7 november 2019

Goed bedoeld.... pakt niet altijd best uit...

De afgelopen week gaan er hier een aantal dingen 'mis'.
Het zijn niet echt mega grote dingen hoor, gewoon wat kleine dingetjes met grote gevolgen.
En het heeft alles te maken met de stemmen in mijn hoofd.

Meestal schrijf en vertel ik alleen over de leuke en grappige dingen die er gebeuren, maar soms is het ook gewoon even helemaal niet grappig of leuk, maar gewoon ronduit kut en heftig.
Zo ook nu.

Het gedoe begon eigenlijk al een tijdje geleden. Het Sinterklaas snoep lag al erg vroeg in de winkels dit jaar en dan wordt Lesley, die 6 is (maar emotioneel veel jonger) een beetje gespannen. Want pepernoten betekent Sinterklaas en Sinterklaas is eng en spannend.

Uiteraard hakken we al heel veel jaren met dit bijltje en kunnen we deze hobbel met heel veel verhalen nog wel in toom houden, maar vanaf dat moment wordt Sinterklaas een soort van Voldemort in mijn hoofd en huis, en noemen we hem ook wel: 'Hij die niet genoemd mag worden' of 'de vijf december man'.

Iedereen in mijn hoofd weet dat hij zich daar (voor ieders bestwil) aan moet houden. Doen we dat niet, dan wordt de spanning bij Lesley zó hoog, dat we er vervolgens allemaal last van krijgen. Hysterische huilbuien, iedere vijf minuten vragen wanneer en/of Sinterklaas langs gaat komen enz.
En dat is één dag al heel vervelend, maar anderhalve maand lang, is dat niet vol te houden. Zo ver strekt de dosis geduld die ik (en dus mijn stemmen ook) heb meegekregen niet.

Vorige week, ging ik voor het eerst in tijden weer eens naar de bioscoop. Ik had niet van tevoren met iedereen overlegd welke film het ging worden, dus toen we voor het filmbord stonden, maakte Rik een hele domme fout. Hij zei namelijk: "we gaan niet naar één van die domme Sinterklaasfilms he? Dat is voor baby's!"

En tja, net als je wilt dat Lesley eens een keertje niet luistert, doet ze dat dus wel. En ze had héél erg goed geluisterd, want Rik zei niet 'film', maar 'filmS', dus er waren er meer! En acuut begon het gezeur. Uiteraard wilde Lesley naar die films, en het huilen begon. Ik vertelde dat de filmposters er wel al hingen, maar dat de films pas zouden draaien als Sinterklaas in het land was, maar dat dat nog héél lang duurde. Dat hij nog niet eens onderweg was! En twee seconden lang dacht ik dat het gevaar geweken was...
Maar ja.... de mevrouw voor ons bestelde doodleuk twee kaartjes voor een van die nog niet draaiende films en Lesley is misschien wel jong, maar niet dom. Dus het drama begon opnieuw.

De hele film lang (een andere dus) heeft ze hysterisch er doorheen zitten janken, tot grote ergernis van Rik, Roy en mijzelf. Rik is boos op Lesley, Roy is woedend op Rik, want hij heeft dit veroorzaakt en ik ben geïrriteerd door ze allemaal (heel goed wetend dat ikzelf een fout heb gemaakt: ik had van tevoren een film moeten overleggen). En dit moddert dus al een week of wat door.

Gisteren kwam onderstaand plaatje voorbij op internet en ik lag helemaal in een deuk. Ook de andere volwassenen en pubers in mijn hoofd moesten er heel hard om lachen. En Lesley, die het niet begreep en daar een beetje extra huilerig van werd, hield niet op met de vraag 'waarom moeten jullie lachen?'

Rik besloot (omdat hij het zo zielig vond dat Lesley het grapje niet snapte), heel goed bedoeld, om het grapje even aan Lesley uit te leggen.... En dát had hij dus beter niet kunnen doen, want als Lesley érgens niet mee kan dealen, dan is het wel met 'dieren die pijn hebben of zielig zijn'. En een in honderden stukjes gehakte (niet bestaande) Knorretje, viel wel in die categorie.

De hel brak los. Lesley wederom hysterisch. Rik heel erg boos op Lesley met haar gekrijs. Roy compleet over de zeik en agressief tegen Rik. Rik die zich niet begrepen en niet gehoord voelt en dus steeds door alles heen gaat schreeuwen (onder het mom van: jullie luisteren niet naar mij, nou dan luister ik ook niet meer naar jullie). De volwassenen die zich terug trekken en hun mond houden en ik??? Ik die even zó ontzettend overprikkeld raak, dat ik niet meer kan nadenken en niet meer weet wat ik moet of kan doen.

En dan val ik terug in oude strategieën waarvan ik inmiddels op zich best wel weet dat het voor geen meter werkt, namelijk met mijn hoofd tegen de muur bonken om te zorgen dat het rustig wordt (wat overigens nog nooit gewerkt heeft).

En ja, ik weet dat dat niet werkt. Maar dat weet ik alleen op de momenten dat ik nog kan denken, en dit soort situaties zorgen voor kortsluiting in mijn hoofd en dan kan ik dus niet meer denken.

Ik kreeg het niet stil en dus ging dit de hele nacht zo door. Het leek wel een soort van kinderoorlog in mijn kop. Nu is het nooit stil en ben ik op zich wel gewend om door gepraat en gemopper heen te slapen, maar vannacht was dat even geen succes. Het lukte me niet, maar ik mocht vandaag toch echt weer gewoon aan de slag met een 'dagprogramma'.

Dat dagprogramma werd geen succes. Ik ben moe, geprikkeld, verdrietig en voel me een beetje machteloos. Ik hoor de wereld om me heen letterlijk niet meer zo goed en dat frustreert me nóg meer.
Op dat moment wordt het leven even een groot gevecht met en tegen mezelf en dat valt niet mee.

En dus dook ik dan ook maar de bank op met het enige dat op zo'n moment niet helpt, maar de boel een beetje draaglijker maakt: mijn knuffel Gijs....

Dit soort dagen, waarop ik geen idee heb hoe ik de boel rustig kan krijgen of hoe ik met/in de chaos moet functioneren komen gelukkig nog maar heel zelden voor. Maar vandaag was het raak en het is nog steeds niet over.

Misschien ben ik wel gewoon verwend inmiddels. Ik kan namelijk doorgaans best goed omgaan met alles wat er in mijn hoofd gebeurt. En wie weet komen dagen zoals vandaag daarom dan wel tien keer harder binnen.

Het feit dat ik er op de meeste dagen goed mee om kan gaan, was de weg naar herstel en heeft me mijn leven terug gegeven. Maar het zijn dit soort dagen waarop ik serieus twijfel aan het nut van herstel, aangezien dit soort dagen me het gevoel geven dat ik in al die jaren nog steeds geen reet heb geleerd.

(En dat het niet zo zwart wit is als ik nu denk, weet ik best... maar hé, dat denken gaat even niet zo soepel meer)

foto: gevonden op internet



5 november 2019

Drie Duizend Meter....

Het is alweer een tijdje geleden, maar in Maart van dit jaar, besloot ik van het ene op het andere moment, vrij impulsief,  om me in te schrijven voor de 'Start to run' bij een atletiekvereniging in de omgeving.
Het idee daar was, dat je binnen een aantal weken zodanig getraind werd dat je aan het einde een loop van 3 kilometer aan een stuk zou kunnen rennen. Het klonk als een sprookje of een slechte grap.

De laatste keer dat ik gerend had, zat ik op de middelbare school en ik kan je vertellen: dat was geen succes. Ik kreeg het niet voor elkaar om tegelijkertijd te ademen en te rennen en dus viel ik steeds flauw. En als je dat maar vaak genoeg doet, hoef je dus niet meer mee te rennen...

Meedoen aan die 'Start to run' was dus een beetje een raar idee, want ik was er echt van overtuigd dat ik deze vorm van multitasken (wat me doorgaans vrij goed afgaat) nooit onder de knie zou krijgen, maar goed...

Ik begon er aan, dacht elke week bij elke minuut hardlopen dat ik dood ging, trainde braaf elke week minstens één keer thuis en één keer op de club en uiteindelijk heb ik de eindrun van 3 kilometer aan één stuk gehaald in de fantastisch slome tijd van 24 minuten en 30 seconden. Ik kwam als laatste binnen, maar ach, iemand moet dat doen...

Die eindrun was in Mei en aangezien het groepje best gezellig was, besloot ik samen met hen door te trainen. Ook als stok achter de deur, want na al die weken kon ik nog steeds niet zeggen dat ik rennen leuk vond.

Ik train nog steeds braaf 1 tot 2 keer per week zelf en ga ook nog steeds (bijna) iedere zaterdag ochtend naar de club, om me daar eerst door een (veel te lange) warming up heen te zwoegen en daarna nog een loopgedeelte.

Een aantal weken geleden, startte een nieuwe 'Start to run' groep. En blijkbaar waren die afgelopen zaterdag klaar en hadden zij hun eindrun.
Even stonden we met ons groepje te twijfelen: rennen we mee, of toch maar niet.
En bij iedereen, zeker ook bij mij, sloeg de twijfel toe: wat als we die 3 kilometer niet meer halen??? Dat zou toch wel een afgang zijn?

Gelukkig werd de keuze voor ons gemaakt: we mochten niet mee doen....
En ik ben blij toe...

Vanochtend besloot ik om eens te kijken of die drie kilometer aan een stuk me zou lukken....
En dankzij twee passerende treinen waar ik voor moest stoppen, heb ik het met veel pijn en moeite gehaald. Maar niet van harte.

En ergens is dat best wel raar. Want ik train best regelmatig. En als de omstandigheden mee zitten (temperatuur, luchtvochtigheid) dan kom ik best een eindje. Op de lopende band, heb ik met die 3 kilometer niet echt moeite. En ook buiten niet altijd. Ik heb het zelfs al één keer gepresteerd om 4,2 kilometer aan een stuk te rennen, dus ik kán het wel.... maar waarom lukt het me dan vaker niet dan wel?

Ik gok dat ik mijn eigen ergste vijand ben.
Vanochtend vertrok ik met het idee dat ik 3 kilometer aan een stuk MOEST volhouden. En het enige waar mijn hoofd dan mee bezig is, is denken aan oh jee, ik kan niet ademen, oh jee, m'n voet doet pijn, oh jee, mijn knie doet nu ook pijn, oh jee, heb ik er nu nog geen kilometer opzitten, oh jee, wat als ik het niet haal, dan sta ik voor lul. En het enige waar ik mee bezig ben, is dat ik het niet zou kunnen. Ik heb geen enkel liedje van mijn playlist gehoord, en dat terwijl het toch bijna allemaal 'lievelings liedjes' zijn, die ik, normaal gesproken, meezing, zodat ik mijn ademhaling onder controle hou.

Het helpt ook niet dat er afgelopen week iemand bij me kwam eten, die me vertelde dat 30 minuten over 5 km écht niet snel was, dat 10 km per uur zelfs heel langzaam was. En dat zal best, maar wat doe ik dan... kruipen???
Wat moet ik met die informatie? Het motiveert me niet, sterker nog, ik word er alleen maar heel boos en verdrietig van. Ik KAN namelijk niet harder dan ik nu doe. Ja, het kan wel, maar dan ben ik na 100 meter klaar. Hoe vaker en harder mensen in mijn oor roepen dat ik harder en sneller moet, deste gedemotiveerder ik word.

Ik vind hardlopen niet echt leuk. Ik heb nog totaal geen last van die 'lopers high' die mensen beschrijven en ik gok dat ik die ook nooit ga krijgen. En dat is ook niet erg. Maar laten we er eerst eens voor zorgen dat ik in mijn slakken tempo de overtuiging krijg dat ik 3 kilometer enigszins gemakkelijk aan kan, dan kunnen we daarna misschien gaan versnellen, maar nu wil ik het vooral graag vol kunnen houden.

Vanochtend had ik een nieuwe stem in mijn hardloop app geïnstalleerd en die zei in het begin:
"you are running like a bear coming off hibernation" (je rent als een beer die uit z'n winterslaap komt).
Het was vast geen compliment, maar het maakte me wel heel erg aan het lachen, en dat maakte dat ik door kon zetten.

Een stukje verder riep hij in mijn oor: "you have the pace of a hippopotamus... don't worry... they are fast" (je hebt het tempo van een nijlpaard, geen zorgen, ze zijn snel) en wederom moest ik hardop lachen....

En tja, feit is: ik vind het niet leuk, ik ben er niet goed in, en ik ben niet snel. Maar ik doe het nog steeds, elke week, minstens twee keer en dat is ook iets waard.
En trouwens Nijlpaarden vind ik toevallig nog erg leuk ook!

foto: eigen brouwsel starring Gijs!




24 oktober 2019

Ik wil me nergens mee bemoeien, maar....

Momenteel verblijf ik in een hotel in het noorden van het land en zoals met bijna alles in mijn leven, doe ik dat in mijn eentje.

Iedere ochtend ga ik braaf naar het ontbijt en zit ik in mijn eentje een beetje te mijmeren, of met mijn telefoon te spelen, terwijl ik mijn ontbijt op mijn gemak naar binnen werk. Zo ook vanochtend.....

Aan het tafeltje tegenover me hoor ik ineens een vrouwenstem: “sorry hoor, ik wil me nergens mee bemoeien, maar ik vind het erg onsmakelijk zoals jij die bacon met je vingers zit te eten.”

Ik keek nog even voor de vorm om, om te kijken of ze het tegen een onzichtbare kleuter had, maar helaas was dat niet het geval.... en ja, ik zat inderdaad de crispy stukjes bacon met mijn vingers te nuttigen, dus ze had het inderdaad tegen mij....zucht.

Tja... en dan moet ik even alle zeilen bij zetten om mezelf te blijven, in plaats van dat ik de pubers in mijn hoofd laat overnemen en het woord laat doen.

Inmiddels zijn er meerdere hoofden meer of minder opvallend mijn richting op gedraaid en daar voel ik me erg ongemakkelijk bij, want ik ben het liefst zo onzichtbaar mogelijk. En hoewel onzichtbaar zijn makkelijker is als je gewoon je mond houdt, kon ik het blijkbaar toch (weer) niet laten.

Ik hoor mezelf zeggen. “Het spijt me dat u dat onsmakelijk vindt, ik vind ook een boel dingen onsmakelijk. Zoals u bijvoorbeeld de hele tijd opzij, mijn kant op zit te hoesten zonder uw hand voor uw mond te houden, of zoals u de hele tijd met een open mond vol spek en ei tegen uw tafelpartner zit te blaten, dat zijn dingen die IK onsmakelijk vind. Maar ik DENK dat, ben verstandig en stop na het eerste deel van uw zin.”

Het was even stil.... en ik ga verder met mijn bacon. “Wat bedoel je?” Vraagt ze dan toch nog.

 “U begon met ‘sorry, ik wil me nergens mee bemoeien’.... doe dat dan ook niet. U hoeft mij niet op te voeden, zoals u ziet is dat de eerste keer al schromelijk mislukt, dus hou gewoon uw mond en bemoei u er niet mee.”

Langzaam draaien hoofden weer richting hun eigen bord, ik eet mijn ontbijt op, nu expres nog meer zaken met mijn vingers in mijn mond stoppend, want tja, als ik opstandig word, dan ben ik inderdaad een uit de kluiten gewassen kleuter.

De mevrouw aan het andere tafeltje kijkt niet meer mijn kant op, maar mompelt nog iets tegen haar tafelpartner.

Ik drink m’n kop thee leeg, sta op en verlaat de eetzaal...
Goed, en dan is mijn dag nog geen uur bezig....
Dat belooft nog wat.

plaatje: met dank aan internet

21 oktober 2019

Traumatische verbanden...

Sinds een jaar zit ik in een afvalprogramma. Ik noem het heel gekscherend altijd het ‘fat people program’, maar zeg er ook altijd wel bij, dat die naam geen recht doet aan de mensen die daar keihard aan het werk zijn om iets aan hun overgewicht te doen, want eerlijk is eerlijk, het is hard, heel hard werken.

Het programma bestaat uit drie componenten: beweging, diëtiek en een psychologische component.

Om mee te mogen doen, moet je een eetstoornis hebben en last hebben van eetbuien. Nu heb ik niet de soort eetbuien die daar doorgaans voorkomen. In plaats van enorme hoeveelheden snoep, koek en ander zoetigheid, bestaan mijn ‘eetbuien’ uit grote hoeveelheden vlees naar binnen werken.

In een jaar tijd, heb ik best veel bereikt. Ik ben 11 kilo lichter, ben 4 % vet kwijt en ook nog eens een boel centimeters. Voor het eerst in mijn leven weet ik wat een volwaardige maaltijd is en weet ik wat normale portiegroottes zijn. Dingen die ik in mijn leven nooit eerder geleerd heb.

Ook op sportief gebied gaat het super. Ik hield altijd al van sporten, maar ik ben zelfs aan het (langzaam) hardlopen geslagen en nu ik het wat langer en makkelijker vol begin te houden, durf ik bijna hardop te zeggen dat ik het leuk begin te vinden. Als je me dat een jaar geleden gezegd zou hebben, dan had ik je keihard in je gezicht uitgelachen. Maar je ziet, de wonderen zijn de wereld nog niet uit blijkbaar.

Het enige onderdeel waar het niet zo goed gaat (understatement) is de psychologische component. 

Met de eerste psycholoog die voor mijn neus gezet werd en die volgens haar eigen zeggen “was uitverkoren door het team om met mij te werken” had ik na het eerste gesprek al ruzie. Dat ging dus niet lang goed.

Vervolgens kreeg ik na lang aandringen een ander. Maar ook hier loopt het voor geen meter. Het liep zo slecht zelfs, dat ik compleet onderuit ging. En dat is het me niet waard, maar stoppen met het programma zou ik ook heel lastig vinden, want ik heb er wel degelijk baat bij en ik leer nog steeds nieuwe dingen.

Ik loop al heel lang in de psychiatrie mee en als ik iets wel kan, dan is het nadenken over mezelf, mijn gedrag en mijn situatie. En ik denk dan ook dat ik wel weet waarom het daar steeds mis loopt. 

Binnen dit programma ziet men vooral ‘emotie eters’ oftewel mensen die eetbuien hebben als gevolg van (meestal vervelende) emoties. Ze proberen die vervelende emoties dan weg te eten met grote hoeveelheden (vaak zoet) voedsel.

Ik ben geen emotie eter, ik ben een externe eter. Als ik op tv een reclame zie van een nieuw soort hamburger die me lekker lijkt, dan wil ik die proeven en het liefst NU. Zie ik in de stad iemand een stroopwafel eten, dan denk ik ‘oh, lekker, dat heb ik al zó lang niet meer op, dat wil ik ook’. En het lullige is dat die gedachte daaraan dus niet uit mijn hoofd gaat, voordat ik het betreffende artikel ook daadwerkelijk in mijn mond heb. En tja, stroopwafels zitten in een pakje en dan gaat het hele pakje op, en ben ik er weer voor maanden van af.

Maar als de diëtiste aan me vroeg “waarom niet 1 koekje?” Dan was mijn standaard antwoord altijd: dan is het maar op. Als het er is, moet het op.

Ik denk daar niet zo veel over na, het is iets dat volkomen automatisch gaat, waar eigenlijk geen gedachten mee gepaard gaan.

Ik vroeg me af waar dat vandaan kwam en ineens vallen er heel veel puzzelstukjes op hun plaats.

Ik kom uit een situatie (vroeger) waar ik niet altijd eten kreeg. Ik was nooit zeker of en wanneer er een volgende maaltijd ging zijn en áls er al eten was, dan kon het ook zo maar afgepakt worden. En dus heb ik eigenlijk mijn hele leven (stiekem) al een hele rare relatie met eten.

Ik ben een soort van ‘food hoarder’ ik verzamelde grote hoeveelheden eten in mijn kast, die ik ook ver over de datum nog op at.

Een maaltijd lijkt bij mij soms op een soort van snelheidswedstrijd, ik kan het binnen 2 minuten naar binnen werken.

Als ik met anderen uit eten ben probeer ik me te spiegelen aan de anderen: qua hoeveelheid, qua snelheid, qua keuzes....

Als iemand voorstelt om een bepaalde schotel te delen, dan schiet mijn hoofd acuut in de stress.... IK WIL NIET DELEN, ik wil mijn eigen bord met eten, helemaal alleen van mij!

En als iemand een frietje van mijn bord bietst, of iets wil proeven, dan wil ik het liefst zijn of haar vingers afhakken. En al die jaren had ik niet door, waar dat nou vandaan kwam, best een beetje dom, maar het kwartje valt nu pas.

Nu mag ik het in dit fat people program wél hebben over mijn eet probleem, maar ik mag het dus niet hebben over trauma, stemmen, dissociatie en alle andere shit in mijn leven, want dat hoort bij mijn lokale psycholoog thuis. Maar trauma, ligt onder mijn eetprobleem, dus als ik het over dat eet probleem moet hebben, dan zullen we toch echt over dat trauma moeten praten, want emoties zijn bij mij niet/nauwelijks van invloed.

Maar ja.... dan vraag ik me dus af, omdat het gedrag voort komt uit trauma en zo automatisch gaat, zonder dat ik erover denk (een soort instinct zoals mijn ex-woonbegeleider het benoemde), kun je dat nu dan nog veranderen? Of zit dit zo in je systeem, in je ‘zijn’ ingebakken, dat het er niet meer uit kan?

Ik weet het niet....maar dat ik er iets mee moet (en wil), dat is zeker....


plaatje: gejat van internet

20 oktober 2019

Een simpel zinnetje... een wereld van verschil

Vandaag kreeg ik, zoals zo ongeveer elke dag, een herinnering van Facebook.

Drie jaar geleden was ik aangekomen in Parijs voor het Wereld Stemmenhoor Congres.
Deze congressen bezoek ik al heel erg lang.
Mijn eerste was ooit in Dundee, waar ik helemaal in mijn eentje naartoe ging en als een bang vogeltje voornamelijk in een hoekje zat te kijken naar anderen.

Deze congressen hebben me enorm geholpen in mijn herstel. Ik ontmoette er andere stemmenhoorders, die daar op een podium een krachtig verhaal stonden te vertellen over hun leven. Hun verhalen hadden vaak veel raakvlakken met dat van mij, maar het verschil was dat zij daar op dat podium stonden en ik achter in de zaal in een hoekje zat, te hopen dat ik onzichtbaar was.

Hopen dat ik onzichtbaar was en tegelijkertijd er zo graag bij willen horen.... Hopen dat ik misschien ook ooit wel een normaal leven zou kunnen hebben, net zoals die mensen daar bovenop dat podium, waar ik zo tegenop keek.

Ieder jaar keek ik uit naar deze congressen. Daar zijn voelde als thuiskomen.
De mensen die ik ieder jaar opnieuw tegenkwam voelden meer als familie, dan mijn eigen familie hier thuis. Daar mocht ik zijn wie ik was, met alle onderdelen die daarbij hoorden.

Naar mate de jaren verstreken, werd de familie groter, de band intenser (althans zo voelde dat). Soms vielen er mensen af, doordat ze hun weg gevonden hadden en de congressen niet meer zo nodig hadden, en er kwamen steeds meer mensen bij.

Een plek waar ik mezelf kon zijn dus....
En toen kwam het congres in Parijs... En oh, wat vond ik dat eng...

In dat jaar was ik bezig met mijn traject bij de Genderpoli van het VUMC. Ik had nog geen idee hoe en wat. Ik wist alleen dat ik me absoluut geen vrouw voelde... En omdat ik ook ben opgegroeid in een wereld waarin alleen mannen of vrouwen bestaan, betekende dat toen nog in mijn hoofd dat ik wel man moest zijn. Meer smaken waren er destijds (op dat moment) in mijn hoofd (nog) niet.
(Pas later zou ik leren dat er ook nog zoiets als non-binair was en dat dát het hokje was waar ik me prettig voelde)

Kort daarvoor had ik besloten dat ik wilde onderzoeken hoe het zou voelen om als 'man' door het leven te gaan. En dus had ik in het communicatieplatform van het congres verteld dat ik vanaf dat moment graag Mick, hij en hem wilde zijn... En dat was me een partij eng!!!!
Wat zouden mensen daar wel niet van denken: "daar heb je haar weer...", "zucht, dat is gewoon weer een fase, niet teveel aandacht aan besteden.", "aansteller", "doe normaal!"enz.

Maar toch stapte ik in de trein, ik zou wel zien wat er ging gebeuren.
Bij aankomst in het hotel was het heel dubbel: zoveel lieve oude vrienden, die zo vertrouwd en veilig voelden, maar tegelijkertijd voelde ik me bang, onzeker en onveilig. Hoe zouden ze reageren?

Uiteindelijk kwam er een man uit Noorwegen op me af, die ik al jaren kende. Hij stak zijn hand uit, schudde hem en zei: "Ik heb gelezen dat je vanaf nu Mick bent, welkom Mick" en vervolgens een dikke knuffel.
En dat was het. Vanaf dat moment was ik voor hem Mick en hij en hem, alsof het niks was!!!

En ik??? Ik dook eerst de wc in om even heel hard te huilen (van opluchting) en daarna was de grootste spanning er vanaf.

Het werd een chaotisch congres, maar chaos schept ook een band.

En wat ik ook heel leuk vond om te merken (dat congres nóg meer dan tijdens de andere congressen) was, dat ikzelf nu de rol had/nam, die anderen al die jaren voor mij hadden gehad. Ik zag mensen als bange vogeltjes alleen in een hoekje zitten en stapte erop af om een praatje te maken en ze (als ze dit wilden) mee te nemen naar anderen om ze aan elkaar voor te stellen.
Grappig hoe dat zo gaat, zonder dat je het door hebt.

Terug naar de man uit Noorwegen.
Wat hij die dag deed, was misschien iets kleins, maar het was voor mij van onuitwisbare waarde.
Het was een bevestiging die ik op dat moment zó ontzettend hard nodig had: ik mocht er zijn, met mijn nieuwe naam en nieuwe voornaamwoorden.

Een tijd na dit congres, kwamen we elkaar weer ergens anders tegen. En ik vond het heel belangrijk om hem te vertellen hoe belangrijk die handdruk en dat zinnetje voor me geweest waren. Hij zei dat het voor hem vanzelfsprekend was geweest om dat te doen. En dat is natuurlijk lief, maar zo vanzelfsprekend was dat voor de meeste mensen dus niet....

Ik ben blij dat ik dit nog tegen hem heb kunnen zeggen. Begin vorig jaar overleed hij aan kanker.
Ik kan natuurlijk heel cliché zeggen dat hij een fantastische man was. En natuurlijk, dat was hij ook! Maar ik heb ook genoeg minder leuke momenten met hem gehad. Maar dat doet niks af aan het feit dat hij op die ene dag in Parijs, met een handdruk en een simpel zinnetje een onuitwisbare indruk in mijn hart heeft achter gelaten....

Geir.... dank je wel....

foto: ontmoetingen in de lobby....


(dit stuk wilde ik al heel lang schrijven.... Maar het lukte me niet.... kun je dat wel maken als iemand dood is? Maar gelukkig heb ik het hem voor zijn dood nog zelf kunnen zeggen.)

19 oktober 2019

En nu is het klaar...

Ik heb al heel lang niks meer geschreven. Niet omdat er niks te schrijven viel, maar omdat iemand, die ik als goede vriend zag, het nodig vond om mijn schrijfsels als ‘nutteloos’ en ‘zinloos’ te bestempelen.

En laten we eerlijk zijn: mijn schrijfsels zullen de wereld niet veranderen en zijn in die zin ook nutteloos, maar voor mijzelf zijn ze van grote waarde.

Zoals Acda en de Munnik ooit al eens zongen: “Ik ben geen held, tenminste niet een die telt, maar ik doe mijn best te blijven staan. Wat ik schreeuw lijkt niet slecht, maar wat ik schrijf ben ik echt en zo kan ik een beetje van de wereld aan” (uit: Schoolplein)

En ja, dat geldt dus zeker ook voor mij.
Schrijven is belangrijk voor me. Het gaat me makkelijker af dan spreken, het gaat bijna vanzelf.
Mijn hoofd wordt er leger van en ik word er rustiger van. Bovendien kan ik er mijn frustraties en creativiteit in kwijt en het maakt me simpelweg een iets gelukkiger mens.

En dat heb ik me dus 'af laten pakken' door iemand die het nodig vond om een oordeel te hebben over mij, mijn doelen in het leven en mijn schrijfsels.

Dom, dom dom dus....

Ik ga ieder jaar in de herfst/winter onderuit.
Ik word zo depressief als een deur en om daar weer uit te kunnen komen, moet ik voor mezelf een aantal doelen en projecten bedenken, die me weer een jaar door kunnen helpen. Die doelen zijn vaak heel simpel. Ik wil dit of dat borduurwerk afkrijgen, ik wil ergens dat jaar een lange wandeltocht maken, een boekje maken van mijn blogs enz.

Geen grootse dingen voor de wereld, zelfs geen grootse dingen voor een ander. Zelfs geen grootse dingen voor mijzelf, maar haalbare stapjes om weer een jaar verder te kunnen.

Mijn doelen waren volgens deze persoon zinloos, omdat ik daarmee niks betekende voor een ander, een ander niet gelukkig maakte. En dat klopt, dat is helemaal waar. Maar al mijn doelen zijn wél ‘in eigen beheer’. Voor het bereiken/slagen van mijn doelen ben ik van niemand anders afhankelijk dan van mijzelf. Als jij jezelf in het leven het doel stelt om altijd maar de ander gelukkig en tevreden te maken, dan ben je ontzettend afhankelijk van de ander voor het slagen van je doel en dus ook of jij je geluk gaat bereiken. Want of jij iets betekent voor de ander, of een ander gelukkig maakt (waardoor jij je geslaagd/nuttig/zinnig voelt), ligt niet in jouw macht, dat ligt bij de ander.

Dus ja, mijn doelen zijn gericht op mijn eigen geluk en kunnen alleen bereikt worden als ik me daarvoor inzet. Mijn geluk is hierin niet afhankelijk van een ander. Een ander kan mij daarin dus niet teleurstellen of beletten mijn doel te halen.

En natuurlijk, iedereen heeft recht op een eigen mening.
Je mag mijn schrijfsels, mijn doelen in het leven, mijn hobby’s en alles aan mij zinloos en nutteloos vinden, dat vind ik soms van de dingen die anderen doen ook. Maar je hoeft niet alles wat je zegt of denkt ook hardop te zeggen.

In plaats van me te vertellen hoe zinloos en nutteloos alles wat ik doe in jouw ogen is, kun je ook gewoon ervoor kiezen om het te negeren. Lees het niet, bekijk het niet, laat mij in mijn waarde.

Stampertje (van Disneys Bambi) kreeg van zijn moeder al heel vroeg geleerd: als je niks aardigs weet te zeggen, zeg dan niks, niemendal”. Een wijsheid, waar we allemaal, inclusief ikzelf, regelmatig een voorbeeld aan zouden kunnen nemen.

Goed..... dat gezegd hebbende....
Ik ga weer verder met mijn nutteloze schrijfsels, want ik heb het gemist.

foto: gejat van internet

9 juli 2019

De kracht van Sorry....

Het is weer eens zo ver: een dag waarop ik erg weinig kan hebben en alles tien keer zo hard binnen komt. Zo'n dag komt heus niet uit de lucht vallen hoor, maar is doorgaans het gevolg van teveel dingen die tegelijk gebeuren. Het resultaat is denk ik voor iedereen wel een bekend fenomeen: een emmer die overloopt, een ballon die knapt, een bom die barst, of welke beeldspraak je hier ook voor wilt gebruiken.

Maar goed... Zo'n dag dus...

Vandaag werd ik al wakker met een onrustig gevoel. Ik had namelijk een paar afspraken binnen het 'fat people program' (een naam die nog steeds geen recht doet aan de mensen die hier heel hard hun best doen om te veranderen, maar toch).

Eerst mocht ik een uurtje komen sporten, iets waar ik altijd erg naar uitkijk en waar ik graag naartoe ga. Aansluitend zou ik dan weer bij de psycholoog op het matje mogen komen.
En dat laatste, dat zorgt al twee weken voor 'stress'. Ik kreeg namelijk een mailtje van hem, met de vraag om snel te reageren of ik kon op een bepaalde datum, zodat er een afspraak met de psychiater ingepland kon worden. Dit was om te kijken of ik wel of niet door kon/moest gaan met een bepaald medicijn. En om dat te kunnen bepalen moest ik 7 dagen aan een stuk een lijst bij houden. Die lijst zat bij het mailtje, met uitleg en de opmerking: "als je hier vragen over hebt, dan hoor ik het wel".

Ik beantwoordde die mail, zoals gevraagd, zo snel mogelijk om de afspraak te bevestigen en stelde een vraag over het invullen van die lijst. Als ik iets doe, wil ik het namelijk goed doen, en dan moet het voor mij wel duidelijk zijn.

Er kwam echter geen antwoord. Niet of de afspraak was ingepland, noch een antwoord op mijn toch wel cruciale vraag. En natuurlijk zou ik dan contact op kunnen nemen via het secretariaat om mijn antwoord te krijgen. Maar de telefoon en ik zijn niet hele goede vriendjes (mede dankzij een heel koor aan stemmen in mijn hoofd dat echt niet hun mond houdt tijdens zo'n gesprek) en bovendien snap ik in mijn wereld niet, dat mensen (wel aanwezig zijn maar) niet reageren. Voor mij heeft dat iets met fatsoensnormen te maken (en in dit geval ook iets met professionaliteit).

Geen antwoord dus. En dus deed ik wat ik al van heel jongs af aan gewend ben te doen: ik zoek het zelf wel uit en doe het op mijn manier. maar ondertussen ben ik wel al twee weken opgefokt over het uitblijven van reactie... Zonde van de energie, ik weet het.

Die opgefoktheid (en alle andere dingetjes die zich deze week al opgestapeld hadden) zorgen er ook voor dat ik het sporten niet leuk vind. Ik kan me niet motiveren, verveel me en vragen om wat ik nodig heb en daardoor tijd en aandacht weg halen bij een ander (die het natuurlijk veel meer verdient en harder nodig heeft, aldus mijn hoofd) is nog een leerpuntje en een te grote drempel.

Maar als ik ergens NIET goed in ben, dan is het wel in verbergen hoe het met me gaat en hoe ik me voel, dus uiteindelijk komt de aap daar toch wel uit de mouw en wordt het 'opgelost'.

Met nog meer spanning, vertrek ik naar de psycholoog.
Dit keer was hij op tijd (een primeur) en hij haalt me uit de wachtkamer met de woorden "dag MEVROUW".....

Tja... en toen was het voor mij klaar. Het is niet mijn eerste keer hier, ik heb hem al heel vaak gezegd wat dat met me doet en nu was het klaar. Blijkbaar reageerde ik heel erg fel en het feit dat ik weigerde hem een hand te geven en de tranen die over m'n gezicht stroomden, deden hem in ieder geval wel in zien dat hij wederom een (dezelfde) fout had gemaakt, waardoor ik erg geraakt was.

(En voor wie me nog niet kent en niet snapt wat er fout is aan 'mevrouw' en denkt dat dit gewoon heel beleefd was... Helaas, dat is het voor mij niet. Ik 'ben' een 'non-binaire transgender' wat wil zeggen dat ik geen vrouw maar ook geen man ben, maar met name het stukje 'vrouw' (en alles wat daar omheen hangt) voelt als een 'belediging'(en dat dekt de lading niet). Deze psycholoog is daarvan op de hoogte.)

Vervolgens biedt hij twintig keer zijn excuses aan. Hij doet het niet expres, er is geen kwade opzet, ik moet begrijpen dat het voor hem toch ook heel ingewikkeld is enz. En het maakt me alleen maar bozer, want hé, dit verhaaltje draaide je de vorige keer dat het gebeurde ook al af, en de keer daarvoor ook, en die daar weer voor ook (moet ik doorgaan?)

Ik moet alle zeilen bijzetten om niet te vervallen in koppig/verdrietig zwijgen (waar ik toevallig HEEL GOED in ben) en probeer hem uiteindelijk een tip te geven. Als je iemand (of in dit geval mij) uit de wachtkamer haalt, waarom dan niet met diens (mijn) naam, of gewoon 'hallo'?

Hij kijkt me zwijgend aan en even denk ik dat hij geen idee heeft hoe ik heet. Hij ontkent dit, maar zegt vervolgens: "Tja, je weet, ik heb een adhd hoofd en ik ben niet goed met namen."
En dus barst ik weer opnieuw los want in mijn ogen is dat geen excuus. Voor mij is het je verbergen achter je diagnose. Je bent namelijk ook een professional met een agenda, waar precies in staat met wie je op dat moment een afspraak hebt en wie je uit de wachtkamer gaat halen."

Over het niet beantwoorden van de mail, krijg ik te horen dat hij al drie weken zijn mail niet heeft bekeken (het is zijn werkmail....) en ik geloof echt wel dat je het druk hebt, en ik weet inmiddels ook dat je (door je adhd hoofd) slecht/niet kunt plannen. Het maakt het niet ok en zo'n antwoord is voor mij alleen maar olie op het vuur en zorgt dat ik erg twijfel over de professionaliteit van de persoon tegenover me

En weer volgen er twintig sorry's.. En weet je?
Ik denk dat het met sorry een beetje is als in het verhaal van 'the boy who cried WOLF'. Een jongen die steeds opnieuw riep dat er een wolf was, en waarop mensen onmiddellijk in paniek/actie schoten, maar er nooit een wolf bleek te zijn. Hij had dit al zo vaak gedaan, dat op het moment dat er een échte wolf was en hij weer riep, er niemand reageerde, met alle gevolgen van dien....

Je kunt duizend keer sorry zeggen, maar als je daarna exact hetzelfde doet en je gedrag waarvoor je die sorry zei niet verandert (of op zijn minst probeert te veranderen), dan is je sorry in mijn ogen niks waard, een loze kreet. Misbruik dit krachtige woord dan gewoon niet en hou je mond...

foto: gejat van internet