ze zijn er nog steeds, al is het steeds minder en weet ik heel goed dat ze ook weer over gaan.
Maar dat maakt het niet makkelijker of aangenamer.

Morgen nieuwe ronde, nieuwe kansen.
Fingers crossed dat het vannacht rustig blijft, want ik weet momenteel écht niet of ik nóg zo'n dag aan kan.


foto: gemaakt met ChatGPT


9 juli 2026

Let’s talk about…. Ja, wat eigenlijk? Oftewel in transitie met een hoofd vol stemmen.

Ik heb lang nagedacht of ik dit blogje wil schrijven of niet. Of nou ja, niet zozeer schrijven, want dat wil ik zeker, maar of ik het ook met de wereld wil delen aangezien het over iets heel erg persoonlijk gaat, namelijk seksualiteit. Dus als je dat niet wilt weten, dan is dit het moment om weg te klikken.    

Als je me echt zou kennen, dan zou je weten dat ik stemmen hoor, en in transitie ben. En dat is best een interessante, maar soms ook een ingewikkelde combinatie. Vandaag wil ik jullie een kijkje geven, in de complexiteit van het hebben van verschillende leeftijdscategorieën in je hoofd en een van de (bij) werkingen van de testosteron. 

Een van de dingen die (in ieder geval bij mij) het meest is veranderd sinds het begin van de testosteron, is het feit dat ik ineens een libido kreeg. Ik hoor het mezelf nog zeggen tijdens het gesprek met de psycholoog waarin ze je voorbereiden op wat er allemaal zou kunnen gaan gebeuren als je aan de hormonen gaat en wat je daarvan vindt: “oh, dat libido daar maak ik me niet zo'n zorgen om. Ik ben namelijk zo aseksueel als de pest.” 
Maar goed, ongeveer een week na de start van de hormonen moest ik erg lachen om die opmerking van mezelf.… 

Ik kreeg een libido, en als je geen partner hebt, dan zul je andere manieren moeten bedenken om daar iets mee te doen. Want dit niet doen, dat is écht geen optie met de testosteron die door je lijf giert. En dus werd solo seks, oftewel masturberen, een vrij regelmatige bezigheid hier in huis. 

Ik heb twee pubers in mijn hoofd, Jongste Puber van 12 (maar emotioneel veel jonger) en Oudste Puber van 16 (ook emotioneel veel jonger) die mij beiden over kunnen nemen en zelfstandig kunnen functioneren. (Sommige mensen noemen dit alters, of persoonlijkheden). 

Beide heren moesten voorafgaand aan de transitie in het algemeen en de testosteron in het bijzonder helemaal niks hebben van alles wat ook maar een beetje naar romantiek of seks neigde. Als er op tv gezoend werd, dan begonnen de heren in mijn hoofd te giechelen als pubermeisje en kots geluiden te maken. Ze vonden het echt helemaal niks. 

Maar toen de hormonen hun werk gingen doen, veranderde de zestienjarige in een echte puber. Ineens veranderde IEWWW BAH in heel veel nieuwsgierigheid. Hij kreeg interesse in porno, en ging zelf uitproberen wat er nou zo bijzonder of lekker was aan masturberen. 

De twaalfjarige, had niet zo goed door wat er allemaal gebeurde, maar wilde niet onderdoen voor Oudste Puber en sprak heel stoer met hem mee over dingen die hij eigenlijk niet begreep. Oudste Puber was nieuwsgierig en ging op onderzoek uit en dat is schijnbaar heel erg gezond en normaal. Maar hoe normaal seks, masturberen en alles daaromheen ook is, of zou moeten zijn, het beestje bij de naam noemen is tot op heden een groot probleem. 

Beide heren (en dus met name Oudste Puber) ontwikkelden hun eigen taal. Zo heet masturberen ‘spareribs doen’, een orgasme ‘spareribs hebben/krijgen’, geil zijn heet ‘lekkere kriebels hebben’ en lichamelijk opgewonden zijn heet ‘nat en plak’* en in die bewoordingen, wordt er in mijn hoofd en met de beide Woonbegeleiders af en toe (of wat regelmatiger) over gecommuniceerd. 

In het begin was met name Oudste Puber erg in de war van alles wat er wel niet gebeurde in en aan ons lijf. Maar inmiddels heeft hij z’n draai gevonden en lijkt hij het wat beter te snappen. Meestal dan, want net op het moment dat je denkt, hij begrijpt het, volgt er de volgende dag een vraag of opmerking dat je denkt misschien toch niet helemaal. 

Maar dan is er ook nog Jongste Puber. Ook hij is nieuwsgierig, maar niet zozeer naar seks, maar meer naar wat Oudste Puber (en ik zelf) uitspoken. Al gauw werd duidelijk, dat ook hij last heeft van de hormonen, maar op een heel andere manier dan Oudste Puber en ik. 

Jongste Puber heeft af en toe naar eigen zeggen ‘een lekker gevoel in zijn buik’. Als we hem vragen waar zit dat lekkere gevoel dan, dan wijst hij op een plekje boven onze navel. Terwijl als we diezelfde vraag aan Oudste Puber zouden stellen, dan wijst die onmiddellijk naar ons kruis. 

Jongste Puber heeft per ongeluk ontdekt, dat als hij dat lekkere gevoel in zijn buik heeft en hij gaat liggen ‘wiebelen’, dat dat heel lekker aanvoelt en dat zijn buik op een gegeven moment dan op een heel fijne manier ontploft. Ook hier is op zich niks vreemds aan, want ook hele jonge kinderen masturberen zonder dat ze weten dat dit masturberen is, gewoon omdat het een lekker gevoel geeft los van het seksuele. En dit is waarschijnlijk (denk ik) ook bij Jongste Puber het geval. 

Waar Oudste Puber, wel degelijk nat wordt (want hé we hebben biologisch gezien een vrouwenlijf), wordt Jongste Puber dit helemaal niet, zelfs niet als ‘zijn buik ontploft’ (wat dus eigenlijk een orgasme is). Dit vond ik op zich best raar, omdat artsen altijd tegen mij zeiden ‘ jullie hebben één lijf, dus dat reageert gewoon op alles hetzelfde’. Maar die opmerking, die losstaat van deze situatie overigens, bracht mij heel erg aan het twijfelen. Want als dat zo is, zou het lijf van Jongste Puber tijdens het wiebelen toch hetzelfde moeten reageren als dat van Oudste Puber of mijzelf tijdens het masturberen? 

We legden die vraag voor aan de psychologen van de Genderpoli van het Vumc en zij legden die vraag weer voor aan een zogenaamde deskundige op het gebied van DIS** 
Het kwam er op neer dat ons gedeelde lijf wel degelijk op verschillende manieren kon reageren en dat in dit geval de ontwikkelingsfase van Jongste Puber een rol speelde en hij nog niet zover was dat hij/zijn brein/lijf echt gericht was op seksualiteit. Met andere woorden, hij wiebelt erop los omdat het lekker voelt, maar dat heeft bij hem geen enkele seksuele lading/betekenis. 

We hebben besloten om hem niet al te veel te vertellen over wat hij doet en wat hij voelt , maar ‘gewoon’ te reageren op wat hij vraagt. Aansluiten bij waar hij is. 

Afgelopen week kwam er ineens een vraag van Jongste Puber naar Woonbegeleidster. Hij wilde graag weten wat er in zijn buik zat dat kon ontploffen en waarom zijn hoofd dan rustig werd. Woonbegeleidster antwoordde hem: “Het voelt alsof er iets ontploft, maar er ontploft niets. Het zijn hormonen die dat gevoel geven en die hormonen zorgen er ook voor dat je hoofd rustiger wordt.” 

Voor Jongste Puber was dat op dat moment op zich duidelijk genoeg, maar ik merkte dat hij er toch nog erg mee bezig was. En dus besloot ik er zelf nog een stukje aan toe te voegen: Op het moment van de ontploffing in zijn buik komen er dus heel veel hormonen, kleine stofjes (of monstertjes), in zijn buik die héél hard gaan lopen feesten, waardoor hij een lekker gevoel heeft in zijn buik. Maar doordat ze zo klein zijn zijn ze heel snel uitgeput van het feesten en worden ze moe en vallen ze in slaap. Daardoor duurt dat lekkere gevoel maar kort en is hij daarna rustig/moe. 

We probeerden nog even uit of we de ‘grote mensen termen’ of de termen van Oudste Puber erin konden gooien, maar daarvoor is het klaarblijkelijk nog te vroeg. Stapje voor stapje dus, rustig aan.

Maar voorlopig zijn zijn vragen weer even beantwoord, terwijl het bij Oudste Puber juist weer een nieuwe golf van onrust en vragen oproept. Zo zie je maar weer, met een hoofd vol stemmen in transitie gaan/zijn is nóg minder saai dan dat het normaal al is. 

*hoe deze woorden zijn ontstaan is weer een verhaal apart. 

** DIS Dissociatieve Identiteits Stoornis, oftewel wat men vroeger een meervoudige persoonlijkheid noemde

***Diep respect voor mijn Woonbegeleiding die steeds opnieuw de tijd moeten/willen nemen om al hun vragen te beantwoorden, ook al hebben ze dat al 100x gedaan.


foto: gemaakt met Gemini



11 mei 2026

Moederdag…. Oftewel: een verhaaltje over gemis….

Gisteren was het weer zover: Moederdag. Een dag die voor mij en vele anderen best ingewikkeld is. En het maakt blijkbaar niet uit hoe oud ik ben, ik kan er maar moeilijk aan wennen en lijk er elk jaar zelfs iets meer 'last' van te hebben.

Eigenlijk voel ik me niet helemaal 'gerechtigd' om dit stukje te schrijven. Veel (en steeds meer, want hé ik word nu eenmaal ouder) mensen om me heen, moeten hun moeder missen. Hun moeder is er niet meer, weggenomen door de dood en daar zijn ze erg verdrietig over. Bij sommigen gebeurde dat al heel jong, bij anderen wat recenter. Maar dat is niet de reden waarom Moederdag voor mij persoonlijk ingewikkeld is. 

Ik heb een 'moeder' en ze leeft ook nog steeds. Dus daar zou ik eigenlijk heel erg dankbaar voor moeten zijn. Sowieso krijg ik (nog steeds) best vaak de opmerking naar mijn hoofd geslingerd dat je respect moet hebben voor je ouders, het oh zo befaamde 'eert uw vader en uw moeder'. Maar feit is dat ik het niet kan. Ik kan geen/erg weinig respect opbrengen voor mijn moeder en eren doe ik haar zeer zeker niet. Maakt me dat ondankbaar? Misschien, maar wellicht zijn de mensen die dit soort uitspraken doen zonder iemands verhaal of achtergrond te kennen wel erg kortzichtig?

Ooit kreeg ik weer eens een nieuwe Woonbegeleider, die me tijdens zijn allereerste bezoek (en tevens allereerste en allerlaatste ontmoeting) vertelde, dat ik respect moest hebben voor mijn ouders en dankbaar moest zijn dat zij me op de wereld gezet hadden. Die opmerking viel bij mij 'niet helemaal lekker' (understatement of the year) en vrij snel daarna kwam een vervanger een poging doen om dit 'lastige mens' te begeleiden.

Respect is in mijn ogen iets wat je in eerste instantie krijgt, maar om het te houden, moet je ook een beetje je best doen. Respect is in mijn ogen ook wederzijds, geef je het, dan krijg je het en andersom. Maar geef je het niet? Of doe je iets dat het (gevoel van) respect beschadigt, dan zul je het terug moeten verdienen. En in sommige gevallen, gebeurt dat zó vaak of zó heftig, dat het niet meer terug te verdienen valt. 

Voor mij valt mijn moeder onder de laatste categorie. En ja, ik zie dat ze momenteel haar best doet, maar er is te veel gebeurd, het is te laat en mijn hoofd kan dat niet zomaar vergeven en vergeten. Dus, tja, sorry moeder, van mij geen 'best mum of the year' kaart, ik sla deze dag over.

En dat overslaan, of er niet aan denken is nog best een klus. Het is net als al die gezellige gezinnetjes in de tv reclames rond Kerst: er is geen ontkomen aan! Overal zijn reclames voor Moederdag. Mijn mailbox loopt over van de Moederdag nieuwsbrieven. En hoe vaak ik me er ook voor afmeld, ze blijven maar binnenkomen! En dit jaar had ik daar oprecht last van!

Ooit liep ik stage in een kindertehuis, waar kinderen (tijdelijk, maar meestal veel te lang) woonden, omdat ze door allerlei omstandigheden niet meer thuis konden wonen. Deze kinderen werden 'moeilijk opvoedbaar' genoemd. Maar na een tijdje daar rondgelopen te hebben en naar de kinderen geluisterd te hebben en hun verhaal (nou ja, hun dossier) gelezen te hebben, vond ik eigenlijk dat in de meeste gevallen, het niet de kinderen waren die daar zouden moeten zitten. Maar ja, het is natuurlijk makkelijker om te zeggen dat je kind moeilijk opvoedbaar is, dan dat jijzelf een moeilijke opvoeder bent...

In dat tehuis liep er een jongen rond die, zodra het over zijn ouders, en specifiek zijn moeder ging, altijd riep: 'mijn moeder is een loeder!'. Hij was destijds 12 jaar oud en al zóveel meegemaakt. Inmiddels zal hij rond de 40 zijn, maar nog steeds moet ik regelmatig aan hem en zijn uitspraak denken. Hij was toen 12, maar zijn visie was glashelder (en niet onterecht).

Ik ben inmiddels oud en verstandig genoeg om (in theorie) te weten, dat ouders doen wat ze kunnen en dat als ze dingen zelf niet geleerd of meegekregen hebben, ze het ook niet door kunnen geven. Maar is het terecht dat een kind daar de dupe van wordt?
Is het terecht dat een kind maar dankbaar moet zijn dát het op de wereld is gezet en automatisch respect heeft voor degenen die daar verantwoordelijk voor zijn?

Ik vind dat ingewikkeld. Want als je een kind op de wereld zet (wat meestal een eigen keuze is) en je wilt of kunt er vervolgens niet voor zorgen en doet dat ook niet, of op een manier die (zowel lichamelijk als psychisch) schadelijk is voor het kind (dat daar vervolgens jarenlang weer op afgerekend wordt), waar moet het kind dan precies dankbaar voor zijn of respect voor hebben? 

Ik weet het oprecht niet en op een dag als Moederdag, verwart me dat nog net iets meer dan normaal. 
Dus sorry, voor mij(n moeder) geen Moederdag, al leeft ze nog steeds. Ik stel voor, in de naam van dat destijds 12 jarige jongetje uit het kindertehuis en al die andere (jonge en oude) kindertjes zoals hij, om het fenomeen Loederdag in te voeren. Een dag waarop je gewoon ongegeneerd boos en verdrietig mag zijn op degene die jou dingen had moeten geven en leren, die voor jou had moeten zorgen en je had moeten beschermen en dat nooit gedaan heeft. 

Loederdag, een dag waarop je geen dankbaarheid en respect hoeft te hebben, maar gewoon mag voelen hoe het voor jou was (en vaak nog steeds is)! 

Ik ben voor!


foto: gemaakt met ChatGPT



23 april 2026

Goed bedoeld is soms ook gewoon kut…. oftewel een verhaaltje over (on)veiligheid.

Ik voel me kut…. En ik gok dat het even een optelsom van veel dingen is en tegelijkertijd het gevoel dat ik dat ‘veel’ nu niet echt bij iemand kwijt kan. En dat gevoel maakt momenteel even eenzaam en verdrietig. 

Vandaag ging ik naar een (op zich) laagdrempelige ontmoetingsplek, waar (naar eigen zeggen) “iedereen welkom is en iedereen zichzelf mag zijn, dus gewoon hoe hij/zij/hen is. Kortom een veilige plek voor iedereen.” Maar de laatste paar weken voel ik me er alles behalve veilig of op m’n gemak, waardoor de drempel om te gaan eigenlijk steeds hoger wordt.

De organisatie die deze ontmoetingsplek mogelijk maakt, doet hun stinkende best om deze ontmoetingen leuk te maken voor iedereen. Er is gratis koffie, thee en vlaai (want hé, het is Limburg, dus dat laatste moet nu eenmaal), je kunt er terecht met vragen of zaken waar je tegenaan loopt, je kunt er spelletjes doen, er worden thema middagen georganiseerd en andere activiteiten bedacht.

Ik heb best een brede smaak en ik hou echt serieus van heel veel dingen. Ik heb super veel (creatieve en actieve) hobby’s, ik ben dol op heel veel(soorten) spelletjes (je kunt me zelfs niet blijer maken), ik hou van allerlei soorten puzzels/raadsels, ik ben dol op beweging enz. 
En hoewel dit soort activiteiten ook aangeboden worden, merk ik dat ik het toch ook vaak niet leuk vind en daardoor voel ik me een ondankbare zeikerd. 

Maar een kerst of paasstukje maken (met takjes, plantjes, bloemetjes en (glinsterende) ornamentjes erin, is gewoon écht niet mijn ding. Mijn huis staat al bomvol met alle dingetjes die ik wél leuk vind, dus ik wil dat soort dingen er niet óók nog eens bij hebben. Ik geef er niks om, dus ik vind het ook niet leuk om te doen. En dus zeg ik bij dit soort activiteiten braaf ‘nee dank je’. En ook als mensen blijven aandringen, blijf ik nee zeggen, maar wel met een soort van knagend schuldgevoel dat ik dit toch écht wel leuk moet vinden. Maar helaas, dat is niet zo.

De thema middagen zijn ongetwijfeld interessant voor veel mensen. Maar ik voel me vaak erg jong (wat logisch is want mijn gezonde leeftijdgenoten zijn op dit tijdstip aan het werk) en de thema’s spreken me zelden aan (of in ieder geval niet op deze manier). Ook in de gesprekken en discussies die erop volgen voel ik me vaak een vreemde eend in de bijt. En inmiddels ben ik op een punt aangekomen dat als ik zie dat er zo’n middag gepland staat, dat ik dan maar gewoon meteen thuis blijf. En dat vind ik best jammer, want ondanks dat ik geen sociale hoogvlieger ben, heb ik binnen deze plek wel een aantal vrienden, die ik dan dus ook niet zie.

Je maakt mij op deze plek het gelukkigst als ik gewoon lekker onzichtbaar spelletjes mag spelen. Het zijn niet echt de spellen waar ik zelf mijn kasten vol mee heb staan, maar wat simpele (maar leuke) spellen. Af en toe neem ik wat simpelere spelletjes van thuis mee waarvan ik denk, ok, dit kan ik snel en simpel uitleggen en met wat geluk hoef ik die uitleg niet nóg eens 20x te herhalen tot sommige mensen het begrijpen. En dat is niks ten nadele van die mensen, maar als het tempo in een spel ‘te laag’ wordt, of mijn geduld opraakt omdat ik het écht niet nog simpeler kan uitleggen en iemand het na. 20x nog steeds niet begrijpt (maar hé, dat kan op zich ook aan mijn uitleg liggen), dan haakt mijn brein af. 
Dus ik ben zielsgelukkig als ik met een min of meer vast groepje mensen een bepaald spelletje kan doen, waarin het tempo lekker hoog ligt, er ook nog ruimte is voor elkaar een beetje te plagen en vals spelen. Dan is mijn middag geslaagd.

Vandaag had men op zich iets heel leuks bedacht, waarbij iedere bezoeker even persoonlijke aandacht kreeg en in het zonnetje/spotlight gezet werd. En hoewel het hartstikke leuk en met alle goede intenties bedacht is, raakte ik compleet in paniek: ik wil dit niet! Ik wil gewoon lekker onzichtbaar mezelf zijn en niet in de spotlight staan! 

Ik wilde weg, naar m’n veilige huis, maar ik wilde ook nog even met m’n vrienden praten, dus ik bleef. Maar ondertussen liep m’n paniek steeds verder op, naarmate ‘de spotlight’ dichterbij kwam. Ik besloot naar de andere kant van de ruimte te gaan, waar ze al geweest waren in de hoop dat ik daar lekker verder onzichtbaar mezelf kon zijn, maar helaas, ‘de spotlight’ stak de zaal terug over in mijn richting.

Toen ze aankwamen verzamelde ik al mijn moed (en geloof me, dat is een big deal voor me) en zei ik dat ik niet wilde. Dat ik ECHT NIET wilde! En dat werd niet door iedereen even goed opgevat. Of ze dan alleen wat mochten zeggen? Nee, ook niet! En in paniek was ik met m’n ogen op zoek naar mijn spullen en hoe ik hier zo snel mogelijk weg kon komen, maar m’n lijf bevroor, wegkomen zat er op dat moment niet meer in.

En ja, sorry dat ik de partypooper ben, die jullie idee niet kan waarderen, maar wat voor jullie ‘leuk’ is, is dat niet voor iedereen! En als iedereen zichzelf mag zijn op zijn/haar/hun eigen manier, mag ik dan alsjeblieft ook gewoon nee zeggen tegen iets waarvan ik aan alles in mijn hoofd en lijf voel dat ik het niet wil, zonder het gevoel te krijgen dat ik een vreselijk rot mens ben dat jullie feestje verpest?

Woorden zijn voor mij belangrijk en van waarde. Ik heb iets te vaak in m’n leven woorden en zinnen gehoord die niet ‘echt’ waren, niet gemeend. En woorden worden in die zin, door mijn brein gezien en gevoeld als gevaarlijk. Als jouw woorden anders zijn dan je daden/gedrag (en andersom), dan voel ik me onveilig. Dan snap ik het niet meer en raakt mijn brein volledig in paniek en in de war. 

Gelukkig vonden de andere mensen het allemaal erg leuk, of konden ze goed/beter doen alsof, wie weet. Maar ik kan dat niet. Sorry! What you see, is what you get. 

Ik ben ik, met alles wat daar wel en niet bij hoort, of je dat nu leuk vindt of niet. Dat laatste boeit me ook niet echt, want één ding weet ik zeker: ik ben (en blijf) altijd 100% mezelf en 100% echt. 

En daar ben ik (op m’n goede dagen) trots op.

foto: gevonden op internet


10 oktober 2025

De taken van ouders... oftewel verwend of verwaarloosd?

Als je me echt zou kennen, dan zou je weten dat ik nooit echt een veilige thuissituatie heb gehad. Naar de buitenwereld toe, leek alles koek en ei en leek er niks aan de hand en had ons gezin alles goed voor elkaar. Binnen die vier muren van het huis, achter de gordijnen, was dat toch net iets anders. (Althans, zo zie en ervaar ik dat als volwassen Mick). 

Aan materiële zaken heb ik nooit een gebrek gehad, sterker nog, als ik ook maar ergens (per ongeluk hardop) liet vallen dat ik iets mooi vond (zonder het te willen hebben overigens), dan kwam het er vaak ook. En zelfs nu het contact bestaat uit een handjevol appjes per jaar, moet ik enorm opletten wat ik schrijf, want als ik bij wijze van spreken als grapje schrijf dat mijn oven zo traag werkt (wat dan niet daadwerkelijk het geval is, maar een grapje, want ik heb gewoon niet zoveel geduld en wél honger), dan kan het zomaar gebeuren dat er twee dagen later ongevraagd een gloednieuwe oven bezorgd wordt via een pakketdienst, of dat er geld op mijn rekening gestort wordt met de mededeling ‘voor een nieuwe oven’. 

Veel mensen zullen misschien denken: waar zeur je over, ik wou dat ik zulke ouders had. Of: wat ben jij ondankbaar, dat je dat niet waardeert. En al die mensen zullen vanuit hun oogpunt vast gelijk hebben, Maar ik ben hier serieus écht niet blij mee. En ja, ik voel me met regelmaat een rete-ondankbaar en verwend kind. 

Maar elk verhaal heeft twee kanten, en mijn gevoel hierbij komt ook echt wel ergens vandaan. 

Ik heb al heel jong geleerd thuis, dat niks voor niks was. Als je iets kreeg, dan werd er iets voor terug verwacht. En dat klinkt heel logisch en wellicht zelfs heel redelijk, maar als iemand jou iets geeft waar je niet om gevraagd hebt, wat je niet nodig hebt en eigenlijk ook niet wil hebben en je moet daar verplicht dankbaar voor zijn, dan is dat best naar. Zeker als je dat bijna 40 jaar later nog steeds te horen krijgt. In de vorm van ‘wij hebben in 1986 het nieuwste en duurste merk sportschoenen voor jou gekocht en jij wil nu, in 2025, niet eens even iets voor mij halen, je mag wel wat dankbaarder zijn’.  En dit voorbeeld ziet er misschien belachelijk en ongeloofwaardig uit, maar het is een recente letterlijke tekst uit de paar appjes die er dus per jaar gestuurd worden. 

De conclusie: ik moet enorm dankbaar zijn, voor alles wat ik allemaal (ongevraagd) gekregen heb. Maar feit is: ik ben als volwassen Mick de laatste tijd, vooral heel boos om wat ik allemaal niet gekregen heb en waar ik veel meer aan gehad zou hebben dan al die spullen: namelijk: aandacht, liefde, geduld, vertrouwen en me voorbereiden op het leven als volwassen Mick. 

Mijn ouders hadden als ‘opvoed stijl’: kinderen moeten zelf vragen om wat ze nodig hebben. Als ze iets willen weten, of iets nodig hebben, dan weten ze dat ze bij ons terecht kunnen’.  Op zich een mooi streven, maar om dat te kunnen doen, moet het wél veilig voelen om je vragen te kunnen stellen.
 
Op het moment dat je als onzeker kind op de bank zit en naar een kennis quiz kijkt met je ouders en iedere keer als een deelnemer iets niet weet of het antwoord fout heeft, de deelnemer belachelijk wordt gemaakt en er steeds opnieuw geroepen wordt ‘Jezus, dat je dát niet weet! Hoe dom ben je dan?’ (Terwijl jij het antwoord ook niet wist), dan maak je de kans dat je kind met een vraag over iets dat het niet weet naar je toe zal komen, steeds kleiner. Want, tja, blijkbaar ben je dom als je dingen niet weet en blijkbaar is dat heel erg, dom zijn…
Als je dat je hele leven in allerlei vormen hoort, dan zit er al gauw in je systeem dat je niet ‘dom’ mag zijn en dat je ‘eigenlijk alles moet weten’. 

Toen ik als jong Mickje nog op de middelbare school zat, snapte ik soms mijn huiswerk niet, terwijl ik dat toch wel degelijk voor een proefwerk moest weten. Heel af en toe, moest ik dan wel om hulp vragen en omdat mijn moeder helemaal niet begreep wat ik moest doen (die mocht blijkbaar wel ‘dom’ zijn), werd helpen bij huiswerk de taak van mijn vader. Maar Mick is Mick, altijd al geweest. Mick wil dingen begrijpen en neemt niet zomaar, zonder uitleg of reden, iets aan.
Dus als ik de stelling van Pythagoras moest leren, dan kon ik best wel opdreunen dat A² + B² = C²  was, maar ik wilde weten, waaróm dat zo was, wat het precies betekende? 

Een Mick met een drang naar uitleg en duidelijkheid, een vader met erg weinig geduld en een standaard antwoord ‘omdat dat gewoon zo is’, gingen niet goed samen en dit heeft met hele grote regelmaat tot (hele heftige) ruzies geleid. En hoe verder ik kwam op school, hoe meer ik erachter kwam dat mijn vader ook niet zo slim was als hij dacht te zijn en kon hij me niet meer helpen met m’n huiswerk.

Toen ik het huis uit was en voor de eerste keer belastingaangifte moest doen, vroeg ik mijn vader nogmaals om hulp: wil je dat alsjeblieft SAMEN met me doen, zodat ik het leer en volgende keer zelf kan doen. Maar ook hier, begreep ik dingen niet (snel genoeg) en vroeg ik blijkbaar te vaak waarom dingen zo waren. Dat mijn vader op veel van mijn vragen onmogelijk een voor mij bevredigend antwoord kon geven, snap ik nu ook wel, maar wat er gebeurde was, dat mijn vader boos werd, geen geduld meer had en het dan VOOR mij ging doen, zonder enige uitleg. Met als gevolg dat het wél geregeld was, maar dat ik het jaar daarna, exact hetzelfde probleem had. En ik werd er steeds onzekerder van, ging me steeds dommer voelen, terwijl ik dat eigenlijk echt niet ben. 

En zo ging het met alles wat je als 18 jarige zelf moet gaan regelen: verzekeringen noem maar op: als ik vroeg kunnen we daar SAMEN naar kijken, dan duurde het hem te lang en deed hij het VOOR mij, want dat was sneller. “Het is nu toch geregeld, maak je niet druk.” Als ik vroeg om uitleg, kreeg ik te horen dat ik die nog wel een keer zou krijgen, maar die ‘keer’ is tot op heden nooit gekomen. 

Ik heb dus nooit geleerd om dit soort dingen zelf uit te zoeken of te doen. En ik merk dat de angst om dom te zijn, om dingen niet te weten, niet te snappen, me tot op de dag van vandaag compleet verlamt. Ik sla compleet dicht en neem niks op als een ander het probeert uit te leggen, of ik zelf dingen probeer uit te zoeken door informatie te lezen. Ik raak in paniek, klap dicht en het lukt me nog steeds niet. 

Afgelopen weekend gebeurde er weer iets waardoor ik weer eens met m’n neus op deze feiten werd gedrukt. Schade aan de auto, verzekeringskwestie, ‘gewoon even doorgeven aan je verzekering’. En bij het woordje ‘gewoon’ schiet mijn hoofd in paniek en klap ik dicht, want voor mij zijn deze dingen niet gewoon. Ik snap ze niet, ik begrijp ze niet, al leg je het 1000x uit, het komt niet binnen. En als ik de eerste stap al voor elkaar gekregen heb, dan volgen er nog een heleboel van die ‘gewone’ vervolgstappen, die ik OOK niet geregeld en verwerkt krijg, met als gevolg dat ik jankend op de bank zit te wachten tot ik dood ga, want dan hoef ik het niet meer te regelen.

En ja dat klinkt vast heel overdreven, maar ik word hier zo wanhopig van, van dat dom voelen, dat dit daadwerkelijk is wat er gebeurt. 

Volgens de Nederlandse wet is de taak van ouders dit: 
De taken van ouders zijn primair gericht op de verzorging, opvoeding, en het ondersteunen van de ontwikkeling van hun kind tot een zelfstandige volwassene. Dit omvat het bieden van een veilige, liefdevolle en gestructureerde omgeving, het voorzien in levensbehoeften zoals eten en onderdak, en het overdragen van kennis en waarden. Ouders zijn hierin wettelijk verantwoordelijk en moeten altijd het belang van het kind vooropstellen, waarbij ze rekening houden met de leeftijd en ontwikkeling van het kind. (bron: Kinderrechten.nl) 

En als ik dat dan zo lees, en ik denk aan wat sommige mensen over me zeggen: verwend en ondankbaar, dan doet dat best pijn…
Dan kan ik eigenlijk alleen maar concluderen, dat mijn ouders maar aan erg weinig punten van deze omschrijving voldaan hebben. Ja, ik had een dak boven m’n hoofd en meestal had ik eten. Ik had veel spullen, maar de rest uit die omschrijving? Nee, dat was er niet en dat had ik veel liever gehad dan al die spullen bij elkaar. 

Als iemand me weer eens verwend noemt, dan probeer ik me maar vast te houden aan de wijze woorden die een psychiater ooit sprak: “Verwend zijn is eigenlijk een vorm van verwaarlozing”.

En hoewel ik het hier inmiddels roerend mee eens ben, neemt het mijn rotgevoel en het gevoel om keer op keer te falen als volwassene in deze maatschappij niet weg.

bron: plaatje in een artikel in NRC Handelsblad




20 september 2025

Wereld Suïcide Preventie Week en Euthanasie op grond van ondraaglijk, uitzichtloos psychisch lijden.... oftewel het trieste verhaal van Sander

Dit is een blog die ik al heel lang wilde schrijven, maar ik vond het best wel ingewikkeld om er woorden voor te vinden. Dit is geen autobiografisch stuk (voor ik lief bedoelde, maar onnodige zorgelijke reacties krijg), maar wel op waarheid gebaseerd. Het onderwerp ligt nogal gevoelig, dus als je moeite hebt met suïcide en/of euthanasie: klik dan maar weg, om jezelf te beschermen, ik zal het je niet kwalijk nemen. 

Van 8 t/m 14 september 2025 was het Wereld Suïcide Preventie Week. Dus eigenlijk komt deze blog als mosterd na de maaltijd. En tegelijkertijd denk ik dat het altijd, het hele jaar door Suïcide Preventie week zou moeten zijn, dus deze blog komt ook gewoon precies op tijd.

-----------

Ik zit al heel lang in het psychiatrisch systeem. Ik kwam er terecht rond mijn 15e en ik loop er al 35 jaar rond. In al die jaren heb ik veel en vaak met de dood geworsteld. Ik zei vaak dat ik dood wilde, meende dat ook, maar ik was niet zozeer suïcidaal, ik was levensmoe en dat was (en is) wat mij betreft een groot verschil. Ik schreef daar destijds al eens een blog over.
Tijdens die jaren in het systeem kwam ik vele vrienden tegen die ook met de dood worstelden en helaas heb ik best veel van hen aan die worsteling verloren. Dit verhaal gaat over een van mijn vrienden, die ik voor het gemak de naam Sander ga geven.*

Sander kwam al heel jong, voordat hij volwassen was, in het psychiatrisch systeem terecht. Hij kreeg destijds de diagnose Borderline Persoonlijkheidsstoornis. Sander ging kliniek in, kliniek uit en werd uiteindelijk voor lange tijd (lees: jaren) opgenomen. Niet één keer, maar meerdere keren. 

Sander riep al heel vroeg dat hij dood wilde en hij deed ook aardig zijn best om dat voor elkaar te krijgen. De opnames die hij had, konden hem daar niet van weerhouden en hij bleef het roepen. 

Er werd tijdens die opnames, maar ook als hij niet opgenomen was, niet zoveel met hem gedaan. Een behandeling kreeg hij niet: mensen met Borderline waren immers niet te behandelen. Een persoonlijkheidsstoornis ging nooit meer over en het hoogst haalbare was blijkbaar 'ermee leren leven'. Dat is wat Sander keer op keer te horen kreeg. Geen behandeling, want dat zou de boel alleen maar erger maken, leer er maar mee te leven. En dat deed Sander. 

Hij probeerde ermee te leren leven. Niemand vertelde hem hoe, dat moest hij zelf maar uitvogelen, wel kreeg hij stapels pillen om hem rustig te houden. Dat hielp verder niks, behalve dan het aanleggen van voorraden om weer een nieuwe poging te doen om zich van het leven te beroven. En ook jaren na de opnames, als ambulante patiënt, zoals dat dan zo mooi heet, kreeg hij geen behandeling, het antwoord bleef steevast: leer er maar mee leven.

Sander werd ouder en ouder. Het leven werd niet leuker, werd niet makkelijker en het 'ermee leren leven' viel hem zwaar. Sterker nog: hoe ouder hij werd, hoe meer hij tot de conclusie kwam, dat het hem niet lukte. Hij was inmiddels, 10, 20, 30 jaar verder en zijn wens was nog steeds hetzelfde: ik wil niet meer, ik kan niet meer, ik wil dood. 

Er is in al die jaren voor patiënten echt nog niet zo heel veel veranderd in hulpverleningsland (sorry hulpverleners die denken en vinden dat dat wél zo is), maar er is wél een wetgeving gekomen omtrent euthanasie bij ondraaglijk psychisch lijden. Dus waar dat eerst alleen mogelijk was in gevallen van ondraaglijk medisch/lichamelijk lijden, werd dit nu ook mogelijk voor ondraaglijk psychisch lijden. 

Uiteraard (en ook volledig terecht) gaat hier een uitgebreide en zorgvuldige selectie aan vooraf en moet de arts die de euthanasie geeft aan verschillende wettelijke criteria voldoen.

"Wat zijn de wettelijke criteria waaraan een arts moet voldoen?
De wet stelt dat de arts die u euthanasie geeft tot de overtuiging moet zijn gekomen dat u ondraaglijk en uitzichtloos lijdt, dat behandeling geen zin meer heeft en dat er geen redelijke alternatieven meer zijn. De arts moet daarnaast zeker weten dat het uw verzoek is (en dus niet van familie bijvoorbeeld), dat het verzoek duurzaam is (dus niet in een opwelling gedaan) en dat u goed begrijpt wat de consequentie is van wat u vraagt. U moet wilsbekwaam zijn of een duidelijke wilsverklaring hebben. Ook in het geval van een wilsverklaring moet u voldoen aan alle wettelijke eisen." (bron: expertise centrum euthanasie Nederland)

En ik vind het terecht dat men hier heel streng en zorgvuldig mee omgaat, maar ik ga even terug naar Sander. Hij heeft inmiddels meer dan de helft van zijn leven er wel op zitten (tenzij hij echt de alleroudste mens ter wereld gaat worden en dat wens ik hem niet toe, al klinkt dat wat onvriendelijk, maar gezien zijn wens...) en hij wil nog steeds dood. Hij vindt het nu echt genoeg geweest, heeft zijn best gedaan om ermee te leren leven, dat is hem nog steeds niet gelukt en dus meldde hij zich opnieuw bij zijn psychiater.

Niet iedere psychiater of dokter wil of kan (om welke reden dan ook) hier aan meewerken. In het geval van Sander had hij daarin uiteindelijk min of meer geluk en wilde zijn arts wel een uitzondering maken. De psychiater snapt de vraag van Sander, kent Sander lang genoeg om te weten dat het ZIJN wens is, en dat het niet in een opwelling is, maar al heel lang speelt. Sander is wilsbekwaam, mag en kan zijn eigen beslissingen nemen, begrijpt ook prima wat de consequentie van zijn vraag is. Maar dan blijft er dus één belangrijk (struikel) punt over in dit wettelijke lijstje: behandeling moet geen zin meer hebben en er zijn geen redelijke alternatieven. 

Sander zit vanaf zijn vroege pubertijd in de psychiatrie en heeft NOG NOOIT een behandeling aangeboden gekregen voor zijn klachten, ook niet als hij erom vroeg. Hij heeft één keer een soort van EMDR (trauma therapie) gehad, die heel kort een klein beetje hielp, maar niet blijvend, maar voor de rest heeft hij zijn hele leven te horen gekregen dat behandeling geen zin had en dat hij ermee moest leren leven. Oók toen er wel behandelingen bedacht werden voor mensen met Borderline. Ook toen kreeg hij te horen dat het geen zin meer had en hij er maar mee moest leren leven. 

Dus.... Een heel lang verhaal een klein beetje ingekort: Sander kreeg te horen dat hij "nog nooit iets van behandeling geprobeerd had" en moet nu dus allerlei behandelingen gaan doen, die hem altijd ontzegd zijn door behandelaren en artsen zelf (niet zijn huidige arts overigens), voor zijn verzoek ook maar in behandeling genomen gaat worden. 

Hoe krom is dat?
Sander is radeloos, hij is moe van al die jaren proberen 'ermee te leren leven', al die jaren overleven. Hij wil rust, hij is er echt klaar mee en hij wil gewoon sterven. Hij weet hoe het is om getraumatiseerd te zijn en wil dat niemand anders aandoen. Hij wil niet dat ook maar iemand hem vindt en daar een trauma aan overhoudt. En juist om die reden vraagt hij om euthanasie, een 'goede dood', voor hemzelf, zijn (weinige) naasten en de wereld om hem heen (en dat siert hem enorm in mijn ogen).

Wereld Suïcide Preventie Week...
Goed dat het er is, en triest dat het nodig is. 
Maar zolang de wachtlijsten voor de GGZ oplopen in plaats van minder worden, de wettelijke eisen voor euthanasie soms heel star en krom zijn en artsen zich (begrijpelijk) niet durven te branden aan overtreding ervan, zal deze week altijd nodig blijven zijn.

Niet één week per jaar, maar 52 weken per jaar.

* Sander bestaat echt, maar het is uiteraard niet zijn echte naam.

foto: zelf gemaakt van het beeld 'Stille Strijd'



24 mei 2025

“Vuile pedo!” …… Oftewel iets over ongeschreven regels voor mannen….

Afgelopen week was ik op vakantie. Daar was ik ook echt wel aan toe, want mijn brein heeft de afgelopen tijd nogal wat overuren gedraaid. In mijn vorige blog schreef ik al over ‘het deel’ in mij (De Heks) dat het voorzien heeft op mijn jongste twee stemmen en ik kan je verzekeren dat het dealen daarmee nogal vermoeiend was (en is). En dus was ik toe aan een korte break en ging ik een midweek naar het noorden van het land. Het is natuurlijk niet zo dat ik mijn stemmen of problemen dan thuis achterlaat, die gaan ook met me mee. Zoals men wel eens zegt: verandering van spijs, doet eten…. Dat geldt meestal ook voor mijn hoofd: een andere omgeving wil nog wel eens wat rust geven.

Ook op vakantie is het verstandig om overleg te hebben met mijn hoofdbewoners over wat we allemaal gaan doen. Wat zou iedereen willen doen, willen zien, of vooral ook NIET willen doen en zien. Overleggen, luisteren en compromissen sluiten. En het is soms nog wel eens een puzzel om in al deze wensen een balans te kunnen vinden. 

Ik was al eens eerder in de omgeving waar ik heen ging en toen had ik een leuk uitje gezien, waar vooral Jongste Stemmetje het erg naar haar zin zou hebben, namelijk een heus Kabouterpark! Maar tot haar grote verdriet was dat beperkt open en niet op de dagen dat wij toen daar waren. Dus één uitje stond voor deze week al vast: een bezoekje aan dit Kabouterpark.

Als je hier al wat langer mee leest dan is het geen nieuws dat ik naast het feit dat ik stemmen hoor, ook trans ben. Sinds twee jaar staat er een M op mijn paspoort en ga ik dan ook ‘als man’ door het leven, maar ik voel me vooral gewoon Mick. 

Misschien vraag je je af waarom deze info belangrijk is om te vermelden. Dat ga ik proberen uit te leggen in dit blogje, want sinds die M op mijn paspoort staat en mensen me ook meer en meer waarnemen als man, loop ik tegen een aantal (in mijn ogen) rare dingen en situaties aan. Misschien dat het voorbeeld in dit blog dat een beetje duidelijk kan maken.

Een bezoekje aan het Kabouterpark dus… En je mag best weten dat ik daar  nogal tegenop zag. Wat heeft een volwassene zonder kinderen in zijn eentje nou in een (duidelijk voor kinderen bedoeld) Kabouterpark te maken? Dat roept blijkbaar op zich al vraagtekens op, nog los van geslacht. Maar als je als volwassen man in je eentje zonder kinderen naar zo’n plek gaat…. Dat is blijkbaar weer een geheel ander level van vraagtekens…

Maar goed, ik overwon mijn angst, kocht een kaartje en ging het park in. Naast Kabouters hebben ze er ook diverse dieren en één daarvan is mijn meest favoriete vogel op aarde: de Kookaburra! Hij wordt ook wel de lachende Kookaburra genoemd, omdat hij een geluid maakt dat op lachen lijkt. En (bijna) niks op aarde maakt mij blijer dan dat geluid. Nu weet ik dat ik dat geluid een beetje kan uitlokken, door het geluid van een andere Kookaburra te laten horen, dus zocht ik een YouTube filmpje op, en speelde dat heel zacht in de buurt van de kooi af en binnen een paar seconden kwam er inderdaad een reactie van het dier: hij begon te ‘lachen’. 

Tussen de ingang en deze kooi liep ik tegen een pril gezin aan: Papa, hoogzwangere Mama en een Kleuter die voor geen meter luisterde en in die paar meters al verscheidene keren tot de orde geroepen was (lees: als je nu niet luistert gaan we naar huis…. En dat dus 20 keer). 

De Mama sprak me bij de kooi vermanend toe: “je weet dat dat beest dadelijk compleet uit zijn plaat gaat hè?” Ik had niet helemaal door wat ze precies bedoelde, ik dacht dat ze bedoelde dat het beest herrie zou gaan maken, dus ik zei: “ja, dat weet ik.” En ik ging door met wat ik aan het doen was. Mama werd woedend. Ik was het beest opzettelijk aan het uitlokken en het was broedtijd en paartijd en ik was hem opzettelijk de stress in aan het jagen. Ik was asociaal en het was sowieso raar dat een volwassen man in zijn eentje zonder kinderen naar een Kabouterpark kwam, wat was ik wel niet voor een viezerik. En op dat moment riep ze haar man erbij. *

Man komt aanlopen, vrouw herhaalt haar tirade en manlief zegt tegen me: “zie je niet dat mijn vrouw zwanger is, je moet haar met rust laten, je geeft haar onnodige stress, jij vuile pedo!” En zo ging het nog even door. Ik bedacht van alles wat ik terug had kunnen zeggen, maar dat deed ik voor de zekerheid maar niet, want hé, (de meeste) mannen leren alleen dat ze vrouwen (en niet zozeer 'hun medemens') niet mogen slaan, en klaarblijkelijk viel ik niet in de categorie 'vrouw' voor deze personen (wat op zich een compliment is, dank je wel). Dus hield ik m’n mond maar dicht en keek langs hun heen naar hun Kleuter. Papa en Mama waren zo druk bezig met boos zijn op mij, dat ze niet zagen dat hij bezig was over het hekje naar de vijver te klimmen. 

Nu konden Papa en Mama me niet zoveel schelen, maar kleuterlief….die kon hier niks aan doen en dus deed ik m’n mond open en zei: “Als ik jullie was, zou ik je omdraaien en je bezighouden met jullie eigen Kleuter in plaats van met mij, want hij stapt nu het hekje van de vijver over.” Op dat moment draaiden ze zich allebei om, sprong papa over de omheining om zijn Kleuter te grijpen en Mama stond te gillen als een speenvarken, wat ik een prachtig moment vond om een ander steegje in te slaan, weg van deze ouders. Ik had niet de illusie dat ik ze dan niet meer tegen zou komen, zo groot was het park niet, maar misschien kregen ze zo de kans om wat af te koelen.

Hier gebeurde dus precies datgene waar ik bang voor ben tegenwoordig: een volwassen man die zich zonder kinderen in een ‘kinderomgeving’ beweegt, is per definitie ‘verdacht’ en in dit geval onmiddellijk ‘een pedo’. En dat maakt me best boos en verdrietig en ook een beetje in de war.

Toen ik nog niet in transitie was en als vrouw gezien werd, was er nooit een probleem als ik oogcontact zocht met een kindje, een knipoog gaf of een opmerking maakte. Moeders lachten dan vriendelijk en vaak trots terug, begonnen een praatje, of werden in ieder geval niet kwaad. Maar nu ik dus als man gezien word, weet ik niet meer hoe ik me soms moet gedragen in de buurt van (onder andere) kinderen.

Het gedrag wat ik hierboven beschrijf (oogcontact, een knipoog, een gesprekje of opmerking naar een klein kind maken), zit in mij als persoon. Ik ben dol op kinderen (van een ander), ik vind het grappig om ze aan het lachen te maken, of om op ze te reageren als ze contact zoeken. En dat was nooit een probleem! Maar als ik dat, als man, nu nog steeds doe, gewoon omdat dat nu eenmaal in me zit, bega ik zo ongeveer een doodzonde! 

Er is niks aan mij als persoon veranderd, ik ben nog steeds ik. Mijn karakter is nog steeds hetzelfde en ook mijn intenties zijn echt niet veranderd! Het enige dat er veranderd is, is dat er een andere letter op/in mijn paspoort staat, dat mijn lijf in een iets ander jasje zit en dat ik véél gelukkiger in mijn hoofd, lijf en vel zit. 

Al die ongeschreven wetten over hoe een man en/of een vrouw zich behoort te gedragen, die heb ik nooit zo goed begrepen. Misschien omdat ik zelf niet zoveel met die labels kan. Maar ik vind het ook niet eerlijk! Waarom zou een vrouw per definitie ongevaarlijk zijn richting kinderen en wordt een man in de buurt van kinderen altijd/vaak met argwaan bekeken? 

Waarom komt er in een buurtapp vaker een berichtje langs over een man in zijn eentje op het bankje in de speeltuin, die naar de kinderen zit te kijken, vaak compleet met signalement (‘dus pas maar op!’), maar nooit van een vrouw die in haar eentje hetzelfde zit te doen als die man? Waarom is dat? Dat is toch eigenlijk raar?

Misschien ben ik de enige die dat raar vind, dat kan. Als ik het hierover heb met vrienden, of m’n hulpverleners, dan krijg ik vaak de vraag ‘is dat ook écht zo, of is dat hoe jij het ervaart?’. Een vraag waaruit eigenlijk al blijkt wat men denkt: ik haal het in mijn hoofd. Maar dat IS niet zo! 

De wereld hééft ongeschreven wetten over wat mannen en vrouwen wel of niet mogen of hoe ze zich dienen te gedragen. Misschien ga je dat pas ervaren, als je je, zoals ik, aan de andere kant gaat bevinden en je aan de andere kant van die regeltjes je weg moet gaan zoeken en afgerekend wordt op de foutjes die je in die zoektocht maakt. Ik weet het niet. Ik weet wel dat dit niet het enige voorbeeld is dat ik kan geven, er zijn er heel veel.

Ik begrijp die ongeschreven regels niet zo goed. Dat deed ik als kind al niet en ook al niet toen ik als vrouw door het leven ging en dat doe ik nu als man nog steeds niet. Het enige dat ik weet, is dat ik op dit moment niet goed meer weet hoe ik me soms moet gedragen. En daar word ik verdrietig en onzeker van.

foto: website bol. com

* En misschien had Mama wel gelijk en was het heel onhandig/dom van mij om dit te doen, dat kan. Daar mag ze me ook best op aanspreken, maar dan wel graag op een normale manier. Dat maakt mijn (en ik denk een ieders) vermogen en wil om te luisteren een stuk groter.


14 mei 2025

Over Heksen, Detectives en het hebben van filters..... of juist het gebrek daaraan...

De afgelopen weken (en nog steeds eigenlijk) waren nogal intensief in mijn hoofd. Dat heeft voor behoorlijk wat 'narigheid' gezorgd, maar gelukkig zitten er soms ook wel grappige momentjes tussen. 

Ik ga proberen zo kort (voor mijn maatstaven) en zo simpel mogelijk de situatie te schetsen, zodat je een idee kunt krijgen van wat er hier gebeurt. 

Ik hoor stemmen, dat mag inmiddels bekend zijn en sommige van die stemmen kunnen het 'overnemen' en kunnen dan op een glijdende schaal zelfstandig functioneren (dus simpel gezegd: van samen aan het roer staan, tot ik die niks meer meekrijg en als het ware niet meer aanwezig ben). 

Sommige mensen noemen het 'delen' of 'alters', maar voor mij zijn dit stemmen, aangezien ik ze ken en met ze kan communiceren. Stemmen zijn (voor mij, niet voor iedereen) (onder)deel van mij. 

Er is echter ook al best een hele lange tijd een deel, waarmee ik dat niet kan, vandaar dat ik hiervoor ook het woord 'deel' gebruik en niet het woord stem. Ik hoor haar niet, ik zie haar niet, ik ken haar niet. Voor mij is zij dus geen stem, geen (onder)deel van mij en dus noem ik het een 'deel'.* 

Maar laten we haar voor het gemak even 'De Heks' noemen, dan heeft het beestje maar een naam, dat praat makkelijker. Ik hoor haar niet, maar mijn Jongste Stemmetje en Jongste Puber horen en zien haar wel. En dat is vrij lastig want De Heks heeft het echt op deze twee gemunt. Ze maakt hen doodsbang en er is, voor mijn gevoel, weinig wat ik kan doen tot nu toe, om hen tegen haar te beschermen, want tja, wat ik niet zie en hoor, daar kan ik ook niet tegen optreden. 

Ik sprak een tijd geleden met m'n oud behandelaar hierover omdat ik geen idee had hoe ik het aan moest pakken, maar de noodzaak om meer over De Heks te weten te komen wel steeds urgenter werd. 

Op dat moment was vooral Jongste Stemmetje het doelwit en zij is té jong en te bang om verbaal informatie te geven. Ze heeft er simpelweg de taal nog niet voor. We bedachten dat het dan op een creatieve manier moest, en aangezien knuffels nogal geliefd zijn bij haar, leek dat me een goed plan: situaties uitspelen met knuffels. 

Leuk bedacht, maar niet echt goed over nagedacht. Op het moment dat één van die geliefde knuffels dus de rol van De Heks zou krijgen, zou die knuffel niet meer 'veilig' zijn en dus leende ik van iemand een knuffel, die dan daarna gewoon weer weg zou kunnen. Maar zodra ik ook maar probeerde om met Jongste Stemmetje en de knuffels aan de gang te gaan, sloeg de angst al om in hysterisch huilen en dat kon ik zelf gewoon niet aan. Dit ging het dus niet worden. 

Inmiddels was ook Jongste Puber getuige van de aanwezigheid van De Heks en hij heeft wél de taalvaardigheden om me te helpen. En als er één ding is wat hij graag doet, dan is het mij blij maken, dus hij wilde maar wat graag helpen. 

Ik printte een foto uit van een heks, hing die in de kamer op, met daarnaast een aantal vragen waar ik graag een antwoord op zou willen (wie ben je, wat wil je, waarom ben je er enz). Het idee was, dat ze wellicht zelf zou gaan communiceren via papier met mij (waar ik best een hard hoofd in had, want dan had ze dat al veel eerder kunnen doen). Maar tegelijkertijd gaf ik Jongste Puber de rol van detective: aan hem de taak om zoveel mogelijk informatie te verzamelen. Als dat zou lukken, prachtig, zo niet: geen probleem, goed je best gedaan. Maar dat liep dus uit de hand. 

Ineens waren alle pijlen van De Heks op Jongste Puber gericht. En waar eerst het gedrag, de daden en woorden van Oudste Puber het onderwerp van gesprek/dreigement waren, werd dat nu dus het hele 'zijn' van Jongste Puber. 

Ze terroriseerde hem compleet en ik had dat niet door, want hé ik hoor haar niet en Jongste Puber nam zijn taak héél serieus en durfde niks tegen mij te zeggen omdat hij mijn vragen (nog) niet kon beantwoorden. 

Heel lang verhaal een beetje korter: Jongste Puber draaide door, nam het over en ik miste een aantal complete dagen uit m'n geheugen. Uiteindelijk werd hij zó moe en over z'n toeren dat hij een deel van wat er gezegd werd over Woonbegeleider uitstortte. 

Toen ik weer 'terug' was en een beetje te horen kreeg wat er gezegd en gebeurd was, voelde ik me nogal schuldig: ik heb Jongste Puber dit aangedaan, want ik heb hem die opdracht gegeven. En dus besloot ik dat het genoeg geweest was, hij had het super goed gedaan, maar hij hoefde geen detective meer te zijn. Hij mocht uitrusten. 

Ondertussen bedacht ik dat als ik De Heks zelf een beetje zou uitdagen, dat ze zich dan misschien wél tegen mij zou keren. En dus zei ik tegen Woonbegeleider: "De Heks is gewoon een laffe pussy. Tegen kleine kinderen durft ze wel, maar als ze echt ballen had, dan zou ze het wel gewoon opnemen tegen mij, maar zo laf als ze is, dat durft ze dus niet... Dus eigenlijk is ze niks meer dan een zielig hoopje sh**."

Woonbegeleider (WB), die jong en spontaan is en niet altijd beschikt over een childproof filter, riep enthousiast: "Ja, De Heks is gewoon een stoephoer."
En ik moest er om lachen, wetend dat die uitspraak niet helemaal handig was.... 

En ja hoor, die nacht vond er een gesprek plaats tussen één van de volwassen stemmen (PB) en Jongste Stemmetje (JS): 

JS: wat is stoepoer?  
PB: zeg dat maar gewoon niet. 
JS: maar WB zegde het ook dus JS wil dat ook zeggen. Wat is stoepoer? 
PB: dat is een stout woord voor als iemand niet zo lief is of doet. 
JS: dus Mick vindt **** (iemand met wie Mick een aanvaring had eerder die dag) een stoepoer? 
PB: (probeert zijn lach in te houden) Mick vindt die inderdaad nu even niet zo aardig. Zullen we dat zo zeggen, want stoute woorden mag niet hè? 
JS: nee mag niet 
-----stilte----- 
JS: waarom doet WB wel stoute stoepoer zeggen? 
PB: (moet lachen) omdat WB pas over een (paar) jaar ongeveer gaat ontdekken dat kindjes als jij net een kopieerapparaat zijn en hij dan pas een filter ontwikkelt 
JS: (begrijpt hier ongetwijfeld niks van maar denkt blijkbaar na)..... waarom? 
PB: WB was even heel stout, maar ik denk dat hij van z'n vriendin straks z'n zakgeld in moet leveren als ze dat hoort. 
JS: oh... dan kan WB niet stickers kopen (haar favoriete aankoop op het moment).
PB: nee dat denk ik ook niet. En jij ook niet meer doen want dat is ook stout (ze heeft een 'sticker koop verbod' en nee dat is echt niet zielig!). 
JS: (diepe zucht) is mijn geld mag ik zelf weten zegt Jongste Puber. 
PB: en Mick zegt nee en Mick is de baas, dus stickers kopen is stout. 
JS: (Nóg diepere zucht). Mick is soms een stoepoer. 

Nou, dan weten jullie dat ook weer! 

foto: De Heks (eigen fabricaat)


* ik sluit niet uit dat dit ooit zal gaan veranderen, ik haar wel degelijk ga horen en zien en leer kennen, en haar dan als stem zal gaan benoemen, maar zo ver zijn we voorlopig nog (lang) niet.

16 oktober 2023

Leven op de rand van een mijnenveld...oftewel: een verhaal over ptss

Als je me echt zou kennen, dan zou je weten dat ik in mijn leven best wel wat dingen heb meegemaakt. Dingen die ik beter niet had kunnen meemaken. En als je me nog beter kent, dan weet je dat ik daar in mijn huidige volwassen leven, nog steeds best wat last van heb.

Dat ik stemmen hoor die anderen (schijnbaar) niet kunnen horen, zou inmiddels echt geen geheim meer moeten zijn. En als je mijn boek gelezen hebt, of gewoon hier al langere tijd mee leest, dan zou het ook geen nieuws moeten zijn, dat die stemmen veel te maken hebben met de dingen die ik mee maakte, mijn trauma's. Maar dat is niet het enige waar ik vandaag de dag nog last van heb. 

Waar ik het niet zo vaak over heb, zijn de nachtmerries, de flashbacks en de herbelevingen. Ik heb het er niet over, niet omdat dat geheim moet blijven, maar vooral omdat het niet de leukste verhaaltjes oplevert (niet dat dat moet, maar toch, ik ben er ook niet op uit om anderen te traumatiseren met mijn schrijfsels). En zelfs als ik heel goed en hard nadenk over hoe ik zoiets inhoudelijk nou in een blog-proof jasje zou kunnen gieten, dan weet ik daar niet zo één, twee, drie een antwoord op. En dus heb ik dat nog nooit/zelden gedaan. En ook vandaag zal ik dat niet doen. 

De laatste weken/maanden heb ik extreem veel last van nachtmerries en flashbacks. Ik noem dit overigens doorgaans 'filmpjes'.  Normaal gesproken zijn ze er ook wel, maar dan is het 'redelijk hanteerbaar', dan voelt het alsof ik er op de een of andere manier een soort van controle over heb (wat een illusie is, maar toch). Iets met (letterlijk) ademhalen en doorgaan. Maar er zijn periodes waarin dat niet meer zo makkelijk gaat als dat ik het zojuist opschreef. En dit is dus zo'n periode.

Het vreemde is dat het begon met één specifieke trigger, oftewel iets wat de herinnering uitlokt. Zo'n trigger kan van alles zijn: een beeld, een geur, een geluid, een gevoel, een voorwerp, een persoon noem maar op. In mijn geval was het dit keer de combinatie van een vlieg en een spin. De details van het filmpje zal ik jullie besparen, die zijn ook niet zo belangrijk voor wat ik wil vertellen. 

Deze twee beestjes zorgden er in een nano seconde voor dat ik niet meer de volwassen Mick was, maar dat ik ongeveer zes jaar oud was. Op dat moment bestaat de volwassen Mick niet meer, de huidige omgeving waarin ik leef niet meer, maar alles wat ik zie, hoor, ruik en proef is de wereld waarin die zes jarige Mick die dit voorval meemaakte toen leefde. En voor het eerst in hele lange tijd bevroor ik en kon ik hier niet meer uit mezelf uitkomen, wat (voor mij) betekent dat ik een boel tijd kwijt raakte (een paar dagen). 

Die triggers zijn irritante dingen, ze zijn namelijk overal en altijd. Je hebt er die heel duidelijk aanwezig zijn en die min of meer voorspelbaar zijn. Deze vind ik persoonlijk het 'fijnst' omdat je je op deze enigszins kunt voorbereiden en ze zelfs soms kunt vermijden. Maar uiteraard is dat echt niet altijd mogelijk en werkt het ook écht niet altijd zo simpel en perfect als ik het net schreef, want het nare van dat hele ptss gebeuren is het onvoorspelbare karakter.

Er zijn echter ook triggers die verborgen zijn, die je niet kunt zien aankomen, die je niet kunt voorspellen en waarvan je misschien niet eens weet dat ze een trigger zijn. En ik merk dus de laatste tijd dat dat er stiekem een heleboel zijn. Overal in mijn leven duiken ineens onverwacht allerlei triggers op, ook als die er voorheen in dezelfde plaats en situatie nog niet waren. En dat is erg naar (understatement of the year).

Ik vroeg me af hoe ik aan mijn hulpverleners of andere mensen in mijn omgeving kon uitleggen hoe het momenteel voor mij voelt en werkt. En ik geloof dat de volgende vergelijking wel redelijk in de buurt komt. 

Voor mij (en dit is dus puur persoonlijk en niet voor iedereen met ptss geldend) voelt het hebben van ptss een beetje als leven op de rand van een mijnenveld. Je balanceert in je dagelijkse leven op die rand en dat gaat meestal goed. Maar soms gebeurt er iets, bijvoorbeeld slaapgebrek, of een zuchtje wind (tegenslag), waardoor dat balanceren niet meer zo soepel gaat, je je evenwicht verliest en je over de rand kukelt het mijnenveld in. 

Terwijl je het veld in kukelt land je op een mijn, die onmiddellijk ontploft (flashback), maar die jou zelf niet vernietigt. Maar de scherven van de mijn, komen elders in het veld terecht en landen op een andere mijn, die ook ontploft (volgende flashback), weer scherven de lucht in blaast die weer landen... enzovoorts. 

En terwijl jij in dat veld beland bent en ziet hoe al die mijnen één voor één ontploffen durf je je niet goed meer te bewegen omdat je bang bent dat je weer op een volgende voor het oog onzichtbare mijn trapt. Misschien beweeg je ook wel niet in de hoop dat als je maar lang genoeg stil blijft zitten/staan, dat alle rondvliegende scherven ervoor zorgen dat er uiteindelijk geen mijn meer over is die nog kan ontploffen en je met een gerust hart veilig het veld uit kunt stappen omdat er geen 'ontploffingsgevaar' meer is. 

Ik denk dat dit beeld, van een mijnenveld, wel redelijk goed weergeeft hoe ik mijn ptss in dit soort periodes beleef. Nogmaals, dit is MIJN ervaring en hoeft niet voor iedereen met ptss zo te zijn. Geen mens is immers hetzelfde en iedereen beleeft dingen op diens eigen manier.
Maar ja, ik weet gelukkig natuurlijk niet precies hoe een écht mijnenveld eruit ziet en hoe dat werkt....

Wat ik wel zeker weet is dat ik hoop dat dit heel snel minder wordt, want ik vind het uiterst vermoeiend. 

foto: gevonden op internet


31 augustus 2023

In transitie met een hoofd vol stemmen... alsof het nog niet ingewikkeld genoeg was.

Waarschuwing: dit stuk bevat TOO MUCH INFO... dan weet je dat alvast, je kunt nu nog wegklikken.

Als je hier al een tijdje mee leest, dan zou je kunnen weten, dat ik transgender ben en bezig ben met mijn transitie. Het woord transitie zegt het eigenlijk al: een overgang van het een naar het ander. Dat klinkt op zich heel simpel, maar dat is het allerminst. 

Ik gok dat in transitie gaan/zijn, voor niemand echt heel simpel is, maar met een hoofd vol stemmen van verschillende leeftijden en genders, kan ik je inmiddels uit ervaring vertellen dat dit helemaal een hele kluif is....

Er gebeuren een hoop dingen, waar al mijn hoofdbewoners op hun eigen manier mee omgaan. En de een heeft met dingen wat meer moeite dan een ander. 

De jongste telg in mijn hoofd, een meisje van 6, maar emotioneel een heel stuk jonger, begrijpt er allemaal niet zo heel veel van. Ze vindt het niet zo leuk dat we nu 'brommen' (oftewel een lagere stem hebben), maar de rest van de veranderingen gaat eigenlijk langs haar heen en ze lijken haar niet te interesseren. 

De Jongste Puber in mijn hoofd (die eigenlijk symbool staat voor mijn trans stuk) is 12 (emotioneel echter ook een stuk jonger) is in zijn nopjes. In zijn ogen worden we een 'echte jongen' en dat vindt hij 'kei vet'. Inmiddels weet hij dat we nooit helemaal een 'echte jongen' zullen worden zoals een geboren jongen dat is, maar hoewel ik heel veel teleurstelling, gesputter en verzet van hem had verwacht, is hij hier allemaal heel gelaten onder. Tot nu toe vindt hij het bijna allemaal wel best. Hij is blij met onze bromstem. Staat te springen bij élk nieuw haartje (en dat zijn er nogal wat kan ik je zeggen), zelfs de acné vindt hij grappig. Alleen dat libido gedoe..... nee, dat is en blijft een 'ieeeeeeeuw' afdeling voor hem. 

Dan is er nog de Oudste Puber, 16 jaar oud en je raadt het vast al: ook hij is emotioneel een stuk jonger. Van hem had ik eigenlijk de minste weerstand verwacht. Gewoon omdat hij doorgaans toch al een stuk volwassener reageert dan Jongste Puber en al veel meer dingen begrijpt.

Maar tot mijn grote verbazing heeft juist Oudste Puber er de meeste problemen mee. Hij is compleet in de war van alles wat er wel en niet gebeurt. Misschien was het ook wel naïef van mij om te denken dat Jongste Puber in de knel zou komen, hij is immers een 'doener zonder te denken', terwijl Oudste Puber dingen juist door en door probeert te analyseren en doordenken. En hoewel dat in alledaagse situaties juist een verademing is, is dat in het geval van een transitie dus niet zo handig.

Al gauw na de start met testosteron en de eerste veranderingen in en aan mijn lijf, merkte ik dat hij in de knoei kwam. Ik kwam erachter hoe weinig hij eigenlijk weet van anatomie van zowel mannen als vrouwen, van de veranderingen in de puberteit, van seks enzovoort. En door dat gebrek aan kennis, ontstonden er al gauw behoorlijke problemen en kreeg ik gaandeweg een depressieve puber in mijn hoofd.

Mijn lijf veranderde al heel snel na de start met de testosteron. En al gauw kwamen er heel veel vragen:

  • doet het pijn als de baard in je keel groeit? 
  • doet zo'n appel in je keel pijn en kan je dan nog wel slikken?
  • en hoe weten je stembanden dat ze moeten stoppen met groeien? En wat als ze er dan niet meer inpassen? Waar blijven ze dan?
  • hoe weet je gezicht nou waar hij wel en geen haar moet laten groeien?
Oudste Puber kreeg ineens 'lekkere kriebels', hij kreeg interesse in seks en in porno. Zag daar een boel nieuwe dingen en kreeg een 'droom': hij wilde dat onze inie-mini meisjes piemel (jawel, je clitoris gaat namelijk ook groeien) net zo zou gaan doen als een jongens piemel aan het einde van seks wanneer het 'het aller aller lekkerst is' (oftewel ejaculeren). En hoewel ik hem probeerde uit te leggen dat dat nooit zou gaan gebeuren omdat het simpelweg niet op die manier zou kunnen, besloot hij dat ik niks wist van ZIJN jongenslijf en legde hij zijn vragen bij Woonbegeleider neer want 'hé hij is een man en hij wéét dingen, je weet toch'. 
Woonbegeleider beantwoordde zijn vragen eerlijk en open en met (super) veel geduld. Maar het antwoord van hem kwam overeen met dat van mij: wat jij graag wil, gaat niet gebeuren, want dat kan lichamelijk niet. 

Maar Oudste Puber was niet van zijn droom af te brengen, wat wist Woonbegeleider nou helemaal van ONS eigenlijk meisjeslijf af? En dus wendde hij zich tot ExWoonbegeleider en legde zijn vraag wederom ook bij hem neer. 
Ook ExWoonbegeleider vertelde hem eerlijk, open en met veel geduld dat wat hij wilde niet zou gaan gebeuren. En Oudste Puber was ontroostbaar. Hij geloofde het allemaal nog steeds niet en bleef maar nieuwe theorieën bedenken, hoe en wanneer het dan wel zou kunnen: 
  • onze inie-minie meisjespiemel was gewoon nog niet groot genoeg en zou eerst nog een beetje moeten groeien en dan zou hij dat vanzelf wel gaan doen. 
  • we hadden gewoon nog niet genoeg testosteron in ons lijf.
  • ze konden toch gewoon een gaatje boren in onze inie-mini meisjes piemel zodat het er wel uit kon komen?
Goedbedoeld kochten we een 'puber boek' voor hem, waarin de veranderingen van de puberteit beschreven stonden in taal en met plaatjes die hij zou kunnen begrijpen. Dat was waarschijnlijk de grootste denkfout van mijn kant tot nu toe. Want in een voorlichtingsboek voor pubers wordt natuurlijk een 'normale' puberteit beschreven, dus van jongen naar man en van meisje naar vrouw. En ook al doorlopen wij momenteel een soort van puberteit, dit is geen normale puberteit, dus dit boek (en geen enkel boek!) beschrijft onze situatie. 
En dus werd de verwarring van Oudste Puber na het lezen van dit boek zo mogelijk nóg groter en kwam hij tot niks meer, behalve verdrietig in bed liggen. Zijn kriebels negerend (want een andere stem had hem ingefluisterd dat hij naar de hel zou gaan als hij er iets mee zou doen) en wanhopig (en tevergeefs) proberend ons lijf in de plaatjes en theorie van zijn boek in te passen.

Woonbegeleider en ik besloten dat we hem meer moesten gaan uitleggen over anatomie en waarom dat wat hij zo graag wilde niet kon. We kwamen erachter dat hij ervan overtuigd was dat er plas uit die piemel kwam en 'iedereen heeft plas, dus kon het wel!'
Toen hij uitgelegd kreeg dat het geen plas was maar zaadjes, was hij ervan overtuigd dat er dan gewoon plas zonder zaadjes uit zou komen. En toen we alle school tv filmpjes/animaties over anatomie, klaarkomen en voortplanting gehad hadden, begon eindelijk heel langzaam het kwartje te vallen dat het nooit zou gaan gebeuren. En daar werd hij nóg verdrietiger en bozer van. 

De ene dag lijkt het alsof het kwartje gevallen is, tot de volgende overtuiging de kop op steekt (ik zou er inmiddels een heel boek over kunnen schrijven). 

Vandaag hebben we bijvoorbeeld het douche dilemma ontrafeld, want sinds een aantal weken wil hij niet meer douchen en wordt helemaal panisch van dat idee. Dat is overigens geen probleem, want Jongste Puber neemt die taak (in ruil voor wat extra game tijd) graag op zich, maar het bleef een mysterie waar zijn plotselinge angst vandaan kwam. 

Dit soort dingen uitzoeken is een soort van 'ja/nee' vraagspelletje. Gelukkig houdt Woonbegeleider van raadsels oplossen en heeft hij meer energie en geduld dan ik (nog over) heb. Oudste Puber had wel losgelaten 'dat hij geen baby wilde en dan was het straks zijn schuld als er een baby kwam'. Maar meer kwam er niet uit. 

Vanmiddag ontdekten we dat het aan ons relatief nieuwe douchespul lag: Sanex... 
Oudste Puber heeft iets te veel klaarkomende mannen op internet gezien en Sanex lijkt op de zaadjes uit een piemel! En dus werd het douche dilemma vandaag gekraakt en werd er een oplossing bedacht: Oudste Puber mag andere (paars kleurige) douchegel gebruiken.... (want 'je weet niet zeker of er toch zaadjes in sanex zitten, dus je kunt het niet weten!') En zo brengt elke dag wel weer een nieuwe verrassing, dilemma of theorie met zich mee.

In transitie zijn is een zoektocht naar jezelf. Maar met zoveel zelven in één zelf is het af en toe een bijna onmogelijke zoektocht. Eentje die ik overigens niet zou willen missen (en Oudste Puber ook niet!)

Een ding is zeker: saai is het nooit!

foto: anatomie les....

29 mei 2023

Horen, zien en voorlopig nog zwijgen... Mijn crisis opname in de GGZ. Deel 2

Het is alweer behoorlijk lang geleden, maar eind oktober 2022, werd ik voor een tijdje opgenomen in het lokale psychiatrische ziekenhuis. Aangezien er erg veel dingen gebeurden tijdens die opname die mis gingen en die absoluut niet ok waren en ik dit maar niet uit mijn systeem krijg, wil ik hier (nog steeds) een aantal blogjes over gaan schrijven. Gewoon omdat ik vind dat het belangrijk is om een aantal dingen te laten 'zien'. In de hoop dat de mensen die in de psychiatrie (gaan) werken, hier misschien iets van kunnen leren en dingen voor andere cliënten/patiënten in de toekomst misschien anders en vooral beter kunnen worden. Misschien is dat een utopie, maar niet geschoten is altijd mis...

27 mei 2023

Four seasons in one day.... Mijn crisis opname in de ggz... deel 1

Het is alweer behoorlijk lang geleden, maar eind oktober 2022, werd ik voor een tijdje opgenomen in het lokale psychiatrische ziekenhuis. Aangezien er erg veel dingen gebeurden tijdens die opname die mis gingen en die absoluut niet ok waren en ik dit maar niet uit mijn systeem krijg, wil ik hier (nog steeds) een aantal blogjes over gaan schrijven. Gewoon omdat ik vind dat het belangrijk is om een aantal dingen te laten 'zien'. In de hoop dat de mensen die in de psychiatrie (gaan) werken, hier misschien iets van kunnen leren en dingen voor andere cliënten/patiënten in de toekomst misschien anders en vooral beter kunnen worden. Misschien is dat een utopie, maar niet geschoten is altijd mis...

Een stukje achtergrond informatie:
Het ging al heel lang niet goed met me: ik sliep niet/nauwelijks en mijn situatie op de genderpoli was nogal spannend. Ik raakte heel veel tijd kwijt, vond mezelf met regelmaat terug op plekken waar ik niet hoorde (en zou moeten) zijn en het duurde inmiddels zo lang en werd soms zó 'gevaarlijk' dat m'n Woonbegeleiding, de ggz en ikzelf het tijd vonden voor een (vrijwillige) 'crisis time-out' opname. Er was echter een wachtlijst (jawel, voor een crisisplek) en ik kon niet meteen terecht.

Op 27 oktober kwam er om 16.55u, na ruim acht weken op de wachtlijst te hebben gestaan een telefoontje dat er een bed vrij kwam en dat ik de volgende ochtend op de afdeling verwacht werd. En hoewel het inmiddels al wel een klein beetje beter met me ging, besloot ik na overleg om er toch gebruik van te gaan maken, omdat de komende week heel spannend voor me ging worden en ik daar (op dat moment al) niet zo goed mee om kon gaan. 

En zo zat ik op 28 oktober samen met mijn begeleidster van het ggz team in een kamertje, tegenover een hele jonge, lieve en geduldige dame van het afdelingsteam, die met mij de intake ging doen. De psychiater van dienst was op dat moment bezig, maar deze zou mij later die dag nog wel komen zien. 
Wat ik heel apart vond, was dat men wel wist dat ik zou komen, maar dat men geen idee had waarom ik zou komen of hoe lang ik zou blijven. Wel was men op de hoogte dat ik Mick, meneer, hij en hem was. 

Het was een prettig gesprek. Ik voelde me gehoord en gezien en ik was mezelf. Wat zo'n beetje inhoudt dat ik er alles eerlijk uitflapte, ook dingen waarvan ik verdomd goed weet dat ik die beter niet kan zeggen. Maar ik ben ik, en ik wil open kaart spelen en ben dus (te) eerlijk. Ik gaf aan dat ik mensen en nieuwe situaties eng en moeilijk vond, dat ik het moeilijk vind om zelf om een gesprekje te vragen en dat ik heel erg de behoefte heb aan duidelijkheid, omdat ik anders boos word. Dat ik zelf leef onder het motto: doe wat je zegt en zeg wat je doet en dat ook van anderen verwacht. Dat ik een voedselallergie heb en eetmomenten daardoor extra spannend vind (ivm kruisbesmetting). 
De afspraak was dat het personeel me elke dag een ventileer gesprek aan zou bieden, zodat ik er niet zelf om hoefde te vragen en dat ik mijn eigen brood, boter en beleg kreeg, die in de afgesloten keuken bewaard zou worden waar niemand verder aan kon. En verder zou er even goed met de keuken overlegd worden over de ingrediënten van de maaltijden en dit zou aan mijn teruggekoppeld worden.
Aan het eind van het gesprek leverde ik mijn eigen (net opgehaalde) volle doosjes medicatie in, kreeg ik een boekje met instellings- en afdelingsregels (van heul veul pagina's) in mijn handen gedrukt en nam ik afscheid van mijn begeleidster. 

Ik zou een rondleiding krijgen vóór de lunch. Maar toen dat eindelijk gebeurde, ging de pieper af. Het is niet mijn eerste opname, ik weet wat het betekent: Ergens is een collega in gevaar of er is ergens een gevaarlijke situatie en dan moeten de andere personeelsleden gaan rennen en assisteren. En zo stond ik ineens alleen in de gang. Ik was al overprikkeld van het feit dat ik opgenomen was en dus vluchtte ik terug naar het stukje 'veiligheid' dat ik daar had: mijn kamer, waar ik huilend met mijn knuffel in een hoekje wegkroop. 
Uiteindelijk werd ik weer opgehaald en kalmeerde ik wel weer, maar het was niet echt een lekkere binnenkomer zullen we maar zeggen (waar overigens niemand iets aan kon doen, dit is hoe het nu eenmaal kan gaan).

De psychiater van dienst die nog zou komen, liet doodleuk weten dat ze het te druk had om mij te komen zien en dat m'n regiebehandelaar (m'n eigen psychiater dus) de medicatie maar in orde moest maken. Klein relevant probleem: mijn eigen psychiater had die week vakantie en was er helemaal niet en dus ontstond er een probleem. 

Een deel van mijn medicatie krijg ik via het ggz team en een deel van de huisarts. Daar weten beide partijen van en ik ben daar ook eerlijk over. Het probleem is alleen dat de medicatie die via de huisarts geleverd wordt, niet in het systeem van de ggz staat (andersom overigens wel!) en de instelling dus alleen mag uitreiken wat in het ggz systeem staat. Tja, en dat was momenteel dus niet de medicatie waar ik de afgelopen maanden zo ongeveer op 'overleefd' had. Dit zorgde bij mij voor paniek, want de situatie was onduidelijk en onduidelijkheid geeft error in mijn hoofd. De psychiater van dienst was verre van behulpzaam hierin. 'Dat had maar geregeld moeten zijn voordat ik kwam.' En daar had ze vast gelijk in, maar daar had ik op dat moment niks aan en ik kon er ook niks aan veranderen, maar ik leek er nu wel de dupe van te worden.

Tijdens de intake was ik Mick, meneer, hij en hem en de verpleegkundige hield dat ook goed vol. De psychiater had daar geen boodschap aan, bleef het hebben over mevrouw, zij en haar. In het begin ging de verpleegkundige daar nog tegenin, maar uiteindelijk zwichtte zij ook en nam het mevrouw zij en haar over (wat ik haar vergeef, want de rest van mijn verblijf heeft ze het niet fout gedaan). Dit zorgde voor extra spanning, boosheid en verdriet. Het maakte dat ik me niet gehoord, niet serieus genomen en onveilig voelde.

De verpleegkundige van die ochtend besloot (terwijl ik naast haar zat) naar mijn apotheek te bellen om te vragen of zij een medicatieoverzicht konden faxen. Het was vrijdagmiddag en als die lijst voor een bepaalde tijd binnen zou zijn, dan kon de medicatie nog geregeld worden, zo niet dan zou het pas na het weekend worden...(nog meer paniek in mijn hoofd). 

De apotheek wilde niet meewerken, want dit was niet gebruikelijk. Normaal gesproken moet je zo'n overzicht persoonlijk aan de balie komen ophalen. En nee, ze konden dat niet faxen, dat was niet gebruikelijk. Dat ging tegen de wet op de privacy in... Ik riep in de hoorn dat ik ernaast zat en dat ik hier toestemming voor gaf, maar nee, wet op de privacy, niet gebruikelijk, bla bla bla. De moed zakte in mijn schoenen, de paniek werd niet minder. Maar van de apotheek hoefden we in ieder geval geen medewerking te verwachten, dat was duidelijk.

Ik opperde nog dat ze me mijn ingeleverde 'illegale' (=niet in hun systeem staande) medicatie maar terug in eigen beheer moesten geven, thuis ben ik immers ook verantwoordelijk voor mijn eigen medicatie inname en beheer, maar ja, dat mocht uiteraard niet. Aan de ene kant snap ik dat best, maar aan de andere kant vind ik het ook best een beetje onzin. (waarmee ik bedoel dat dit ook op een veilige manier zou kunnen, door de hoeveelheid van één dag bijvoorbeeld uit te reiken, kamers zijn op slot).

Maar goed, uiteindelijk bedacht ik dat ik in mijn huisartsenapp een medicatielijst heb staan en dus maakte ik daar een pdf van en die mocht ik naar de verpleegkundige mailen. Met veel gemopper en gezucht bleek de psychiater van dienst daar dan (voor deze ene keer) mee akkoord te gaan en het leek geregeld.  

Mijn energie was op, mijn prikkelgrens zwaar overschreden en ik wilde het liefst naar huis. Maar in plaats daarvan werd er verwacht dat ik deelnam aan het dagprogramma. En ik koos voor dat wat ik thuis ook doe, alleen heet het thuis 'hobby' en hier creatieve therapie. Er was echter niemand die tijd (of zin) had om met me mee te lopen. Nieuwe situaties en ik zijn niet zulke goede vriendjes. Ik stond een behoorlijke tijd voor het lokaal (met glazen ramen), maar de drempel was te hoog: ik durfde niet naar binnen: teveel nieuw, ik was moe. En dus ging ik terug naar de afdeling en dook mijn kamer in, daar kon ik ook borduren, want ik had mijn spullen gewoon meegenomen. Ik bleek echter een borduurnaald vergeten te zijn en dus kon ik niks en dus eindigde ik weer huilend met mijn knuffel in een hoekje. 

Later die dag kwam er iemand van 'creatieve therapie' naar de afdeling en ik werd voorgesteld. Ze nam me mee naar het lokaal zodat ik wist waar ik moest zijn en wat ik daar allemaal kon doen. En bij hele hoge uitzondering mocht ik van haar een borduurnaald lenen en meenemen naar mijn kamer waarna ik me zielsgelukkig op mijn borduursels stortte en ik voor het uur dat ik daarmee bezig was, ik geen meldingen van mijn horloge meer kreeg dat mijn hartslag gevaarlijk hoog was....

De hele dag ben ik al aan het vechten tegen het 'switchen' (=dat mijn stemmen mij overnemen en ik er even niet meer ben), de reden waarom ik hier dus eigenlijk ben. Dit zou een plek moeten zijn, waar dat gewoon zou moeten kunnen, of toch op zijn minst niet als heel vreemd gezien zou moeten worden. Switchen is voor mij een soort van ontspanning, mijn brein en mijn lijf kan op die manier een beetje rust krijgen. En door het (min of meer) gecontroleerd te laten gebeuren, voorkom ik vaak erger, maar alles in mij schreeuwt dat het hier niet veilig genoeg is. En dus vecht en vecht ik ertegen en ik ben kapot moe. 

Als dan 's avonds bij het naar bed gaan ook nog blijkt dat de medicatie nog steeds niet geregeld is, het nu dus officieel weekend is en er niks meer te regelen valt, verdwijn ik huilend in mijn kamer. Ik ben op...

Ik kijk uit m'n raam naar de 'binnentuin'. Er staat een treurige boom met de herfstblaadjes er nog aan, maar tegelijkertijd zitten er katjes aan de takken. 
Het symboliseert hoe ik me momenteel voel: Four seasons in one day.
Zelfs de natuur is op deze plek in de war....