10 oktober 2020

Zorgverzekeraar onzin om gek van te worden

Zucht..... 

Het is weer eens zover, ik ben geïrriteerd. Nu gebeurt dat wel vaker, maar op dit moment is dat niet zo handig. De herfst is namelijk begonnen, er zijn wat andere indrukwekkende/ingrijpende dingen in mijn leven gebeurd en nog gaande en het gevolg daarvan is, dat het momenteel even niet zo heel goed met me gaat. De spreekwoordelijke koek is weer eens op, de emmer weer te vol en nog wat van die cliché (maar oh zo ware) beeldspraken.

Ik heb dus noodmedicatie, voor situaties waarbij mijn brein (en ik) écht even rust nodig heb, om te voorkomen dat het écht fout gaat. Nu is dus zo’n moment. Maar m’n noodmedicatie was bijna op en dus bestelde ik met frisse tegenzin (ik ben geen fan van pillen) nieuwe.... 

Nu krijg je bij de apotheek (dankzij de macht van de zorgverzekeraars is mij verteld) zo ongeveer elke keer een andere versie van jouw medicijn, waarvan men dan heel stellig beweert: “dat dit exact hetzelfde is en ook exact hetzelfde werkt.” 

Maar mijn ervaring vertelt me toch echt dat dit NIET zo is. Zo heb ik één merk medicijnen, dat ik steevast net zo goed meteen door de plee kan spoelen, omdat het bij mij gewoon helemaal niks doet. 

Daar ging ik (met wat hulp) over in gesprek met de plaatselijke apotheker. En na lang en onnodig (in mijn ogen) getouwtrek, werd in mijn dossier (hun computer dus) genoteerd, dat ik geen medicijnen van dit merk meer zou krijgen. Ik blij, de apotheker vast ook, want ik kan best moeilijk doen als ik dingen niet snap of onzinnig vind... en tot nu toe ging dat op zich goed. 

Nu in coronatijd, ben je het liefst niet meer welkom in de apotheek en kun je herhaalrecepten afhalen in de ‘servicelocker’ die zich buiten de apotheek bevindt. Op zich ideaal, kan ik namelijk ook niet in een discussie belanden, maar dat terzijde. 

Ik kon dus mijn noodmedicatie afgelopen week (donderdag) uit de locker halen. Pas vandaag besloot ik de medicijnen eens op hun vaste plek te leggen. En wat wil?? jawel, ik heb dus wederom het merk gekregen dat ik niet meer zou krijgen... Lekker makkelijk, want ik kan ze nu dus niet terugbrengen, want de apotheek is momenteel hermetisch dicht.... 

Ik heb geen (werkende) noodpilletjes meer.... 

En ik word onderhand knettergek van deze zorgverzekeraar onzin... 

Of wacht.... dat was ik natuurlijk al....

foto: internet


14 augustus 2020

En ineens heb je het..... een plan... nu nog wat hulp/steun!

Zoals ik een paar weken geleden al hier schreef, zit mijn tijd in het ‘fat people program’ er bijna op. 

Twee jaar lang reed ik minimaal twee keer per week naar Geleen, om daar te sporten, te wegen, te praten, te lachen, te huilen, fitter en gezonder te worden. En natuurlijk om kilo’s kwijt te raken en wie weet (ooit) niet meer in de obesitas categorie te vallen.

Dat laatste is me me helaas (nog) niet gelukt, maar hé, het leven gaat door, ook ná het fat people program. En dat vond ik zelf de afgelopen weken (en nóg) best een dingetje. 

Dit programma was twee jaar lang mijn dagstructuur. En heel eerlijk: de enige dagstructuur die ik had. Ik ben 100% afgekeurd (en nee dat is niet zielig), heb dus geen baan, ik doe ook niet aan vrijwilligerswerk (en nee, dat wil ik ook niet), de klussen die ik had zijn allemaal gestopt, dus dat betekent dat er naast mijn wekelijkse afspraak met mijn woonbegeleider geen enkele structuur meer te vinden is in mijn leven. En dat is best wel een dingetje kan ik je zeggen.

Het is niet het einde van de wereld want ik heb zat dingen die ik leuk vind en genoeg hobby's om me de rest van mijn leven mee te vermaken, maar ik ken mezelf goed genoeg om te weten dat er een moeilijke periode aan gaat komen. 

Hoewel ik in de afgelopen twee jaar mijn plezier in bewegen weer heb teruggevonden en er nu graag op  uit trek om te wandelen of te fietsen, weet ik ook dat ik daar in de herfst en winter heel veel moeite mee ga hebben. Dan word ik somber, moe, lamlendig en vind ik het heel lastig om mezelf van mijn bank af te sleuren en mijn huis uit te schoppen. 

Kennis is macht zegt men wel eens, dus met deze kennis over mezelf, kan ik er maar beter voor zorgen dat ik een plan heb.

Tegenwoordig vind ik wandelen zelfs leuk! Ik beleef er lol in, het maakt mijn hoofd leeg en ik kom er steeds meer achter hoe mooi ons (en vooruit ook ons buur-) land eigenlijk is. En terwijl ik vandaag met een vriendin weer door de Zuid-Limburgse natuur stapte, bedacht ik ineens een plan.

Ik wil van September mijn persoonlijke STEPtember maken. Mijn idee is dus om in die maand (minstens) 250km te gaan wandelen. Ik wil uiteraard eigenlijk meer, maar laat ik mezelf een klein beetje in bescherming nemen en er 250 van maken. 

Het liefst zou ik anderen op de een of andere manier, van mijn STEPtember willen laten profiteren. Maar aangezien ik een paar maanden geleden al aan mensen gevraagd heb om me tijdens de home edition van de avondvierdaagse te sponsoren voor het goede doel (het reumafonds) vind ik het heel lastig om nu weer om sponsoring te gaan vragen.

En dus bedacht ik iets anders...

De natuur hier is prachtig en ik vind het vreemd en jammer tegelijk dat ik dat niet veel eerder ontdekt heb. Maar tijdens mijn wandelingen zie ik vaak zóveel zwerfvuil liggen, dat ik daar best een beetje verdrietig van word. Wat bezielt mensen om hun rotzooi zomaar op straat of in het bos te kwakken? Dat slaat toch nergens op?

En dus werd mijn STEPtember plan uitgebreid: Ik wil tijdens die 250 km ook nog eens zwerfvuil gaan oprapen. Op die manier laat ik andere mensen ook een beetje profiteren, want ik maak die prachtige natuur weer net een beetje schoner...

Maar ja, om al die troep nou met mijn blote handen op te gaan rapen vond ik ook niet zo aantrekkelijk. En mijn budget is ook niet echt berekend op het aanschaffen van een degelijke zwerfvuil tang. En dus trok ik een uur geleden de stoute schoenen aan en mailde het 'lokale vuil prik' bedrijf hier in de stad, met de uitleg van mijn plan en de vraag of ik van hen in die maand een zwerfvuil tang mag lenen!

Ik heb nog geen antwoord, maar ik hoop dat hij net zo enthousiast is als ik....

Als dat niet zo is, dan weet ik het ook even niet meer, maar misschien zijn er dan onder mijn lezers (en/of hun vrienden/kennissen) wel mensen die me verder kunnen helpen.

Toch laat het sponsoren me ook niet helemaal los. Ik zou zelf niet goed weten welk doel ik zou moeten kiezen. Mijn voorkeur gaat zelf uit naar: 

  1. de voedselbank, 
  2. de kinderen van de voedselbank, maar ook naar iets als 
  3. Natuurmonumenten. 

En wat nou, als ik mensen de mogelijkheid zou geven om te doneren en zelf te laten kiezen bij welke van deze drie doelen ze graag zouden zien dat hun donatie terecht komt? Zouden mensen dat doen? Ik heb geen idee... Maar het is het proberen waard...

Het plan kwam vanmorgen in me op en moet nog precieze handen en voeten krijgen, maar:

  • Dat ik die 250 km  wil gaan doen, staat vast. 
  • Dat ik zwerfvuil wil oprapen ook.
  • Dat ik er een facebookpagina voor wil maken, waar de wandelingen, foto's en kilometers op komen te staan en waar je me kunt volgen en aanmoedigen ook....
  • En of ik me laat sponsoren tja... dat hangt van jullie af ;-)

Je kunt in de reacties aangeven (of via het contactformulier/mail wat je ervan vindt. En ik zou het tof vinden als jullie mijn bericht en plannen delen.... 

Helpen jullie mee om mijn plan waar te maken?


Afbeelding gevonden op internet


2 augustus 2020

Je plek in de roedel vinden..... of juist niet....

Dromen dus.... het is een thema momenteel. 
Ik schreef hier al over een stukje van m’n droom, maar de droom bevatte nog meer fragmenten. 

Zo woonde ik ergens in die droom ineens weer bij mijn ouders in mijn ouderlijk huis. Qua leeftijd was ik een oudere puber, maar met de kennis en levenservaring van nu. Een beetje ingewikkeld uit te leggen, maar misschien ook wel niet heel anders dan het in mijn hoofd in het heden ook aanvoelt. (Voor mijn gevoel ben ik in mijn hoofd nooit ouder dan 16 geworden, maar dat is een nog langer verhaal en kun je in mijn boek lezen). 

Goed, ik woonde bij mijn ouders dus en onze relatie verliep nog steeds niet zo soepel. Mijn moeder had nog steeds problemen met mijn jongensachtige uiterlijk en gedrag en vond het heel moeilijk dat ik zo gesloten was. Ze namen me mee uit wandelen (jaja, het was een droom, mijn ouders wandelen niet) maar eigenlijk alleen maar naar het huis op de hoek. 

Daar stonden ze met elkaar te bekvechten over of ‘ze’ wel thuis zouden zijn of niet. Ik had geen idee waar het over ging en zoals altijd (vroeger) hield ik me afzijdig van hun gesprek/discussie. Maar toen liep mijn moeder naar de voordeur toe en zag ik een naambordje, met de naam van twee mannen en een lijstje hele vreemde namen. Ik begreep er niet zo veel van. 

Toen de deur openging, kwamen er een boel honden naar buiten gelopen (de verklaring voor de vreemde namen) en stond er een man in de deuropening toe te kijken wat er gebeurde. De ene hond liep meteen naar me toe en liet zich aaien, een ander bleef eerst staan kijken en kwam toen naar me toe om voorzichtig aangehaald te worden, een derde sprong enthousiast tegen me op en ging er weer vandoor en nog een andere, ging tegen me opstaan, en klom zo bovenop me (al staand) tot op m’n schouders om er daarna weer af te springen (oftewel, liep letterlijk over me heen). 

Toen mochten we binnen komen van de man. In de woonkamer nestelden mijn ouders zich meteen op een bank, een andere bank was bezet door een aantal honden en de twee stoelen waren door de beide mannen bezet. Voor mij was er geen plek meer en dus ging ik op de grond zitten, waar ik me normaal ook het meest prettig voel. 

De man zei: “dus jullie wonen nu al een week weer samen in een huis, maar dat loopt niet soepel en toch zijn jullie nu pas hier.” En tegen mij: “Misschien moeten we eens gaan uitzoeken wat jouw plek in de roedel is.” Ik had geen idee wat ik ermee moest. 

De man gaf wat voorbeelden over hoe de honden op mij gereageerd hadden en wat dat over mij en mijn plek zei (en hoe en wat dat ben ik écht vergeten), maar mijn moeder nam het woord over en begon haar klaagzang over wat er allemaal mis was met en aan mij. En het was alsof ik in die droom van een afstandje naar mezelf keek en mezelf zag ‘uitschakelen’. Ik haalde een borduurwerkje tevoorschijn en ging ongeïnteresseerd zitten borduren, net doen alsof ik niet luisterde, maar ik hoorde elk woord. Alleen..... ik had het al zo vaak gehoord. 

Ze vertelde dat ik zo jongensachtig was en dat ik me verzette tegen alles wat vrouw(elijk) was. Dat ik dat expres deed om haar pijn te doen, want ik wist hoe belangrijk het voor haar was om een dochter te hebben. Dat ik zo gesloten was, dat ik geen woord zei van wat er in me omging en hoe naar dat voor haar was en hoeveel pijn ik haar deed. En zo ging het nog even door. Ik haalde af en toe adem om iets te zeggen, maar dan was ze alweer verder in haar relaas en dus deed ik wat ik gedurende m'n puberteit steeds meer ben gaan doen: ik hield m’n mond stijf dicht en zei niks. 

De man keek het een tijdje aan en vroeg toen aan mij: “en wat vind jij hier nou allemaal van?” En ik weet nog dat ik gezegd heb: “maakt het wat uit wat ik ergens van vind dan? Mij wordt namelijk nooit iets gevraagd. En als er al iets gevraagd wordt, dan wordt er nooit geluisterd, maar altijd geoordeeld. Dus wat ik ergens van vind is irrelevant, want het gaat nooit om wat IK vind, maar om wat mijn moeder denkt dat ik vind.” 

En daar werd ik wakker, dus ik zal wel nooit weten wat mijn plek in de roedel nou precies is, maar hoewel de droom op zich een beetje vreemd is, is de inhoud voor mij heel herkenbaar en kan ik ook wel plaatsen waarom dit op dit moment naar boven komt. 

Ooit werd ik naar de kinderpsychiatrie gestuurd omdat ik een probleem had/was. We kregen systeemtherapie (oftewel met het ‘hele’ gezin) en die gesprekken verliepen ongeveer op dezelfde manier. Ik was daar destijds niet omdat ik dat zelf wilde, maar omdat ik meegesleurd werd. Ik mocht niks zeggen, maar als ik niks zei, kreeg ik op m’n donder. Als ik wel wat zei (maar ook als ik niks zei trouwens) dan ging mijn moeder theatraal zitten huilen en klagen over hoe zwaar en moeilijk ze het met me had. Wat ik ook deed, ik kon het nooit goed doen. 

En dus zei ik niks meer. En dat hield ik ook ver na de kinderpsychiatrie vol. Als ik één ding namelijk heel goed geleerd heb tijdens m’n jeugd dan is het wel hoe pijnlijk het is als je steeds het deksel op je neus krijgt. Als je (diep van binnen) dingen verwacht, die de ander je niet kan of wil geven. En dat waren niet eens zulke ‘grote’ dingen, maar gewoon, dat er een keer echte belangstelling voor me was, dat er een keer geluisterd werd zonder oordeel, dat iets wat ik leuk vond niet meteen de grond ingestampt werd, dat ze een keer blij voor me konden zijn. 

Maar al die dingen konden ze (en kunnen ze nog steeds) niet. En dat deed pijn, iedere keer opnieuw. Dus na een tijdje hou je de deksel maar heel hard op de pan. Ik deelde niks meer. Niet hoe het met me ging, niet hoe ik me voelde, waar ik mee bezig was, waar ik blij of verdrietig van werd, gewoon niks. 

We groeiden nog verder uit elkaar en mijn wereld werd MIJN wereld en die van hen die van hen. Twee totaal verschillende werelden, waar we beiden geen weet van hadden en die we beiden niet begrepen. 

Sinds een aantal jaar probeer ik het ‘contact’ een beetje te ‘herstellen’, want ik zie steeds vaker in m’n omgeving dat het zomaar ineens afgelopen kan zijn. En dat zou ik heel erg vinden, want op mijn eigen manier hou ik wel van ze. Maar ik merk ook dat we zo ver uit elkaar gegroeid zijn, dat er eigenlijk niets meer te herstellen valt. Je kunt misschien ook wel niet echt herstellen wat er toch al nooit was. 

Sommige dingen veranderen nooit. Nog steeds begrijpen ze weinig van wat ik zeg, kunnen ze maar moeilijk blij voor me zijn, wordt alles nog steeds met een sauslepel aan oordeel overgoten en wordt alles waar ik plezier in heb de grond in geboord. En dus blijf ik oppervlakkig en vertel nog steeds niks over mezelf. Zolang we het maar over het weer, voetbal, anderen of zonnepanelen hebben, gaat het prima. Maar iets persoonlijks, dat durf en kan ik niet meer, nog steeds bang voor de pijn van dat deksel en die neus.... 

Toen Corona uitbrak stuurde mijn moeder en ik af en toe eens een sms’je heen en weer met de vraag hoe het ging. Maar van beide kanten kwam er zelden een écht antwoord op die vraag. 

Gisteren kwam er weer zo’n appje met de vraag of het allemaal nog steeds goed met me ging. 
En tja, wat moet ik dan zeggen? Ik heb enorme bloedarmoede, een enorm lage bloeddruk, ik ben zo duizelig als de pest en val steeds om, ik kan niet autorijden, niet sporten, doe elke dag een dutje omdat ik anders de dag niet doorkom en aan het eind van de maand moet ik naar het ziekenhuis? 
Dat gaat ze ongetwijfeld als persoonlijke aanval opvatten en daar heb ik momenteel geen energie voor, en dus gaat alles zoals altijd hartstikke goed, net zoals aan hun kant van de telefoonlijn.... 
Liegen is een familiekwaal geworden... 

Maar ergens zou ik best graag met ze kunnen delen wat er allemaal speelt. Ik zou ze zo graag vertellen over m’n genderdysforie en het gevoel geen man en geen vrouw te zijn. Over mijn hele ‘avontuur’ en zoektocht naar m’n genderidentiteit, maar toch deel ik het niet. En dat is op zich heel vreemd, want als dit hele ‘ik voel me geen vrouw’ gedoe ergens bekend in de oren zou moeten klinken of herkenbaar zou moeten zijn, dan is het wel bij mijn ouders. En zeker bij mijn moeder. Ze heeft zich immers jaren beklaagd over dat onderwerp. 

Maar toch denk ik niet dat ze me zou begrijpen als ik het probeer uit te leggen..... En daarnaast.... hoe leg je zoiets uit aan je bijna 80 jarige ouders die vol oordelen zitten (ik heb het niet van vreemden hoor, is er met de spreekwoordelijke pap lepel ingegoten)...
 
Hoi pap en mam, weet je nog dat jullie bij mijn geboorte tussen mijn benen keken en toen op het geboortekaartje schreven dat ik een meisje was? Nou, dat was dus een grapje van jullie geliefde god, want weet je.... ik ben helemaal geen meisje.... nee ik ben ook geen jongen.... ik ben gewoon helemaal niks. 

Ik geloof niet dat ze dat zouden accepteren, om over snappen nog maar te zwijgen. En dus zwijg ik maar, en merk ik dat als mijn hoofd veel met dit onderwerp bezig is, ik het ‘contact’ maar weer op een laag pitje zet, uit angst dat ik me verspreek en zo slapende honden wakker maak. En plaats ik mezelf dus eigenlijk zelf buiten de roedel, waarvan ik toch namelijk al jaren het gevoel heb dat ik er sowieso al geen deel van uitmaakte. 

En zo is de cirkel weer rond en heb ik klaarwakker zijnde misschien toch die plek in de roedel gevonden.....

foto: internet

1 augustus 2020

De meeste dromen zijn bedrog.... of toch niet?

Er was eens een zanger die zong: de meeste dromen zijn bedrog.... 
Dit klinkt bijna als het begin van een sprookje, nou, laat ik je dan meteen ut die droom halen, dat wordt het niet. 

Maar de zanger had natuurlijk wel een beetje gelijk. Het grootste deel van een droom is bedrog, maar echter wel met een kern van waarheid. Ik gok dat iedereen wel weet dat er in je dromen altijd wel iets zit waar je bewust of onbewust in je hoofd mee bezig bent (geweest). En soms is dat duidelijk en soms ook niet. 

In mijn droom van vannacht was het maar ál te duidelijk en het werd me ook heel snel duidelijk dat ik hier ‘iets mee moest’. En dus zit ik nu, om 6u ‘s ochtends, op mijn balkon een blogje te tikken. 

Ik droomde vannacht een aantal dingen die los staan van elkaar, maar toch alles met elkaar te maken hebben. En het onderwerp is overduidelijk: mijn genderdysforie speelt weer eens ernstig op. Ik kan me inmiddels de volgorde van de fragmenten niet meer herinneren, maar misschien is dat ook biet zo belangrijk en moet ik er gewoon iets uitpikken. 

Ik was met een aantal vrienden ergens op de wereld en probeerde een ‘artistieke’ foto te maken. Een groepje mensen (jongeren net als ik: hé het was een droom!) kwam in mijn richting gelopen en ze spraken onderling Nederlands. Een meisje keek naar wat ik aan het doen was, zag mijn bedoeling en zei in het Engels, dat dat een leuk idee was. Ik gaf antwoord in het Nederlands “tja, ik doe m’n best”. En het meisje reageerde met ‘oh, je bent een Nederlandse jongen, wat leuk!’ En ik antwoordde weer met ‘Ehm, ja, zo iets ja’ en liep snel terug naar m’n vriendengroepje die kleding aan het shoppen waren, maar met een grote glimlach op mijn gezicht. 

Één van m’n vriendinnen was die glimlach niet ontgaan en vroeg er iets over, maar omdat ik de reden zo stom vond (‘ze zei meneer tegen mij’) besloot ik niks te zeggen. 

Om de een of andere vreemde reden, hield ze me een t-shirt voor en was op me in aan het praten over waarom ik dat zou moeten kopen....maar ik hoorde het niet. Het enige dat ik hoorde, was dat het meisje met nog iemand binnen was gekomen en dat ze druk aan het vertellen was: “ik zweer het, die was precies zoals jij! Net als jij hetzelfde korte haar, dezelfde bouw. Een baggy t-shirt zodat je maar niet weet hoe en wat precies en net zo’n skinny jeans om die skinny beentjes (het was een droom hè!). En toen ik zei je bent een Nederlandse jongen zei hij ‘zoiets ja’..... ik zweer het hij is net als jij.....” 

De smile op mijn gezicht werd groter en ik besloot te vertellen aan m’n vriendin waarom ik zo blij werd, en dat dat gesprek daar over mij ging en dat ik zo gelukkig werd dat ze me jongen had genoemd en dat er nóg iemand was als ik.... 

Of ik het t-shirt gekocht heb of hoe m’n vriendin daarop reageerde kan ik me niet herinneren, volgens mij ging het hier over naar fragment 2, maar het gevoel kan ik me nog héél goed herinneren. 

Als kind was ik ervan overtuigd dat ik een jongen was. Ik zag er zo uit, ik gedroeg me ook zo, ik wist ook niet beter. En dat werd door de buitenwereld geaccepteerd. Als kind leek het niet uit te maken wat mijn ‘geslacht’ was en was het ook niet zo’n ramp als iemand me jongen noemde, terwijl ik dat biologisch gezien niet was. 

In de puberteit kwam ik ‘in de problemen’. Ik dacht nog steeds dat ik een jongen was en hoe meer mijn lijf ging laten zien dat dat toch écht niet zo was, hoe meer ik het wilde zijn! Ik was dan ook dolgelukkig als iemand me meneer of jongeman noemde. Op die momenten maakte mijn hart een sprongetje van geluk en om eerlijk te zijn, doet het dat vandaag de dag nog. 
Maar mijn moeder vond dat maar niks. Ineens moest ik een meisje zijn, me zo gedragen en me blijkbaar ook zo voelen. Zij vond het (ineens) vreselijk dat haar ‘dochter’ zo jongensachtig was, geen meisjesdingen met haar wilde doen, geen bh wilde kopen, en door iedereen als jongen gezien werd. Dus iedere keer als dat laatste gebeurde, dan maakte mijn moeder de ander wel even (luid en) duidelijk dat ik géén jongen was. En iedere keer als ze dat deed kon ik wel door de grond zakken en brokkelde er een stukje van mijn hart, dat net daarvoor nog een gelukssprongetje maakte, af. 

Ze wist dat niet, ik heb het haar ook nooit verteld, ze zou het ook niet begrepen of geaccepteerd hebben. Maar vanaf dat moment heb ik geprobeerd een meisje te zijn: ik liet m’n haar groeien en die bh kwam er, maar niet door mij gekocht.... ik had grenzen. 

Ik probeerde me als een meisje te gedragen, me als een meisje te voelen, maar feit was dat ik alles aan dat meisjeslijf haatte, hoe erg ik ook mijn best deed. Nog steeds stelde ik mijn moeder met al mijn pogingen teleur. Dus uiteindelijk staakte ik die pogingen ook en werd m’n lange haar weer kort, werd ik soms weer opnieuw voor jongen aangezien (met het bijbehorende sprongetje in mijn hart) en groeiden mijn moeder en ik, voor zover mogelijk, nóg verder uit elkaar.... 

Al die jaren ben ik blijven worstelen met die vraag, wat ben ik nou? Nog steeds word ik gelukkiger als iemand meneer of hij zegt dan mevrouw of zij, maar om nou te zeggen dat ik me helemaal man voel: nou nee. Ik voel me eigenlijk gewoon mezelf, niet man, niet vrouw, maar gewoon een Mick. 
Dat valt in een wereld die nog steeds voornamelijk is ingericht op die tweedeling man/vrouw niet altijd mee. Maar over het algemeen heb ik mijn weg daar wel in gevonden, meestal dan toch. 

En net als je denkt dat je rust hebt gevonden en dat je jezelf inclusief je lijf kunt accepteren zoals het is, gooit moeder natuur wel weer even roet in het eten.... 

Op dit moment werkt mijn (nog steeds biologische vrouwen) lijf niet mee. Zeg maar gerust dat het op dit moment erg tegenwerkt. Waar de puberteit een ramp was, voelt de pré-overgang dat nóg veel meer. Mijn lijf verraadt me aan alle kanten. Ultiem Verraad, met een hoofdletter. En mijn gender dysforie kent momenteel dan ook zijn gloriedagen. 

Dus tja, dromen zoals deze zijn dan misschien voor een deel wel bedrog: ik ben niet meer jong en die skinny legs heb ik na m’n kindertijd ook nooit meer gehad, maar de worsteling met wat ben ik en het gelukssprongetje in mijn hart als iemand me aanziet voor datgene dat ik biologisch gezien zéker niet ben, dat is en blijft waarheid.

foto: internet

23 juli 2020

Twee jaar 'fat people program'....een evaluatie...

Twee jaar geleden bezocht ik samen met een vriendin een informatie avond van een 'anti-obesitas' programma in mijn woonplaats. Toen ik hun definitie van een 'eetstoornis' hoorde (nl, "als je het niet bij één handje chips kunt houden") bedacht ik dat dit niet de plek voor mij ging zijn. Niet omdat ik dat wel kan hoor, nee, een zak chips moest leeg als hij in huis was, maar omdat ik dan in mijn hele omgeving maar één iemand zonder een eetstoornis kende en die zat het grootste deel van zijn leven in een eetstoornis kliniek.. Dus nee, dat ging het niet worden. 

Via diezelfde vriendin kwam ik op het spoor van eenzelfde programma een stukje verder weg. Ik meldde me aan en mocht mee gaan doen. Het programma bestaat uit drie componenten: 'diëtiek', 'beweging' en een psychologische component. En hoewel ik tot op de dag van vandaag er nog steeds van overtuigd ben dat ik geen eetstoornis heb, maar wel een verstoorde relatie heb met eten, begon ik enthousiast aan alle drie. Ik wil ze stuk voor stuk evalueren. 

Diëtiek:
Al vrij snel kwam ik tot de conclusie dat ik eigenlijk hele basale kennis miste over voeding. Zo had ik geen idee wat een volwaardige maaltijd eigenlijk was, of wat een normale portiegrootte was. Mijn valkuil was niet zozeer zoetigheid, maar ik ben een groot vlees fan. Een maaltijd kon voor mij gerust bestaan uit alleen vlees, veel vlees. En natuurlijk wist ik wel dat dat niet helemaal de bedoeling was, maar om er ook iets mee/aan te doen, was een ander verhaal.

Nu weet ik dus wél wat een normale portie is en wat een volwaardige maaltijd inhoudt. Dat wil overigens niet zeggen dat ik nu ook elke dag een volwaardige maaltijd eet, maar tegenwoordig is het een bewuste keuze, ipv een gewoonte en meer uitzondering dan regel!
Ik heb ook geleerd wat een gezondere keuze is, waar ik op moet letten als ik etiketten lees, maar eerlijk is eerlijk, de veelheid aan info op een etiket maakt nog steeds dat ik ervan in de war raak en dan thuis kom met iets dat niet zo handig is. 

Iets wat ik gaandeweg ontdekte was, dat ik 'de fout in ging' als ik overprikkeld was en niet meer kon denken. Dan kreeg ik het niet meer voor elkaar om boodschappen te doen of te koken en dan werd er iets ongezonds gehaald of geleverd. Maar op het moment dat je dat weet, kun je er iets aan doen. Dus nu liggen er gezonde (complete) maaltijden in de vriezer voor dit soort momenten en hangt er een poster in de keuken die me hieraan helpt herinneren.

Ik ben ook niet zo'n ster in plannen, niet in mijn dagelijkse leven, maar zeker niet in het koken. Jarenlang was boodschappen doen mijn dagelijkse uitje om te zorgen dat ik minimaal eens er dag buiten kwam. Maar dat was ook, omdat ik niet van tevoren bedacht kreeg wat ik wilde eten die week en wat ik daarvoor nodig had. In deze periode ben ik (ook gedwongen door mijn financiën) gaan werken met een weekmenu en minder vaak boodschappen doen. En ik vind het heerlijk! Reclames uitpluizen en daar een weekmenu mee samen stellen is een soort van hobby geworden. Inmiddels plan ik wel voor een week, maar haal ik in eerste instantie boodschappen voor de eerste helft van de week. De ervaring leert me namelijk ook dat ik vaak van die eerste helft genoeg over hou om de tweede helft van de week mee te vullen. Maar het feit dat ik van te voren al nagedacht heb over wat het zou kunnen worden die week, helpt enorm!

Bij dat plannen hoort voor mij ook dat ik nu steeds beter kan inschatten dat als ik een drukke of moeilijke dag zie aankomen waarbij ik weet dat ik rond etenstijd waarschijnlijk geen energie meer heb om te koken, dat ik dan vaak de maaltijd al in de ochtend zo ver mogelijk klaar maak. 
En het klinkt vast heel simpel, maar het zijn dit soort kleine dingen waar ik best trots op ben!
Dat zijn denk ik wel de grootste winstpunten voor mij op het gebied van diëtiek.

Beweging:
Ik ben iemand die mijn hele leven lang best sportief geweest is. Maar als je langzaam uit je lijf groeit, dan wordt het plezier in bewegen steeds minder en bij mij zorgde dat (in combinatie met wat blessures)  er ook voor, dat ik niet meer sportte. En dat terwijl ik het heel erg leuk vond altijd en ook hard nodig heb, want sporten was altijd een uitlaatklep! Vreemd eigenlijk.

Wat ik in die twee jaar hier vooral heb geleerd, is om het plezier in bewegen weer terug te krijgen. Ik weet nu weer wat ik zo leuk en lekker vind aan sporten. En ik realiseer me dat ik dat heel erg gemist heb al die tijd!

Ik weet nog dat ik helemaal in het begin een keer sit-ups moest doen en dat ik helemaal gefrustreerd en verdrietig was, dat ik dat niet voor elkaar kreeg. En dat terwijl ik dat in mijn judo carrière dagelijks deed zonder dat er een vuiltje aan de lucht was. Ik vergeet even voor het gemak dat die judo carrière ruim 25 jaar achter me ligt, maar ok, ik werd er wel echt heel verdrietig van en ik beloofde mezelf op dat moment dat ik, tegen de tijd dat ik hier klaar zou zijn, dat weer zou kunnen. En jawel, ik kan het weer! Nog niet helemaal van harte, maar ik heb wel geleerd dat als je oefent, je er ook wel komt!

Ik vond het ook wel leuk om een soort van competitie maatje te hebben binnen het programma, met wie ik kon sporten, lachen, ouwehoeren en dat allemaal tegelijk. En aan wie ik me een beetje op kon trekken. Soort van competitiedrang, die er ergens toch nog wel in zit blijkbaar. De weken dat mijn maatje er niet was, heb ik hem ook echt gemist... Wie had ooit gedacht dat ik het sociale aspect nog zou gaan missen!

Ook heb ik leren rennen, iets dat ik op de middelbare school al niet meer hoefde, omdat ik vergat te ademen en dan flauw viel. Maar ook al vind ik het nog steeds niet heel leuk, het was wel een toffe ervaring om erachter te komen dat ik het wel degelijk kon leren! En ok, ik ben er ook weer mee gestopt, maar ik weet ook dat ik het in de herfst/wintermaanden wel weer op ga pakken. Ik had echt nooit van mijn leven gedacht dat ik ooit nog zou rennen, en zie hier, de wonderen zijn de wereld nog niet uit.

Het was gewoon gaaf om je eigen vooruitgang te zien (en die van anderen) en me steeds fitter te gaan voelen, want ja, ik voel me best fit eigenlijk! 

Psychologie:
Tja, wat ga ik hier over zeggen.... Want dit is een ingewikkeld stuk.

Ik loop al ruim 25 jaar mee in de psychiatrie en ik denk dat ik mezelf best wel goed ken. Eén ding weet ik héél zeker en dat is: hoe moeilijk ik ben, hangt af van hoe de ander mij behandelt.
Het feit dat ik zelf psychologie gestudeerd heb en al zo lang mee draai als persoon in de psychiatrie, maakt het voor de persoon tegenover me nou niet bepaald makkelijk. Sorry, ik ben kritisch, ik slik niet alles en als ik iets onzin vind of niet snap, dan moet je van goede huize komen, om me duidelijk te maken waarom iets nodig/nuttig enz is.

Het was voor mij niet mijn eerste rondje in de ggz en in al die jaren ben ik heel (ongetwijfeld té)  kritisch geworden. Binnen dit programma zitten mensen met een eetstoornis, dat begrijp ik, dus zul je veel en vaak een zelfde soort patroon tegenkomen. En als er veel dezelfde patronen zijn, dan kun je daar een protocol voor maken. Een eenheidsworst....
 
Ik ben iemand die niet zomaar in een protocol past en meegaat. En aangezien de ggz van protocollen aan elkaar hangt, is dat niet zo handig. Op het moment dat protocol meer leidend wordt dan de persoon die je tegenover je hebt zitten, raak je me kwijt en dat gebeurde dan ook al vrij snel. Het protocol voelde voor mij als een dwangbuis! Ik pas er niet in, ik hoef er niet in, het is niet one size fits all!
Dit onderdeel werd mijn grote struikelblok. Ik lag er letterlijk wakker van, werd er ziek van en het zorgde er ook voor dat ik bijna de handdoek in de ring gooide.

Uiteindelijk kreeg ik iemand die mij als persoon zag en die wél naar me wilde luisteren als ik aangaf dat mijn probleem met eten voortkomt uit mijn traumatische verleden en de problemen die daar (ook in het heden) nog mee samen hangen (zoals dissociatie). Die daar ook in mee kon/ging en het protocol los ging laten. Alleen heel jammer dat dit pas de laatste maanden van mijn twee jaar mogelijk werd. 
Soms denk ik dat als ik deze persoon vanaf het begin gehad zou hebben, dingen heel anders zouden zijn geweest en ik ook op dit gebied er veel meer uit had kunnen halen. Maar tegelijkertijd had die persoon dan ook vanuit het protocol moeten gaan werken en was het dan waarschijnlijk ook een fiasco geworden.

En toch heb ik ook op psychologisch gebied best wat ontdekkingen gedaan. Zo werd het me heel duidelijk dat ik geen emotie eter ben, maar een externe eter. Dat veel van mijn problemen voortkomen uit mijn traumatische verleden en volstrekt logisch zijn. Dat ik als gevolg van dat verleden ook eten ging verzamelen en dat ik aan sommige problemen qua eten, zoals eten tijdens een dissociatie waar ik geen enkele herinnering aan heb en waar iemand anders het overgenomen heeft, niet zoveel kan veranderen, zolang dat dissociatie probleem niet opgelost is (en dat gaat niet gebeuren).

Kortom, ik zie nu waar die verstoorde relatie door komt en aan sommige dingen kan ik wel iets doen, aan andere niet. Ik verzamel geen eten meer, althans niet meer zoals voorheen. Ik weet dat wat er in huis is, ook op gaat en dus haal ik geen snoep en lekkers meer in huis. Hier heb ik één uitzondering op en dat is het weekend. In het weekend mag ik één fout snoep item in huis halen en daar moet ik het hele weekend mee doen. En dat gaat over het algemeen wonderbaarlijk goed!

Vanaf het begin krijg je bij alle disciplines te horen dat je je niet elke dag moet wegen. Eigenwijs als ik ben, heb ik dat wél gedaan (en in een grafiek verwerkt). Want autistisch als ik ben, ben ik dol op grafieken en lijstjes. Ik heb ook bijna twee jaar lang dagelijks een eetdagboek bij gehouden, En die combinatie heeft voor mij heel veel duidelijk gemaakt. Ik kon hierdoor goed zien, dat mijn lijf op bepaalde dingen (zout, koolhydraten) heel sterk reageerde, waardoor ik dat kon aanpassen. En wat ik hier ook heel erg van leerde, is dat het niet erg is als je een keer aangekomen bent, want afvallen is geen lineair proces. Het gaat met aankomen en afvallen en zolang je dat maar in je achterhoofd houdt, is elke dag wegen een mooie controle om in de gaten te houden dat je nog goed op koers zit en dat je ook het moment kan zien , wanneer je moet bijstellen! Mij motiveert elke dag wegen, dus zolang ik er niet van in de depressie schiet en daardoor zou gaan eten (wat ik toch al niet deed) blijf ik dit lekker doen!

Goed... en toen kwam dus de corona crisis. De afspraken kwamen stil te liggen of waren online en dat voelde voor mij toch echt alsof ik er alleen voor stond. En stiekem ben ik heel dankbaar voor deze periode.... Niet voor corona, maar wel voor de oefenmogelijkheid die het me heeft geboden. 
Voor mij was dit op het juiste moment een test of ik het wel of niet alleen zou gaan kunnen en kijken waar ik tegenaan zou lopen, vóórdat ik daadwerkelijk in het diepe gegooid zou worden (aan het einde van die twee jaar). Ik ontdekte voor mezelf dat ik het gevoel kreeg dat ik er klaar voor was om het zelf te gaan doen en in die zin zou ik iedereen zo'n soort van Corona periode gunnen, maar dan wel zonder corona!

Een lang verhaal (dat ik nog veel langer zou kunnen maken) maar dit is mijn conclusie.
Ik kwam binnen en had een doel in gedachten (een gezond BMI en een bepaald streefgewicht). Dat heb ik niet gehaald, niet eens in de buurt! Ik had meer af willen vallen, veel meer, maar dat is me niet gelukt en ja daar ben ik soms nog best verdrietig over. Maar één ding is voor mij wel heel zeker: ik kan mezelf recht in de spiegel aankijken, want ik heb er alles aan gedaan wat ik kon! En ja, ik had ongetwijfeld nóg strenger voor mezelf kunnen zijn, maar dan had ik het niet volgehouden, terwijl ik nu denk dat ik een automatisme in mijn eet en beweeg gedrag heb, wat ik makkelijk vol kan houden. Ik weet dat ik de kennis en tools in huis heb om het nu helemaal zelf te gaan doen. Of dat ook daadwerkelijk gaat lukken, dat zal de tijd leren.

Ik heb mijn doel waarmee ik binnenkwam dan misschien wel niet gehaald, maar ik ben veel fitter geworden en zit een stuk beter en lekkerder in mijn vel. En als ik iets in die twee jaar geleerd heb dan is het wel dat dát het allerbelangrijkste is en dat dat is waar het misschien allemaal wel om zou moeten draaien. 

Amanda, Roelof, Lindsey, Lieke, Sabrine (en zelfs al je voorgangers). Dank jullie wel voor de afgelopen twee jaar. Het was me het avontuurtje wel, maar bedankt dat jullie het met me uitgehouden hebben en dankjewel voor jullie motivatie en  voor alles wat ik van jullie heb mogen leren!


Blue cats card


6 juni 2020

Even 'relaxed' een serie kijken.....Oftewel... Welkom bij de cursus 'hoe kijk ik een serie met een bataljon aan stemmen in je hoofd'?

De afgelopen dagen liet het weer (en daardoor mijn stemming) het een beetje afweten. Dat is allemaal geen ramp, want dan mag ik even wat liever voor mezelf zijn. Dat houdt in dat ik even niet naar buiten MOET, maar gewoon lekker binnen MAG blijven en dingen doen die IK leuk vind.

Nou ja... Op zich dan, want aangezien er in mijn hoofd nog een aantal inwoners zijn, heb ik inmiddels wel geleerd dat het ook heel verstandig is om af en toe iets te doen, wat zij heel leuk vinden en ik iets minder. Door dat af en toe te doen, krijg ik ook de vrijheid om dingen te mogen doen, die ik heel leuk vind en waar sommige stemmen helemaal niks aan vinden. Voor wat hoort wat, zullen we maar zeggen.

Maar soms komen we op iets uit wat we eigenlijk allemaal wel leuk vinden: een film of een serie kijken. De volwassen stemmen maakt het allemaal niet zo veel uit en ze bemoeien zich er doorgaans niet zo mee, maar met drie kids van 6 (emotioneel 3), 12 en 16 is dat natuurlijk een ander verhaal.
En omdat ze er onderling niet altijd even vredig uitkomen hakte ik de knoop dit keer door en werd het een stokoude Nederlandse politie serie: Unit 13.

Politie betekent doorgaans actie en spanning: Rik en Roy tevreden.
Politie betekent misschien ook wel kans op een slimme en lieve hond: Lesley blij.
En zo begon ik heel relaxed aan mijn eerste seizoen.

Maar eigenlijk weet ik al vrij snel, dat het niet geheel relaxed gaat zijn.
Al snel na het begin begint Lesley met haar vragenvuur. "Is er een hond?" "komt er een hond?" "Wanneer komt er een hond?" "is die hond lief?" "Mag je niet aaien hè, een pliesie hond want die is aan het werken." Bla bla bla...

Ik weet inmiddels beter dan op alles antwoord te geven, maar na een paar minuten is het schaarse geduld van Rik op en hij buldert dan ook: "hou je bek, kutbaby, we proberen te kijken!"

Maar Lesley laat zich niet zomaar de kaas van het brood eten en reageert verontwaardigd met "nou ik ook hoor! En ik ben geen baby, ik ben zes! Dat komt na vijf, dus ik ben geen baby. Je bent zelf een baby!"

Rik zet zich alweer schrap om in de tegenaanval te gaan, waarop Roy zich ermee gaat bemoeien en Rik waarschuwt er niet op te reageren en Lesley de opdracht geeft om alle rode auto's te tellen.

En geloof me, er zaten best veel rode auto's in! (ook al was het vaak dezelfde). "die is rood. één", "Nee, die is blauw, mag niet.""Oh, die is ook rood, twee".... "die is een beetje rood, mag dat ook? dan is het drie, maar als dat niet mag dan is het toch twee."

En weer komt er een boos gesnuif vanuit Rik en geeft Roy de opdracht aan Lesley om ze niet hardop te tellen en dan gaan we straks kijken of we evenveel rode auto's hebben gezien. Een soort van wedstrijdje dus... Probleem weer even opgelost.

Dan komt er het moment dat er een (rode) auto ontploft en in de fik vliegt. De heren zijn nogal onder de indruk 'vet...gaaf!' En ook Lesley laat weer van zich horen: "oh, oh... die is kapot."
Rik reageert geïrriteerd: "duhuh... zou je denken?"
En Lesley, aan wie zowel sarcasme als ironie niet besteed zijn babbelt weer vrolijk verder: "Ja echt. Ik denk niet dat hij het nog doet."
En de heren besluiten (gelukkig) hetzelfde te doen als ik... er maar hartelijk om te lachen en verder te kijken...

Dit seizoen duurde vier dvd's lang en ja we hebben ze allemaal gekeken.
Volgens Lesley zaten er 100 miljoen duizend rode auto's in.
Roy zei dat dat helemaal klopte....

Lesley blij..... "Maar er was geen hond!"

Dat u dat maar weet!

foto: internet

6 mei 2020

Terug naar het nieuwe 'normaal'...

Er is de afgelopen weken al heel veel, misschien wel te veel, over gezegd: de wereld zal na de Corona crisis nooit meer hetzelfde worden en we zullen ons moeten gaan aanpassen aan het 'nieuwe normaal'.

En vanavond was het dan zover. Het plan voor de versoepelingen van de maatregelen werd bekend gemaakt. En laten we heel eerlijk zijn, het maakt geen snars uit wat of hoe het kabinet, crisisteam enz het bedacht zouden hebben, er zijn altijd mensen die het beter weten en beter zouden doen. En dus heb ik in dat anderhalf uur sinds de persconferentie alweer heel veel commentaar gelezen.

Nu ben ikzelf geen politicus, geen wetenschapper (althans niet een actieve) en geen viroloog. Ik ben gewoon een burger die dingen wel en niet fijn vindt.

Maar ik ben ook een burger die alleen woont, geen familie heeft (of daar in ieder geval geen contact mee heeft), een erg beperkt/nauwelijks sociaal netwerk en geen baan heeft. Een burger met heel veel vrije tijd dus, die ik over het algemeen heel goed weet in te vullen.

Voor mij waren die afgelopen weken/maanden dan ook niet zo heel anders dan daarvoor.
Ik zit namelijk sowieso eigenlijk elke dag alleen. Ik hou mezelf altijd al de hele dag (meestal binnenshuis) bezig. Er komt normaal (buiten mijn hulpverlening om) ook nooit iemand op bezoek.  Dus dat deel bleef voor mij hetzelfde. En ik beschreef het al eerder, ik denk dat ik hierin een Corona voordeeltje op een groot deel van de rest van de Nederlanders had.

Wat er voor mij wel veranderde was dat mijn hulpverlening er anders uit ging zien. Geen huisbezoeken meer en dat vond ik op zich erg ingewikkeld. Ik ben iemand voor wie bellen en beeldbellen geen optie is. Ja, ik kan het soms wel, ik doe het soms ook wel, maar het kost me zoveel energie dat ik daarna voor de rest van de dag kapot moe mijn bed in duik. En dat is het me niet waard, dus zochten we andere opties. En waar een wil is, is een weg.

Met mijn psycholoog ging ik samen, anderhalve meter van elkaar vandaan, rennen.
Met mijn woonbegeleider ging ik wekelijks (en soms zelfs meerdere keren per week) een rondje wandelen. En hoewel dat voor mij inmiddels een vrij normale bezigheid is, waar ik niet meer warm of koud van word, merk ik dat zijn conditie de afgelopen weken aanzienlijk verbeterd is ;-)
Pure winst dus.

Ook als ik even geen zin had om te wandelen, gingen we toch. En of hij er zin in had? Ach, als dit nodig was om mij door deze tijd heen te helpen, dan deed hij dat. En daar ben ik dankbaar voor.

Mijn andere hulpverlenings-programma, het fat people program, werd ook veranderd. De sportsessies gingen niet meer door. Maar we kregen schema's opgestuurd waar we in theorie thuis zelf mee aan de slag konden. En nog wat later werden er trainingen via video verbinding gegeven. Dat laatste was erg fijn. Maar eerlijk is eerlijk, met mijn beweging de afgelopen weken zat het ook zonder de schema's en videoverbinding wel goed. Maar het feit dat het mogelijk was, is gewoon prettig.

De contacten met de diëtiste daar, vonden voor mij per mail plaats. En ook dat vond ik op zich wel prettig. Het gevoel om toch nog een lijntje te hebben, al is het via mail, doet goed.

Het psychologische stukje daar.... tja... wat zal ik daar over zeggen. Het is eigenlijk vanaf het begin al een bumpy road, maar als ik niks zeg, dan geeft dat het beste weer hoe dat stukje verlopen is. Ik mag niet mailen, bellen en beeldbellen is voor mij geen optie en dus hield het even op. Grappig dat juist deze discipline in deze bijzondere situatie niet van protocollen kan afwijken, zelfs niet als dat in het belang van de persoon is. maar goed...Zoals Forest Gump zou zeggen: That's all I've got to say about that.

De veranderingen voor mij samengevat: mijn hulpverlening werd anders of lag op zijn gat, en ik kon niet meer naar mijn geliefde bioscoop. That's it.

Vooral de wereld om mij heen veranderde. Hoesten of niezen werd zo ongeveer een doodzonde (niet handig in hooikoortsseizoen). Mensen werden vriendelijker, geduldiger en na verloop van tijd kregen ze juist weer een korter lontje. En ik zag mensen met de meest vreemde maatregelen op hun hoofd met een grote boog om iedereen heen lopen. Dat vond ik misschien nog wel het lastigste.

En naarmate dit langer duurde werd er steeds vaker gesproken over een nieuw 'normaal', waarin we anderhalve meter afstand van elkaar gaan moeten houden. En ik kan het niet helpen... ik word er verdrietig en zelfs bang van.

Ik vond de afstand en de rust de afgelopen tijd eerlijk gezegd best prettig. Het is fijn als mensen uit mijn persoonlijke ruimte blijven en niet in mijn nek staan te hijgen in de supermarkt. Dat mensen me niet ongevraagd aanraken. Echt, daar heb ik van genoten.
Ook het feit dat ik zonder oordeel van en zelfs met toestemming van de buitenwereld nu de hele dag binnen mocht blijven, om daar mijn ding te doen, mijn eigen dag in te delen en mijn eigen leven in te delen, vond ik een verademing. Me niet steeds maar weer hoeven verantwoorden waarom ik wel of niet naar buiten ging, geen afspraken hebben, het gaf me rust.

Maar misschien was die rust wel hetzelfde als wat ik met vakantie heb: het is alleen maar fijn om op vakantie te zijn, omdat ik weet dat ik ook een keer terug ga. En dat deel heb ik hier dus onderschat, of misschien wel niet begrepen.

Ik ga niet terug naar normaal, naar hoe het was, al vind ik dat op zich niet zo erg.
Maar ik moet naar een situatie waar ik, als alleenstaande, bang van word.
Een nieuw 'normaal', waarbij 1,5 meter afstand de norm wordt. En dat terwijl ik altijd al zoveel afstand tot iedereen voel. Maar nu voelt het alsof ik het niet alleen VOEL, maar het ook nog eens verplicht wordt. En ik mag dan wel niet van lichamelijk contact houden, maar als ik geen familie en naasten heb, van wie krijg ik dan ooit nog een knuffel als ik er een wil?

En dat.... dat maakt me bang en verdrietig.
Ik vind een nieuw 'normaal' abnormaal en nog enger dan het corona tijdperk zelf.


ps: En mijn hoofd heeft nogal moeite met het zinnetje 'terug naar een nieuw normaal' aangezien je niet terug kan naar iets wat er voorheen niet was... maar dat terzijde.

foto: internet