12 januari 2026

Al doende leert men.... oftewel een Grinchy Kerstverhaal...

Het is alweer bijna een maand geleden, maar ik wil het toch nog even graag over Kerst hebben.

Ik ben geen liefhebber van Kerst. Ik noem mezelf dan ook wel vaker gekscherend  de Grinch. Ik zet geen kerstboom op, heb geen kerstdorpje hier in huis en de kerstlichtjes.... Tja, die heb ik hier het hele jaar door als standaard verlichting, dus ik gok dat dat ook niet echt telt.

Ik vond Kerst altijd erg ingewikkeld. Ik heb niet echt een gezellig warm nest waar ik terug naartoe kan om lekker samen te zijn. Mijn vrienden hebben hun eigen (al dan niet) gezellige nest waarmee zij (soms verplicht) de dagen door moeten brengen. Ze hebben het er maar druk mee. Als ik sommige van hen hoor vertellen, dan klinkt Kerst met zo'n nest (en als je pech hebt ook nog eens meerdere van die gezellige nesten, want ouders gescheiden enzo) als een enorm stressvolle tijd, die helemaal tjokvol verplichtingen zit, waar ik verre van jaloers op ben. 
Soms word ik wel eens uitgenodigd om bij iemand Kerst te komen vieren, maar daar ga ik zelden op in. Ik voel me het vijfde wiel aan de wagen en dat vind ik misschien nog wel erger dan deze dagen in mijn eentje doorbrengen.

Heel wat jaren was het zo, dat ik zo rond de feestdagen 'onderuit' ging. Toen er nog niet zoveel bezuinigd was, bracht ik m'n kerstdagen dan ook vaak door op een afdeling van de plaatselijke GGZ instelling. Maar ook dát was nou niet echt een omgeving waar ik wilde zijn. Dus ik besloot destijds mijn 'kijk' op Kerst te veranderen. Ik besloot dat ik Kerst voortaan zou zien als 'twee zondagen achter elkaar waarop de winkels niet open waren'. U ziet, opa spreekt, want de tijd dat de winkels op zondag nog gesloten waren, is reeds lang geleden.....

Maar door het zo te gaan zien, kwam er wel enige verandering. Ik vond het nog steeds niet leuk en vanaf het moment dat Robert ten Brink op tv ging roepen dat niemand met kerst alleen mag zijn, wilde ik nog altijd mijn tv het raam uit gooien en werd ik nog steeds emotioneel incontinent, maar ik ging niet meer onderuit. Ik bouwde mijn eigen ritueel op: een dikke tv gids kopen, zo eentje voor twee weken, daarin alle tv programma's en films aanstrepen die ik wilde zien. Vervolgens daar een lijstje en dan een 'rooster' van maken (je bent autist of je bent het niet), zelf kippenragout maken en hier allemaal heel erg van genieten. Om vervolgens amper een film van dat lijstje te kijken, maar mijn dagen in de bioscoop door te brengen, van film naar film hoppend, soms wel vier per dag. 

Hoe dan ook, Kerst bleef ingewikkeld voor me en ik zou het het liefst overslaan, maar het werd wel draaglijker.

Afgelopen jaar ging ik ergens in oktober (denk ik) met mijn vriendengroepje op 'weekendje weg'. Het was tenslotte een jubileumjaar en dus trokken we met Vrienden, Aanhang en Voortbrengsels een weekend door in een heel groot huisje. Overigens ook niet zo mijn ding, want: veel mensen, veel lawaai, veel prikkels, maar ik deed het toch. 

Dat weekend werd er geopperd om naar een Kerstshow in een nabijgelegen tuincentrum te gaan. En hoewel ik daar doorgaans ook niks aan vond, maar ook niet alleen in het huisje achter wilde blijven, ging ik mee. En weet je wat? Ik heb me kostelijk vermaakt! Je kon het zo kitscherig niet bedenken, of ze hadden het!
Ik keek m'n ogen uit: Al die lampjes, geluidjes, bewegende dingetjes. Super grappig (maar energie slurpend (en vast niet alleen die van mij, hallo stroomrekening!) dat dan weer wel.

Eenmaal terug van dat weekend had ik de smaak te pakken. Ik bezocht de lokale tuincentra met hun kerstshows en had er best lol in. Nog steeds was ik niet van plan om een kerstboom of kerstdorp mijn huis in te laten, maar zo'n show was wel ok.

En daar was Robert ten Brink dan weer....zucht...
En dus kwam de man met de hamer. 
Ik ging niet onderuit, maar ik merkte het wel meteen aan mijn stemming: die werd weer een stuk minder. 

Twee weken vóór Kerst kreeg ik griep. Hoge koorts, niet lekker, veel slapen. Griep ging over in verkoudheid, die ging over in een luchtweginfectie en vervolgens in een longontsteking (en ik ben nog steeds niet helemaal beter).
Klinkt als heel wat, maar ik had er allemaal niet zo heel veel last van, ik had alleen totaal geen energie. En dus vergat ik m'n tv gids te kopen en boodschappen te doen en ook in het maken van kippenragout had ik geen zin (lang leve de kant en klaar versie die ik al in huis had).

Ik moet eerlijk zeggen: het was eigenlijk mijn beste Kerst ooit! Ik heb geslapen, beetje gegeten, vanuit mijn bed gegamed en tv gekeken. Ik ben de deur niet uit geweest! Ik heb naar kerstmuziek geluisterd (en zelfs meegezongen) en daar enorm van genoten. Weliswaar deed ik dit alles in mijn Grinch t-shirt, Grinch sweater, joggingbroek en Grinch sokken, maar ik genoot er enorm van!

Nog steeds wil ik geen Kerstboom, geen Kerstdorpje en wil ik nog steeds dat Robert ten Brink zijn bek houdt rond Kerst, maar als de kerstmarkten open gaan komend jaar: mij vooral wél bellen (spreekwoordelijk dan, want ik neem toch niet op). Ik teken voor een Kerst als deze, minus de griep dan...

Deze Kerst was ik al iets minder Grinch dan andere jaren.
Ik was een Mini Grinch....

Maar wel een met een Kerstmuts op....

afbeelding gemaakt met chat gpt


2 januari 2026

Levenshaast.....oftewel: help ik ben vijftig!

Vandaag is het dan zo ver... Ik ben jarig en ik mag maar liefst 50 kaarsjes uitblazen. In theorie dan, want ik denk niet dat er überhaupt 50 kaasjes op een taart passen. Maar aan de andere kant, als je ze er wel alle 50 in zou krijgen, dan staan ze zó dicht bij elkaar, dat je ze ook makkelijk in één keer uit kunt blazen, zonder dat je al te veel lucht hoeft te verspillen. Maar goed, mijn brein waait weer eens alle kanten op behalve de goede... Zal de leeftijd wel zijn. 

Nee, even zonder gekheid. 
Ik word dus 50 jaar vandaag en dat vind ik best wel een dingetje. Ik beloofde mezelf namelijk ooit dat ik nooit 30 zou worden. Ik vond het leven immers niet leuk en van mij hoefde het allemaal niet zo nodig. En het idee dat ik qua leeftijd wellicht de genen van mijn grootouder geërfd zou kunnen hebben en dan dus nóg heel lang in dat niet leuke leventje door moest, maakte dat ik mezelf die belofte destijds deed. Maar ja.... U ziet... gaandeweg ging er iets mis (of juist goed, het is maar hoe je het bekijkt) en ben ik inmiddels ruimschoots 'over de datum'.

Ik zei het al, 50, een dingetje. Het is niet zo dat ik nu denk dat ik stokoud ben, of dat ik me ineens heel erg volwassen moet gedragen, want die illusie heb ik niet: al word ik 250 jaar, mijn hoofd en hart zullen nooit volwassen worden (hoop ik). 

Het is meer dat ik me ineens heel erg realiseer dat ik waarschijnlijk al (ver?) over de helft van mijn leven ben. Of zoals dat in mijn redelijk fatalistisch ingestelde brein gaat: dat ik bijna dood kan gaan. En dát idee zorgt de afgelopen weken voor een soort van paniek. 

Ik had nogal wat medische klachten de afgelopen tijd. Niks super heftigs (denk ik, want hé medisch mirakel als ik ben, komt men er niet zo goed achter wat het nou precies is), maar gewoon wat verontrustende dingen die ik niet kan plaatsen. Bloedwaardes die volledig in de war zijn, een ijzertekort wat maar niet onder controle te krijgen leek, en pats boem ineens bij een standaard controle op de genderpoli (min of meer uit het niets) een diagnose van diabetes type 2. En ja.... ik ben veel te dik, dus helemaal uit het niets is het laatste dan niet, maar toch, ik ben al mijn halve leven veel te dik en niemand die ooit bedacht heeft: laten we Mick eens op diabetes testen.....

Al die dingetjes die ik nu in mijn lijf voel en die 'nieuw' zijn, die maken dat mijn brein op hol slaat en dat ik in de 'oh jee, dadelijk ga ik dood' modus schiet. Zwaar overdreven, ik weet het, maar dat maakt dat paniekgevoel niet minder. 

En ergens vind ik het ook wel heel komisch dat juist ik, die nooit 30 wilde worden, maar nu ineens 50 is, zich zorgen maakt over het feit dat het leven nu gewoon op kan houden. Dat is op zich een goed teken, want dat betekent dat ik het leven blijkbaar nu best wel leuk vind en ik nog best een tijdje zou willen blijven!

Ik MOET ook gewoon nog wel even blijven, want er zijn nog zoveel dingen die ik wil en moet doen. En dan heb ik het niet over grote of grootse dingen, want de grote dingen in mijn leven die ik wilde, heb ik tot nu toen ook gewoon al gedaan. Het gaat meer over het feit dat er nog zóveel boeken te lezen/luisteren zijn, nog zóveel wandelingen te maken, nog zóveel borduurpatronen die ik wil maken, nog zóveel spelletjes die ik wil uitproberen, nog minstens één pull up kunnen maken en ga zo maar door. 

Dat gevoel, dat ik al die dingen nog wil doen, geeft me een opgejaagd gevoel. Het zorgt voor een zekere levenshaast. Het maakt dat ik geen seconde stil wil zitten en het gevoel heb dat ik altijd, iedere minuut van de dag iets MOET doen, want straks.... straks kan dat niet meer... En dat gevoel van levenshaast vind ik niet echt een prettig gevoel.

Is dit het gevoel van wat men een midlife crisis noemt? Geen idee. Ik heb geen plannen om mijn leven drastisch om te gooien of om mijn motorrijbewijs te halen en een motor te kopen. 
Ik vind dat ik mijn leven de afgelopen drie jaar meer dan genoeg veranderd heb en geniet van de rust die dat me gegeven heeft en nog steeds geeft. Maar die rust word nu wel een beetje verstoord door die levenshaast. 

Dus tja, als u het niet erg vind, dan ga ik even proberen om me neer te leggen bij het feit dat het is zoals het is: waarschijnlijk ben ik over de helft. En dat is helemaal ok. 

En ja, er zijn heel veel dingen die ik nog wil doen, maar dat zal over 100 jaar niet anders zijn. En ik kan me nu laten opjagen door die levenshaast van me, maar daar gaat het gevoel van dingen willen en moeten doen niet mee weg. En dus ga ik nu maar eens even een half uurtje op de bank zitten.... niks doen....

Genieten van het feit dat ik het al zo ver geschopt heb.
Proost!

afbeelding gemaakt met ChatGPT


17 december 2025

De positieve kant van ziek zijn….. oftewel hoe krachten ineens succesvol gebundeld kunnen worden…

De afgelopen weken was het weer eens zo ver: ik was ziek. 
Ik ben wel vaker ‘niet lekker’, maar echt ‘ziek’, dat ben ik geloof ik niet zo heel vaak. Gelukkig maar, want ik ben er ook erg slecht in! 

Afgelopen week had ik griep, tenminste dat gok ik, want naar de huisarts gaan om vervolgens te horen dat ik ‘voldoende moet drinken’ en ‘paracetamol in moet nemen’ en ‘terugkomen als het niet over gaat of erger wordt’, vind ik persoonlijk een beetje zonde van ieders tijd, dat kan ik immers zelf ook nog wel bedenken. 

En hoewel ik dat prima ook zelf kan bedenken, is de uitvoering van die adviezen nog niet zo heel simpel hier. Ik ben nooit alleen, dus ik ben ook nooit alleen ziek. De hoofdbewoners doen ook hierin net zo goed mee als in al het andere in mijn leven. En ook hiervoor geldt dat iedereen er op zijn of haar eigen manier mee omgaat. 

De jongste telg wil vooral veel knuffelbeesten om zich heen, de oudste puber wil vooral met rust gelaten worden, de jongste puber ziet het als een prachtig moment om ‘de baas te spelen’ en zoveel mogelijk te gamen. En ikzelf? Nou…. Ik weet het zelf niet zo heel goed, want ik raak op dit soort momenten nog eens extra tijd kwijt. Meer dan normaal al het geval is dus. 

Ik denk dat dit voor een deel komt omdat iedereen dus anders met de situatie omgaat en daar tijd en ruimte voor nodig heeft, maar ook omdat ik niet op m’n best ben, me ellendig voel en dan nog minder in staat ben om me te verzetten tegen het ‘switchen’. Dat geeft de anderen dan natuurlijk een grotere en makkelijkere kans om over te nemen en hun ding te doen. 

Op zich vind ik dat allemaal niet zo erg. We hebben immers regels over het overnemen en ik weet dat er minstens één volwassene meekijkt en zich met dingen bemoeit als dat nodig is en ik het even niet kan. Ik vertrouw erop dat het systeem, dat al zó lang gevochten heeft om (soms tegen wil en dank) me in leven te houden, nu geen rare acties uit gaat voeren om al die moeite (en mij daarmee) ineens om zeep te helpen. Ik blijf erop vertrouwen dat ze alles doen vanuit hun wil (en drang) om te ‘helpen’. Maar omdat ik heel veel tijd kwijt ben en vaak niet weet wie, wanneer en hoe lang aan de macht is geweest en wat er in die tussentijd gedaan is, vind ik dat bij ziek zijn best een beetje spannend. 

In Nederland wordt er in de medische wereld best veel en vaak gestrooid met het toverwoord ‘paracetamol’. Alsof het heel onschuldige snoepjes zijn die geen enkel kwaad kunnen. Maar dat vind ik dus best wel een dingetje, want paracetamol is helemaal niet zo onschuldig. (Sterker nog, ik kreeg ooit de onbedoelde tip van een hulpverlener dat als je zeker wilde zijn dat je dood ging, (langzaam en pijnlijk, dat dan weer wel), dat je dan een overdosis paracetamol moest slikken). En sinds die verspreking ben ik best een beetje huiverig voor de combinatie van ‘switchen’ en medicatie innemen, waarbij paracetamol dus in het bijzonder. 

En dus was het een geruststellende gedachte dat ik, toen ik weer wat minder koortsig was en meer tijd zelf in mijn lijf doorbracht, ik in de keuken op m’n maaltijdplanner een overzichtje vond, met in plaats van de maaltijden van de afgelopen tijd, de tijdstippen en medicijnen die ingenomen waren. Toen ik hiernaar vroeg kreeg ik te horen dat dit samen bedacht was door de twee pubers. Op die manier konden ze allemaal los van elkaar tijd pakken, medicijnen nemen als ze dat nodig vonden, zonder dat er teveel of te snel ingenomen werd. En dat stemt me dan toch wel heel gelukkig: ze kunnen elkaar het leven heel zuur maken, maar soms werken ze ook verdomd goed samen en lijken ze gewoon bijna volwassen en verstandig. 

M’n koorts is inmiddels echt wel verdwenen, maar we zijn nog steeds niet helemaal lekker, maar langzaamaan begint er weer wat leven terug te komen. En dat vinden de heren in mijn hoofd dan ergens ook wel weer een beetje jammer, want zoveel tijd voor zichzelf….. daar hebben ze weinig problemen mee. Zelfs als ze zich niet zo lekker voelen….

bron: eigen creatie




1 december 2025

Time flies…. Oftewel, happy T-day to me!

Vandaag zit ik exact 3 jaar aan de testosteron, dus eigenlijk vier ik een soort van feestje vandaag. Waar ik drie jaar geleden nog een beetje verdrietig was, dat ik niet meteen de injecteerbare testosteron versie kreeg en het moest doen met de mysterieuze ‘gel pompjesvariant’, weet ik nu dat, ook al snap ik niet goed hoe het kan, er blijkbaar ook genoeg werkzame stof zit in ongelijkmatige pomp bewegingen. 
Hoe het werkt, geen idee, maar het werkt prima want er is een hoop veranderd sinds dat eerste pompje. Ik schreef er hier, bij mijn eerste T-day feestje al wat over, maar omdat we nu weer twee jaar verder zijn, ga ik het nog een keer doen.

De eerste verandering die ik merkte, was de rust in mijn hoofd. Gelukkig zijn mijn stemmen er nog steeds, dus helemaal rustig is het niet (en zal het hopelijk ook nooit worden). Maar ik bedoel dat de onrust enorm gekalmeerd is. Ik hoef niet over alles meer te piekeren en te overdenken. Dat doe ik nog steeds wel hoor, het is immers geen wondermiddel en Mick blijft natuurlijk gewoon Mick: overdenken en piekeren is ook een beetje de aard van het beestje, maar het is echt zóveel beter geworden. 

Mijn ex-woonbegeleider noemde het ‘beter kunnen relativeren’, maar ik weet niet zeker of dat het is. Want vaak IS er simpelweg niets om te relativeren. Waar ik eerst 1000 scenario’s kon bedenken en bekritiseren, is er nu simpelweg ‘het script’. Ik hoef vaak niet zelf van alles te verzinnen, het is gewoon zoals het is. En geloof me: dat is lekker!?!

Doordat ik minder hoef te (over)denken, kan ik dingen makkelijker los laten en is er ruimte om te kiezen waar ik mijn energie in wil steken: wil ik deze discussie aangaan, of zal ik het lekker laten gaan? En steeds vaker laat ik dingen gaan. En dat geeft veel rust en ruimte en dat komt mijn geestelijke gezondheid ten goede!

Het andere wat meteen merkbaar was, was de haargroei. Ik wist niet dat overal, maar dan ook echt overal haar kon groeien. En dat doet het dan ook heel enthousiast. De enige plek waar dat haar dan weer niet zo hard groeit, is op/uit mijn hoofd. Mijn baard wordt maar niet echt vol, mijn snor ook niet. Ik ben er ook nog niet over uit of ik dat zou willen, maar om dat te kunnen beslissen, moet ik het denk ik eerst eens gezien hebben. Tot die tijd, loop ik dus rond met een ‘net niet baard’, maar een mens moet ergens beginnen toch? 
En ja, na drie jaar testosteron geloof ik dat die ‘receding hairline’ toch ook wel echt een dingetje is. Of ik daar blij mee ben, dat weet ik niet, maar ook hiervoor geldt: het is wat het is, ik kan het niet veranderen, dus maak ik me er maar gewoon niet druk om.

Libido werd ook een dingetje. Voor iemand die zichzelf als a-seksueel zag en de psychologen van het VU zo ongeveer uitlachte toen ze me erop wezen dat dat wel eens zou kunnen veranderen en het goed zou zijn als ik daar een uitlaatklep voor zou hebben, begrijp ik nu maar wat goed, wat ze destijds probeerden te zeggen. Het feit dat ik ook nog eens anderhalve puber in mijn hoofd heb die óók op seksuele ontdekkingstocht zijn (gegaan) , tja, daar zou ik een heel boekwerk over kunnen schrijven. Maar als ik één ding ook wel geleerd heb in die afgelopen drie jaar, dan is het wel dat seksualiteit (in welke vorm dan  ook) volgens iedereen dan wel geen taboe zou moeten zijn, maar dat het dat stiekem tóch wel gewoon is. Daarover praten (en ook schrijven) vind ik dan ook lastig. Niet omdat ik het niet wil, maar meer omdat ik denk dat de ander het niet wil. 
Maar goed…. Laat ik het zo zeggen: Het Duracell konijn in mij begint zijn plek te vinden, maar de batterijen zijn nog lang niet op….

Mijn stem… ja, die is een stuk lager geworden. Een stuk ‘vaster’ ook, dus ik begin langzaam weer te snappen hoe ik een liedje mee kan zingen op de radio, maar nog steeds krijg ik van te hard of teveel praten (en dus ook zingen) snel keelpijn. 

Het fijne aan deze lage stem en de ‘net niet baard’ is, dat mensen nu echt wel gestopt zijn met mevrouw zeggen en dat vind ik echt heel fijn. Hoewel ik me ook niet echt een man voel (ik voel me gewoon Mick) is het een verademing om niet meer voor vrouw uitgemaakt te worden, want dat was ik ZEKER niet. Het misgenderen is veel minder geworden, maar als het dan toch nog eens gebeurt (het meest  bij vrienden en bekenden) dan raakt dat misschien nóg wel dieper dan voorheen. Juist vooral omdat het het vaakst bij vrienden en bekenden gebeurt. Ik doe mijn best om daar niet te veel van te laten merken, maar die kleine ‘slip ups’ kunnen me echt onderuithalen en weer even terugbrengen waar ik vandaan kwam. (Het trekt alleen sneller bij)

Kortom, ik ben heel blij met al deze veranderingen en er zijn er nog veel meer. Ook daar kan ik een boek over schrijven. Vooral ook hoe al deze veranderingen niet alleen door mij ondergaan werden, maar ook door mijn hoofdbewoners. En het is best fascinerend om te zien en merken, hoe zij hier allemaal op hun eigen manier mee omgaan en op reageren.

Toch is niet alles koek en ei. Mijn bloedwaarden waren de afgelopen drie jaar een puinhoop, en dat zijn ze nog steeds. Ik ben natuurlijk ook gewoon te dik en dat heeft daar ook veel invloed op, maar afvallen lukt me nauwelijks (en geloof me: ik doe mijn best en werk hard). In je bloed zit het stofje ‘hematocriet’, dit bepaalt (oa) de dikte van je bloed. Toen ik begon met de testosteron zat ik al best hoog, maar door het gebruik van de testosteron, steeg dat ook nog eens. Dat kan gevaarlijk zijn/worden, en een manier om dat een beetje in de hand te houden is ‘aderlaten’. Klinkt middeleeuws, maar om het wat moderner aan te pakken ben ik bloeddonor geworden. Zo wordt er met regelmaat een halve liter bloed afgetapt en kan ik die waarde enigszins in toom houden. Maar….
Als je dat dus te vaak doet (en omdat ik van lettertje in mijn paspoort wisselde, mocht ik ineens wat vaker komen), dan krijgt je lijf niet genoeg tijd om die voorraad weer aan te vullen. Lang verhaal iets minder lang: ik kreeg een ijzertekort, maar zonder bloedarmoede. Dat ijzertekort moest behandeld worden met ijzertabletten waardoor het ijzergehalte in mijn bloed omhoog ging. Maar ja, de andere twee waarden die de dikte van je bloed bepalen (hemaglobine en dus de hematocriet) gingen ook omhoog, en dat mocht dus niet! Kortom: een lastig dilemma! Want zowel het ijzertekort als het te dikke bloed, kunnen voor problemen zorgen. 

Ik heb behoorlijk wat behandelingen en onderzoeken ondergaan om te kijken wat er voor zorgt dat mijn ijzergehalte zo laag is (en blijft) maar daar kwam niet zoveel uit. Voorlopig is het nog een beetje een mysterie hoe het kan, maar ook hoe het aangepakt kan worden. Want, story of my life, ik heb weer eens een combinatie die niet vaak voorkomt en waarvan de artsen ook even niet weten wat ze ermee moeten. 
In mijn laatste afspraak met de endocrinoloog (de hormonen dokter) viel dan ook het zinnetje waar ik zó vreselijk bang voor ben : ‘als we het niet onder controle krijgen, dan is stoppen met de testosteron een reeële optie’. En dat betekent dat een aantal dingen terug zullen veranderen, en dat gaat mijn geestelijke gezondheid niet bevorderen.

Maar als ik één ding van deze drie jaar geleerd heb en héél zeker weet, dan is het dat ‘terug naar waar ik vandaan kom’ geen optie meer is. Dat kan en wil ik niet meer.

Fingers crossed dan maar, dat we het onder controle gaan krijgen….want aan het alternatief wil ik niet denken.

bron: gevonden op internet



10 oktober 2025

De taken van ouders... oftewel verwend of verwaarloosd?

Als je me echt zou kennen, dan zou je weten dat ik nooit echt een veilige thuissituatie heb gehad. Naar de buitenwereld toe, leek alles koek en ei en leek er niks aan de hand en had ons gezin alles goed voor elkaar. Binnen die vier muren van het huis, achter de gordijnen, was dat toch net iets anders. (Althans, zo zie en ervaar ik dat als volwassen Mick). 

Aan materiële zaken heb ik nooit een gebrek gehad, sterker nog, als ik ook maar ergens (per ongeluk hardop) liet vallen dat ik iets mooi vond (zonder het te willen hebben overigens, dan kwam het er vaak ook. En zelfs nu het contact bestaat uit een handjevol appjes per jaar, moet ik enorm opletten wat ik schrijf, want als ik bij wijze van spreken als grapje schrijf dat mijn oven zo traag werkt (wat dan niet daadwerkelijk het geval is, maar een grapje, want ik heb gewoon niet zoveel geduld en wél honger), dan kan het zomaar gebeuren dat er twee dagen later ongevraagd een gloednieuwe oven bezorgd wordt via een pakketdienst, of dat er geld op mijn rekening gestort wordt met de mededeling ‘voor een nieuwe oven’. 

Veel mensen zullen misschien denken: waar zeur je over, ik wou dat ik zulke ouders had. Of: wat ben jij ondankbaar, dat je dat niet waardeert. En al die mensen zullen vanuit hun oogpunt vast gelijk hebben, Maar ik ben hier serieus écht niet blij mee. En ja, ik voel me met regelmaat een rete-ondankbaar en verwend kind. 

Maar elk verhaal heeft twee kanten, en mijn gevoel hierbij komt ook echt wel ergens vandaan. 

Ik heb al heel jong geleerd thuis, dat niks voor niks was. Als je iets kreeg, dan werd er iets voor terug verwacht. En dat klinkt heel logisch en wellicht zelfs heel redelijk, maar als iemand jou iets geeft waar je niet om gevraagd hebt, wat je niet nodig hebt en eigenlijk ook niet wil hebben en je moet daar verplicht dankbaar voor zijn, dan is dat best naar. Zeker als je dat bijna 40 jaar later nog steeds te horen krijgt. In de vorm van ‘wij hebben in 1986 het nieuwste en duurste merk sportschoenen voor jou gekocht en jij wil nu, in 2025, niet eens even iets voor mij halen, je mag wel wat dankbaarder zijn’.  En dit voorbeeld ziet er misschien belachelijk en ongeloofwaardig uit, maar het is een recente letterlijke tekst uit de paar appjes die er dus per jaar gestuurd worden. 

De conclusie: ik moet enorm dankbaar zijn, voor alles wat ik allemaal (ongevraagd) gekregen heb. Maar feit is: ik ben als volwassen Mick de laatste tijd, vooral heel boos om wat ik allemaal niet gekregen heb en waar ik veel meer aan gehad zou hebben dan al die spullen: namelijk: aandacht, liefde, geduld, vertrouwen en me voorbereiden op het leven als volwassen Mick. 

Mijn ouders hadden als ‘opvoed stijl’: kinderen moeten zelf vragen om wat ze nodig hebben. Als ze iets willen weten, of iets nodig hebben, dan weten ze dat ze bij ons terecht kunnen’.  Op zich een mooi streven, maar om dat te kunnen doen, moet het wél veilig voelen om je vragen te kunnen stellen.
 
Op het moment dat je als onzeker kind op de bank zit en naar een kennis quiz kijkt met je ouders en iedere keer als een deelnemer iets niet weet of het antwoord fout heeft, de deelnemer belachelijk wordt gemaakt en er steeds opnieuw geroepen wordt ‘Jezus, dat je dát niet weet! Hoe dom ben je dan?’ (Terwijl jij het antwoord ook niet wist), dan maak je de kans dat je kind met een vraag over iets dat het niet weet naar je toe zal komen, steeds kleiner. Want, tja, blijkbaar ben je dom als je dingen niet weet en blijkbaar is dat heel erg, dom zijn…
Als je dat je hele leven in allerlei vormen hoort, dan zit er al gauw in je systeem dat je niet ‘dom’ mag zijn en dat je ‘eigenlijk alles moet weten’. 

Toen ik als jong Mickje nog op de middelbare school zat, snapte ik soms mijn huiswerk niet, terwijl ik dat toch wel degelijk voor een proefwerk moest weten. Heel af en toe, moest ik dan wel om hulp vragen en omdat mijn moeder helemaal niet begreep wat ik moest doen (die mocht blijkbaar wel ‘dom’ zijn), werd helpen bij huiswerk de taak van mijn vader. Maar Mick is Mick, altijd al geweest. Mick wil dingen begrijpen en neemt niet zomaar, zonder uitleg of reden, iets aan.
Dus als ik de stelling van Pythagoras moest leren, dan kon ik best wel opdreunen dat A² + B² = C²  was, maar ik wilde weten, waaróm dat zo was, wat het precies betekende? 

Een Mick met een drang naar uitleg en duidelijkheid, een vader met erg weinig geduld en een standaard antwoord ‘omdat dat gewoon zo is’, gingen niet goed samen en dit heeft met hele grote regelmaat tot (hele heftige) ruzies geleid. En hoe verder ik kwam op school, hoe meer ik erachter kwam dat mijn vader ook niet zo slim was als hij dacht te zijn en kon hij me niet meer helpen met m’n huiswerk.

Toen ik het huis uit was en voor de eerste keer belastingaangifte moest doen, vroeg ik mijn vader nogmaals om hulp: wil je dat alsjeblieft SAMEN met me doen, zodat ik het leer en volgende keer zelf kan doen. Maar ook hier, begreep ik dingen niet (snel genoeg) en vroeg ik blijkbaar te vaak waarom dingen zo waren. Dat mijn vader op veel van mijn vragen onmogelijk een voor mij bevredigend antwoord kon geven, snap ik nu ook wel, maar wat er gebeurde was, dat mijn vader boos werd, geen geduld meer had en het dan VOOR mij ging doen, zonder enige uitleg. Met als gevolg dat het wél geregeld was, maar dat ik het jaar daarna, exact hetzelfde probleem had. En ik werd er steeds onzekerder van, ging me steeds dommer voelen, terwijl ik dat eigenlijk echt niet ben. 

En zo ging het met alles wat je als 18 jarige zelf moet gaan regelen: verzekeringen noem maar op: als ik vroeg kunnen we daar SAMEN naar kijken, dan duurde het hem te lang en deed hij het VOOR mij, want dat was sneller. “Het is nu toch geregeld, maak je niet druk.” Als ik vroeg om uitleg, kreeg ik te horen dat ik die nog wel een keer zou krijgen, maar die ‘keer’ is tot op heden nooit gekomen. 

Ik heb dus nooit geleerd om dit soort dingen zelf uit te zoeken of te doen. En ik merk dat de angst om dom te zijn, om dingen niet te weten, niet te snappen, me tot op de dag van vandaag compleet verlamt. Ik sla compleet dicht en neem niks op als een ander het probeert uit te leggen, of ik zelf dingen probeer uit te zoeken door informatie te lezen. Ik raak in paniek, klap dicht en het lukt me nog steeds niet. 

Afgelopen weekend gebeurde er weer iets waardoor ik weer eens met m’n neus op deze feiten werd gedrukt. Schade aan de auto, verzekeringskwestie, ‘gewoon even doorgeven aan je verzekering’. En bij het woordje ‘gewoon’ schiet mijn hoofd in paniek en klap ik dicht, want voor mij zijn deze dingen niet gewoon. Ik snap ze niet, ik begrijp ze niet, al leg je het 1000x uit, het komt niet binnen. En als ik de eerste stap al voor elkaar gekregen heb, dan volgen er nog een heleboel van die ‘gewone’ vervolgstappen, die ik OOK niet geregeld en verwerkt krijg, met als gevolg dat ik jankend op de bank zit te wachten tot ik dood ga, want dan hoef ik het niet meer te regelen.

En ja dat klinkt vast heel overdreven, maar ik word hier zo wanhopig van, van dat dom voelen, dat dit daadwerkelijk is wat er gebeurt. 

Volgens de Nederlandse wet is de taak van ouders dit: 
De taken van ouders zijn primair gericht op de verzorging, opvoeding, en het ondersteunen van de ontwikkeling van hun kind tot een zelfstandige volwassene. Dit omvat het bieden van een veilige, liefdevolle en gestructureerde omgeving, het voorzien in levensbehoeften zoals eten en onderdak, en het overdragen van kennis en waarden. Ouders zijn hierin wettelijk verantwoordelijk en moeten altijd het belang van het kind vooropstellen, waarbij ze rekening houden met de leeftijd en ontwikkeling van het kind. (bron: Kinderrechten.nl) 

En als ik dat dan zo lees, en ik denk aan wat sommige mensen over me zeggen: verwend en ondankbaar, dan doet dat best pijn…
Dan kan ik eigenlijk alleen maar concluderen, dat mijn ouders maar aan erg weinig punten van deze omschrijving voldaan hebben. Ja, ik had een dak boven m’n hoofd en meestal had ik eten. Ik had veel spullen, maar de rest uit die omschrijving? Nee, dat was er niet en dat had ik veel liever gehad dan al die spullen bij elkaar. 

Als iemand me weer eens verwend noemt, dan probeer ik me maar vast te houden aan de wijze woorden die een psychiater ooit sprak: “Verwend zijn is eigenlijk een vorm van verwaarlozing”.

En hoewel ik het hier inmiddels roerend mee eens ben, neemt het mijn rotgevoel en het gevoel om keer op keer te falen als volwassene in deze maatschappij niet weg.

bron: plaatje in een artikel in NRC Handelsblad




26 september 2025

Moe, Moeier, Moeist……oftewel ik weet het even niet meer.

Het is weer eens zover… ik heb weer een dag waarop ik m’n ene voet nauwelijks voor de andere krijg. Nu heb ik dat wel vaker, zeker de laatste anderhalf jaar, maar vandaag is dat niet zo handig aangezien ik in Amsterdam ben en ook nog veilig in Zuid-Limburg aan dien te komen. En tussen die twee punten zit dan ook nog een hele dag vol ziekenhuisafspraken waarbij het de bedoeling is dat ik opsla wat mensen tegen me zeggen, intelligente en minder intelligente vragen hoor te stellen, kortom: aanwezig en alert hoor te zijn. En eerlijk is eerlijk, ik voel aan alle kanten dat me dat vandaag niet gaat lukken, maar ik heb niet heel veel keuze, het moet.

Omdat ik weet dat zo’n hele dag ziekenhuisafspraken in combinatie met de afstand en dus het reizen er altijd best wel inhakt, vroeg ik een kamer aan in het (naast het ziekenhuis gelegen) gastenverblijf. Op die manier hoef ik op de dag zelf niet al ‘midden in de nacht’ weg om op tijd op mijn afspraken te verschijnen en kan ik de in theorie uitgerust aan m’n dag beginnen. Het gastenverblijf is een geweldig initiatief!

Maar het gastenverblijf heeft niet altijd een kamer en deze keer leek het erop dat het niet zou gaan lukken. En als mijn hoofd daar dan stiekem wel op gerekend had en het dan toch anders blijkt te gaan, dan levert dat extra stress op. Ik was dan ook dol gelukkig toen ik gisteren alsnog een bericht kreeg dat ik onverwacht toch kon komen. Dus vol goede moed vertrok ik met de trein naar Amsterdam.

Alles zat mee, de bus kwam op tijd, de NS reed helemaal op tijd, ik haalde elke aansluiting en bij aankomst was het vroeger dan ik dacht en ook nog eens hartstikke mooi weer in Amsterdam en had ik tijd om dát te gaan doen, wat al heel lang op mijn lijstje stond: wandelen in het Amsterdamse Bos. Vol energie vertrok ik en koos een wandeling uit, maar al vrij snel was ik door m’n energie heen en halveerde ik m’n wandeling. Het was nog steeds lekker en prachtig hoor, maar ik baalde wel dat ik niet dát kon doen wat ik gewild had, gewoon omdat mijn lijf het niet toe laat. Iets wat de laatste tijd weer steeds vaker gebeurt. En dus keerde ik enigszins verdrietig terug naar het Gastenverblijf.

Het slapen was ook geen succes. Of ik nu thuis in mn bed lig of elders, het maakt niet uit, slapen lukt niet. En dus begin ik vandaag alsnog doodop aan m’n dag.

En ik merk dat ik een beetje bang begin te worden. Is dit vermoeidheid door de medische klachten waar maar geen oorzaak voor gevonden kan worden die de klachten écht kunnen verklaren? Of komt die verrekte vermoeidheid tóch gewoon weer door de vallende blaadjes en steekt de herfst/winterdepressie ongemerkt stiekem toch weer zijn lelijke kop op? Ik weet het niet, maar ik word er echt verdrietig van.

Iedere keer als ik m’n moed bij elkaar raap en tegen mn hulpverleners durf te beginnen over het niet slapen, of me niet goed voelen, krijg ik steeds opnieuw dezelfde, goedbedoelde, maar voor mij onmogelijke vraag: wat moet er gebeuren, wat kunnen we daaraan doen?

En die vraag is natuurlijk prachtig, je geeft me de ruimte om te putten uit mijn eigen ervaringen want ik ken mezelf immers het beste. Maar guess what? Als ik wist wat er gedaan kon/moest worden om dit te voorkomen of verhelpen, dan had ik het inmiddels al lang gedaan, denk je niet?

Ik weet even niet wat er moet gebeuren, wat helpt, en ik ben ook gewoon té moe om het te bedenken. En ik weet wel dat mn hulpverleners ook niet kunnen toveren enzo, maar als ik dan eindelijk de moed heb om het te zeggen en ik krijg dan te horen ‘dat is rot voor je’ en ze gaan vervolgens naar huis om weekend te vieren…. Tja, waarom zou ik het dan nog zeggen? Dan bespaar ik mezelf liever die teleurstelling, want in mijn oren klinkt dat toch een beetje als ‘zoek het zelf maar uit’.

Ik vind het moeilijk om het tegen mn hulpverlening te zeggen. Om de reden die ik hierboven schrijf, maar ook omdat ik me schaam of zo. Als het namelijk inderdaad door de herfst/winterdepressie komt, dan is het de zóveelste keer dat het me overvalt. En hoe dom kun je dan zijn? Als je weet dat het gaat komen, gewoon omdat het ieder jaar opnieuw gebeurt, en dat je er dan toch gewoon wéér ingetrapt bent?

Toen ik met de testosteron begon, is mijn leven veranderd. Sindsdien gaat het echt veel beter met me en mijn ‘slechte’ periodes zijn al lang zo ‘slecht’ niet meer. Maar mijn huidige hulpverleners hebben geen vergelijkingsmateriaal: ze zijn namelijk allemaal bij mij begonnen nadat ik met de testosteron begonnen ben. Zij kennen dus alleen de ‘slechte’ periodes van nu. En de laatste anderhalf jaar (sinds mijn ijzergebrek opspeelt) voelt het soms alsof ik alleen maar slechte periodes heb, alsof ik niet de vrolijke, blije Mick geweest ben, die ik zeer zeker óók kan zijn. Het voelt soms alsof het alleen maar ‘slecht’ gaat, terwijl slecht al zoveel beter is dan het ooit was! Terwijl het eigenlijk goed en slecht tegelijk gaat (maar hoe leg je dat in vredesnaam uit?)

En dus vind ik het rot om het tegen ze te zeggen, gewoon omdat ik bang ben dat ze me maar een negatieve zeikerd vinden, met wie het altijd alleen maar slecht gaat, die alleen maar kan klagen. En dat terwijl ik ook zeker echt wel geniet van hele kleine (en grotere dingen). 

En dus trek ik me terug, hou m’n mond er maar over, ga minder de deur uit, ga m’n afspraken afzeggen, ook met hen. Een soort van onbewust ‘als ik het dan toch zelf op moet lossen, dan zoek ik het ook wel zelf uit en doe ik het wel alleen’.


Want misschien ligt het aan mij, maar ik voel me het liefst ellendig in m’n eentje.

Terwijl ik eigenlijk juist zó hard hulp zou willen hebben.




20 september 2025

Wereld Suïcide Preventie Week en Euthanasie op grond van ondraaglijk, uitzichtloos psychisch lijden.... oftewel het trieste verhaal van Sander

Dit is een blog die ik al heel lang wilde schrijven, maar ik vond het best wel ingewikkeld om er woorden voor te vinden. Dit is geen autobiografisch stuk (voor ik lief bedoelde, maar onnodige zorgelijke reacties krijg), maar wel op waarheid gebaseerd. Het onderwerp ligt nogal gevoelig, dus als je moeite hebt met suïcide en/of euthanasie: klik dan maar weg, om jezelf te beschermen, ik zal het je niet kwalijk nemen. 

Van 8 t/m 14 september 2025 was het Wereld Suïcide Preventie Week. Dus eigenlijk komt deze blog als mosterd na de maaltijd. En tegelijkertijd denk ik dat het altijd, het hele jaar door Suïcide Preventie week zou moeten zijn, dus deze blog komt ook gewoon precies op tijd.

-----------

Ik zit al heel lang in het psychiatrisch systeem. Ik kwam er terecht rond mijn 15e en ik loop er al 35 jaar rond. In al die jaren heb ik veel en vaak met de dood geworsteld. Ik zei vaak dat ik dood wilde, meende dat ook, maar ik was niet zozeer suïcidaal, ik was levensmoe en dat was (en is) wat mij betreft een groot verschil. Ik schreef daar destijds al eens een blog over.
Tijdens die jaren in het systeem kwam ik vele vrienden tegen die ook met de dood worstelden en helaas heb ik best veel van hen aan die worsteling verloren. Dit verhaal gaat over een van mijn vrienden, die ik voor het gemak de naam Sander ga geven.*

Sander kwam al heel jong, voordat hij volwassen was, in het psychiatrisch systeem terecht. Hij kreeg destijds de diagnose Borderline Persoonlijkheidsstoornis. Sander ging kliniek in, kliniek uit en werd uiteindelijk voor lange tijd (lees: jaren) opgenomen. Niet één keer, maar meerdere keren. 

Sander riep al heel vroeg dat hij dood wilde en hij deed ook aardig zijn best om dat voor elkaar te krijgen. De opnames die hij had, konden hem daar niet van weerhouden en hij bleef het roepen. 

Er werd tijdens die opnames, maar ook als hij niet opgenomen was, niet zoveel met hem gedaan. Een behandeling kreeg hij niet: mensen met Borderline waren immers niet te behandelen. Een persoonlijkheidsstoornis ging nooit meer over en het hoogst haalbare was blijkbaar 'ermee leren leven'. Dat is wat Sander keer op keer te horen kreeg. Geen behandeling, want dat zou de boel alleen maar erger maken, leer er maar mee te leven. En dat deed Sander. 

Hij probeerde ermee te leren leven. Niemand vertelde hem hoe, dat moest hij zelf maar uitvogelen, wel kreeg hij stapels pillen om hem rustig te houden. Dat hielp verder niks, behalve dan het aanleggen van voorraden om weer een nieuwe poging te doen om zich van het leven te beroven. En ook jaren na de opnames, als ambulante patiënt, zoals dat dan zo mooi heet, kreeg hij geen behandeling, het antwoord bleef steevast: leer er maar mee leven.

Sander werd ouder en ouder. Het leven werd niet leuker, werd niet makkelijker en het 'ermee leren leven' viel hem zwaar. Sterker nog: hoe ouder hij werd, hoe meer hij tot de conclusie kwam, dat het hem niet lukte. Hij was inmiddels, 10, 20, 30 jaar verder en zijn wens was nog steeds hetzelfde: ik wil niet meer, ik kan niet meer, ik wil dood. 

Er is in al die jaren voor patiënten echt nog niet zo heel veel veranderd in hulpverleningsland (sorry hulpverleners die denken en vinden dat dat wél zo is), maar er is wél een wetgeving gekomen omtrent euthanasie bij ondraaglijk psychisch lijden. Dus waar dat eerst alleen mogelijk was in gevallen van ondraaglijk medisch/lichamelijk lijden, werd dit nu ook mogelijk voor ondraaglijk psychisch lijden. 

Uiteraard (en ook volledig terecht) gaat hier een uitgebreide en zorgvuldige selectie aan vooraf en moet de arts die de euthanasie geeft aan verschillende wettelijke criteria voldoen.

"Wat zijn de wettelijke criteria waaraan een arts moet voldoen?
De wet stelt dat de arts die u euthanasie geeft tot de overtuiging moet zijn gekomen dat u ondraaglijk en uitzichtloos lijdt, dat behandeling geen zin meer heeft en dat er geen redelijke alternatieven meer zijn. De arts moet daarnaast zeker weten dat het uw verzoek is (en dus niet van familie bijvoorbeeld), dat het verzoek duurzaam is (dus niet in een opwelling gedaan) en dat u goed begrijpt wat de consequentie is van wat u vraagt. U moet wilsbekwaam zijn of een duidelijke wilsverklaring hebben. Ook in het geval van een wilsverklaring moet u voldoen aan alle wettelijke eisen." (bron: expertise centrum euthanasie Nederland)

En ik vind het terecht dat men hier heel streng en zorgvuldig mee omgaat, maar ik ga even terug naar Sander. Hij heeft inmiddels meer dan de helft van zijn leven er wel op zitten (tenzij hij echt de alleroudste mens ter wereld gaat worden en dat wens ik hem niet toe, al klinkt dat wat onvriendelijk, maar gezien zijn wens...) en hij wil nog steeds dood. Hij vindt het nu echt genoeg geweest, heeft zijn best gedaan om ermee te leren leven, dat is hem nog steeds niet gelukt en dus meldde hij zich opnieuw bij zijn psychiater.

Niet iedere psychiater of dokter wil of kan (om welke reden dan ook) hier aan meewerken. In het geval van Sander had hij daarin uiteindelijk min of meer geluk en wilde zijn arts wel een uitzondering maken. De psychiater snapt de vraag van Sander, kent Sander lang genoeg om te weten dat het ZIJN wens is, en dat het niet in een opwelling is, maar al heel lang speelt. Sander is wilsbekwaam, mag en kan zijn eigen beslissingen nemen, begrijpt ook prima wat de consequentie van zijn vraag is. Maar dan blijft er dus één belangrijk (struikel) punt over in dit wettelijke lijstje: behandeling moet geen zin meer hebben en er zijn geen redelijke alternatieven. 

Sander zit vanaf zijn vroege pubertijd in de psychiatrie en heeft NOG NOOIT een behandeling aangeboden gekregen voor zijn klachten, ook niet als hij erom vroeg. Hij heeft één keer een soort van EMDR (trauma therapie) gehad, die heel kort een klein beetje hielp, maar niet blijvend, maar voor de rest heeft hij zijn hele leven te horen gekregen dat behandeling geen zin had en dat hij ermee moest leren leven. Oók toen er wel behandelingen bedacht werden voor mensen met Borderline. Ook toen kreeg hij te horen dat het geen zin meer had en hij er maar mee moest leren leven. 

Dus.... Een heel lang verhaal een klein beetje ingekort: Sander kreeg te horen dat hij "nog nooit iets van behandeling geprobeerd had" en moet nu dus allerlei behandelingen gaan doen, die hem altijd ontzegd zijn door behandelaren en artsen zelf (niet zijn huidige arts overigens), voor zijn verzoek ook maar in behandeling genomen gaat worden. 

Hoe krom is dat?
Sander is radeloos, hij is moe van al die jaren proberen 'ermee te leren leven', al die jaren overleven. Hij wil rust, hij is er echt klaar mee en hij wil gewoon sterven. Hij weet hoe het is om getraumatiseerd te zijn en wil dat niemand anders aandoen. Hij wil niet dat ook maar iemand hem vindt en daar een trauma aan overhoudt. En juist om die reden vraagt hij om euthanasie, een 'goede dood', voor hemzelf, zijn (weinige) naasten en de wereld om hem heen (en dat siert hem enorm in mijn ogen).

Wereld Suïcide Preventie Week...
Goed dat het er is, en triest dat het nodig is. 
Maar zolang de wachtlijsten voor de GGZ oplopen in plaats van minder worden, de wettelijke eisen voor euthanasie soms heel star en krom zijn en artsen zich (begrijpelijk) niet durven te branden aan overtreding ervan, zal deze week altijd nodig blijven zijn.

Niet één week per jaar, maar 52 weken per jaar.

* Sander bestaat echt, maar het is uiteraard niet zijn echte naam.

foto: zelf gemaakt van het beeld 'Stille Strijd'