11 mei 2022

Grinnik.... over mijn interne SlimmeRik en zijn streken....

Vaak als ik tegen mensen zeg dat ik stemmen hoor, krijg ik meestal een standaard reactie over hoe vreselijk dat wel niet voor me moet zijn. En hoewel het echt niet altijd leuk is en er ook tijden waren dat het mijn 'leven' tot een behoorlijke hel maakte, ben ik nu op een punt aangekomen in mijn leven dat ik een goede band heb met de meeste bewoners van mijn hoofd en ze in ieder geval geen van allen zou willen missen. 

Ik heb een boel stemmen, maar ik denk dat de 'harde kern' momenteel toch wel bestaat uit de drie kids en twee volwassen mannen. En al deze stemmen (sommige mensen zouden het benoemen als 'delen', maar voor mij zijn het stemmen) kunnen het dus 'overnemen'. Dat betekent heel simpel eigenlijk dat je misschien wel denkt dat je mij voor je neus hebt, maar dat er van binnen even iemand anders aan het stuur van mijn lichaam zit. Ik ben dan dus even tijdelijk iemand anders. 

Ik vind dat (meestal) zelf niet zo'n groot probleem meer, we hebben goede afspraken en regels (twee verschillende dingen!) en daar houdt iedereen zich meestal ook aan. 

En ook de kinderen (6, 12 en 16 maar allemaal, net als ik, emotioneel een stuk(je) jonger) kunnen, tot grote schrik van mensen die dat horen, mij dus wel eens overnemen en hun eigen gang gaan. 

Inmiddels weet ik dat mensen hier doorgaans van schrikken, omdat ze het een gevaarlijk idee vinden, dat minderjarigen voor mij zorgen, zonder dat er iemand mij in de gaten of veilig houdt (ik woon zelfstandig en in theorie dus alleen).

Wat deze mensen niet weten of vergeten, is dat dit interne systeem (want dat is het) mij al ruim 40 jaar in leven weet te houden, ook op de momenten dat ik daar zelf wel een beetje klaar mee was. Het zijn dus mijn beschermers en er niet op uit om me om zeep te helpen, integendeel.* En ook al zijn de kids 'aan de macht', dan nog kijken de twee volwassenen echt wel mee en grijpen in als dat nodig mocht zijn. Zelfs Woonbegeleider wordt geïnformeerd of ingeschakeld als dit wenselijk/noodzakelijk is. 

Goed... Ik word ouder en met die relatieve ouderdom komen er ook allerlei kwaaltjes om de hoek kijken en mag ik redelijk vaak op bezoek komen bij zowel de huisarts, als specialisten in het ziekenhuis. 

Omdat ik in dit soort situaties zelf altijd al een beetje gespannen ben, gewoon omdat ik de neiging heb om als ik dingen niet zo goed begrijp en de spanning al hoog is, 'ruzie' te gaan maken (zonder dat ik dat door heb overigens, zowel het niet begrijpen als het ruzie maken), zijn met name de jongste twee stemmen dan vaak ook een beetje van de leg. 

De jongste gaat dan gewoon (heel lang, hysterisch) huilen en is ontroostbaar, en de jongste puber wordt opstandig. 

Als er weer eens een bezoekje aan dokter of ziekenhuis gepland staat, dan kan Woonbegeleider eigenlijk ook standaard een berichtje verwachten van Rik (de jongste Puber) waarin hij in zijn heerlijke (in mijn ogen irritante) fonetische taal een berichtje schrijft 'dat hij moi nie meega nar het ziekerhuis. bekijk ut mar! houdoe van Rik'. 

Het is een beetje een standaard dingetje, net zoals je soms van een ziekenhuis een dag van tevoren een herinnerings berichtje krijgt dat je een afspraak hebt.

Gisteren mocht ik op audiëntie bij de anesthesist, aangezien ik binnenkort een ingreep mag ondergaan waar (op mijn verzoek) in mijn geval voor anesthesie is gekozen. Om er zeker van te zijn dat ik alles goed begreep en geen ruzie zou gaan maken, kwam Woonbegeleider, net terug van vakantie, met me mee.

Ik vroeg hem op de heenweg of hij nog een berichtje van Rik gehad had. Hij moest lachen en zei: "nee, niet over het ziekenhuis, maar wel over dat hij blij was dat ik weer terug was, ik was ook al verbaasd". En we wandelden mijn afspraak in. 

Er werd besloten dat ik binnenkort dus die ingreep krijg, met anesthesie en omdat ik alleen woon en ik toch even in de gaten gehouden moet worden 's nachts, ik 'gezellig' een nachtje in het ziekenhuis mag verblijven. Dit was geen nieuws voor me, dus daar was iedereen op zich wel op voorbereid in mijn hoofd. Of ik nog vragen had.... Uiteraard.... de meest belangrijke vraag aller tijden: Mag mijn knuffel (Gijs) mee naar de OK/behandelruimte. En jawel, dat mocht. Fijn, de rest boeit me allemaal niet zo.

Eenmaal thuis ging het licht uit, zo'n gesprekje/bezoekje kost me nogal wat energie en spanning.

Vanochtend vond ik een mailtje van Woonbegeleider in mijn mailbox met het onderwerp "haha" en als begeleidende tekst: ik geloof dat Rik het over een andere boeg gooit dit keer... 

En tja... Ik kon het niet helpen maar moest toch stiekem ook wel een beetje lachen... Mijn eigen(wijze) interne SlimmeRik... :


* ik wil even heel duidelijk maken dat dit voor mij persoonlijk geldt. Iedere persoon is anders, dus er zullen ongetwijfeld mensen zijn, bij wie dit allemaal niet zo onschuldig is! 


Genderdysforie deel 3: Over zoeken op de verkeerde plekken...

Dit wordt een reeks blogjes over mijn worstelingen met mijn genderidentiteit en mijn zoektocht naar mijn ware zelf. Ik schrijf ze vooral voor mezelf, omdat ik mijn verhaal op (digitaal) papier wil zetten en daardoor misschien de chaos in mijn hoofd wat kleiner te maken. En hoewel ik het voor mezelf schrijf en me heel goed realiseer dat dit heel persoonlijke, intieme informatie zal/gaat bevatten, ga ik het tóch plaatsen. Want als mijn geworstel en gezoek ook maar één iemand op welke manier dan ook kan helpen, dan is het me dat meer dan waard!

Dus: wees gewaarschuwd.. Het gaat over gender, over transgenders, non binair, gender neutraal, voornaamwoorden/pronouns enz. Dus als je daar niks mee te maken wil hebben, dan kun je nu nog wegklikken. 

**********

Ook mijn volwassen leven stond continu in het teken van de onmogelijke vraag 'wie ben ik', ik had geen idee. Mijn studiekeuze was een poging om erachter te komen 'wat er mis met me was', maar vier jaar later en een diploma rijker, had ik nog steeds geen antwoord gevonden op die vraag, laat staan op de vraag wie ik was.

En dus ging ik nóg maar een specifiekere studie doen, misschien ging ik daar het antwoord vinden, maar wederom drie jaar later, een hoop geld armer maar wel een masterdegree verder, had ik nog steeds geen antwoorden. 

Wat wel heel duidelijk was, was dat ik steeds maar tegen 'mezelf' aan bleef lopen en al na de eerste opleiding erachter kwam dat ik daar hulp bij nodig had. Maar waar vraag je dan hulp voor, als je eigenlijk niet weet waar het over gaat en ook niet echt weet waar je tegenaan loopt? Ingewikkeld allemaal, maar ik kwam opnieuw in de psychiatrie terecht. 

En in die hulpverleningswereld werd er wederom heel erg gefocust op 'wie ik was', op mijn persoonlijkheid en identiteit (of het gebrek daaraan), maar over gender of genderidentiteit werd eigenlijk nauwelijks gesproken. 

Ik had crisis opname na crisis opname, ik beschadigde mezelf, ik haatte mezelf, mijn lijf en ik wilde er het liefst niet meer zijn. Ik was ongelukkig, kreeg steeds 'ruzie' met anderen en ik wist niet goed waarom. Ok... Ik had niet de leukste jeugd gehad (understatement), maar ik had een dak boven mijn hoofd, twee studies afgerond, ik had geld, kreeg iedere maand geld om van te leven (werken lukte steeds weer niet). Ik had alles, waarom was ik dan toch zo ongelukkig? En ja, ik had alles.... behalve 'mezelf'.

In al die jaren psychiatrie is mijn genderidentiteit maar één keer onderwerp van gesprek geweest. Ik schreef daar al eens een blogje over. Dat was één gesprek, misschien wel twee, waarin me de vraag werd gesteld 'wil je dan een man zijn?'. Maar ergens voelde dat ook niet kloppend en dus zei ik aarzelend, 'nee, dat denk ik ook weer niet' waarop het voor de desbetreffende hulpverlener blijkbaar een uitgemaakte zaak was. Overduidelijk, we waren eruit... Maar voor mij was dat verre van het geval. Waaruit? Wat is er dan nu zo duidelijk? Ik had geen idee, ik had geen antwoord op mijn twijfels, maar er verder naar vragen of er over praten, voelde een beetje zinloos.

En dus stopte ik alles maar weer van binnen weg. Ik sprak er niet meer over, maar dat betekende niet dat het me niet bezig hield. Maar een antwoord vond ik niet, maar dat kan natuurlijk ook niet echt, als je niet weet wat de vraag is...

En toen besloot ik in 2014 (denk ik) mee te gaan doen doen met een 'Be The Change' workshop. Een soort van Challenge Day/ Over de Streep voor volwassenen. Een Amerikaans concept waar gewerkt wordt met de zin: Als je me echt zou kennen, dan zou je weten dat....

Ik zie mezelf daar nog de zaal binnen komen, doodsbang, me afvragend waarom ik me in vredesnaam hiervoor aangemeld had. En net toen ik op het punt stond om er vandoor te gaan, werd ik 'onderschept' door een van de vrijwilligers en ben ik toch gebleven. 

En daar sprak ik het voor het eerst uit: 

"Als je me echt zou kennen.... tja, dan weet je al meer dan ik. Ik heb namelijk geen idee wie ik ben. Sterker nog, ik weet niet eens wát ik ben. Ik voel me geen vrouw, maar ook niet echt een man, ik voel me gewoon niks."

En terwijl ik ervan overtuigd was dat iedereen me nu een freak zou vinden en mijn gevoel weer van tafel geveegd zou worden met een simpel 'er zijn nu eenmaal alleen mannen of vrouwen, meer smaken zijn er niet. Je hebt een vrouwenlijf, dus dat lijkt me duidelijk', gebeurde dat niet. Maar was er voor het eerst iemand die me vertelde over 'the third gender'. En hoewel die uitleg allemaal niet zo binnenkwam, bleef dat woord wel hangen en ben ik daar later op gaan googelen.

Vanaf dat moment ging er een wereld voor me open en begonnen er puzzelstukjes op hun plek te vallen. 

Al die tijd had ik gezocht naar antwoorden en ik had ze niet gevonden. Maar blijkbaar zocht ik op de verkeerde plekken.

foto: internet


7 mei 2022

Genderdysforie deel 2: Een onmogelijke opgave: zoeken naar je identiteit...

Dit wordt een reeks blogjes over mijn worstelingen met mijn genderidentiteit en mijn zoektocht naar mijn ware zelf. Ik schrijf ze vooral voor mezelf, omdat ik mijn verhaal op (digitaal) papier wil zetten en daardoor misschien de chaos in mijn hoofd wat kleiner te maken. En hoewel ik het voor mezelf schrijf en me heel goed realiseer dat dit heel persoonlijke, intieme informatie zal/gaat bevatten, ga ik het tóch plaatsen. Want als mijn geworstel en gezoek ook maar één iemand op welke manier dan ook kan helpen, dan is het me dat meer dan waard!

Dus: wees gewaarschuwd.. Het gaat over gender, over transgenders, non binair, gender neutraal, voornaamwoorden/pronouns enz. Dus als je daar niks mee te maken wil hebben, dan kun je nu nog wegklikken. 

**********

Goed... zoals je hier kan lezen, werd mijn leven een nog grotere puinhoop dan het al was. En ik raakte mezelf volledig kwijt. Ik begreep mezelf en de wereld om me heen niet meer, en dat was blijkbaar wederzijds. 

Op mijn 15e kwam ik in de psychiatrie terecht. Weliswaar niet direct voor mijn verwarring rondom mijn gender, maar meer een soort van algemene verwarring: ik had geen idee meer wie ik was, hoe ik me moest gedragen en wat er van me verwacht werd. Ik kreeg zóveel tegenstrijdige boodschappen, dat ik het spoor volledig bijster was. Het maakte allemaal niet zoveel uit wat ik deed of hoe ik me gedroeg, ik kon het nooit goed doen. 

Nu weet ik dat daar een term voor is: 'double bind messages' en dat je daar dus letterlijk gek van kunt worden. En dat is misschien ook wel precies wat er gebeurde. Als het niet uitmaakt wat je wel of niet doet, het sowieso altijd fout is, waarom zou je er dan überhaupt nog zijn? 

In die periode in de kinderpsychiatrie wilde men met mij op zoek gaan naar mijn identiteit: wie was ik? Want volgens de experts daar, was dat waar ik (zoals menig puber) mee worstelde. Dat was echter niet zozeer mijn grootste probleem, maar over het werkelijke probleem (mishandeling en verwaarlozing) kon ik het daar niet hebben, aangezien het probleem binnen het systeem zat en we daar als 'systeem' zaten. En dus ging mijn periode daar over een zoektocht naar de vraag 'wie ben je?'. 

Het stukje gender werd er wel kort aangeraakt. Ik werd gezien (en omschreven) als 'androgyn' en als een heel stoer meisje. Het viel hen op dat mijn stijl van kleden en doen, en zelfs mijn hobby's redelijk 'jongensachtig' waren en dat benoemden ze ook. In mijn dossier staat ook beschreven dat ik bij die opmerking ging glunderen en bevestigend reageerde. En dus werd er in een gesprek aan mij gevraagd of ik liever een jongen had willen zijn. Maar omdat ik inmiddels wel door had, dat dat nou eenmaal niet zo was en dat blijkbaar ook niet kon, gaf ik als antwoord dat dat nou eenmaal niet kon. Maar als ik dan geen jongen kon zijn, dat ik dan in ieder geval een stoer meisje wilde zijn. 

Ik had zelf nog nooit gehoord van transgender of genderdysforie en ik denk ook niet dat ze er daar (op dat moment) veel kaas van gegeten hadden, maar ik vind het wel opvallend dat we het er blijkbaar wel over hebben gehad en dat mijn ongenoegen met mijn geboortegeslacht wel degelijk besproken en benoemd zijn. Ze hebben er verder in ieder geval niks mee gedaan. 

En dus moest ik op zoek naar 'wie ik was' en die zoektocht wilde niet echt goed lukken. Ik probeerde op alle plaatsen te doen en te zijn wat (ik dacht dat) er van me verwacht werd, maar ik geloof niet dat ik daar echt in slaagde en ik werd er zeker niet gelukkiger van.

En op mijn 18e verjaardag stond ik dan weer buiten, zonder dat er ook maar iets aan mijn werkelijke problemen gedaan was, nog steeds geen flauw idee hebbend wie ik was en of ik überhaupt wel bestaansrecht had.

Als ik nu terugdenk, dan denk ik dat zoeken naar 'wie ik was' een onmogelijke opgave was. Ik ben er namelijk van overtuigd, dat er aan de vraag 'wie ben je?' een vraag vooraf gaat die eerst beantwoord moet worden, namelijk de vraag 'wat ben je?'.

En voor de meeste mensen is dat een vraag waar ze nooit over hoeven na te denken. De meeste mensen weten wat ze zijn: ze zijn man of vrouw en daar voelen ze zich prima bij. Sterker nog, ze zijn zich er meestal niet eens (gevoelsmatig) bewust van dat het ook anders had kunnen zijn. Het klopt voor hen gewoon, het is een vanzelfsprekendheid waaraan ze (gelukkig) niet hoeven te twijfelen. 

Voor mij (en een heleboel) anderen is het antwoord op die vraag niet zo vanzelfsprekend en klopt het gevoelsmatig  gewoon niet. Bij sommigen is dat al van heel jongs af aan, bij anderen begint het pas later flink te schuren. 

Hoe dan ook, zonder het antwoord op de vraag 'wat ben je', kun je niet beginnen te bouwen aan de vraag 'wie ben je'. 

Ik probeer het altijd aan mensen uit te leggen door de vergelijking te trekken met een huis. Als je een goed, stabiel en stevig huis wil bouwen, dan moet je een goede fundering hebben. Heb je die niet, dan gaat het misschien wel een hele tijd goed, maar er gaat een moment komen dat er scheuren in de muren komen, dat de boel gaat verzakken en meer van dat soort problemen. Doe je er niks aan, dan wordt je huis gevaarlijk en loop je zelfs de kans dat het onbewoonbaar verklaard wordt (of zelfs instort). 

De vraag 'wat ben je' is voor mij als de fundering. Zonder die fundering kan ik wel gaan bouwen aan mijn huis (wie ben je), maar zolang ik niet duidelijk heb wát ik ben, zal mijn huis, mijn identiteit, steeds opnieuw scheuren oplopen en uiteindelijk in elkaar storten.

En nee, ik identificeer mij niet als huis..... maar ik hoop dat de vergelijking een beetje duidelijk is.

foto: internet



Genderdysforie deel 1: Het moment dat mijn wereld instortte en ik mezelf verloor....

Dit wordt een reeks blogjes over mijn worstelingen met mijn genderidentiteit en mijn zoektocht naar mijn ware zelf. Ik schrijf ze vooral voor mezelf, omdat ik mijn verhaal op (digitaal) papier wil zetten en daardoor misschien de chaos in mijn hoofd wat kleiner te maken. En hoewel ik het voor mezelf schrijf en me heel goed realiseer dat dit heel persoonlijke, intieme informatie zal/gaat bevatten, ga ik het tóch plaatsen. Want als mijn geworstel en gezoek ook maar één iemand op welke manier dan ook kan helpen, dan is het me dat meer dan waard!

Dus: wees gewaarschuwd.. Het gaat over gender, over transgenders, non binair, gender neutraal, voornaamwoorden/pronouns enz. Dus als je daar niks mee te maken wil hebben, dan kun je nu nog wegklikken. 

**********

Als je hier al wat langer mee leest, dan weet je dat ik enorm worstel met mijn genderidentiteit. Ik ben geboren in een vrouwenlijf, maar heb me nog nooit vrouw gevoeld. 

Het heeft waarschijnlijk ook niet echt geholpen, dat ik het grootste deel van de tijd als een jongetje werd opgevoed. Ik mocht niet met 'meisjesdingen' spelen, niet 'meisjesachtig' zijn en wilde ik dat wel, dan werd dat aan alle kanten op allerlei manieren afgekeurd. 

Tenzij er familie op bezoek kwam... Op die momenten werd ik in een jurkje gehesen en moest ik een meisje zijn. Maar ja... Als je dat normaal gesproken ook niet mag zijn, dan zijn dit soort fratsen best verwarrend. 

Totdat ik naar de middelbare school ging, was ik ervan overtuigd dat ik een jongen was. Mijn lijf zag er dan wel anders uit dan dat van mijn broer, maar we hadden ook een verschillende kleur ogen en een andere kleur haar, dus tja, het zou toch kunnen? En bovendien was hij een paar jaar ouder dan ik, dus wie weet zou die piemel er ook nog wel aangroeien. 

Dat klinkt misschien heel naïef of misschien zelfs wel dom, maar dat was ik niet. Ik denk dat hoop een beetje deed leven en als ik niet aan die ideeën had vastgehouden, dan begreep ik waarschijnlijk nog minder van de wereld en mijn plek daarin.

Pas op de middelbare school kwam ik erachter dat de wereld anders was dan ik al die tijd gedacht had, of... dat ik anders was dan ik altijd gedacht had. 

Op de middelbare school, kregen we namelijk voor het allereerst gescheiden gymlessen: jongens bij de jongens en meisjes bij de meisjes. En tot mijn grote schrik en afschuw, was ik ingedeeld bij die laatste groep. Ik dacht echt serieus dat er een foutje was gemaakt en stapte op de leraar af om dat duidelijk te maken, maar hij hoorde me aan, begon te lachen en zei dat ik in de goede groep zat en stuurde me zonder pardon terug naar de meisjesklas.

Dat lachen, was denk ik niet zo zeer een poging van hem om me uit te lachen of belachelijk te maken, maar ik gok dat het een kwestie van onwetendheid was. We spreken immers van ruim 30 jaar geleden. Een tijd waarin transgenders ongetwijfeld wel ergens in een donker verborgen hoekje bestonden, maar waar vooral heel weinig over bekend was, of in ieder geval heel weinig over gesproken werd.

Dat was het moment waarop ik 'mezelf verloor' en geen idee meer had wat ik dan was. Blijkbaar was ik geen jongen, maar ik was ook geen meisje, maar wat was ik dan wel? En als niet eens duidelijk was WAT ik was, hoe kon ik dan weten WIE ik was? Ik had geen idee en raakte in de war.

Als ik geen jongen was, maar een meisje, dan moest ik misschien iets speciaals gaan doen om me ook zo te gaan voelen. En dus liet ik mijn haar lang groeien, want dan zou ik misschien een meisje zijn (jurken en rokjes gingen me echt te ver). Maar ook lang haar veranderde niks aan mijn gevoel. En dus ging het er weer af. Dit proces zou zich in de komende jaren nog regelmatig herhalen, maar het hielp geen bal: ik voelde me geen meisje. Maar ook mijn 'jongensgevoel' was door die ene ervaring met de gymleraar niet meer hetzelfde. Maar het bleef wél fijner om als jongen gezien en aangesproken te worden. 

Gelukkig was ik best laat met mijn lichamelijke ontwikkeling. Het duurde nog even voordat ik borsten kreeg of ongesteld werd en tot die tijd liet ik met regelmaat mensen in verwarring achter over mijn geslacht. En iedere keer als er iemand jongen, jongeman, meneer of hij tegen/over me zei, maakte mijn hart van binnen een huppeltje. Dat gevoel is nooit over gegaan.

Toen mijn lijf wél begon te veranderen, ontstond er een soort van paniek in mij: Dit ging absoluut de verkeerde kant op. Dit kon niet! Dit mocht niet! Want als die dingen eraan kwamen te zitten, dan zou iedereen kunnen zien dat ik schijnbaar tóch een meisje was. Dan zou er geen ontkennen (en ontkomen) meer aan zijn en dat voelde op de een of andere manier als een enorme vernedering. Het voelde ongemakkelijk (understatement) en voor mijn gevoel zou iedereen dan kunnen zien dat ik 'raar' was en dat er iets aan mij niet klopte. En dus probeerde ik me er (ik zou bijna zeggen) met man en macht tegen te verzetten. 

Toen mijn moeder voorstelde om (alvast) een bh te gaan kopen brak zo'n beetje de derde wereldoorlog uit thuis. No way! Ik wilde dat niet, dat was niet nodig (was het ook echt nog niet) en ik wilde zo'n ding niet. Nu niet en nooit niet! Die hele klote borsten moesten daar gewoon niet komen, die hoorden daar niet, ik was geen meisje en zou dat ook nooit worden! Maar ja.... Moeder Natuur had andere plannen en ik zocht mijn heil lange tijd in duct tape! Duct tape was immers (volgens de advertentie) geschikt voor noodreparaties en dat was in mijn hoofd compleet van toepassing: dit was een noodsituatie! En zo tapete ik m'n borstkas af, plakte mijn opkomende borsten zo goed mogelijk weg. (mijn tip voor een nieuwe generatie Trans mannen: NOOIT doen, er zijn kledingstukken (binders) die dit veiliger en mens/huid vriendelijker doen!)

Mijn huid vond dit verre van leuk kan ik je vertellen en die borsten... tja, die trokken zich er ook niet zoveel van aan en bleven groeien. Die bh kwam er uiteindelijk toch en ik vond het vreselijk. 

Toen ik voor het eerst ongesteld werd, durfde ik dit tegen niemand te zeggen. Ik schaamde me kapot. Ik wist wel wat het was en dat er een dag zou komen waarop ik ook de klos zou zijn, maar ik denk dat ik stiekem toch nog hoopte dat er iets grondig mis zou zijn en het mij zou overslaan. Maar helaas, was ook dat niet het geval.

Komend uit een gezin waar al dit soort dingen (en eigenlijk helemaal niks) niet bespreekbaar waren zonder drama, zei ik niks en heb ik me heel lang 'gered' met rollen wc papier die ik op school jatte... (en ook dat raad ik mensen af!)

Maar goed. Mijn overzichtelijke wereldje waarin ik gewoon een kind was en waar dat labeltje (kind) altijd voldoende was geweest, waar het niemand ook maar een snars interesseerde of je een jongen of een meisje was, aan die wereld kwam op de middelbare school abrupt een einde. 

Vanaf de eerste week op die school stortte mijn wereld in, had ik geen idee meer wat ik was en daardoor ook niet meer wie ik was en ik raakte zó in de war, dat mijn leven een nóg grotere puinhoop werd dan het (tot dan toe) al was.

foto: gevonden op internet


13 april 2022

In de kast, uit de kast.... rot op met die kast!

Het is alweer best lang geleden dat ik eindelijk de passende woorden vond voor hoe ik me al het grootste deel van mijn leven voelde. 

Ik deed destijds mee aan een workshop waarbij ik het zinnetje af mocht maken: "als je me echt zou kennen, dan zou je weten dat..."

Als je hier al wat langer mee leest, dan heb je dat zinnetje al behoorlijk vaak langs zien komen. Op zich een simpel zinnetje, maar het was voor mij levens veranderend.

In die workshop sprak ik uit dat als je me echt zou kennen, je al meer zou weten dan ik zelf wist. Dat ik geen idee had wie ik was, sterker nog, ik wist niet eens WAT ik was. Ik voelde me geen vrouw, maar ook geen man, ik voelde me eigenlijk gewoon niks. 

Die dag kwam ik erachter dat daar een bestaand woord voor was: transgender. En dat woord kende ik al wel, maar het werd steeds omschreven als 'geboren in het verkeerde lichaam' en daar was ik toch niet helemaal zeker van. Want tja, het was mijn lichaam, hoe kon dat dan op zich verkeerd zijn? Het lichaam was prima, niks mis mee, maar ik gaf meer de voorkeur aan een andere versie van een lichaam, met in dit geval wat minder opties. 

Anyway.... Die dag was levens veranderend want het zette een proces in werking, dat niet meer te stoppen was. Ik begon informatie te verzamelen, zocht steun bij lotgenoten en ik nam de naam aan waaronder ik hier schrijf. Maar niet overal, want dat kon in mijn ogen nog niet. Ik was dus een soort van part time Mick en dat maakte het leven er voor anderen, maar zeker ook voor mijzelf niet makkelijker op. 

Mijn allereerste 'coming out' was dus daar in die workshop, maar wat ik toen nog niet wist, was dat er nog velen zouden volgen. Uit de kast komen doe je schijnbaar keer op keer. Het leven lijkt te bestaan uit een aaneenschakeling van kasten of misschien zelfs wel één grote kast.

Zo wilde ik ook mijn (in de buurt) vriendengroepje op de hoogte stellen en dat vond ik doodeng. Ik was zó bang dat ze me niet zouden begrijpen en me zouden laten vallen. Dat ze zouden roepen: daar heb je haar weer, wéér iets anders, wil zeker weer bijzonder zijn. Een boel spoken in mijn hoofd, die het er zeker niet makkelijker op maakten. Ik zag er zó gigantisch tegenop, dat mijn timing misschien niet helemaal handig was, maar zoals ik inmiddels weet: er bestaat geen perfecte timing voor een boodschap als deze. 

Ik besloot het hen te vertellen tijdens een lunch in het buitenland. Vlak voordat een aantal van hen de trein terug zouden nemen en ik nog even zou blijven. Ik gooide het hoge woord (ik ben transgender) eruit en verwachtte eigenlijk dat mijn wereld daar in dat café tegenover het station in zou storten. Maar er gebeurde iets heel anders. De reactie was nogal lauw, iets in de trant van 'dat maakt voor ons niks uit, het verandert niks' en dat was het dan, de 'normale' gesprekken gingen verder. 

En hoewel ik iets heel anders, dramatischer, verwacht had, voelde dit ook verre van ok. Het is heel leuk dat er in hun ogen niks veranderde, maar mijn hele wereld stond op zijn kop, en met dat (vast goedbedoelde) zinnetje, werd voor mijn gevoel voorbijgegaan aan de inhoud (en zwaarte voor mij) van wat ik zojuist had proberen te delen. Het voelde een beetje alsof het van tafel geveegd werd, of genegeerd en dat voelde niet echt lekker. 

Het maakte me in de war. Voor mij was het zó belangrijk, maar was het dat wel? Er was niemand die me er iets over vroeg en het duurde nog best wel heel lang voordat het met sommige van hen een gespreksonderwerp werd. Tot op de dag van vandaag is het dat met de meesten van dit groepje nog steeds niet. Misschien ligt dat aan mij, misschien ben ik niet duidelijk genoeg, maar dat moment in het café heeft me heel onzeker gemaakt: juist terwijl ik zelf het gevoel had dat ik mezelf begon te vinden en er steeds meer stukjes op zijn plek vielen, voelde ik me een nog vreemdere eend in de bijt, dan ik (voor mijn gevoel) toch al was.

Daarna was dat 'uit de kast komen' voor mij ook wel een beetje klaar. Ik had geen zin om me steeds opnieuw onbegrepen te voelen en ook geen zin om steeds weer discussies aan te moeten gaan over het al dan niet bestaan van meer dan man of vrouw. Ik werd er verdrietig van. En hoewel ik heel graag niet meer aangesproken wilde worden met zij en haar en op dat moment liever Mick was, kroop ik weer terug in mijn kast en besloot dat het blijkbaar allemaal niet belangrijk was. maar dat was het stiekem wel.

Tot op de dag van vandaag heb ik ook mijn familie nog niet ingelicht. Nu is dat op zich makkelijk want we hebben geen/nauwelijks contact, maar het knaagt wel aan me. Al jaren. Ik heb continu het gevoel dat ik niet kan zijn wie ik eigenlijk ben. En dat ben ik zelf schuld, dat besef ik maar al te goed. 

Ik leef in het dagelijks leven niet als Mick. Ik voel me inmiddels ook niet meer Mick, maar ik voel me ook nog steeds geen vrouw, zij of haar. Ik vind het een strijd, een mindfuck!

Halverwege vorig jaar hakte ik de knoop door. Ik wil zijn wie ik ben en ik wil gelukkig worden met mijn lijf, of toch, gelukkiger dan dat ik nu ben. En daarvoor moeten er veranderingen komen. 

Eerder was ik niet klaar voor deze veranderingen en ik stopte mijn traject bij de genderpoli omdat ik niet wist hoe ik mijn wensen over wie ik was en moest zijn en de daarvoor noodzakelijke aanpassingen, aan de buitenwereld moest verkopen. Ik wilde hen geen ongemakkelijk gevoel bezorgen, ten koste van mijn eigen welzijn.

Maar nu, nu kan ik niet meer, ik moet mezelf worden, anders ga ik kapot en als de omgeving daar niet mee om kan gaan, dan is dat jammer. Ik ben opnieuw aangemeld bij de genderpoli en binnen een jaar gaat er hoe dan ook behandeling komen en gaan er veranderingen komen. 

Dat betekent dat het tijd is dat ik mijn familie ga inlichten. Dat is op zich normaal al een dingetje, maar omdat we verre van een goede band met elkaar hebben, maak ik me daar wederom erg druk over. Maar ik heb niks meer te verliezen en het zal dan ook op zeer korte termijn gaan gebeuren. 

Ik ben het in de kast, uit de kast beu. Die kast is te klein aan het worden, ik heb last van die kastdeuren....

Het wordt tijd voor een open inloopkast!

nou, zoiets dan toch... 
foto: pinterest


13 maart 2022

De vlieg op de muur... oftewel een sterk staaltje dissociatie...

Een tijdje terug mocht ik mee kijken en doen bij de cursus 'veilig werken met trauma' van Marengo coaching en training. Ik schreef er hier al een klein beetje over, maar ik merk dat het voor mijn hoofd nog niet genoeg is. Al die tijd merk ik dat er nog iets is dat ik graag van me af wil schrijven, maar ik merk ook dat ik er niet echt de juiste woorden of de juiste volgorde voor kan vinden. Dus wie weet wordt dit een heel warrig verhaal, daarvoor alvast mijn excuses, maar het moet geschreven worden.

Ik heb in mijn leven behoorlijk veel meegemaakt aan trauma. Eigenlijk vanaf het moment dat ik geboren werd, ging het meteen mis. Daar zijn vast allerlei redenen voor te bedenken of te vinden, maar dat verandert natuurlijk niet echt heel veel aan het resultaat. 

Een menselijk brein is eigenlijk een heel mooi ding: het leert je razendsnel om je aan de omstandigheden aan te passen. Zijn die omstandigheden niet veilig, dan leer je al vrij snel een hoop manieren die het ietsje veiliger voor je maken. Die manieren, helpen je (soms letterlijk) te overleven. 

Aan de ene kant is dat dus heel fijn en nuttig, maar als je situatie later in je leven tot rust gekomen is en het weer (relatief) veilig is, dan kan het zomaar gebeuren dat je lijf/brein zo aan die overlevingsstrategieën is gewend, dat het die niet zomaar op kan geven. En datgene dat ooit heel erg behulpzaam was om te overleven, zorgen er dan voor dat dat ook het enige is dat je blijft doen: overleven in plaats van echt leven. 

Mijn grootste overlevingsstrategie was (en is) dissociatie. Ik leerde al heel snel in mijn leven om 'uit te schakelen' en dat kan (en deed ik) op heel veel verschillende manieren. Ik leerde om geen pijn te voelen, om helemaal niks meer te voelen en om 'uit mijn lichaam' te gaan. En zo werd ik een soort van 'vlieg op de muur', toekijkend in mijn eigen leven, naar alle dingen die me aangedaan werden. Ook de stemmen die ik ging horen kun je zien als een vorm van dissociatie, met als uiterste variant, de stemmen die me over kunnen nemen, waardoor ik tijd kwijt kan zijn. 

Door al die dingen die ik meemaakte en mijn 'oplossingen' daarvoor, lukte het me niet om in de maatschappij mee te draaien zoals bijvoorbeeld mijn vrienden dat doen. Ik heb geen baan, geen gezin, en als ik met sommige dingen geen begeleiding zou krijgen, zou ik er best een behoorlijk zootje van maken. En hoewel ik dan misschien niet functioneer in de zin van hoe de maatschappij voor ogen heeft hoe dat hoort, denk ik dat ik op mijn manier toch best redelijk mijn draai in het leven heb gevonden. Nuttig ben ik niet echt, maar ach, dat geldt ook voor een aantal mensen die wel voorzien zijn van het huisje, boompje beestje leven.

Een heleboel jaar geleden werd ik gevraagd om cursus te gaan geven in het buitenland, over een 'andere manier van omgaan met stemmen horen' (anders dan de reguliere psychiatrie dat doet). Dit vond ik heerlijk om te doen: ik hou van reizen, ik hou van andere talen en ik vind het ook leuk om mensen iets te kunnen leren, dus dit was de ideale combinatie. 

Mijn stemmen, ervaringen en verhaal, waren het uitgangspunt van de cursus en dus vertelde ik iedere keer weer mijn verhaal en gingen we steeds weer op die (negatieve) gebeurtenissen in, jaar na jaar. 

Ik had er geen problemen mee, ik kon mijn verhaal (als het moest ook) in detail vertellen, zonder daar ook maar iets bij te voelen. Ik leefde als het ware in een soort van permanent gedissocieerde staat. En voor mij was dat ideaal want op die manier kon ik die cursus met gemak blijven doen en ook nog eens genieten van al die mooie plaatsen waar dit werk me bracht. 

Maar een paar jaar geleden kwam er een soort van 'kink in de kabel' en begon ik dingen te voelen terwijl ik vertelde. En hoewel de hulpverlening altijd zei dat het leven zoveel mooier zou zijn als ik kon voelen, vond ik het alles behalve mooi en verstoorde het mijn 'rust'. Waar ik eerst mijn verhaal vertelde en twee of drie dagen bevraagd werd op mijn ervaringen om daarna ook nog eens lekker de stad in te gaan of te 'netwerken' zonder ook maar een greintje last te hebben, was ik nu vaak al halverwege mijn verhaal compleet uitgeput, kreeg ik nachtmerries/flashbacks bij de vleet, switchte ik continu en haalde ik vaak het einde van die cursus niet. 

De hulpverlening noemde dat 'vooruitgang' maar het leidde er voor mij mede toe dat ik stopte met het geven van die cursussen omdat het me meer kostte dan het me nog opleverde. 

Kortom... Ik dacht dus dat ik de fase van voortdurende dissociatie wel achter de rug had. 

En toen kwam dus die cursus 'veilig werken met trauma' waar ik werd uitgenodigd om iets te vertellen over mijn ervaringen. En dat deed ik dan ook. En terwijl ik aan het vertellen was, keek ik ineens op mezelf neer en zag me vertellen, van een afstandje, alsof ik weer de vlieg op de muur van vroeger was. Ik kon niet bij mijn gevoel komen, zat te vertellen op een soort van automatische piloot. 

Ik heb geen idee wat ik allemaal verteld heb, ik weet alleen dat het zonder emotie was. Er was één moment waarop er wel emotie tevoorschijn kwam. En hoewel ik geen idee meer heb waar het precies over ging, weet ik wel nog dat het om iets in het heden ging. Maar wat dat was... ik weet het niet meer. 

Ooit lang geleden begon ik met snelle schetsen te maken van de filmpjes in mijn hoofd, omdat praten niet lukte. En aan de hand van die tekeningen begon ik een beetje te vertellen over een paar dingen die er gebeurd waren. En in die tekeningen staat steeds ook een 'vlieg' afgebeeld.

Goed... Ik dacht dus dat ik best een eind op de goede weg was en dat de fase van het continu gedissocieerd zijn echt wel voorbij was, maar blijkbaar ben ik ook nog steeds gewoon de vlieg op de muur. Zelfs als dat niet meer nodig is.

foto: 'mijn eigen trauma therapie'


4 maart 2022

Je hebt van die dagen….oftewel: de minder leuke kantjes van stemmen horen.

Ooit, lang geleden, mocht ik samen met mijn toenmalige behandelaar in een goed bekeken en bekend amusements programma iets komen vertellen over stemmen horen. Het was nogal een impulsieve actie van mij die er dus toe leidde dat ik met m’n kop op nationale tv kwam.

Op het moment van opnames/uitzenden, zat ik in de (psychiatrische) kliniek voor een van mijn vele time out/crisis opnames. De tv opnames waren al een paar keer uitgesteld en dat leverde steeds zoveel spanning op dat het een beetje een puinhoop werd in m’n kop en die vaste time out plek voelde dan als een veilige plek. Niks ernstigs dus, gewoon even op adem komen.

Hoe dan ook, een amusements programma dus, waar ik probeerde uit te leggen hoe het kan zijn om stemmen te horen. Mijn ervaring is namelijk maar slechts één ervaring en iedereen is anders en ervaart dingen op zijn eigen manier. Daarnaast heb ik inmiddels ook een behoorlijke weg met mijn stemmen afgelegd waarbij ze van vijanden vooral vrienden zijn geworden. (Meer daarover in mijn boek)

Inmiddels weet ik wel dat mijn manier van dingen vertellen of uitleggen meestal gepaard gaat met de nodige dosis humor. Ik vind het leven al serieus genoeg en de ervaring leert ook dat als je een taboe wil proberen te ‘doorbreken’ (of beter gezegd: wilt bespreken), je dat beter gedoseerd en met humor kunt aanpakken omdat het anders voor de toehoorder al gauw te overweldigend is en ze afhaken.

ik ben er nog steeds van overtuigd dat ik naast de ‘voordelen’ van het stemmen horen, wel degelijk ook een aantal lastige dingen benoemd heb. Meer zelfs dan positief, maar toch alles wel op een luchtige manier. 

Toen ik die avond terug in de kliniek kwam en de uitzending dus al afgelopen was, kreeg ik van één van de verpleegsters te horen, dat ik het deed doen lijken alsof stemmen horen één groot feest was. En eerlijk is eerlijk, dat vond ik best een lastige opmerking want dat was absoluut niet mijn doel. Maar ja, het was nu eenmaal een amusementsprogramma, waarin vooral dus de ‘grappige’ stukjes waren gemonteerd tot een item van ongeveer 10 minuten.

Die opmerking is me altijd dwars blijven zitten, maar ik weet ook dat als ik alleen maar had verteld over de vele negatieve opdrachten en opmerkingen die ik kreeg van de stemmen, dat er uitgeknipt zou worden. Daarnaast schoot het ook het doel voorbij, want we wilden juist duidelijk maken dat mensen die stemmen horen niet standaard gevaarlijk zijn en dat stemmen horen geen ziekte op zich is, maar dat je er wel ziek van kunt worden als je niet leert om er op een ‘goede’ (constructieve) manier mee om te gaan.

Tot op de dag van vandaag merk ik ook wel dat ik liever de grappige, leuke, lieve dingen deel, dan de dagen waarbij ik het liefst niet mijn bed uitkom of de haren uit mijn kop wil trekken van de herrie/puinhoop in mijn kop. Niets menselijks is mij immers vreemd.

Is het dan alleen maar positief? NEE!

Af en toe zitten er echt nog wel dagen bij waarop ik niet met ze kan dealen en zou willen dat ze er (heel even) niet zouden zijn. En laat ik nou net een paar van die dagen achter de rug hebben!

Het begon (voor mij) al bij het opstaan. Ik had een mega opstandige Rik (12)* in m’n hoofd. Hij klonk boos, niks was goed, alles viel fout en op de vraag wat er aan de hand was, kon hij geen antwoord geven, althans niets dat hielp om het te verklaren.

Vervolgens ging hij op ‘oorlogspad’ wat inhoudt dat hij de andere stemmen in mijn kop langzaam gek gaat maken. En op zo’n moment is hij ‘zó ver heen’ dat de anderen (en ik) geen vat meer op hem hebben. 

Hij gaat Lesley (6) pesten en bang maken (en daar is al niet zo veel voor nodig). Hij gaat dreigen haar knuffels te vermoorden en het gevolg is dus een compleet hysterische Lesley (en ik die voor de lunch al door m’n energie heen ben).

Hij richt ook wat pijlen op Roy (16) die hem normaal best aan kan, maar met een hysterische Lesley erbij, staat Roy al gauw ‘op ontploffen’ en dat is geen goede zaak. 

Ondertussen ben ‘ik’ uitgeschakeld en heb ik geen enkele energie meer, vertrouw erop dat de rest van het (stemmen) systeem hem weer in bedwang gaan krijgen en raak ik stukken tijd kwijt.

En terwijl ik (letterlijk) wakker word en (onder nog steeds luid gekrijs, geschreeuw en geruzie) naar de wc wankel, loop ik tegen het onderstaand tafereeltje aan: Rik heeft Lesley’s knuffel vermoord (opgehangen).

Inmiddels zijn we een dag verder. De vrede is nog niet teruggekeerd. Lesley snikt nog hevig na, terwijl Knuffel onder een dekentje ligt bij te komen op de bank. Rik is het grootste stuk bravoure kwijt maar reageert nog steeds op alles met een (verdrietig) ‘pfff nou en’ of ‘pfff boeien!’

En dus besluit ik maar het gesprek aan te gaan met (een gekalmeerde) Roy. En dan blijkt dat de oorzaak van dit hele drama ‘jaloezie’ heet.

Lesley heeft bij de supermarkt een puppy geaaid en Rik niet ‘toegelaten’. Op het moment dat Rik ‘erbij kon’ moest de eigenaar met de puppy ervandoor en dus was Rik nogal teleurgesteld (lees: verdrietig).

Tja, en als Rik verdrietig is mag dat natuurlijk niet gezegd of getoond worden (onder het mom échte mannen huilen niet) en gaat hij vreselijk boos doen en zichzelf en vervolgens ook de rest in de weg zitten….

Dus tja? Is stemmen horen alleen maar één groot feest? Nee hoor, er zijn nog steeds dagen bij waarop ik het gevoel heb terug bij af te zijn, terug in de dagen dat de stemmen allesoverheersend en bedreigend waren en ik geen eigen leven meer had. De tijd waarin de stemmen mijn leven waren en compleet beheersten.

Maar gelukkig komen dat soort dagen steeds minder vaak voor!


* kleine kanttekening: iedereen in mijn hoofd (en ook ikzelf) is emotioneel een stuk(je) jonger dan de zogeheten kalenderleeftijd. Hierdoor zijn de reacties en gedragingen niet altijd helemaal leeftijdsadequaat.